WIELERSHOP  ACHEL

 

Uw SPECIALIZED dealer in de regio.

 

Specialisten in fietsen op maat met ruime keuze in fietsen, kleding, schoenen en accessoires.

 

 

UpToCoffee Online International

John F. Kennedylaan 9c

Postbus 177 

 

5550 AD Valkenswaard

1994 Valkenswaard Manfred Krikke koestert zijn vedetten

 

Bij de foto's

1. Op de trap in het kantoorgebouw van Krikke Beheer in Valkenswaard van boven naar beneden: Richard Groenendaal, Man­fred Krikke, Adri van der Poel, de Tilburgse comingman Gerben de Knegt en Marc van Orsouw (foto Fotopersbureau Brabant)

2. Richard Groenendaal, Gerben de Knegt en Adrie van der Poel zien zich in gedachten al successen behalen met het frame dat Manfred Krikke hier showt (foto Fotopersbureau Brabant)

3. De PDM ploeg voor de start van de tijdrit in de GP de la Liberation 1990 in Eindhoven met Raoul Alcala, Sean Kelly, Erik Breukink en ploegleider Piet van der Kruijs

4.  Greg LeMond met Erik Breukink in zijn spoor

5. Pedro Delgado reed twee seizoenen in de PDM-ploeg

6. Sean Kelly won in een PDM-shirt de groene trui in de Tour de France en de individuele wereldbeker in 1989

7. Adrie van der Poel peinst over zijn toekomst als veldrit-coach op het Valkenswaardse kantoor van zijn sponsor Manfred Krikke (foto Fotopersbureau Brabant) 

 

1994 Valkenswaard Manfred Krikke koestert zijn vedetten

 

Manfred Krikke uit Knegsel heeft van jongs af aan zijn hart aan de wielersport verpand. Hij maakte furore met de PDM prof­ploeg die aan de wereldtop stond. Als manager van de ploeg die drie jaar op rij (in '88, '89 en '90) de wereldbeker won, waren renners als Sean Kelly en Greg Lemond bij hem kind aan huis. Maar ook met Pedro Delgado, Raoul Alcala, Erik Breukink en Gert-Jan Theunisse heeft hij nog steeds een goede band. Een aantal van die topcoureurs heeft inmiddels definitief een punt achter de actieve wielercarrière gezet. Maar Manfred Krikke gaat onverdroten verder in de wielersport. Momenteel maakt hij als sponsor van coureurs als Adrie van der Poel en Bart Brent­jens de dienst uit in het sterk aan populariteit toenemende mountainbiken. Bovendien rijdt de Nederlandse kampioen veld­rijden Michel Groenendaal in zijn dienst en duikt ook in de wielersport op de weg de naam Krikke weer op. Redenen genoeg voor Kempenland Info om bij de zakenman in Knegsel op bezoek te gaan.

 

(door Piet Gijsbers) 

 

Bart Brentjens sleepte in 1994 voor het American Eagle team van Manfred Krikke de World Cup in de wacht door zich in een serie van tien wedstrijden de meest regelmatige mountainbiker te tonen. De 26-jarige Limburger uit Haelen, ook al goed voor een bronzen WK-medaille bij de ATB'ers, is de eerste om te erkennen dat hij zijn goede prestaties voor een groot deel te danken heeft aan de overtuigingskracht van Krikke. Die wees Brentjens op de mogelijkheden om hoog te gaan scoren toen de Limburger in het voorjaar van 1994 als 7e eindigde in de wereldbekerwedstrijd van Houffalize in de Belgische Ardennen. "Krikke was eerder overtuigd van mijn kansen dan ik. Dat is zijn kracht. Hij heeft een goede kijk op de mogelijkheden van renners," aldus Brentjens in een interview over zijn sponsor. Krikke zelf houdt het er maar op dat zijn klare kijk op menselijke prestaties voort komt uit de studie business-psychology die hij in zijn jonge jaren volgde. "De geestelijke krachten van mensen zijn bijna onbegrensd, als ze maar willen," is de mening van de ondernemer uit Knegsel. 

