2002 BERGEIJK

Debby Mansveld eindwinnares Holland Ladies Tour

 

Klein van stuk maar groot van daden. Zo mag Debby Mansveld, het amper een meter zestig metende sprintstertje uit het Drentse

Gasselternijveen betiteld worden. Enkele jaren maakte zij deel uit van de nationale Oranjeploeg aan de zijde van Leontien van Moorsel. Mansveld reed ook met Van Moorsel in een sponsorteam voordat zij een paar jaar geleden de overstap maakte naar de Belgische ploeg Vlaanderen-T-Interim. Daar kon zij haar sprintkwaliteiten tot volle ontbolstering brengen. In de Holland Ladies Tour leverde dat de Drentse renster dit jaar drie etappezeges op. In Haaften, in Zoeterwoude en in de Bergeijkse ochtendetappe was zij de snelste van het omvangrijke

internationale vrouwenpeloton. En in de avonduren van diezelfde woensdag hield Debby Mansveld welgeteld drie seconden over van de marge die zij in zes dagen met bonificaties opbouwde. ?Een teleurgestelde Miriam Melchers, winnares van de Bergeijkse individuele tijdrit, moest de eindzege van de vijfde Holland Ladies Tour aan Mansveld laten.

 

(tekst Piet Gijsbers, foto Theo van Sambeek)

 

Het vrouwenwielrennen werd weer eens een stevige injectie gegeven door de Bergeijkse wielerstichting die al van start af aan het fundament van de Holland Ladies Tour mee opbouwde. Een groot deel van de top van het internationale vrouwenpeloton stond dit jaar aan de startlijn. Debby Mansveld liet van begin af aan merken dat zij in een bloedvorm verkeerde. De eerste etappe in Haaften zette zij in winst om, zodat zij daar in de Betuwe al het oranje Formido-leiderstricot om de schouders kreeg. Yvonne Brunen, de Nederlandse kampioene van enkele jaren geleden, en de Duitse Ina-Yoko Teutenberg konden met de minieme voorsprong die zij in Dronten en in Heerlen op het peloton verwierven geen gevaar voor de leidende positie van Mansveld

stichten. Zelf won de Drentse sprintster vervolgens de etappe in Zoeterwoude, waar zeven rensters voorsprong namen, door Miriam Melchers in de eindsprint de baas te blijven. Nadat de Noorse Anita Valen in Strijen de beste van de dag was gebleken, stond Melchers nog als laatst overgebleven en gevaarlijkst geachte rivale voor de leiderstrui op zowat een halve minuut van Mansveld in de algemene rangschikking voordat de karavaan Bergeijk op zocht voor de laatste

twee etappes. Mansveld zelf vergrootte haar voorsprong met bonificatieseconden door rond het middaguur de pelotonsprint in de korte ochtendetappe te winnen. De italiaanse Katia Longhin, eerder ook al herhaaldelijk bij de besten in de sprint, en Miriam Melchers flankeerden haar

op het podium.

 

Race tegen de klok

 

Het was in de Bergeijkse Churchillaan op de avond van woensdag 43 september een gezellige drukte. Een volle tribune vlakbij de finishtlijn en achter de dranghekken ook veel publiek vergrootten de ambiance. Het zonnetje scheen flauwtjes, de temperatuur was prima, dus wat wilden de rensters nog meer. Lang leek het er op dat Kirsty Robb, de Nieuw Zeelandse winnares van de tijdrit in 2001, ok nu hoge ogen ging gooien. Gestart bij de eerste twintig van het deelnemersveld zette Robb een fraaie tijd neer: 36 minuten en 50 seconden over de 26 kilometer in en rond Bergeijk. Wel beduidend minder goed dan vorig jaar toen zij 36.14 scoorde. Minke van Dongen, een van de jonge Nederlandse talenten, de Britse Melanie Sears en Vera Carrara uit Italië

