2015 Reusel Twan van den Brand wint kerstveldrit 

Op Tweede Kerstdag 2015 werd voor de 35e keer de Kerstveldrit in Reusel verreden op het prachtig gelegen parcours rondom Taverne D’n Ouwe Brandtoren. De vrijwilligers van RWC Reusel hadden het in 2014 vernieuwde parcours weer prima opgebouwd. Met dit 7e lustrum was de cross in Reusel een van de oudste veldritten in Nederland die onafgebroken werd georganiseerd. 

De schitterende weersomstandigheden zorgden voor een snel en aantrekkelijk parcours en voor een grote publieke belangstelling. Er werd volop strijd geleverd door meer dan 240 deelnemers in de zes wedstrijdcategorieën. Bij de Amateurs was de winst voor Eddy van IJzendoorn nipt voor de winnaar van een jaar eerder Jordy Luisman. Mattijn Motshagen stond als derde op het podium. Bij de Dames ging de winst naar Julia Boschker vóór Suzannen Verhoeven. Derde werd hier Inge van der Heijden. Bij de Masters werd de strijd beslist tussen Erik Dekker en Mischa de Vries met een kleine voorsprong voor eerstgenoemde. Derde werd Maikel Govaarts. Met een bloemetje werd afscheid genomen van good-old Ties Verhagen die op 68-jarige leeftijd in Reusel zijn op een na laatste wedstrijd reed na er vrijwel jaarlijks tot de deelnemers te hebben behoord. Mees Hendrikx, lid van Het Snelle Wiel, trok de winst bij de nieuwelingen naar zich toe vóór zijn clubgenoot Bart Artz en Milan Ziemerink. David Dekker won de juniorencross met Antonie van Noppen en Stijn Kalvenhaar naast zich op het podium. Bij de elite en Beloften ging de winst naar Twan van den Brand, gevolgd door Mike Teunissen en vaste deelnemer in Reusel Ingmar Uytdewilligen.

Op de foto de beste drie coureurs bij de elite en beloften: van links naar rechts Mike Teunissen, winnaar Twan van den Brand en Ingmar Uytdewilligen (Foto Jan Antonise) 

 

1980 Diessen Veldritpropaganda in de Kempen door trainer Toon Donkers

1978: Toon Donkers in tweede positie in een veldrit achter Theo van der Velde (broer van Tour de France renner Johan uit Rijsbergen) 

(door Piet Gijsbers)

Vanaf 1980 gaan Nederlandse veldrijders steeds meer meetellen in het internationale werk. Rein Groenendaal (Sint Michielsgestel) en Hennie Stamsnijder (Enter) weren zich uitstekend in wedstrijden met vooral topconcurrentie uit België en Zwitserland. De publieke belangstelling voor de wielercross neemt daarom in ons land sterk toe. In eigen Kempense omgeving wordt er vooral in de Tilburgse regio hard aan gewerkt om nieuw talent naar voren te schuiven. Gestimuleerd door Cees Zoontjens, zelf tweemaal (in 1972 en 1973) nationaal kampioen veldrijden, die een paar jaar (1978 en 1979) als KNWU-bondscoach de nationale veldritselectie onder zijn hoede heeft, zoeken diverse jonge renners in Tilburg en omgeving in de wintermaanden de crossfiets op. Niet alleen als middel om de conditie op peil te houden, maar ook met succes in de wedstrijden. Henk Baars (Diessen), Berry Zoontjens (Tilburg), Nico Verhoeven (Berkel-Enschot) en Peter Hoffmans (Moergestel) erven de veldritmicrobe eveneens over van hun leermeester Cees Zoontjens die in 1980 als bondscoach plaats ruimt voor Albert Stofberg (Kerkdriel). Hoffmans maakt deel uit van de nationale selectie bij de nieuwelingen en de junioren. In zijn succesvolste cross-seizoen 1978-'79 boekt de Moergestelnaar zes zeges waarbij die in Oirschot en Valkenswaard. 

Om het veldrijden in de Kempen te promoten worden er door Toon Donkers (Diessen) wekelijkse trainingssessies georganiseerd in de bossen van Hilvarenbeek en Diessen. De trimbanen in die twee dorpen uit de Noorderkempen zijn bij goede weersomstandigheden geëigend oefenterrein voor de veldrijders. Bij slecht weer wordt uitgeweken naar manege De Broeksie in Esbeek. Daarnaast krijgen elders in de Kempen op het terrein van het E3-strand in Eersel jonge renners de gelegenheid om zich onder leiding van Toon Donkers in het veldrijden te bekwamen. De Diessenaar heeft zich na zijn actieve wielercarrière, waarin hij door de nationale bond onder meer is uitgezonden naar wedstrijden in Zwitserland en Tsjecho-Slowakije, toegelegd op de begeleiding van jeugdig regionaal talent. Daarin heeft hij zich als een van de eersten in het land bekwaamd met het behalen van het KNWU-trainersdiploma. In 1980 weet zijn pupil Henk Baars in zijn tweede seizoen als amateur al door te dringen tot de nationale veldritselectie. De Diessense machinebankwerker bij DAF heeft dan nog een hele wielertoekomst voor zich die in 1990 zal uitmonden in de wereldtitel bij de profs in het Spaanse Getxo. 

P.S. Intussen zijn zowel Cees Zoontjens als Toon Donkers overleden. De Diessenaar al op 40-jarige leeftijd op 16 november 1988, de Tilburger (66 jaar) op 28 april 2011.

 

2004 Hapert Kenny van Hummel wint aantrekkelijke wedstrijd

Het erepodium in Hapert: v.l.n.r. Paul van den Akker, winnaar Kenny van Hummel en Jelle Vanendert (foto Theo van Sambeek)

 

 Het was haast te verwachten dat Kenny van Hummel de snelste zou zijn van het viertal coureurs dat de finale van de wielerronde van Hapert beheerste. De kleine coureur uit het Gelderse Elden had zijn zinnen op dit Kempische avondcriterium gezet. Gezegend met rappe sprinterbenen kon hij uiteindelijk met duidelijk verschil de overwinning naar zich toe halen. Na drie uren training vanuit zijn woonplaats Elden bij Arnhem naar zijn vriendin in Eersel was die overwinning in Hapert een nieuwe parel aan zijn al rijk gevulde zegeketting. In een gezellig zomeravondsfeertje genoot het wielerpubliek van de elitekoers die voor de 39ste keer door de Hapertse Supporters Vereniging werd georganiseerd. 

 

(door Piet Gijsbers) 

 

Een peloton van vijftig eliterenners en beloften zorgde van begin af aan voor een levendige wedstrijd. Bram van Rijswijk, een van de drie plaatselijke coureurs, liet er geen gras over groeien om zijn gezicht op het voorplan te tonen. Enkele ronden lang voerde hij het veld met voorsprong aan. Een drieste poging die hem later in de koers op zou breken. De eerste sprint voor het Rabobank/Kempen Pers-klassement leverde hem de maximale punten op, gevolgd door Bladelse Tijn Seuntjens die een paar dagen eerder in de Ronde van Boxtel lang mee voorop reed en als vijfde was gefinisht. Al vroeg ook deed Kenny van Hummel een greep naar de punten voor de leidersprijs. En Jurgen van Pelt deed goede zaken door de tweede klassementssprint in zijn voordeel te beslissen. Daarmee nam hij al een optie op de leidersplaats in het Kempenklassement. Toen Van Pelt na een uur koers met negen anderen voorsprong nam en Jos van Veldhoven die trein met lede ogen moest zien vertrekken, was het pleit in het voordeel van de Gerwenaar beslecht. Toch legde nog niet iedereen zich bij de suprematie van de tien leiders neer. Van Pelt, Wilant van Gils, Kenny van Hummel, Jean-Pierre Leijten, de jonge Belg Jelle Vanendert, Westerhovense Roy de Waal, Bas van Hest, Ruud Aerts en Paul van den Akker zagen hun halve minuut voorsprong verdwijnen toen veertien andere coureurs in de achtervolging gingen. Van die veertien wist het viertal Nico Vuurens, Theo Eltink, beiden al eens winnaar in Hapert, Eddy van IJzendoorn en Richard Groenendaal de kloof naar de leiders te overbruggen. De kopgroep was toen al in mootjes uiteen gevallen, zodat vooraan een nieuwe situatie ontstond. Van een echt peloton was toen al lang geen sprake meer. Tal van coureurs moesten door het hoge tempo een kruisje over de wedstrijd maken. Snelheden van vijftig per uur werden vooral in de finishstraat bereikt. 

