2004 BERGEIJK

Thomas Dekker Nederlands kampioen tijdrijden

 

Thomas Dekker was een maatje te groot voor Joost Posthuma (links) en Bart Voskamp (foto Theo van Sambeek)

 

De superlatieven voor Thomas Dekker kenden in Bergeijk geen grenzen. Waar moet dat heen met de Noord-Hollander die al op 19-jarige leeftijd al zijn tegenstanders, professionals incluis, naar huis rijdt? Het supertalent uit de Rabobankploeg liet iedereen versteld staan van zijn kwaliteiten in het tijdrijden. Als neo-amateur ging hij, met dispensatie, de uitdaging aan om zich op het NK met de professionals te meten. Na een man-tegen-man strijd met de klok liet hij de teller na 55 kilometer stilstaan op een gemiddelde van 47,3 kilometer per uur. Het was de apotheose van een schitterende wedstrijddag, vakkundig in elkaar gezet en begeleid door de mensen van de Stichting Wielercomité Bergeijk.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Op een zonovergoten parcours dat de renners en rensters over de ruilverkavelingwegen van Bergeijk, Luyksgestel en een stukje Eersels grondgebied voerde werd door zeven wedstrijdcategorieën verwoed om de rood-wit-blauwe kampioenstruien gestreden. In de aanvangswedstrijd liet Boy van Poppel zien dat hij over heel andere kwaliteiten dan zijn vader, de eertijds grote sprinter, beschikt. De nieuweling uit Moergestel greep de eerste titel. Nieuweling-meisje Maxime Groenewegen uit Amsterdam en junior-dame Ellen van Dijk uit Harmelen die gedoodverfde favorieten als Roxane Knetemann (de dochter van) en Marianne Vos achter zich hield, hoorden eveneens het Wilhelmus voor zich spelen. Op het verlengde parcours door de Pielis troefde Löwik/Tegeltoko belofte Thom van Dulmen uit Didam vervolgens een vijftal Rabo-espoirs af en waren Robert Gesink uit Varsseveld bij de junioren en Mirjam Melchers uit Moergestel bij de vrouwen de sterksten van de dag in het alleen rijden. Melchers had daarbij de meevaller dat haar grootste concurrente Loes Gunnewijk in het secondenspel tegen het einde met een lekke band geconfronteerd werd. ‘Tijdrijden is niet echt leuk,’ gaf de vriendin van Jean-Paul van Poppel na de finish als commentaar. Al was zij uiteraard in haar nopjes met de veroverde titel, haar tweede na ook al in januari nationaal kampioene veldrijden te zijn geworden.

 

Sfeervol

 

In de titelstrijd van de eliterenners, over een dubbel zo lange afstand als die van de junioren en de vrouwen, legden vanaf tien voor zes dertig coureurs hun krachten bloot. De terrassen in het centrum van Bergeijk waren inmiddels volgestroomd. De sfeervolle entourage met zoveel publiek langs de lijn gaf de renners extra impulsen. Bij de tijdmetingen onderweg was het opvallend dat juist twee van de jongste deelnemers zich opperbest weerden in de strijd tegen de klok. Joost Posthuma uit Hengelo, die drie weken geleden op 23-jarige leeftijd de opstap naar de hoogste ploeg van Rabobank maakte, had een week eerder pas zijn eerste echte profkoers gereden in de Ronde van Duitsland. Die etappewedstrijd bleek hem goed te hebben gedaan. Lang streed hij met routinier Bart Voskamp (35) een secondespel dat hij uiteindelijk in zijn voordeel besliste. Van nog grotere klasse getuigde de prestatie van Thomas Dekker. Mensen die ingewijd zijn in de wielersport hebben zelden een zo groot talent gezien. De 71-jarige Piet Smolders, op jonge leeftijd een van de eerste winnaars van de ‘Acht van Bladel’ en tijdens het NK Tijdrijden bij de organisatie te gast, ziet Nederland de komende jaren met de jonge Noord-Hollander hoog gaan scoren. ‘Ik volg het wielrennen al vanaf vlak na de oorlog. Zo’n groot talent heb ik nog niet gezien,’ aldus de Bladelnaar.