kwamen ook met knappe tijden voor de dag, maar beten zich toch stuk op de tijd die Robb neerzette. Monika Tyburska, een pittige Poolse renster, was de eerste die beter scoorde: 36.36. En toen was er plotseling Loes Gunnewijk, een tot dit jaar niet zo bekende renster uit eigen land.De inwoonster van het Gelderse Rekken zit nog maar voor het tweede jaar op de wedstrijdfiets na eerder als schaatster actief te zijn geweest. Haar tijd 36.19.13 leek lange tijd de beste te gaan worden, al hield Gunnewijk zelf al rekening met een nog betere tijd van Miriam Melchers. Die most per slot van rekening ruim een halve minuut op Debby Mansveld goed maken om evenals twee jaar geleden eindwinnares van de Holland Ladies Tour te worden. Het aftellen kon beginnen toen de rensters uit de top tien van het klassement gingen finishen. Met 36.18.57 bleek Melchers nauwelijks een halve seconde sneller dan Gunnewijk te zijn. Die kon daar niettemin nog om lachen. Geklopt worden door Melchers was geen schande. Melchers daarentegen lachte niet toen zij hoorde dat de na haar gestarte Mansveld ook nog royaal binnen de 37 minuten grens finishte. De klassementleidster steeg boven zichzelf uit en bleef in het totaalklassement Melchers drie tellen voor.

 

Teleurstelling

 

De teleurstelling droop nog een hele tijd na de finish van het gezicht van Miriam Melchers. Maar eenmaal op het huldigingspodium kon er toch ook bij haar weer een lach af. Zowel de tijdritwinnares als de winnaressen van de leiderstricots in de diverse klassementen werden in de bloemetjes gezet. Speaker jan Peeters merkte op dat Melchers in deze vorm ook de wereldbeker ‘wel effe’ zou pakken. Dat ‘effe’ mocht de microfonist als het aan Melchers lag maar beter weg laten. Met Debby Mansveld als eindwinnares na zo’n goed gereden tijdrit kon ook Melchers tenslotte tevreden zijn. Voordat de Drentse in een nieuwe oranje trui werd gehuldigd, kreeg zij

ook nog de witte trui van het sprintklassement en het groen van het puntenklassement om de schouders. Het rode tricot voor de beste jongere was voor onze landgenote Esther van der Helm, lid van de nationale oranje selectie, die dat erehabijt door oud-Tourrenner Rini Wagtmans kreeg overhandigd. De Poolse Bogumila Matusiak werd winnares van de bolletjestrui. Debby Mansveld

mocht van de speaker het podium pas verlaten nadat ze door hoofdsponsor en Formido-directeur himself was toegesproken in haar streektaal. Zelf was de eindwinnares ook lang na afloop nog verbouwereerd van de tijdritkwaliteiten die zij ten toon had gespreid. “Dit is een absoluut hoogtepunt in mijn carrière,” stamelde ze. “Ik riep constant dat ik de wedstrijd in de tijdrit zou verliezen. Maar mijn ploegmaatjes hielden me steeds voor dat ik zeker een kans maakte.”Haar

grote inspanning, voor het eerst van haar leven in een tijdrit, was niet voor niets geweest.

 

Eindklassement Holland Ladies Tour 2002:

1. Debby Mansveld 17.23.30

2. Miriam Melchers 0.03

3. Arenda Grimberg 1.04

4. Ghita Beltman 2.57

5. Anita Valen (N) 3.22

6. Esther van der Helm 3.50

7. Solrun Flataas (N) 4.32

8. Yvonne Brunen 4.51

9. Loes Gunnewijk 5.07

10. Vera Koedooder 5.57

 

Naschrift:

Nu, in 2020, woont Debby Mansveld al enkele jaren met haar Belgische man Rik Claeys en hun drie

kinderen in het Zwitserse plaatsje Fischentahl (bij Zürich) waar zij samen nog regelmatig op de racefiets te vinden zijn voor een familieritje in het prachtige berglandschap.

1992 VELDHOVEN-BERGEIJK

John van de Akker en Anthony Theus op zoek naar een nieuwe uitdaging

 

Op zondag 6 september 1992 wordt in het Spaanse Benidorm door de

beroepsrenners gestreden om de wereldtitel. Die zesde september is tevens de da­tum

waarop reglementair contracten van wielerprofessionals met nieuwe werkgevers

kunnen worden ondertekend. Het ziet er naar uit dat het Neder­landse prof­wielrennen een gevoelige aderla­ting zal moeten onder­gaan nu enkele grote geldschieters een punt zetten achter de sponsoring van een profwielerploeg. Voor PDM-prof John van de Akker uit Veldhoven en de Bergeijkse topamateur Anthony Theus lijken de nieuwste internationale ontwikkelingen op wielerge­bied niet in het voordeel uit te pakken. Het prof­pelo­ton wordt opnieuw kleiner en de twee

Kempische renners blikken met gemengde gevoelens vooruit op hun wielertoekomst.