 

Beul met krachten tekort 

 

De echte beslissing in de wedstrijd viel na 75 kilometer. Vier man, Ruud Aerts, Kenny van Hummel, Paul van den Akker en Jelle Vanendert scheidden zich opnieuw van de rest af. Jurgen van Pelt deed nog een vruchteloze poging om in zijn eentje bij de vier leiders te geraken, maar ook de beul van Gerwen kwam deze avond krachten tekort. Terwijl de vier voorop eensgezind de laatste zeven ronden tot een feestelijke gebeurtenis maakten, verbrokkelde achter hen de tweede groep. Opmerkelijk was de rol van Theo Eltink in de achtervolgende groep. Wie nog dacht dat de frêle coureur uit Westelbeers alleen maar bergop in zijn nopjes is, zag nu dat hij voor de tweede keer in een week tijd ook in criteriums zijn mannetje staat. Toen Kenny van Hummel op de eindstreep de snelste van de vier vluchters bleek, won Eltink achter hem de sprint voor de vijfde plaats. De 23 renners die de wedstrijd tot een goed einde brachten waren eensgezind in hun lof over het schitterende parcours. Dat moet de Hapertse organisatoren goed hebben gedaan.

 

De voorwedstrijd van de junioren in Hapert eindigde in een zege van iemand met een welbekende wielernaam. Jeroen Dohmen uit Born, zoon van oud-coureur Math Dohmen, toonde zich de beste van de dag. Tussendoor streden de leden van de Toerclub Hapert in twee categorieën om het clubkampioenschap. Een aanzienlijk aantal van de 85 leden – achttien van hen reden afgelopen zaterdag in Frankrijk de welbekende Marmotte-toertocht over Croix de Fer, Col deTelegraphe, Galibier en Alpe d’Huez – kwam voor eigen publiek in actie. Erwin Rijkers, al voor het derde jaar op rij, en Bart van der Heijden gingen met de titels strijken. 

 

De uitslagen in Hapert:

 

Elite/Beloften: 1 Kenny van Hummel Elden, 2 Paul van den Akker eindhoven, 3 Jelle Vanendert Hamont, 4 Ruud Aerts Riel, 5 Theo Eltink Westelbeers, 6 Eddy van IJzendoorn Tiel, 7 Bas van Hest Alphen, 8 Wilant van Gils Schijndel, 9 Jurgen van Pelt Gerwen, 10 Nico Vuurens Meerkerk, 11 Bernt Hamers Schijndel, 12 Roy de Waal Westerhoven, 13 Jean-Pierre Leijten Bladel, 14 Richard Groenendaal Sint Michielsgestel, 15 Ralf Hamers Schijndel, 16 Bart Dirkx Reusel, 21 Dirk Bellemakers Luyksgestel.

 

Junioren: 1 Jeroen Dohmen Born, 2 Steven Kruiswijk Nuenen, 3 Yves de Wilde Lommel, 4 Robin van der Lijn Vianen, 5 Marco Brus Schijndel, 6 Stefan Doensen Nederweert, 7 Dennis Kivits Vlijmen, 8 Maickel Beekelaar Brunssum, 9 Floris Pennings Geldrop, 10 Rob van Bekkum Alphen, 24 Jan Hoeks Westerhoven, 29 Jos Castelijns Eersel.

 

Clubkampioenschap Toerclub Hapert 35-: 1 Erwin Rijkers Hapert, 2 Dirk van de Put Bladel, 3 Noud van de Sanden Eindhoven, 4 Bert Hendriks Hapert, 5 Jeroen van der Heijden Bladel.

 

35+: 1 Bart van der Heijden Vessem, 2 Johan Bruininckx Reusel, 3 Ben van Limpt Reusel, 4 Giel van Rooy Bladel, 5 Lambert Senders Hapert. 

 

Tussenstand Rabobank/Kempen Pers-klassement na Ronde van Hapert:

 

1 Jurgen van Pelt 104 p., 2 Jos van Veldhoven Dommelen 83 p., 3 Ralf Hamers Schijndel 74 p., 4 Paul van den Akker Eindhoven 70 p., 5 Ferdi van Katwijk Oploo 68 p., 6 Niels Hamers Weert 64 p., 7 Kenny van Hummel Elden 59 p., 8 Theo Eltink Westelbeers 57 p., 9 Bart Dirkx Reusel 56 p., 10 Leon Rooijakkers Gerwen 54 p.

 

1954 Bladel

Eindhovenaar Manders winnaar van de 6e Acht

 

 Toen de Acht van Bladel nog de Ronde van Bladel werd genoemd was het in 1954 een nieuwelingenwedstrijd van dorp naar dorp over 100 kilometer met 180 deelnemers uit het hele land. Veel Oost-Brabanders en veel van boven de rivieren. De Ronde van Bladel werd bij goed weer een mooi succes. Niet alleen sportief. De belangstelling langs het parcours was overgroot. Spoedig na het vertrek vormde zich een kopgroepje, dat een paar kilometer voor het einde ingehaald werd door vijf renners: de ge­broeders Cuvelier, Bogers, Meegedes, Van Dal en Groot. De spurt van de kopgroep werd gewon­nen door Eindhovenaar Manders. De spurt van het peloton, dat nog 60 man sterk was, door Van Son uit Nieuwkuijk.

 

  De uitslag: 1. Manders (Eindhoven), 100 km in 2 uur 30 min. 32 sec.; 2. Maas (Valkenswaard); 3. Groot (Beverwijk); 4. Gerard Cuvelier (Nieuw-Vennep); 5. B. van Beem (Halfweg); 6. Jacobs (Rotterdam); 7. Beentjes (Heemskerk); 8. Jan Van Hoof (Valkenswaard); 9. Van Dal (Vlijmen); 10. Theo Sijtthof (IJsselmonde); 11. Schepens (Moergestel); 12. Meegedes (Halfweg); 13. De Jong (Breda); 14. Wim van Dongen (Don­gen); 15. Graafmans (Gilze); 16. Jaap Cuve­lier (Nieuw-Vennep); 17. op 1.45 Van Son (Nieuwkuyk); 18. Van de Sande (Veghel); 19. Van der Heijden (Son); 20. Buiks (Tilburg); 21. Slebeek (Den Dun­gen); 22. René van Bommel (Bladel); 23. Coe­horst (Tilburg); 24. Bartels (Eindhoven); 25. Van Engelen (Eindhoven).

 

 1933 BLADEL Oude historie Acht van Bladel

Doorkomst van de renners Markt-van Dissellaan

 

Dit jaar wordt de Acht van Bladel voor de 70e keer verreden. De bekende klassieker voor junioren gaat verder terug dan 1949, als Het Snelle Wiel de wedstrijd voor het eerst onder het vaandel van de KNWU organiseert.  Al vóór de Tweede Wereldoorlog wordt er in Acht-vorm over een dorpenparcours in de Kempen gereden.

Een fragment uit het boek De Negende Zaligheid waarin Charel Baelemans, van Belgische afkomst en caféhouder in Bladel, herinneringen ophaalt aan het Kempendorp van voor de oorlog toont aan hoe gemoedelijk het er in die tijd aan toe gaat. Jan Dijkmans is een van de initiators van de wielersport in Bladel. Hij heeft in de vooroorlogse jaren een stuk grond beschikbaar gesteld voor de aanleg van een zand-sintel wielerbaan die hij met steun van onder meer de gebroeders Smolders exploiteert. Daarover een andere keer meer. Hier het verslag van Baelemans over de wielerwedstrijd.  

 

‘Het volgende gebeurde in de jaren dertig op de dag dat de Acht van Bladel weer eens zou verreden worden. Minstens 130 renners stonden al klaar om te vertrekken. Jantje Dijkmans stond met de vlag vooraan om het startsein te geven. Daar komt me ineens een wielrenner uit de richting van Reusel met een vaart op Jantje aan en roept: “Hé, menieër, mag ik begot nog meeraaien, want ik ben van waaid gekomen, hieëlemaol allieën uit Aarschot!” Dijkmans zei: “Allee, verreut dan, gao mor gauw in da café daor bij Sooi Vosters oe aaigen verklejen. We wochten vijf minuten.”