 

Snackbar 

 

De wil om iets te ondernemen is bij Manfred Krikke altijd aanwezig geweest. Op jonge leeftijd beoefende hij in Eindho­ven, de woonplaats van zijn ouders, de wielersport. Toen hij in de gaten kreeg dat wielrennen niet de perspectieven bood die hij er zich van voorstelde, gaf hij studie en werk voor­rang boven de sport. Na een avondstudie economie ging hij als marketing-manager aan de slag bij een groot bedrijf in het westen van het land. De met zuinig leven bijeen gespaarde centen uit die beginperiode investeerde hij in een snackbar. Hij kocht er later nog vier andere snackbars bij, onder andere een in Reusel. Vervolgens kon hij die horecabedrijven inkopen in een grote bouwmaatschappij. Hij nam nog een aantal bedrij­ven over, tot het er op een gegeven moment welgeteld 26 waren waarover hij de scepter zwaaide. Toen de malaise in de bouw toe sloeg, verkocht hij in een paar jaar tijd een flink aantal van die bedrijven, maar bleef er wel als adviseur van de Raad van Bestuur aan verbonden. Intussen was hij met zijn gezin, vrouw en twee zonen, van het Veldhovense Zonderwijk naar de Zandoerleseweg in Knegsel verhuisd. 

Na de verkoop van zijn bedrijven hield Krikke een holding-maatschappij over die hij tot op de dag van vandaag vanuit zijn kantoorgebouw in Valkenswaard bestuurt onder de naam Krikke Beheer. In 1980 nam hij de groothandel en het impor­teurschap van wielersportartikelen over van de Zeeuwse oud-be­roepsrenner Piet Rentmeester. Daarmee had Krikke een gezond zakelijk excuus om bij het wielrennen betrokken te zijn. Hij ontwikkelde met zijn mensen Concorde racefietsen, Ultima wielerkleding en de American Eagle ATB-fietsen die nu in landen over de hele wereld een begrip zijn. 

 

Delgado

 

Als manager van de PDM-ploeg lijfde Manfred Krikke in samen­werking met ploegleider Jan Gisbers tal van wielercoryfeeën in. Van 1986 tot en met 1991 regen die de successen in het internationale profpeloton aaneen. Hij somt ze haast in één adem op en weet ze stuk voor stuk zowel op hun mense­lijke waarde als op hun wielerkwaliteiten te karakteriseren. Hij ziet Pedro Delgado nog afstappen in de Tour de France van 1986 op de dag dat de populaire Spanjaard moest worden verteld dat zijn moeder was overleden. "Dat was nogal dramatisch. Pedro had dat jaar al de etappe naar Luchon gewonnen, waarin hij alleen voorop was met Bernard Hinault. Ik blijf van mening dat hij toen ook de Tour had kunnen winnen. In 1987 verloor hij de Tour de France in een secondespel met Stephen Roche. Toen maakte hij, in de gele trui, een inschattingsfout in de rit over de Soulor, de Galibier en de Télégraphe. Wij hadden hem dat toen duidelijk moeten maken. Het is niet dat de renner niets weet. Maar in de auto, met alle informatie uit de koers via de tourradio, kun je aan de zijlijn alles beter beoordelen dan de renner in de koers. Als ploegleiding moet je dat over­wicht over de renner hebben. Roche won toen dat titanengevecht op leven en dood."

"Een jaar later werd Delgado door Reynolds bij ons weg ge­kocht. Dat jaar won Pedro wel de Tour. Hij gaf later toe dat hij die zege dankte aan de opleiding bij PDM. Dat was voor ons een schrale troost. Nu nog vind ik Delgado een van de sympa­thiekste vedetten die wij in de ploeg hebben gehad."  