 

Ondanks de dreigende malaise in de Nederlandse beroepswieler­sport - zowel Jan Raas als Jan Gisbers hebben nog geen volle­dige vervanger voor hun huidige geldschieter bekend kunnen maken - heeft John van de Akker goede hoop op prolonga­tie van zijn profcarrière. Die begon in 1988 bij de Belgische ploeg van Roger Swerts. Vervolgens reed hij drie seizoenen in de ploeg van Jan Gisbers. Nu die wordt opgeheven zitten vijftien coureurs voorlopig zonder werk. Alleen Erik Breukink, Raoul Alcala, Tom Cordes, Jean-Paul van Poppel, Gert Jakobs en Uwe Raab hebben nu al de zekerheid van een nieuw contract bij buiten­landse fir­ma's. John van de Akker heeft die zekerheid nog niet, maar vertrouwt er op dat ook voor hem nog een plaatsje wordt inge­ruimd bij een ploeg. "Ik reken mezelf bij de renners die voor een contract in aanmerking komen. Ik ben er van overtuigd dat ik de laatste maanden door mijn manier van rijden res­pect heb afge­dwongen in het peloton. Manfred Krikke (de in Knegsel wonende ex-manager van PDM, red.) is me behulpzaam bij het vinden van een nieuwe ploeg. Hij heeft nog zijn invloed in de wielerwereld en het ziet er naar uit dat ik van zijn steun profijt zal heb­ben." Krikke is bezig met de opzet van een nieuwe Nederlandse profploeg. Daarin wordt de vooral bij jonge profs populaire Belg Ferdi van den Haute ploegleider.

 

Val

 

In het begin van april had John van de Akker de pech dat hij een bot in zijn onder­arm scheurde bij een val in de driedaagse van De Panne. Juist in de voorjaarsklassiekers had hij dit jaar willen vlammen om daarmee zijn uitverkiezing voor de PDM-Tourploeg af te dwingen. Pas eind mei kon hij zijn rentree maken in de Italiaanse Ronde van Trentino, reed vervolgens de Daup­hiné Libéré en was in juni dichtbij de eindzege in de Ronde van Luxem­burg. Op de laatste dag werd hij uit de in de tijdrit verover­de leiders­trui gereden door Jean-Philippe Dojwa. De ploeggeno­ten van de Veldhovenaar waren op dat moment al uit de koers verdwenen en op eigen kracht kon hij op een van de laatste beklimmingen niet aanklampen bij de door diens kopman Mottet op sleeptouw

genomen jonge Frans­man. Amper één minuut bleef van de Akker verwijderd van zijn eerste eindzege in een etap­pekoers. En tot zijn grote teleurstelling passeerde ploeg­leider Jan Gisbers hem na een verdienstelijk gereden Neder­lands kampioenschap (een 9e plaats na knechtenwerk voor Erik Breuk­ink) voor de Tour de France-ploeg.

 

Overwinning

 

Over zijn na-Tour programma is de renner van Tempo-Veldhoven ook niet erg te spreken. "Tijdens en na de Tour de France moest ik mijn conditie op peil houden met Belgische kermis­koersen en een handvol Nederlands criteriums, waarvan ik er een won in Ulvenhout vóór de Italiaan Furlan. Daarna reed ik de zesdaagse Ronde van Burgos in Spanje. Door een etappe te winnen had ik een

plaats in de ploeg voor de wereldbekerwed­strijden kunnen af­dwingen. En dan had ik daarin misschien nog wat kunnen laten zien. Maar de meeste etappes eindigden in massa­sprints, zodat er voor mij in Burgos weinig eer te beha­len viel. Voor de Profronde van Nederland werd ik als reserve opgesteld, zodat ik deze week opnieuw de nodige wedstrijdkilo­meters heb gemist. Nu moet ik de

komende tijd nog wat FICP-punten proberen te verza­melen in een aantal eendagswedstrijden van de tweede kategorie, zoals de Grand Prix van Fourmies, Isbergues, Raymond Impanis en Parijs-Brussel."