 

Toen de wedstrijd eenmaal goed aan de gang was, zagen wij dat de Aarschotse telaatkomer in de kopgroep zat. Hij zat daar ook nog in de tweede ronde. En in de derde ronde, die tevens de laatste was, kwam hij als eerste over de meet, met een minuut voorsprong op de anderen. Maar toen hij de finish gepasseerd was, ging hij pas voorgoed aan het sprinten. Jantje Dijkmans riep: “Wat doet hij nou toch, potverdomme!” En dan tot Peerke Daniëls: “Verreut Peer, doet hem van achterna mee oewen auto.” En Peer met een vaart weg. Ongeveer aan de Muilen (de weg naar Netersel, PG) haalde hij hem in.

 

“Stoppen,” riep Peer.

 

De renner stapte af, verbaasd.

 

“Worroem,” vroeg hij. “Ik zit toch nie oep ne verkieërde weg?!”

 

“Neenee,” lachte Peer. “Maar de koers is afgelopen en gij hebt ze gewonnen met een minuut voorsprong.”

 

“Is da echt waor?! Wel begot, ik docht zeker da’k nog nen toer moest doen.”

 

“Bende dan nie muug?” wilde Peerke weten.

 

“Muug menieër? Ik ken gin muugte als er 50 gulden te winnen zèn!”

 

1994 Diessen Oranjeveldrijder Henk Baars in Koksijde

 

Tien jaar lang rijdt Henk Baars als profveldrijder zijn wedstrijden in binnen- en buitenland. In 1985 verdient hij een contract in de Panasonic ploeg van Peter Post na als amateur al enkele jaren opvallende resultaten te hebben geboekt. Tot 1995 zal hij bij de beste Nederlandse veldrijders behoren, achtereenvolgens in de sponsorkleding van Barbas (1986-1988), Protekta (1989-1990) en HEK Bouwmaterialen (1990-1995). Het hoogtepunt bereikt de Diessense cyclocrosser in 1990 als hij in het Spaanse Gexto de wereldtitel verovert. Een jaar eerder is hij Nederlands kampioen MTB geworden en in 1993 verovert hij de nationale titel veldrijden bij de profs op het circuit Beekse Bergen. In 1994 wordt de Nederlandse titelstrijd volgens nieuwe UCI-normen voor het eerst door profs en amateurs gezamenlijk betwist. Achter amateur Richard Groenendaal rijdt Henk Baars naar het zilver in Sint-Michielsgestel met Tilburger Edward Kuyper als derde man op het podium. Natasja den Ouden verovert dat jaar voor de 4e keer de nationale titel bij de vrouwen. Paul Herijgers schrijft in 1994 de eerste Wereldbeker op zijn naam na drie zeges in het Zwitserse Eschenbach, bij de IJzeren Man in Eindhoven en in het Spaanse Igorre. De Belg kroont zich in Koksijde ook tot wereldkampioen na een tweestrijd met Richard Groenendaal in de duinencross waarin hij het veelbesproken schouderklopje in de slotfase aan de jonge Nederlander uitdeelt. Henk Baars is die dag kansloos na een val vlak na de start en finisht in Koksijde als 21e. In de Super Prestige bezet de Diessenaar in 1994 achter eindwinnaar Daniele Pontoni uit Italië de 9e plaats na onder meer in het Zwitserse Wetzikon dat jaar als 2e te zijn geëindigd achter thuiswinnaar Thomas Frischknecht.

Hier ploetert oranjerijder Henk Baars in 1994 door het duinzand van de Belgische kustplaats Koksijde (Foto Theo van Sambeek) 

 

1966 Best-Schijndel Paarse brigade Jan van Erp komt tot stand

 

Als Cas Vulders op een avond in 1966 met zijn kameraad Jan van Erp in het café van diens moeder (mevrouw van Erp-Steenbakkers) in de Hoofdstraat in Schijndel zit, stelt de Rooienaar voor een wielerploeg te beginnen. Jan van Erp, een rondborstige en goedlachse Brabander, is dan zijn loopbaan als tegelhandelaar kort daarvoor min of meer toevallig begonnen. In het café in Schijndel komen veel bouwvakkers en er wordt in die jaren veel in de vrije tijd gebouwd. Via de klanten in het café verkoopt Van Erp zijn eerste tegeltjes. Zijn kameraad Cas Vulders zoekt met een stel Rooise renners een sponsor die bereid is hen van kleding te voorzien en daarnaast een premieschema wil betalen. Jan van Erp voelt zich genoeg tot de wielersport aangetrokken om aan de wensen van zijn kameraad te voldoen. Vulders start als ploegleider met 5 renners. Hij rekruteert die uit eigen omgeving en debuteert daarmee in het amateurpeloton. Jan en Cas stellen met een aantal jongens rondom Sint-Oedenrode hun eerste ploegje samen. Fabar Keukens is de eerste sponsornaam die Jan van Erp op de shirts laat drukken.

 

Foto links: De eerste ploeg van Jan van Erp in 1966. Van links naar rechts staand ploegleider Cas Vulders (Sint Oedenrode), Toon Vlassak (Best), Coen Plieger (Lexmond), Wil Jacobs (Best); zittend Bert van der Aa (Den Dungen) en Toon van Heertum (Sint Oedenrode)

 

 Cas Vulders bedenkt dat de renners een opvallend shirt moeten dragen wat resulteert in de opvallende kleur paars. Een meesterzet blijkt naderhand, want nadat Jan van Erp deze kleur opneemt als huiskleur voor zijn tegelhandel en zijn wielerploeg het ene succes na de andere binnenhaalt, groeit zijn zaak naar acht filialen. Ook de ploeg groeit hard door de sympathie voor de wielersport van de in Nijnsel geboren Schijndelnaar. En uiteraard denkt Jan van Erp commercieel met z'n bedrijf. Jan Gisbers wordt erbij gehaald. De oud-coureur uit Eindhoven heeft een massage praktijk en begeleidt onder meer Klaas Koot en Henk van Erp, een jongere broer van de tegelhandelaar, die al in een vroeg stadium het paarse shirt van Jan van Erp zijn gaan dragen. Gisbers wordt in 1969 manager van de ploeg. Hij gaat zich bezig houden met het aantrekken van renners en stelt een vijfjarenplan op waarin de Van Erp brigade naar de top moet komen. Daarvoor moet het team, dat zich tot dan toe goed in criteriums heeft gemanifesteerd, worden voorbereid op het rijden van klassiekers. Langzaam maar zeker wordt de paarse tegelploeg onder leiding van Jan Gisbers een echt opleidingscentrum van coureurs. Zeventien jaar lang zal de paarse brigade met als meest bekende renners Jan Raas, Henk Lubberding, Gerry van Gerwen, Bert Oosterbosch, Adrie van der Poel, René Koppert, Hans Boom, Gerrit Solleveld en Jelle Nijdam aan de weg timmeren.

 

Rechterfoto: Hier poseert Jan van Erp in 1979 met de renners die hun opleiding kregen in zijn paarse team: van links naar rechts Jan van Erp, ploegleider Cas Vulders, nationaal profkampioen Henk Lubberding, Harrie Lunenburg, Gerrie van Gerwen, wereldkampioen baanachtervolging Bert Oosterbosch, wereldkampioen op de weg Jan Raas en ploegmanager/trainer Jan Gisbers met op de wagen diens dochters Isabelle en Helen

 

1947 Bladel Wielerwedstrijd op Koninginnedag 

Bij de foto's uit het na-oorlogse Bladel:

 

Terwijl achter hen de uitslag van de trainingsrit op een zondagochtend in 1949 wordt opgemaakt, poseren Kees Kraaijvanger (links) en Fons Roymans voor de fotograaf.

 

Een wazige foto uit 1949, maar wie goed kijkt ziet dat Kees Kraayvanger in het gezelschap van Hans Dekkers in de Omloop der Kempen voorop door Bladel rijdt. 

Zie hieronder een bijpassend gedicht. 

 

 

1947 Bladel Wielerwedstrijd op Koninginnedag 

 

In de Bladel-Indië schakel, een periodiek dat in de na-oorlogse jaren door het Katholiek Thuisfront wordt uitgegeven om de Bladelse soldaten ver van huis op de hoogte houden van plaatselijke gebeurtenissen, schrijft Charel Baelemans dit gedicht over een wielerkoers op Koninginnedag 1947 in Bladel waarin hij de loftrompet steekt over coureur Kees Kraayvanger. Het gedicht werd me toegespeeld door Johan Pijnenburg sr.

