1932 Wielrennen in Bergeijk al van voor de oorlog

 

Bij de foto:

Al in 1932 werd in Bergeijk een houten wielerbaan geopend. Burgemeestersvrouw Klardie knipt het lint door. Achter haar van links naar rechts Willem Lommers, Janus van der Horst (Eindhoven, consul NWU), Kees van Poppel, burgemeester Klardie, baanbouwer van den Eynde, Dorus Donkers, jurylid Hein Bouillart, de moeder van dokter A.P.A. Hoynck van Papendrecht en Piet Verhees met aan de hand zijn zoontje Charles (Collectie Heemkundekring Bergeijk)

 

In de Kempische wielersport is Bergeijk al sinds de vooroorlogse jaren een toonaangevend dorp. De 90-jarige Pierre Verhoeven vertelt me daar in 2010 smakelijk over. “De wielersport leefde hier al volop in 1935. Kees van Poppel-Toonders, de smid van ’t Loo, reed iedere 14 dagen met een bus van Valkenswaard uit naar Antwerpen. Voor 35 cent per man kon je mee. In het sportpaleis in Deurne kon je naar de koppelwedstrijden kijken waarin Pijnenburg-Wals, Charley-De Neef, en andere koppels reden die allemaal beroeps waren. Als die koppelwedstrijden om half elf afgelopen waren, bracht Kees van Poppel iedereen weer terug naar Antwerpen. Dan mocht je tot 2 uur uitgaan. Hij haalde je weer op bij het station en dan was je ’s morgens om 4 uur thuis. Dan had je een schone dag gehad en kon je zondags uitslapen,” aldus Verhoeven. De zesdaagsen die overal verreden werden trokken toen heel veel belangstelling: in de RAI van Amsterdam, in Brussel, Antwerpen, Parijs en Berlijn. “Iedere avond waren de verslagen op de radio. De mensen zaten daar dan gekluisterd aan hun toestel naar te luisteren. Zodoende kwam de wielersport steeds meer tot leven. Er kwamen ook banen hier in de Kempen, de clubs hielden daarnaast nog wegwedstrijden. De wielersport stond net zoveel als het voetballen in de belangstelling.”

Zo kwam ook in Bergeijk een zesdaagse op de (toen nog houten) wielerbaan tot stand. “De eerste zesdaagse is gewonnen door het koppel Piet van Herk uit Bergeijk en Frans Glas uit Eindhoven. In Bergeijk was het ’s avonds heel druk tijdens de zesdagen. Er werden onderling weddenschappen

afgesloten in het publiek, de kranten schreven verslagen. Ieder had zijn favorieten.” In 1949 werd in Bergeijk een betonnen wielerbaan geopend. Gerrit Schellens, een zoon van de smid op ’t Hof, was de animator. Maar na 1950 kwam er een andere cultuur. De mensen gingen andere dingen dan de wielersport ook interessant vinden. De wielerclubs gingen ook meer wegwedstrijden organiseren,

daar was meer animo voor.”

Toch had voor de oorlog bij Frans Tilburgs (later café De Snor) al een wielerclub zijn thuis. “Vanaf daar werd om de veertien dagen een wedstrijd gehouden naar Westerhoven. Het keerpunt was bij het café van Mie Bekkers, dan naar de grens in Gestel. En zo drie keer op en neer. Bij de

deelnemers was altijd Piet van Herk, ook Jan Schellekens uit Hooge Mierde die hier bij de club was. En Gerrit Antonis uit Reusel. Die reden hier ook op de houten baan. Schellekens en Antonis reden af en toe als koppel. Ook Duinmayer, een zoon van een grenscommies was in die tijd een van de renners die het opnam tegen Piet van Herk. Maar Duinmayer kon nooit winnen.” Van hem weet Pierre Verhoeven nog een leuke anekdote: “Die had meer verstand als dat hij renner was. Toen het een keer heel hard waaide tijdens zo’n wedstrijd van Bergeijk naar Westerhoven en

Gestel en dan weer terug naar Bergeijk, verzon hij een truc. Toen hij in de laatste ronde bij de grens in Luyksgestel kwam, had hij daar een fiets staan met een heel grote versnelling. Hij ruilde van fiets, reed met de wind in de rug het laatste stuk terug naar Bergeijk en won met grote voorsprong.”

 

Voor meer oud-fotomateriaal uit de Kempen: zie www.wielerspiegel.wordpress.com