 

Rooks en Teunisse

 

Manfred Krikke noemt de opkomst van Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse de supertijd van PDM. "Zoals die gereden hebben op Alpe d'Huez! De een won er in 1988, de ander werd er tweede en een jaar later was die volgorde omgekeerd. Dat was nog eens sport voor de Nederlanders. Rooks en Theunisse hebben bij ons hun top bereikt. Later zijn hun prestaties minder geworden. De beste ploeg hadden we toen we in 1989 het algemeen ploegenklassement in de Tour wonnen en we bovendien vier leiderstrui­en naar Parijs brachten." Sean Kelly en Raoul Alcala waren in dat jaar de ploeg komen versterken. De Ier en de Mexicaan hebben inmiddels, evenals Delgado, hun racefiets opgeborgen. Krikke vindt dat Alcala veel te jong met wielrennen stopte. "Die heeft bij ons goed gereden, maar toch nooit bereikt wat in hem zat. Het is eigenlijk het verhaal van een doodarme Mexicaanse jongen die uiteindelijk 800.000 dollar gaat verdienen, terwijl een dollar in zijn land nog steeds ongelooflijk veel geld is." 

Sean Kelly vierde onlangs zijn afscheid in het gezelschap van een aantal grote wereldvedetten en meer dan 1400 trimmers met een soort gentlemenwedstrijd in zijn woonplaats Carrick-on-Suir. Dat afscheidsfeest werd georganiseerd door een Ierse uitgever met hulp van de Belgische topzakenman De Meulenaere en Krikke. "Het leek er op dat Kelly met stille trom uit de actieve wielersport zou verdwijnen. Daarom hebben we die festiviteiten voor hem op touw gezet. Kelly is voor mij de grootste kampioen van de menselijke eenvoud. Ik heb niet genoeg superlatieven om mijn respect voor hem uit te drukken. Hij heeft het in onze ploeg drie jaar goed naar de zin gehad en won in een PDM-shirt de groene trui in de Tour de France en de individuele wereldbeker in 1989." 

 

Lemond

 

In 1988 haalde Manfred Krikke, kenner van de Amerikaanse mentaliteit en zakenwereld, Greg Lemond in de ploeg. "Een heerlijke kerel. Na zijn jachtongeval begon hij met veel moraal aan een nieuw seizoen. Op het wintersport trainingskamp bleek hij qua instelling de tegenpool van een renner als Sean Kelly te zijn. Greg ging graag zo laat mogelijk naar bed, at alles wat voor renners niet goed was, porde andere jongens aan om midden in de nacht mee naar de disco te gaan en haalde de wildste stunts uit op de ski's. We hebben van hem een Kelly willen maken, maar dat was vergeefse moeite."

Ook de Amerikaan won de Tour de France een jaar nadat hij de PDM-ploeg verliet. Is dat niet erg frustrerend geweest? Krikke: "Bij fietsen verlies je meer dan je wint, zeg ik altijd maar. Wij hebben nooit mogen klagen. We wonnen twaalf etappes in de Tour de France, vijftien in de Ronde van Spanje en een serie klassie­kers. Al hadden we dan niet de Tourwinnaar zelf, we wonnen wel drie keer het ploegenklassement. Bovendien werd Rudy Dhaenens wereldkampioen." Krikke is er ook nog steeds trots op dat zijn team in de glorietijd bij de verkiezing van de beste Europese sportploeg van het jaar eens AC Milan heeft geklopt. "Iedereen reed in die tijd in een PDM-shirt. Het aantal mensen op Alpe d'Huez was waanzinnig groot. Zoiets is toch bijzonder positief voor de sport?"

 

Breukink

 

Het PDM verhaal van Manfred Krikke zou niet compleet zijn zonder Erik Breukink te vernoemen. "We vonden hem qua persoon­lijkheid en qua mentaliteit heel goed passen bij onze ploeg. Hij was in 1989 door Post vernederd, toen die hem voorbij reed in de Touretappe waarin hij met een inzinking kampte. Wij contracteerden hem, omdat wij dachten dat er meer in Breukink zat dan er tot op dat moment uitgekomen was. Ik denk dat trouwens nog steeds. Hij finishte in het eerste jaar bij ons achter Lemond en Chiappucci, die zich toen naar de wereldtop reed, op de derde plaats in de Tour de France." Manfred Krikke haalt een grote foto van de huldiging op de Champs Elysées in 1990 voor de dag. Hij laat die met gepaste trots zien en zegt: "Erik is een heel fijn mens. Eigenlijk iets te fatsoenlijk voor een topwielrenner, want je moet je door niemand opzij laten zetten. Ik heb zelf eerst ook altijd gedacht dat sport en sportiviteit synoniem waren. Maar dat blijkt in de praktijk vaak niet zo te zijn. Na drie jaar PDM is Erik naar Once ver­trokken in de hoop dat ploegleider Saiz een goede trainer was. Maar dat blijkt toch niet de man voor hem te zijn. De hele ploeg valt nu trouwens tegen. Ik ben van mening dat Erik nog steeds een toprenner is en dat zou kunnen tonen als hij weer eens helemaal in een goede ploeg kon rijden en daar perfect werd begeleid. Puur talent verloochent zich nooit. En dat heeft hij."