 

FICP-klassement

 

Het door de Nederlander Hein Verbruggen als voorzitter van de internationale wielrenunie een aantal jaren geleden ingevoerde puntensysteem bepaalt sindsdien de rangorde in het profpelo­ton. Elke renner kan FICP-punten vergaren in wedstrijden die naar­mate zij op de internationale kalender hoger of lager zijn ingeschaald met meer of minder punten bedeeld worden. Met ingang

van dit jaar tellen van elke ploeg de tien renners met de meeste punten mee in het FICP-ploegenklasse­ment. De 25 ploegen met de meeste punten mogen deelnemen aan de wereldbe­kercyclus, een aantal klassiekers die publici­tair voor de sponsors van het grootste belang zijn. De meeste profteams bieden hun renners een basissalaris met daarnaast een premie­stelsel op grond van het aantal te behalen FICP-punten. Een kwestie van loon naar werken. Geen wonder dat de jacht op die punten voor de renners erg belangrijk is. Geen wonder ook dat zij bij voorkeur in de belangrijkste wedstrij­den aan de start willen staan, omdat daarin juist de meeste punten te verdienen zijn. John van de Akker stond aan het einde van het vorige seizoen bij de dertig beste Nederlandse wielerprofs geklasseerd op de internationale FICP-lijst die in totaal 625 coureurs vermeld­de. Hij heeft ondanks de pech in het voorjaar zijn to­taal inmiddels verdubbeld tot ongeveer 100 punten. Daardoor is hij een renner geworden die in menige ploeg de balans naar de

gunsti­ge kant kan laten doorslaan bij de race naar het star­trecht in de allerbelangrijkste

wedstrijden van het wielersei­zoen 1993.

 

Blessures

 

Of Anthony Theus zijn streven om als beroepsrenner in actie te komen kan verwezenlijken, is nog maar de vraag. Als geen ander weet de 24-jarige Bergeijkenaar hoe moeilijk het momenteel is om de overstap naar de profrangen te maken, omdat een amateur geen FICP-punten mee kan brengen. "Misschien moet ik het met de huidige ontwik­kelingen wel vergeten, maar toch wil ik nog

een jaar alles op alles zetten om in mijn opzet te slagen. Eens had ik contacten met een paar Nederlandse profploegen, maar op advies van mijn ploeg­leider Frits Schür bleef ik toen amateur. Schür wou dat ik me eerst nog wat beter ontwik­kelde op berg­ach­tig terrein. Daarna heb ik nog een goed sei­zoen gemaakt, maar de laatste twee jaren tobde ik met een paar verve­lende bles­su­res.

Vorig jaar raakte ik in augustus aan het sukkelen met een slijmbeursontsteking in mijn knie. En voor het seizoen dit jaar goed en wel op gang was gekomen, stiet ik mijn andere knie en kreeg opnieuw zo'n ontsteking. Het heeft tot juni geduurd voordat ik weer enigszins mee over kon met de topama­teurs. Nu ik te horen heb gekregen dat mijn sponsor Europo­lis er een paar jaar aan vastknoopt, wil ik nog een keer met goede prestaties een plaats bij een profploeg proberen af te dwin­gen."

 

Erelijst

 

Twee verloren wielerjaren voor Anthony Theus die in 1990 van De Kempen Valkenswaard overstapte naar Het Snelle Wiel Bladel. Als beginnend amateur debuteerde hij vijf jaar geleden met elf overwinnin­gen en inmid­dels heeft de Bergeykse renner al 56 zegepra­len op zijn naam staan. Daarbij een aantal over­winnin­gen in klassie­kers, onder­meer de Omloop der Kempen in 1989, maar ook veel etappe­zeges in binnen- en bui­tenland, zoals in de Itali­aanse Giro delle Reggio­ni, op de

Vredeskoers na de zwaar­ste etappe­wed­strijd voor amateurs. In 1990 triom­feerde hij twee dagen achtereen in een etappe van Olym­pia's Ronde door Neder­land en finishte als leider in het puntenklas­sement. Vorig jaar nog won hij in april een massa­sprint in het Franse Cir­cuit de la Sarthe, een open etappe­koers waaraan onder meer Miguel Indu­rain met zijn ploeg deel­nam. "Er zijn toch weinig amateurs die zo'n erelijst kunnen laten zien. Als ik wat meer geluk heb en blessurevrij blijf, hoop ik binnen nu en een jaar een plaats in een prof­ploeg te hebben afgedwongen."