  

Net zoals in vroeger jaren op de baan in Dijkmans wei

 

Stonden Zondag op het marktveld weer veel renners in de rij

 

Keurig in sportieve pakjes

 

Schijnbaar kalm op hun gemakjes

 

Wachtten zij al op het sein

 

En je ziet het aan de mannen

 

Deze wedstrijd zal ’t er spannen

 

Want wie zal de eerste zijn

 

  

Langs de weg staat ’t vol mensen, links en rechts een lange rek

 

En ze reiken met hun halzen naar het sein van het vertrek

 

Zie daar komen ze aangevlogen

 

Een juweeltje voor de ogen

 

Half staand op hun pedaal

 

En meteen positie kiezen

 

Want er valt niets te verliezen

 

Voor deez’ ronde vijftig maal

 

  

Als de eerste route voorbij is, ligt de kopgroep bij elkaar

 

Steeds beloeren zij elkander, volgen elk minst gebaar

 

Enkele ronden zijn verreden

 

Nog geen strijd is er gestreden

 

Wel zit er een tempo in

 

Want die paar die achter bleven

 

Hebben het al opgegeven

 

’t Ging te vlug naar hunnen zin

 

  

Maar wie komt daar op z’n eentje

 

Vinnig scherend langs den draai

 

’t Is ’t wit-blauw gestreepte truitje

 

Favoriet ons Keesje Kraai

 

Toegejuicht en aangemoedigd

 

Schiet hij meters ver vooruit

 

En hij laat zijn achtervolgers

 

Kijken op zijn forse kuit

 

  

’t Wordt een jagen en een jakkeren

 

Ieder doet nu wat hij kan

 

Van Beers en Rooymans, Heesterbeekje

 

Gebroeders Soontiëns en Van Ham

 

Maar ons Keesje houdt zijn tempo

 

Fiets kapot, geen nood, vooruit

 

Vlug een ander, weer een ander

 

Loopt meteen een rondje uit

 

 

Maar nog is hij niet tevreden

 

De tweede ronde moet er aan

 

En zo zien wij ’t fladd’rend Kraaike

 

Nog eens langs de hoofdgroep gaan

 

‘k Heb respect voor alle renners

 

Wat zij presteerden dezen dag

 

Maar de favoriet blijft Keesje

 

Een renner die er wezen mag!

 

1993 Eindhoven Wereldbeker veldrit aan Karpendonkse Plas 

 

In Eindhoven komt op 17 oktober 1993 een uitgelezen deelnemersveld aan de start in een wedstrijd voor de Wereldbeker Veldrijden. De Grote Prijs Datelnet is opgenomen in een klassement van zes grote internationale wedstrijden die in het seizoen 1993-1994 in zes verschillende landen wordt betwist. Op een prachtige zonnige najaarszondag komen alle bekende namen in het professionele veldrijden op een fraai parcours aan de Karpendonkse Plas aan het vertrek. De tien deelnemende landen vaardigen een selectieteam met de beste profs en amateurs af. Vooral de Belgen (met Paul Herijgers, Danny de Bie en Paul de Brauwer), de Zwitsers (met hun nationale kampioen Beat Wabel, met Beat Breu en Thomas Frischknecht) en de Tsjechen (met ex-wereldkampioen Radomir Simunek, de broers Camrda en titelhouder Radovan Fort) sturen sterke teams. Voor Nederland gaan titelhouder Henk Baars, Adrie van der Poel, Wim de Vos, Frank van Bakel, Richard Groenendaal en Martin Hendriks van start. Het tweede team van Nederland als organiserend land bestaat uit Huub Kools, Edward Kuyper, Jaap Viergever, Frank Groenendaal, Gert- Jan Bijnen en Marcel Gerritsen. Al snel neemt Paul Herijgers, de huidige co-commentator bij de veldritten die de Belgische VRT wekelijks uitzendt,  de leiding vóór de Tsjech Radomir Simunek, Danny de Bie uit België en onze landgenoten Richard Groenendaal, Frank van Bakel en Henk Baars. Laatstgenoemde rijdt lek en valt terug naar de 40e plaats, omdat hij een halve ronde met een lekke band lopend zijn weg moet vervolgen voordat hij de materiaalpost bereikt. Met een achterstand van een minuut springt de Diessenaar daar op zijn reservefiets. Richard Groenendaal, dan nog als amateur, komt ten val en keert vooraan terug. Maar dan haakt Simunek in koppositie met een pedaal achter een balk die als hindernis in het parcours is geplaatst. Groenendaal valt over hem heen, Herijgers glipt er langs, neemt 50 meter voorsprong en passeert winnend de finishlijn. Daarmee boekt de Belg na Eschenbach (Zwiterserland) dat seizoen zijn tweede opeenvolgende zege in de Wereldbeker. Simunek klopt Groenendaal, die nog op adem moet komen na zijn eerdere val, voor de tweede plaats. Op de foto van Hans van Hout is Richard Groenendaal in de achtervolging op de leiders.

 

1948-2017 Veldhoven Erelijst van de Omloop der Kempen bevat tal van grote namen

 

 Al  70 jaar is de Omloop der Kempen niet meer weg te denken uit de Nederlandse wielersport met zelfs een aantal internationale winnaars. De wedstrijd over lange afstand door de Brabantse Kempen begon in 1948 met een overwinning van Rotterdammer Arie Geluk. Vijf jaar later werd de Omloop van het predicaat ‘klassieker’ voorzien. Dat mocht ook wel, want na de Ronde van Noord-Holland is het voor amateurs de oudste Nederlandse wedstrijd over lange afstand. Een zware klus voor de renners om 200 kilometer, in de beginjaren over slecht geplaveide wegen, tot een goed einde te brengen. De lange rondrit door het Kempenland heeft in de loop der jaren prachtige winnaars opgeleverd. Renners die na het torsen van de erepalm aan het eind van de Kempense wielermiddag met een gerust hart de overstap naar de beroepsrenners konden maken. Hun namen keren in de profpelotons bij de gevierde vedetten in de Tour de France terug. Hans Dekkers (winnaar van de 2e Omloop in 1949) staat nog altijd bekend als een van de winnaars van de Tour-etappe in Bordeaux. Daar zegeviert de rappe Eindhovenaar in 1952, nadat hij zich dat jaar voor de tweede keer tot nationaal kampioen bij de beroepsrenners heeft laten kronen.

 

Meer Tourrenners

 

Daan de Groot volgt Dekkers in 1954 op als winnaar van de Omloop der Kempen. De Amsterdammer zal een jaar later grote bekendheid verwerven op een snikhete dag in de Touretappe naar Albi. De Groot moet vanwege de hitte lossen uit het peloton. Hij stapt af en haalt in een veld grote koolbladeren om zijn hoofd en hals te bedekken, slaagt erin terug te keren in het peloton en ziet zelfs kans te demarreren en na een solorit van 150 km met ruim 20 minuten voorsprong te finishen.

 Leo Duyndam  wint de Omloop der Kempen al op 19-jarige leeftijd in 1967. De Westlander wordt nog datzelfde jaar beroepsrenner en groeit al snel uit tot een gevierd renner die onder meer in 1972 de beste is in de Touretappe tussen Bordeaux en Bayonne.

 

Jo de Roo wint als hij nog maar net twintig is in 1957 de Omloop voordat hij zich vijf jaar later na tal van klassiekerzeges tot de beste renner van het internationale profpeloton laat kronen met winst in de Super Prestige Pernod, de voorloper van de huidige Wereldbeker.

 

Arie den Hartog wint de Omloop der Kempen in 1963 door Bart Zoet, Gerben Karstens en Henk Cornelisse in die volgorde achter zich te houden. Hij verdient een contract in de ploeg van vijfvoudig Tourwinnaar Jacques Anquetil en wint bij de profs onder meer Milaan-San Remo.

 

Joop Zoetemelk moet in 1968 zijn meerdere erkennen in de snelle Limburger Jan Krekels. De erelijst van de Omloop der Kempen puilt uit van winnaars die later als beroepsrenner hun mannetje hebben gestaan. Ook Leo van Vliet (1977), Ad Wijnands (1980) en Jean-Paul van Poppel (1984) zijn daar voorbeelden van.