 

Intralipid 

 

Onvermijdelijk komt dan ook het drama in de Tour de France van 1991 aan de orde. Manfred Krikke kan nu weer praten over de intralipid-affaire 'zonder er opnieuw nare gevoelens bij te krijgen', zoals hij het zelf uitdrukt. Hij heeft er nachten van wakker gelegen. "Ik heb daar meer van geleden dan van wat ook. Ik kan me in mijn leven niks anders voorstellen wat een zwaardere impact heeft gehad. Achteraf gezien moet ik bekennen dat ik het anders aan had moeten pakken." Hij doet voor de zoveelste keer uit de doeken hoe die ene fles Intralipid, een onschuldig middel ter bijvoeding van de renners en helemaal geen doping, zoals aanvankelijk werd beweerd, de ploeg in één nacht de das om deed. "Ik vraag me nu nog steeds af hoe dit op zo'n knullige manier kon gebeuren. Door een stomme fout werd een al aangesproken fles Intralipid ook een volgende dag nog gebruikt. Die fles werd een bacteriebom die zijn uitwerking niet miste. Ik wist zelf niet eens dat het middel in de ploeg was. Het was buiten mij om door de ploegleiding mee naar Frankrijk genomen. Dat hadden de ploegleider en de ploegarts daags voor de start van de Tour nog beslist. En dat terwijl wij altijd het hele voedingspatroon van de ploeg lang vooraf minutieus planden! Daardoor is de situatie tussen Jan Gisbers en mij nooit meer goed gekomen. Eigenlijk verwijt ik hem nu nog dat hij zo'n middel naar de Tour heeft mee genomen zonder dat ik er iets van af wist. De kern van de zaak is deze: er is niets tegen het gebruik van Intralipid, mits het middel goed wordt toegepast, maar doe geen experimenten met zo'n middel in de grootste wedstrijd van het jaar!"

Op het moment dat PDM na acht dagen met Breukink, Alcala en Kelly drie renners in de eerste tien van het klassement had staan, ging het goed mis en kon de hele ploeg ziek en wel de koffers pakken voor de thuisreis. "Ik ben nu nog van mening dat Breukink, als hij toen de Tour de France al niet had gewonnen, hoogstens met 20 seconden verschil zou hebben verlo­ren van Indurain. In die orde van grootte zit je dan te pra­ten. Maar ja, je kunt de klok niet terug draaien," zegt Man­fred Krikke berustend, terwijl hij vanuit zijn Knegselse boerderij woning nog eens naar buiten kijkt waar het december­weer al even mistroostig is als de situatie waarin hij toen met de PDM-ploeg verzeild raakte. 

 

Gezondheid 

 