 

Gestelse koffietafel

 

Als vijfde laatste in de rij starters achterhaalde Thomas Dekker in de eerste grote ronde van 27 kilometer de een minuut voor hem gestarte Russell van Hout. Die Nederlander van Australische afkomst beëindigde dit jaar in de Giro d’Italia de grote tijdrit als achtste. ‘Even ben ik op aangeven van mijn ploegleider Piet Kuys achter Van Hout blijven rijden. Toen heb ik twee tandjes bij gestoken en ben ik erop en erover gegaan,’ zei de jongeling uit Dirkshorn bij de huldiging op het erepodium alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. Heel rustig liet Dekker onze nationale hymne over zich heen komen. Des te uitbundiger vierde zijn vader het succes. Of die een verklaring had voor de krachtsexplosies van zijn zoon? ‘Thomas slaapt als hij thuis is altijd de klok rond.’ Luyksgestelse Kees Sengers kon die verklaring beamen: ‘In Olympia’s Tour heb ik Thomas aangeboden om al een dag voor de tijdrit het parcours te komen verkennen. We hebben hem met een echte Brabantse koffietafel ontvangen. Hij heeft met Dirk Bellemakers de route verkend en is om half elf naar bed gegaan. Pas ‘s morgens om half elf kwam hij weer beneden, heeft wat gegeten, nogmaals het parcours gereden, en ‘s middags ook nog een paar uur op bed gelegen.'

 

De komende maand wil de nieuwe nationale kampioen het wat rustiger aan doen. Al zal hij wel nogmaals naar Luyksgestel komen voor de jaarlijkse kermisronde. En als het aan hemzelf ligt, richt hij zich daarna op het WK voor beloften in Verona. ‘Dat is mijn laatste kans op een wereldtitel bij de neo-amateurs. Volgend seizoen ga ik bij de profs rijden.’ De Olympische Spelen laat Dekker liever aan zich voorbij gaan, zodat hij de maand juli een beetje als vakantiemaand kan beschouwen. Al denkt bondscoach Knetemann daar met het oog op Athene wat anders over.

 

De uitslagen in Bergeijk:

 

Nieuwelingen: 1 Boy van Poppel Moergestel 15 km in 19.50, 2 Maurice Vrijmoed Rijswijk 19.59, 3 Martijn Keizer Muntendam 20.00, 18 Ralf Verhoeven Bergeijk 20.52.

 

Nieuwelingen-meisjes: 1 Maxime Groenewegen Amsterdam 15 km in 21.13, 2 Amanda Bogaards De Lier 21.36, 3 Elise van Hage Noordwijkerhout 22.05.

 

Junior-vrouwen: 1 Ellen van Dijk Harmelen 15 km in 20.50, 2 Roxane Knetemann Krommenie 20.56, 3 Marianne Vos Wijk en Aalburg 21.18.

 

Junioren: 1 Robert Gesink Varsseveld 28 km in 36.26, 2 Sven Kramer Oudeschoot 36.41, 3 Thijs van Amerongen Vorden 37.11.

 

Beloften: 1 Thom van Dulmen Didam 31 km in 38.27, 2 Michiel Elijzen Ede 38.37, 3 Mathieu Heijboer Maastricht 38.49, 4 Kai Reus Winkel 38.53, 5 Marc de Maar Assen 38.55, 14 Dirk Bellemakers Luyksgestel 39.54, 21 Jos van Veldhoven Dommelen 40.28.

 

Elite-vrouwen: 1 Mirjan Melchers Moergestel 28 km in 37.46, 2 Loes Gunnewijk Rekken 38.27, 3 Loes Markerink Raalte 39.52, 4 Vera Koedooder Bovenkarspel 40.07, 5 Minke van Dongen Dongen 40.09.

 

Elite-mannen: 1 Thomas Dekker Dirkshorn 55 km in 1.09,45; 2 Joost Posthuma Hengelo 1.11,00; 3 Bart Voskamp Zetten 1.11,21; 4 Russell van Hout Australië 1.11,33; 5 Jan van Velzen Zoetermeer 1.11.48.