Internationaal

 

Van de eerste buitenlandse renners die aan de start van de Omloop staan is in de jaren tachtig van de vorige eeuw de Canadees Steve Bauer de meest bekende die het later tot topprofessional zal brengen. De wedstrijd krijgt in 1990 een internationaal deelnemersveld met renners  uit Tsjecho-Slowakije, uit het toenmalige Oost-Duitsland, uit Denemarken en uit Engeland. Vanaf 1998 hebben zich buitenlandse winnaars aan de erelijst toegevoegd. De Duitser Christian Wegmann opent de rij, gevolgd door de Belgen Wim Omloop (1999) en Eric Declercq (2001). De internationale deelname spreekt ook uit winnaars als de Rus Evgeny Popov (2006), Nico Eeckhout uit België (2012), de Italiaan Eugenio Alafaci (2013) en de Australiër Luke Davison (2014). Tussendoor melden renners als Niki Terpstra (2005) en Lars Boom (2007) zich op jonge leeftijd met een zege in de Omloop als beloften voor de Nederlandse wielertoekomst.

 

1988 Oirschot Zege Huub Kools in Heras-veldrit

 

Twee jaar op rij heeft Huub Kools zich met de tweede plaats tevreden moeten stellen op het circuit van De Pedaleur in de Oirschotse Witte Bergen. Als amateur is hij er in 1985 al eens in geslaagd om in het spoor van de dan nog onverslaanbare Roland Liboton te blijven. Achter Rein Groenendaal doet hij dat nog eens over en vervolgens hoeft hij als beginnend beroepsrenner alleen Frank van Bakel  en Henk Baars voor zich te dulden. Die twee zijn in 1988 opnieuw zijn sterkste tegenstanders, maar Kools laat het publiek nu niet tot in de finale op de beslissende slag wachten. Met royale voorsprong wordt de veldrijder uit Baarle-Nassau winnaar van de Heras-cross. Vijfvoudig Oirschot-winnaar Rein Groenendaal is duidelijk niet in zijn beste doen. Na een griepperiode moet good-old Rein zich van meet af aan met een bescheiden klassering tevreden stellen. De wedstrijd wordt in de beginfase gedicteerd door het zestal Frank van Bakel, Henk Baars, zuiderbuur Paul de Brauwer, Martin Hendriks, Huub Kools en wegrenner Nico Verhoeven. De kopposities wisselen aanhoudend totdat Kools in de voorlaatste ronde zijn beslissende aanval in zet (Foto Henk van Dorenmalen) 

 

1992 Valkenswaard Adrie van der Poel nationaal kampioen veldrijden

  

Mathieu van der Poel is momenteel de sterkste veldrijder in het lopende cross seizoen 2017-2018. Hij heeft duidelijk de genen geërfd van zijn vader. In 1992 is Adrie van der Poel op het Eurocircuit in Valkenswaard de sterkste crosser op het NK veldrijden. De wedstrijd is een goed voorbeeld van het moderne veldrijden. Er wordt in Valkenswaard hard gereden en het parcours is lastig genoeg om de absoluut sterkste crossers in de spits te krijgen. Bij de wedstrijd van de profs stroomt het Eurocircuit vol publiek. Adrie van der Poel is al drie jaar achtereen nationaal kampioen geworden. Maar in de Super Prestige wedstrijd van Asper heeft hij in Huub Kools zijn meerdere moeten erkennen. Dat werkt de publieke belangstelling in de hand. Huub Kools komt een heel eind. De coureur uit Baarle-Nassau gaat een tijdje alleen voorop rijden. Hij waagt zijn kans als Frank van Bakel (de crosser uit Deurne is vanuit het vertrek gedemarreerd) is terug gepakt. Maar ook Kools moet het antwoord schuldig blijven als Van der Poel halfkoers zijn aanval plaatst. Hij rijdt steeds verder weg bij het achtervolgende trio Kools, Baars en Van Bakel. Achter die drie rijden Martin Hendriks, Rein Groenendaal en de verrassend voor de dag komende Marc van Orsouw. Uiteindelijk legt Adrie van der Poel op zijn vierde titel beslag, Huub Kools pakt het zilver en Henk Baars wint brons. Voor bondscoach Hennie Stamsnijder wordt het lastig om te bepalen wie naar het WK in Leeds mag. Van Bakel is al aangewezen. De eerste twee van het NK maken een goede kans, Baars heeft zich dit seizoen voor het eerst goed gemanifesteerd en ook Hendriks mag zich nog niet kansloos achten na regelmatige prestaties in de Super Prestige crossen. Stamsnijder maakt zijn keuze na de cross in Wetzikon en bepaalt dan dat Van der Poel en Van Bakel gezelschap krijgen van Hendriks en Kools die in Zwitserland als 4e en 5e eindigen. In de Engelse WK cross zal de Duitser Mike Kluge verrassend op de regenboogtrui beslag leggen. Op de foto op het Valkenswaardse Eurocircuit leidt de lopende Van der Poel voor Hendriks en Baars op de fiets (Fotopersbureau Het Zuiden)

 

 

1968 Budel-Schoot Ger Maurix boekt eerste amateurzege in Jan van Erp ploeg 

 

‘Ronde van Budel-Schoot voor sterke Ger Maurix’ kopt een krant in mei 1968. De dan 21-jarige renner uit Den Dungen is op 25 kilometer voor het einde van de 100 kilometer koers in de aanval gegaan. Zijn FabAr Jan van Erp ploeggenoten Willy Jacobs uit Best en Rens Vreeburg uit Veghel alsook Helmonder Cor Vriens sluiten zich bij hem aan. Samen bouwen zij een flinke voorsprong op die met de finish in zicht snel terug loopt. De vier voorop blijven de naaste achtervolgers op de eindstreep welgeteld zeven seconden voor.

 

Als Ger Maurix in de aanval gaat sluiten Willy Jacobs, Veldhovenaar Frans Kees en Johan van der Weijden uit Nieuwkoop zich bij hem aan. Door een schuiver wordt Kees uitgeschakeld en raakt ook Van der Wijden op achterstand. Ook Rens Vreeburg, Cor Vriens en Evert Diepenveen proberen de sprong naar voren te maken. De eerste twee slagen daarin, maar de Bilthovenaar valt terug in het peloton waaruit nog enkele renners zich weten af te scheiden. Die weten de vier overgebleven leiders niet meer te achterhalen. In de finishstraat laat het Van Erp trio zich niet door Cor Vriens verrassen. Met royale voorsprong boekt Ger Maurix zijn eerste zege bij de amateurs.

 

De uitslag: 1 Ger Maurix (Den Dungen) 100 km in 2.20.05 u., 2 Wil Jacobs (Best), 3 Rens Vreeburg (Veghel), 4 Cor Vriens (Helmond), 5 op 7 sec. Jan Schaap (Eindhoven), 6 Klaas Koot (Valkenswaard), 7 Leo van Dam (Eindhoven), 8 J. van der Voort (Poeldijk), 9 op 10 sec. Frans Aalders (Lieshout), 10 op 15 sec. Jan van de Berg (Eindhoven), 11 Tonnie Mansvelders (Eindhoven), 12 op 22 sec. Johan van der Wijden (Nieuwkoop), 13 Johan Westerweele (Sint Anna ter Muiden), 14 Sjef van Riet (Valkenswaard), 15 Gerard Wesselius (Oude Wetering), 16 Frans Otten (Eindhoven), 17 Joop Glas (Eindhoven), 18 Wim Snijders (Amsterdam), 19 Evert Diepenveen (Bilthoven), 20 Tony Gruyters (Stiphout).