2004 BERGEIJK

Thomas Dekker Nederlands kampioen tijdrijden

 

Thomas Dekker was een maatje te groot voor Joost Posthuma (links) en Bart Voskamp (foto Theo van Sambeek)

 

De superlatieven voor Thomas Dekker kenden in Bergeijk geen grenzen. Waar moet dat heen met de Noord-Hollander die al op 19-jarige leeftijd al zijn tegenstanders, professionals incluis, naar huis rijdt? Het supertalent uit de Rabobankploeg liet iedereen versteld staan van zijn kwaliteiten in het tijdrijden. Als neo-amateur ging hij, met dispensatie, de uitdaging aan om zich op het NK met de professionals te meten. Na een man-tegen-man strijd met de klok liet hij de teller na 55 kilometer stilstaan op een gemiddelde van 47,3 kilometer per uur. Het was de apotheose van een schitterende wedstrijddag, vakkundig in elkaar gezet en begeleid door de mensen van de Stichting Wielercomité Bergeijk.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Op een zonovergoten parcours dat de renners en rensters over de ruilverkavelingwegen van Bergeijk, Luyksgestel en een stukje Eersels grondgebied voerde werd door zeven wedstrijdcategorieën verwoed om de rood-wit-blauwe kampioenstruien gestreden. In de aanvangswedstrijd liet Boy van Poppel zien dat hij over heel andere kwaliteiten dan zijn vader, de eertijds grote sprinter, beschikt. De nieuweling uit Moergestel greep de eerste titel. Nieuweling-meisje Maxime Groenewegen uit Amsterdam en junior-dame Ellen van Dijk uit Harmelen die gedoodverfde favorieten als Roxane Knetemann (de dochter van) en Marianne Vos achter zich hield, hoorden eveneens het Wilhelmus voor zich spelen. Op het verlengde parcours door de Pielis troefde Löwik/Tegeltoko belofte Thom van Dulmen uit Didam vervolgens een vijftal Rabo-espoirs af en waren Robert Gesink uit Varsseveld bij de junioren en Mirjam Melchers uit Moergestel bij de vrouwen de sterksten van de dag in het alleen rijden. Melchers had daarbij de meevaller dat haar grootste concurrente Loes Gunnewijk in het secondenspel tegen het einde met een lekke band geconfronteerd werd. ‘Tijdrijden is niet echt leuk,’ gaf de vriendin van Jean-Paul van Poppel na de finish als commentaar. Al was zij uiteraard in haar nopjes met de veroverde titel, haar tweede na ook al in januari nationaal kampioene veldrijden te zijn geworden.

 

Sfeervol

 

In de titelstrijd van de eliterenners, over een dubbel zo lange afstand als die van de junioren en de vrouwen, legden vanaf tien voor zes dertig coureurs hun krachten bloot. De terrassen in het centrum van Bergeijk waren inmiddels volgestroomd. De sfeervolle entourage met zoveel publiek langs de lijn gaf de renners extra impulsen. Bij de tijdmetingen onderweg was het opvallend dat juist twee van de jongste deelnemers zich opperbest weerden in de strijd tegen de klok. Joost Posthuma uit Hengelo, die drie weken geleden op 23-jarige leeftijd de opstap naar de hoogste ploeg van Rabobank maakte, had een week eerder pas zijn eerste echte profkoers gereden in de Ronde van Duitsland. Die etappewedstrijd bleek hem goed te hebben gedaan. Lang streed hij met routinier Bart Voskamp (35) een secondespel dat hij uiteindelijk in zijn voordeel besliste. Van nog grotere klasse getuigde de prestatie van Thomas Dekker. Mensen die ingewijd zijn in de wielersport hebben zelden een zo groot talent gezien. De 71-jarige Piet Smolders, op jonge leeftijd een van de eerste winnaars van de ‘Acht van Bladel’ en tijdens het NK Tijdrijden bij de organisatie te gast, ziet Nederland de komende jaren met de jonge Noord-Hollander hoog gaan scoren. ‘Ik volg het wielrennen al vanaf vlak na de oorlog. Zo’n groot talent heb ik nog niet gezien,’ aldus de Bladelnaar.