1932 Wielrennen in Bergeijk al van voor de oorlog

 

Bij de foto:

Al in 1932 werd in Bergeijk een houten wielerbaan geopend. Burgemeestersvrouw Klardie knipt het lint door. Achter haar van links naar rechts Willem Lommers, Janus van der Horst (Eindhoven, consul NWU), Kees van Poppel, burgemeester Klardie, baanbouwer van den Eynde, Dorus Donkers, jurylid Hein Bouillart, de moeder van dokter A.P.A. Hoynck van Papendrecht en Piet Verhees met aan de hand zijn zoontje Charles (Collectie Heemkundekring Bergeijk)

 

In de Kempische wielersport is Bergeijk al sinds de vooroorlogse jaren een toonaangevend dorp. De 90-jarige Pierre Verhoeven vertelt me daar in 2010 smakelijk over. “De wielersport leefde hier al volop in 1935. Kees van Poppel-Toonders, de smid van ’t Loo, reed iedere 14 dagen met een bus van Valkenswaard uit naar Antwerpen. Voor 35 cent per man kon je mee. In het sportpaleis in Deurne kon je naar de koppelwedstrijden kijken waarin Pijnenburg-Wals, Charley-De Neef, en andere koppels reden die allemaal beroeps waren. Als die koppelwedstrijden om half elf afgelopen waren, bracht Kees van Poppel iedereen weer terug naar Antwerpen. Dan mocht je tot 2 uur uitgaan. Hij haalde je weer op bij het station en dan was je ’s morgens om 4 uur thuis. Dan had je een schone dag gehad en kon je zondags uitslapen,” aldus Verhoeven. De zesdaagsen die overal verreden werden trokken toen heel veel belangstelling: in de RAI van Amsterdam, in Brussel, Antwerpen, Parijs en Berlijn. “Iedere avond waren de verslagen op de radio. De mensen zaten daar dan gekluisterd aan hun toestel naar te luisteren. Zodoende kwam de wielersport steeds meer tot leven. Er kwamen ook banen hier in de Kempen, de clubs hielden daarnaast nog wegwedstrijden. De wielersport stond net zoveel als het voetballen in de belangstelling.”

Zo kwam ook in Bergeijk een zesdaagse op de (toen nog houten) wielerbaan tot stand. “De eerste zesdaagse is gewonnen door het koppel Piet van Herk uit Bergeijk en Frans Glas uit Eindhoven. In Bergeijk was het ’s avonds heel druk tijdens de zesdagen. Er werden onderling weddenschappen

afgesloten in het publiek, de kranten schreven verslagen. Ieder had zijn favorieten.” In 1949 werd in Bergeijk een betonnen wielerbaan geopend. Gerrit Schellens, een zoon van de smid op ’t Hof, was de animator. Maar na 1950 kwam er een andere cultuur. De mensen gingen andere dingen dan de wielersport ook interessant vinden. De wielerclubs gingen ook meer wegwedstrijden organiseren,

daar was meer animo voor.”

Toch had voor de oorlog bij Frans Tilburgs (later café De Snor) al een wielerclub zijn thuis. “Vanaf daar werd om de veertien dagen een wedstrijd gehouden naar Westerhoven. Het keerpunt was bij het café van Mie Bekkers, dan naar de grens in Gestel. En zo drie keer op en neer. Bij de

deelnemers was altijd Piet van Herk, ook Jan Schellekens uit Hooge Mierde die hier bij de club was. En Gerrit Antonis uit Reusel. Die reden hier ook op de houten baan. Schellekens en Antonis reden af en toe als koppel. Ook Duinmayer, een zoon van een grenscommies was in die tijd een van de renners die het opnam tegen Piet van Herk. Maar Duinmayer kon nooit winnen.” Van hem weet Pierre Verhoeven nog een leuke anekdote: “Die had meer verstand als dat hij renner was. Toen het een keer heel hard waaide tijdens zo’n wedstrijd van Bergeijk naar Westerhoven en

Gestel en dan weer terug naar Bergeijk, verzon hij een truc. Toen hij in de laatste ronde bij de grens in Luyksgestel kwam, had hij daar een fiets staan met een heel grote versnelling. Hij ruilde van fiets, reed met de wind in de rug het laatste stuk terug naar Bergeijk en won met grote voorsprong.”

 

Voor meer oud-fotomateriaal uit de Kempen: zie www.wielerspiegel.wordpress.com