 

2017 Luyksgestel Oud-medeorganisator van jaarlijkse kermisronde Jan Rombouts overleden 

 

Jan Rombouts, later een van de oprichters van Tour Wielerclub De Grensrijders, is een van de eerste deelnemers aan de wedstrijd 'In 't Hemd'. De Flandria racefiets met houten velgen waar hij hier op rijdt is even oud als de 86-jarige Luyksgestelnaar zelf. In eigen dorp staat Rombouts in de jaren 50 aan de start met een Batavus die hij van spatborden heeft voorzien en tot op hoge leeftijd nog dagelijks gebruikt (Foto Theo van Sambeek)

 

Jan Rombouts, een van de oudgedienden in de organisatie van de Luyksgestelse kermiskoers ‘In ’t Hemd’ is maandag op 86-jarige leeftijd overleden. Enkele jaren geleden, toen ik hem bezocht voor een interview in de Trompetter Kempen, vertelde hij nog honderd uit over de begintijd van de wielerronde in zijn dorp. ”Ik ben altijd een fanatiek renner geweest. Ik heb van jongs af aan veel gefietst. Toen ik 19 was startte ik in de eerste ronde ‘In ’t Hemd’, zoals de grote Ronde van Luyksgestel die 75 jaar geleden door het Neereind en het Boseind ging toen heette. Jan van Eijndhoven, de voorzitter van het wielercomité , ook wel Jean Goddet genoemd (daarmee verwijzend naar oud-Tour de France baas Jacques Goddet, PG) gebruikte in plaats van een startpistool een grote papieren buil. Hij blies die op en liet hem klappen. Dat was het startschot. In die eerste Ronde reden ook onder andere Martien Hendricks, Kees Krijnen, Nico Tils, Jan van Ham en Theo Peels mee.” De grote belangstelling van Jan Rombouts voor de wielersport leidde er bij hem toe dat hij in 1974 met Jan Hendricks, Jan Winters, Fons van Hoof en Harrie Verhagen Tour Wielerclub ‘De Grensrijders’ oprichtte. Jan Hendricks werd voorzitter en Jan van Eijndhoven werd tot ere-voorzitter benoemd vanwege zijn verdiensten voor het wielrennen in Luyksgestel. Nog een leuke anekdote uit de beginjaren van de Luyksgestelse wielerronde uit de mond van Rombouts: “In die tijd reden dames hier een voorwedstrijd. Aan de start stonden voor het merendeel rensters uit België. Een van hen viel en moest daardoor de wedstrijd staken. Ze kreeg toch een prijs. Later kreeg de voorzitter van haar een bedankkaart die was geadresseerd aan ‘Jean Goddet, Luyksgestel, Holland’. Jan was alom zo bekend, ook onder de bijnaam Jan de Rijks, dat die kaart via de post toch goed bij hem aan kwam. We zijn toen met het bestuur nog bij die renster in Heist op den Berg op bezoek geweest.” 

 

Aan de wedstrijd ‘In ’t Hemd’ mocht meer dan een halve eeuw geleden alleen worden deelgenomen door 16-jarigen en ouder die geen wedstrijdvergunning hadden van welke wielerbond dan ook. Later werd de wedstrijd omgedoopt tot ‘Stormloop van het Zuiden’ met deelname van amateurrenners die wel op lichtere fietsen mochten rijden mits er maar geen derailleur op zat. Jaarlijks trok de wedstrijd duizenden kijkers die vol belangstelling zagenn hoe de renners zich inspanden voor de verdeling van de stortvloed aan premies en prijzen. Wat ooit in Luyksgestel begon met het verzoek van een paar dorpsjongens die net van school af waren om met de kermis ‘unne koers’ te gaan houden, liep bijna uit de hand. ‘In ’t Hemd’ werd een voorwedstrijd van de grote ‘Stormloop’. De wielersportliefhebbers, actief dan wel passief, namen jaarlijks op de kermismaandag van Luyksgestel een snipperdag om de coureurs aan het werk te zien. Jan Rombouts kon smakelijk verhalen van die begintijd van de kermisronde in zijn dorp die sindsdien tot een van de bekendste wielercriteriums van het land is uitgegroeid. 

ca. 1950 VELDHOVEN

 

Een plaatje uit de oude doos. De kopgroep in de Omloop der Kempen kiest de best gebaande weg, in dit geval het fietspad naast de hoger gelegen rijweg in Veldhoven. Een valhelm is nog niet verplicht en de bidons met drinken zitten nog voorop het stuur van de coureurs. Op de achtergrond een begeleidende motoragent.

Ruim 400 foto's, waarvan het merendeel in full color, sieren het boek Wielerspiegel van de Kempen deel 2 dat nog steeds in de boekhandel verkrijgbaar is. Van alle Kempendorpen waar ooit de wielersport werd beoefend is de historie beschreven met een rijk arsenaal aan foto's. De prijs van het boek bedraagt € 15,=. Zo lang de voorraad strekt is ook Wielerspiegel van de Kempen deel 1 nog verkrijgbaar voor de prijs van € 20,=. Een combinatieset van de twee delen kost € 25,=. Wielerspiegel van de Kempen ligt in diverse boekhandels, VVV-kantoren en rijwielzaken in de Kempen.

 

Meer informatie of direct bestellen? U kunt hiervoor rechtstreeks contact opnemen met Piet Gijsbers: bel 06-22595026. Zie ook www.wielerspiegel.wordpress.com.

 

 

1946 EINDHOVEN

 

 Vier deelnemers aan de fakkelrit Bayeux-Eindhoven in 1946. Na de oorlog is het de eerste keer dat de fakkelestafette vanuit Normandië plaatsvindt. Het bevrijdingsvuur wordt vanaf de Franse invasiekust via de bevrijdingsroute van de geallieerden naar de Nederlandse Lichtstad gebracht. De renner geheel links is Kees Koot. Helemaal rechts staat Jan de Turck.

 

 

1949 BLADEL 

 

Op de Neterselseweg in Bladel zijn in de jaren na de oorlog in het voorjaar op zondagmorgen geregeld trainingswedstrijden. Renners van Het Snelle Wiel (Bladel), Trap Met Lust (Geldrop), De Gouden Leeuw (Son), Tempo  (Veldhoven) en Juliana (Aalst) treffen elkaar in twee wedstrijdcategorieën. Nieuwelingen (17- en 18-jarigen) en Amateurs (vanaf 19-jarige leeftijd) komen aan de start op de keiweg naar Netersel. De start is bij de boerderij van Fiers. In Netersel is het keerpunt en rijden de renners over dezelfde weg terug naar Bladel. Het is in het jaar dat de eerste editie van de Acht van Bladel (in 2013 in het weekend van 21 t/m 23 juni) wordt verreden. In de begintijd heet die nieuwelingenkoers nog Grote Ronde van Bladel.

 

Op de foto twee deelnemers aan de trainingsritten in 1949: Kees Kraayvanger (rechts) en Fons Roijmans, beiden uit Bladel. Over publiek hebben zij niet te klagen: van links naar rechts Henk van Hoof, op de achtergrond staat Jan Küper, daarvoor Liesje Dirks en Jannie Kraayvanger. Tussen de renners  is Ad Lavrijsen zichtbaar, verder Piet Schoofs en enkele kinderen Wouters van het gezin dat later naar Australië zal emigreren.

 

1952 VALKENSWAARD

 

Bij de nieuwelingen doet zich in 1952 aan het eind van de Ronde van Valkenswaard het merkwaardige feit voor dat de eerst aankomende renner wordt gediskwalificeerd. Derks (Geldrop) is binnendoor gereden. De uitslag: 1. J. Wolfs (Eindhoven), 2 H. v. d. Linden (Helmond), 3 J. van Nispen (Sint Willebrord), 4 F. Filipini (Eindhoven), 5 D. Ceelen (Helmond), 6 A. Gietman (Roosendaal), 7 W. Vriens (Eindhoven), 8 P. de Man (Veghel), 9 C. Schenkelaars (Eindhoven), 10 A. Sebregts (Eindhoven). 

Op de foto de nummers 1 en 2 bij de nieuwelingen: links Jan Wolfs, rechts Hein van der Linden.

 

 

1958 LUYKSGESTEL 

De kermisronde van Luyksgestel is al veel jaren lang een begrip in de Kempen. Uit het krantenverslag van 1958 blijkt dat de reglementen van de koers  onverbiddelijk gehanteerd worden. “Het tumult rondom deze toer was grandioos,” aldus de verslaggever. “Een kleine tienduizend toeschouwers stonden langs het parcours en 76 deelnemers verschenen er aan de start. Niet zonder meer overigens, want tevoren hadden commissie- en juryleden ijverig gecontroleerd of geen der deelnemers wat de reglementen betreft buiten zijn boekje was gegaan. Op het laatste moment moesten nog enkele renners wielen wisselen of van stuur veranderen. Als een heuse Jacques Goddet reed Jan van Eijndhoven in een slee van een wagen de ronde vooraf, gevolgd door een geluidswagen die onophoudelijk de stand van zaken in het rennersveld aan de toeschouwers bekend maakte.” Dat jaar gaat de prijs voor de strijdlust naar Laurens Coppens uit Valkenswaard die meer dan een uur met twee minuten voorsprong voorop rijdt. Uiteindelijk mag Bart Bogers uit Zeelst met de bloemen de ereronde rijden. 