 

Gestelse koffietafel

 

Als vijfde laatste in de rij starters achterhaalde Thomas Dekker in de eerste grote ronde van 27 kilometer de een minuut voor hem gestarte Russell van Hout. Die Nederlander van Australische afkomst beëindigde dit jaar in de Giro d’Italia de grote tijdrit als achtste. ‘Even ben ik op aangeven van mijn ploegleider Piet Kuys achter Van Hout blijven rijden. Toen heb ik twee tandjes bij gestoken en ben ik erop en erover gegaan,’ zei de jongeling uit Dirkshorn bij de huldiging op het erepodium alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. Heel rustig liet Dekker onze nationale hymne over zich heen komen. Des te uitbundiger vierde zijn vader het succes. Of die een verklaring had voor de krachtsexplosies van zijn zoon? ‘Thomas slaapt als hij thuis is altijd de klok rond.’ Luyksgestelse Kees Sengers kon die verklaring beamen: ‘In Olympia’s Tour heb ik Thomas aangeboden om al een dag voor de tijdrit het parcours te komen verkennen. We hebben hem met een echte Brabantse koffietafel ontvangen. Hij heeft met Dirk Bellemakers de route verkend en is om half elf naar bed gegaan. Pas ‘s morgens om half elf kwam hij weer beneden, heeft wat gegeten, nogmaals het parcours gereden, en ‘s middags ook nog een paar uur op bed gelegen.'

 

De komende maand wil de nieuwe nationale kampioen het wat rustiger aan doen. Al zal hij wel nogmaals naar Luyksgestel komen voor de jaarlijkse kermisronde. En als het aan hemzelf ligt, richt hij zich daarna op het WK voor beloften in Verona. ‘Dat is mijn laatste kans op een wereldtitel bij de neo-amateurs. Volgend seizoen ga ik bij de profs rijden.’ De Olympische Spelen laat Dekker liever aan zich voorbij gaan, zodat hij de maand juli een beetje als vakantiemaand kan beschouwen. Al denkt bondscoach Knetemann daar met het oog op Athene wat anders over.

 

De uitslagen in Bergeijk:

 

Nieuwelingen: 1 Boy van Poppel Moergestel 15 km in 19.50, 2 Maurice Vrijmoed Rijswijk 19.59, 3 Martijn Keizer Muntendam 20.00, 18 Ralf Verhoeven Bergeijk 20.52.

 

Nieuwelingen-meisjes: 1 Maxime Groenewegen Amsterdam 15 km in 21.13, 2 Amanda Bogaards De Lier 21.36, 3 Elise van Hage Noordwijkerhout 22.05.

 

Junior-vrouwen: 1 Ellen van Dijk Harmelen 15 km in 20.50, 2 Roxane Knetemann Krommenie 20.56, 3 Marianne Vos Wijk en Aalburg 21.18.

 

Junioren: 1 Robert Gesink Varsseveld 28 km in 36.26, 2 Sven Kramer Oudeschoot 36.41, 3 Thijs van Amerongen Vorden 37.11.

 

Beloften: 1 Thom van Dulmen Didam 31 km in 38.27, 2 Michiel Elijzen Ede 38.37, 3 Mathieu Heijboer Maastricht 38.49, 4 Kai Reus Winkel 38.53, 5 Marc de Maar Assen 38.55, 14 Dirk Bellemakers Luyksgestel 39.54, 21 Jos van Veldhoven Dommelen 40.28.

 

Elite-vrouwen: 1 Mirjan Melchers Moergestel 28 km in 37.46, 2 Loes Gunnewijk Rekken 38.27, 3 Loes Markerink Raalte 39.52, 4 Vera Koedooder Bovenkarspel 40.07, 5 Minke van Dongen Dongen 40.09.

 

Elite-mannen: 1 Thomas Dekker Dirkshorn 55 km in 1.09,45; 2 Joost Posthuma Hengelo 1.11,00; 3 Bart Voskamp Zetten 1.11,21; 4 Russell van Hout Australië 1.11,33; 5 Jan van Velzen Zoetermeer 1.11.48.

1932 Wielrennen in Bergeijk al van voor de oorlog

 

Bij de foto:

Al in 1932 werd in Bergeijk een houten wielerbaan geopend. Burgemeestersvrouw Klardie knipt het lint door. Achter haar van links naar rechts Willem Lommers, Janus van der Horst (Eindhoven, consul NWU), Kees van Poppel, burgemeester Klardie, baanbouwer van den Eynde, Dorus Donkers, jurylid Hein Bouillart, de moeder van dokter A.P.A. Hoynck van Papendrecht en Piet Verhees met aan de hand zijn zoontje Charles (Collectie Heemkundekring Bergeijk)

 

In de Kempische wielersport is Bergeijk al sinds de vooroorlogse jaren een toonaangevend dorp. De 90-jarige Pierre Verhoeven vertelt me daar in 2010 smakelijk over. “De wielersport leefde hier al volop in 1935. Kees van Poppel-Toonders, de smid van ’t Loo, reed iedere 14 dagen met een bus van Valkenswaard uit naar Antwerpen. Voor 35 cent per man kon je mee. In het sportpaleis in Deurne kon je naar de koppelwedstrijden kijken waarin Pijnenburg-Wals, Charley-De Neef, en andere koppels reden die allemaal beroeps waren. Als die koppelwedstrijden om half elf afgelopen waren, bracht Kees van Poppel iedereen weer terug naar Antwerpen. Dan mocht je tot 2 uur uitgaan. Hij haalde je weer op bij het station en dan was je ’s morgens om 4 uur thuis. Dan had je een schone dag gehad en kon je zondags uitslapen,” aldus Verhoeven. De zesdaagsen die overal verreden werden trokken toen heel veel belangstelling: in de RAI van Amsterdam, in Brussel, Antwerpen, Parijs en Berlijn. “Iedere avond waren de verslagen op de radio. De mensen zaten daar dan gekluisterd aan hun toestel naar te luisteren. Zodoende kwam de wielersport steeds meer tot leven. Er kwamen ook banen hier in de Kempen, de clubs hielden daarnaast nog wegwedstrijden. De wielersport stond net zoveel als het voetballen in de belangstelling.”

Zo kwam ook in Bergeijk een zesdaagse op de (toen nog houten) wielerbaan tot stand. “De eerste zesdaagse is gewonnen door het koppel Piet van Herk uit Bergeijk en Frans Glas uit Eindhoven. In Bergeijk was het ’s avonds heel druk tijdens de zesdagen. Er werden onderling weddenschappen

afgesloten in het publiek, de kranten schreven verslagen. Ieder had zijn favorieten.” In 1949 werd in Bergeijk een betonnen wielerbaan geopend. Gerrit Schellens, een zoon van de smid op ’t Hof, was de animator. Maar na 1950 kwam er een andere cultuur. De mensen gingen andere dingen dan de wielersport ook interessant vinden. De wielerclubs gingen ook meer wegwedstrijden organiseren,

daar was meer animo voor.”

Toch had voor de oorlog bij Frans Tilburgs (later café De Snor) al een wielerclub zijn thuis. “Vanaf daar werd om de veertien dagen een wedstrijd gehouden naar Westerhoven. Het keerpunt was bij het café van Mie Bekkers, dan naar de grens in Gestel. En zo drie keer op en neer. Bij de

deelnemers was altijd Piet van Herk, ook Jan Schellekens uit Hooge Mierde die hier bij de club was. En Gerrit Antonis uit Reusel. Die reden hier ook op de houten baan. Schellekens en Antonis reden af en toe als koppel. Ook Duinmayer, een zoon van een grenscommies was in die tijd een van de renners die het opnam tegen Piet van Herk. Maar Duinmayer kon nooit winnen.” Van hem weet Pierre Verhoeven nog een leuke anekdote: “Die had meer verstand als dat hij renner was. Toen het een keer heel hard waaide tijdens zo’n wedstrijd van Bergeijk naar Westerhoven en

Gestel en dan weer terug naar Bergeijk, verzon hij een truc. Toen hij in de laatste ronde bij de grens in Luyksgestel kwam, had hij daar een fiets staan met een heel grote versnelling. Hij ruilde van fiets, reed met de wind in de rug het laatste stuk terug naar Bergeijk en won met grote voorsprong.”

 

Voor meer oud-fotomateriaal uit de Kempen: zie www.wielerspiegel.wordpress.com