1959 HILVARENBEEK 

In 1959 is Dick Groeneweg de snelste renner in de Beekse Omloop. De renner uit Numansdorp is de snelste van een vluchtgroep van negen man die zich in de finale van de najaarskoers op 11 oktober in Hilvarenbeek voorgoed voorop hebben gewerkt. Op de eindstreep klopt Groeneweg de Noord-Hollander Matthé Pronk en Jo van de Wetering uit Heesch. De winnaar is een van de talentvolle coureurs  van de Zuid-Hollandse eilanden in die periode. Een jaar later kroont hij zich tot Nederlands wegkampioen bij de amateurs. Vanaf 1961 tot en met 1966 rijdt hij als prof onder meer een paar seizoenen in de welbekende Televizier ploeg. In 1963 wordt Groeneweg tweede in het nationaal wegkampioenschap achter Peter Post (Foto courtesy Piet Kessels). 

De uitslag in Hilvarenbeek: 1. Dick Groeneweg (Numansdorp) 100 km in 2.31.15, 2 Matthé Pronk (Warmenhuizen), 3 Jo van de Wetering (Heesch), 4 Jan van Pelt (Eindhoven), 5 H. Schenk (Zaandam), 6. Gerard Lentelink (Ambt-Delden), 7. B. Lute (Rotterdam), 8 C. van Leeuwen (Gouda), 9 Wim Dieperink (Barchem), 10 Martin van der Lee (Drunen).  

De nieuwelingen rijden eerder op de dag al in Hilvarenbeek met als uitslag: 1 J. Verburg (Kortgene), 2 L. Matthé (Roermond), 3 J. Stam (Rotterdam), 4 B. Franssen (Ubachsberg), 5 Wim Jellema (Eindhoven), 6 A. Stefanie (Herten), 7 Geert Smulders (Gerwen), 8 G. Verheijen (Oploo), 9 J. Ottenbros (Alkmaar), 10 Leo van Dongen (Made). 

 

1962 BEST 

 

Op 8 november 1960 wordt in Best de R.K. wielervereniging Kolonel Cole opgericht. De naam van de nieuwe vereniging is een hommage aan een in Best tijdens de oorlogsdagen gesneuvelde legerofficier van de Amerikaanse Airborne Divisie.  Bij de eerste renners van Kolonel Cole behoren Toon Vlassak, de broers Ger en Wil Jacobs, Wil van de Made, Jo Gerstman, Hennie Peels, Gijs Rooyakkers, Henk Das en Tiny van Aarle. In 1961 wordt de eerste Ronde van Best georganiseerd op een parcours van 800 meter dat 100 keer moet worden afgelegd. In een gezamenlijke wedstrijd waarin zowel nieuwelingen als amateurs met een vast verzet, dus zonder derailleur, van start gaan wint Jan Pieterse (Oude Tonge) met kleine voorsprong op de twee plaatselijke coureurs Toon Vlassak en Wim (Sam) van der Made die met Cor Vriens (Helmond) en Piet Buuts (Keldonk) de kopgroep vormen. Wil Jacobs, ook uit Best, wint zijn thuiswedstrijd bij de adspiranten. Diezelfde Wil Jacobs rijdt hier op de Sonseweg voorop tijdens de clubkampioenschappen van Kolonel Cole in 1962. 

 

1962 LUYKSGESTEL

 

De Stormloop van het Zuiden geniet in de jaren zestig grote bekendheid in Brabant. Limburg en over de grens in België. De wedstrijd in Luyksgestel houdt veel publiek gevangen in de bermen langs het parcours van 7,5 kilometer. Vijftien ronden krijgen de 118 deelnemers in 1962 voor de wielen. Het krantenbericht in het Eindhovens Dagblad beschrijft de finale van de koers. "In de dertiende omloop is de tijd gekomen voor Toon Wouters uit Zeelst. Zijn poging is maar een kort leven beschoren. In de voorlaatste ronde is zijn voorsprong op Fons van Heel (nog een junior!), Gerrit Vossen en Gerard Smulders geslonken tot een kwart minuut en dat is niet voldoende. Smulders uit Gerwen die zorgvuldig zijn krachten heeft verdeeld, laat in de slotfase zijn tegenstanders ver achter zich. Hij steekt zijn handen triomfantelijk door de gele trui en wordt door Miss Luyksgestel Frieda Heesters voor zijn prestatie met een waardige zoen beloond." Bij gebrek aan een foto van de winnaar van destijds hierbij een finishfoto die me is toegekomen via Wim Jellema, leeftijdgenoot van de winnaar in Luyksgestel. Het is een opname van de nieuwelingenkoers die in 1959 tijdens de nationale clubkampioenschappen van de profs en amateurs in Wijk bij Duurstede wordt verreden. De renner geheel rechts is Geert Smulders, de coureur in het lichte shirt is Wim Jellema (Eindhoven) die evenals de man voor hem zijn arm opsteekt om toch maar zeker door de mensen op het juryverhoog te worden opgemerkt. 

 

De uitslag in Luyksgestel 1962: 1 G. Smulders (Gerwen), 2 F. van Heel (Echt), 3 A. Wouters (Zeelst), 4 G. Vossen (Someren), 5 T. Rutiens, 6 G. Evers, 7 P. van Pol, 8 Jo van Seggelen, 9 Vrijs (België), 10 Hoofwijk.

 

1964 ZEELST 

In de jaren zestig is Zeelst een warm wielernest voor renners uit de Kempen van de zuidelijke bond RKNWB. Het zijn hoogtijdagen voor de in 1958 opgerichte Toer- en Wielerclub Brabantia. Onder meer Sjef van der Heijden (Netersel), Leo Kuypers (Zeelst), Mari Willems (d’Ekker), Gradje Raymakers (Meerveldhoven) en Ferry Boogers, Henk van Rooy en Bart Boogers (alle drie uit Zeelst) boeken al eind jaren vijftig menig succes. Henk van der Linden wordt in 1961 in Soerendonk Brabants kampioen. Zeelstenaar Paul Dekkers wint de Nacht van Zeelst in 1962 voor zijn thuispubliek en Johan van de Nieuwenhuijzen (Eindhoven) wordt provinciaal aspirantenkampioen in Eersel. Een jaar later eindigt de Nacht in een dubbel succes voor Brabantia met overwinningen voor junior Johan van de Nieuwenhuijzen en amateur Henk Thijssen (Zeelst) die de semi-klassieker in zijn woonplaats op zijn naam schrijft. In dat eerste lustrumjaar 1963 organiseert Brabantia ook de Kempenronde, een wegwedstrijd die het hele Kempengebied doorkruist met Ton Rooyakkers (Baarlo) als winnaar en Jan van der Linden (Zeelst) op het derde trapje van het podium. Het kan dat jaar niet op, want Brabantiaan Mari Willems (Veldhoven/d'Ekker) wordt in Someren-Eind provinciaal amateurkampioen. En bij de clubkampioenschappen van de RKNWB in Weebosch rijdt een Brabantia-team achter wielerclub Neer naar de tweede plaats. In die beginjaren van de club uit Zeelst worden twee autobussen ingezet om de renners met hun supporters naar de wedstrijden in Limburg te brengen. Een van de touringcars is voorzien van een grote imperiaal op het dak om de racefietsen te vervoeren. Die moet een keer onderweg van het dak worden gehaald om onder een viaduct door te kunnen. Busondernemer Van Gerwen rijdt vanaf dan met een grote aanhangwagen achter de bus naar Limburg. Op de foto poseert een clubteam in 1964 met van links naar rechts Jan Somers (Veldhoven), Hans Kusters (Zeelst), Johan van de Nieuwenhuijzen (Eindhoven), Henk van der Linden (Zeelst), Henk van Glabbeek (Zeelst) en Jan Moeskops (Reusel).  

 

1967 BEST 

 Cas Vulders (Sint Oedenrode) brengt zijn kameraad, de Schijndelse tegelhandelaar Jan van Erp op een avond in 1966 op het idee een wielerploeg te beginnen. Het plan wordt verder uitgewerkt en Van Erp laat de merknaam Fabar Keukens op de shirts drukken van de vijf renners die onder leiding van kameraad Cas in 1967 de weg op gaan. Er worden publiciteitsfoto's gemaakt waarvan er hier een te zien is. Toon van der Aa (Den Dungen) krijgt een gefakete douche onder de waterpomp terwijl ploegleider Cas Vulders,  Toon Vlassak (Best), Wil Jacobs (Best), Coen Plieger (Lexmond) en de zittende Toon van Heertum (Sint Oedenrode) lachend toekijken. De Jan van Erp ploeg zal in de jaren die volgen uitgroeien tot een van Nederlands sterkste amateur merkenteams. Vanaf 1967 gaat Eindhovenaar Jan Gisbers zich bezig houden met de rennerscontracten en het programma van de ploeg in de opvallende paarse shirts. Renners als André Gevers (wereldkampioen in 1975), Bert Oosterbosch, Guus Bierings en Bart van Est (wereldkampioen ploegentijdrit 1978), Adrie van der Poel, Henk Lubberding, Gerrit Solleveld, Gerrie van Gerwen en Jan Raas maken deel uit van het succesvolle amateurteam. 

1968 Budel-Schoot

 

Een sprintduel in de Ronde van Budel-Schoot 1968 met Joop Glas (met witte helm) en een onbekende renner. De Eindhovenaar denkt dat hij hier duelleert met Adrie Versluis (Ameide), maar dat is moeilijk te zien vanwege de over het stuur gebogen hoofden van de renners. Achter het voluit sprintende duo steekt Gerrie van Gerwen (Mierlo) een arm in de hoogte. In het witte shirt finisht Tonnie Gruijters (Stiphout). De Ronde van Budel-Schoot wordt in de jaren 1965 tot met 1969 verreden met adspiranten, nieuwelingen en amateurs. In 1966 rijden er ook dames met winnares Keetie Hage (Sint Maartensdijk), in 1969 is er tevens een wedstrijd voor beroepsrenners met Jan Harings (Sibbe) als winnaar.

1979 VELDHOVEN 

 

De renners van TWC Tempo presenteren zich in het voorjaar van 1979 voor het nieuwe Bondsgebouw in de Veldhovense Rapportstraat. Van links naar rechts staand: Peter van Dingenen (Eindhoven), Eduard Wijnen (Eersel), NN,  Gerard van der Meeren (Veldhoven), NN, Gerrit Simons (Veldhoven), Jos Theunissen (Dommelen), Ger van Dooren (Eersel),  Bennie Kruizinga (Eindhoven), Toon Adams (Eersel), Frank Verspaandonk (Veldhoven), Bert Kreiermaat (Veldhoven), broer van oud- Feijenoord middenvelder Reinier (Beertje) K.,  Walter Theeuws Bergeijk), Hans Roosen (Veldhoven), Henny Donkers (Veldhoven), Presley Bergen (Duizel), Henk Jansen (Duizel) en Henk Wintermans (Steensel); gehurkt van links naar rechts Wil van Doren (Veldhoven), René Donkers (Veldhoven), NN, Hans Bierens (Duizel), Hans Willekens (Steensel), NN en Gerry van Helmont (Veldhoven).

 

 

 

Wie kan de vier tot nu toe voor mij onbekende renners benoemen? Graag reactie via e-mail pietenroos@chello.nl of tel 0622595026.

1979 Best 

 

In de jaren 70 en 80 is Best een bedrijvig wielerdorp. Bij wielervereniging Kolonel Cole wordt eind jaren 70 met nieuw elan de schouders gezet onder de jeugdafdeling. Dat resulteert in een toename van het aantal wedstrijdlicentiehouders. In 1982 rijdt een twintigtal jeugdrennertjes in rode clubshirts met gele opdruk hun wedstrijdjes in het Zuid-Oost Brabantse wielerdistrict. Meer dan tien jaar hanteert Jan van Nunen de voorzittershamer met de nadruk op de jeugd in zijn vereniging. Op een door de club georganiseerd jeugdtoernooi in 1983 komt de van zware verwondingen herstellende Gerrie Knetemann de prijzen uitreiken.

 

Organisatorisch blijft Kolonel Cole aan de weg timmeren. Enkele jaren achtereen worden de districtskampioenschappen van Brabant Zuid-Oost in Best verreden met als amateurwinnaars vanaf 1985 Kees Evers (Goirle), Patrick Coone (Eindhoven) en Arno van Hattem (Best). Bij het 25-jarig bestaansfeest in 1985 tekent de vereniging in het pinksterweekend naast de districtskampioenschappen Brabant Zuid-Oost voor de organisatie van een groot landelijk jeugdtoernooi. Bovendien is Best een week later, op 1 juni, finishplaats van de Olympia Tour etappe vanuit Mill. Ragner Martens (Haarlem) klopt Rob Harmeling (Nijverdal) en Michel Cornelisse (Amsterdam) voor de ritzege. Een jaar later is de eindstreep voor de renners in Nederlands grootste etappekoers voor amateurs, weer op 1 juni, zelfs in het klompendorp getrokken na de slotetappe vanuit Hulsberg. Nu wint Haarlemmer Erwin Martens de etappe vóór Herman Reesink (Stokkum) en de Rus Guitataz Oemaras. Bernd Dittert wordt in Best als eindwinnaar gehuldigd. En nadat de rondekaravaan op 29 mei 1987 vanuit Wouw in Best finisht met etappewinst voor diezelfde Oostduitser, die onze landgenoten Angel Polvorosa en Eddy Schurer achter zich houdt, wordt ter plaatse ook nog een individuele tijdrit verreden. Eddy Schurer uit Bakkeveen zet de snelste tijd neer vóór de Oostduitsers Steffen Blochwitz en Bernt Dittert. Het zijn hoogtijdagen voor de wielersport in Best. Op de foto van Wim Jellema staan de renners in Best klaar voor de start tijdens de jaarlijkse Ronde van het klompendorp.

1987 Diessen/Casteren

 

Drie dagen lang wordt in mei 1987 door 120 rensters uit negen landen strijd geleverd in de zesde Omloop van 't Molenheike met start en finish in Diessen. Mieke Havik wordt eindwinnares in de klassieker van de Diessense wielervereniging. De renster uit Monnickendam legt de basis voor de eindzege in de eerste etappe met de overwinning van de Nederlandse A-selectieploeg in de ploegentijdrit over een afstand van 40 kilometer. Havik, sinds de eerste Tour de France voor vrouwen onze nationale wielerambassadrice, zegeviert met kleine voorsprong op het peloton op de tweede dag in de rit door het Kempenland. Op de slotdag verdedigt ze haar leiderspositie met verve in de laatste twee etappes die worden gewonnen door Monique Knol en Petra de Bruin. Op de foto gaat Monique Knol aan de leiding van het peloton in de tweede etappe bij het uitrijden van Casteren. Geheel links klassementsleidster Mieke Havik (Foto Fred van Laarhoven)  

1988 Reusel

 

Jarenlang organiseert RWC Reusel, eerst in het voorjaar en vervolgens met pinksteren, een wielerronde waarin ook voor dames een wedstrijd in het programma wordt opgenomen. In 1973 is de eerste winst voor Wil Kwantes (Zaandam). In de twee volgende jaren neemt Keetie Hage de bloemen voor de winnares mee naar het Zeeuwse Sint Maartensdijk. Aan de lijst met winnaressen worden later Corrie Verhoeven (Berkel-Enschot), Coby van de Broek (Soest), Petra de Bruin (Langeraar, in 1983 èn in 1984), Eria Oomen (Schijndel), Mieke Havik (Soest) en Gonnie van Koert (Nieuwkoop)  toegevoegd. In 1988 wordt de erelijst tijdens de pinksterdagen afgesloten met Heleen Hage (Sint Maartensdijk) die Monique de Bruin (Hoogland) voor de zege aftroeft.

 

Heleen Hage is de jongere zus van meervoudig wereldkampioene Keetie en de eveneens goed voor de dag komende Bella. In tegenstelling tot haar zussen kan Heleen goed bergop rijden en bewijst dat onder meer met vier etappezeges in de Tour Féminine, de Ronde van Frankrijk voor vrouwen. In 1984 wordt ze tweede in het eindklassement van de Tour. Ze behaalt de nationale wegtitel bij de vrouwen in 1986 en eindigt in 1987 als tweede op het wereldkampioenschap. In het jaar dat ze in Reusel zegeviert doet ze mee aan de Olympische Spelen van Seoel waar ze als 19e finisht.