Toch zou Manfred Krikke destijds niet gezegd hebben dat de Intralipid niet gebruikt mocht worden, als hem tijdig vooraf was uitgelegd waar het middel goed voor was. Hij heeft zich altijd al verdiept in alles wat met de gezondheid van een sportman te maken heeft. Magazines op sportmedisch gebied spreken hem aan. Ter illustratie laat hij een Amerikaans boek zien over de mentale hardheid in training, dat hij enkele weken geleden gekocht heeft tijdens een zakentrip naar Cali­fornië. "Ik ben geïnteresseerd in het menselijk lichaam, omdat ik ook zelf nog regelmatig sport. Mijn belangstelling gaat vooral uit naar het preventieve werk in de sport." En dan verwijst hij naar Amerikaanse onderzoeken betreffende de zuurstofopname bij topsporters. En naar het geweldige verlies van het hormoon testosteron dat bij duursporters is vastge­steld en daarom aanvulling vereist. Een hele verhandeling over fysiologische veranderingen in het lichaam van een sportman schudt Krikke zo uit zijn mouw. "Al jaren geleden was ik daarmee bezig. We gebruikten vitamines die het versnelde verouderingsproces bij topsporters ten gevolge van de intensie­ve sportbeoefening moeten opvangen. Aanvulling van hormonen zou onder medische begeleiding ook moeten worden toegestaan in de topsport. Wielrennen is zo uitzonderlijk zwaar dat het lichaam onvoldoende tijd krijgt om reserves op te bouwen, vooral in een etappewedstrijd van drie weken als de Tour de France." Naar de mening van Krikke zijn de successen van de Italiaanse wielerprofs in de laatste twee jaren op de eerste plaats te danken aan de vooruitstrevende medische begeleiding in dat land. 

 

Bankske in Knegsel 

 

Hoe heeft Manfred Krikke de moed op kunnen brengen om na de Intralipid catastrofe toch weer door te gaan in de wieler­sport? "Het is natuurlijk het slechtste wat je kan doen, als je op zo'n moment helemaal stopt met de sport. Dan zit je, denk ik, als je 65 bent op een bankske te treuren over wat er allemaal gebeurd is. Dat kan niet. Dat is echt een slechte zaak! Ook al is dat nog zo'n mooi bankske, in Knegsel of waar dan ook, dan is dat het enige wat op latere leeftijd in je gedachten steekt. Daarom ben ik door gegaan. Natuurlijk speelt in zo'n situatie ook je eigen karakter een rol. En de mensen die wat verstand van wielrennen hebben, zijn altijd vierkant achter me blijven staan." En dan haalt hij een gezegde aan dat in Amerika welbekend is: "Het gaat er niet om hoeveel keer iemand valt, maar het gaat er om dat hij één keer meer op staat." 

 

Begeleiding 

 

Krikke werd opnieuw door een aantal ploegen, onder meer door een Amerikaans team, gevraagd om het management te doen. Hij deed alleen het een en ander in de begeleidingssfeer. "Mijn hele leven door, al lang voordat ik met PDM werkte, heb ik individuele renners aan een baan geholpen nadat ze gestopt waren met de sport." Uit de laatste jaren noemt hij een paar voorbeelden. Rudy Dhaenens had na zijn actieve carrière een moeilijke periode. "Hij maakt het nu weer goed en is beleg­gingsadviseur geworden. Toen hij naar de beurs in Amerika wilde, vroeg hij me hoe hij dat moest aanpakken. Ik heb met hem nog steeds contact. Af en toe eten we een hapje met el­kaar.

Vergeet ook niet Hans Daams die door hartritmestoornis­sen moest stoppen en nu een fantastische zaak heeft in Achel. Die heb ik een beetje kunnen helpen bij het opzetten van een zakenconcept, waarmee hij uit de put werd geholpen. Ik praat nu met John van de Akker over zijn toekomst. We hebben al ideeën over wat die straks kan gaan doen. Zo somt hij wel een twintigtal renners op, bij wie ook Gert-Jan Theunisse en Danny Nelissen die beiden TVM met gemengde gevoelens hebben verla­ten. "Ik maak me bij Cees Priem niet populair als ik Nelissen help. Maar als die jongen mij belt, omdat hij helemaal in de put zit, dan help je hem toch! Danny is een toptalent waar dagelijks iemand geestelijk mee bezig moet zijn." Maar nu hij ouder wordt begint Krikke zich te realiseren dat hij zich niet grenzeloos bezig kan houden met de problemen in de rand van het wielrennen. "Ik vind dat ik de laatste jaren te veel tijd heb besteed aan mensen die in problemen zijn. Hoewel het wel dankbaar werk is." 

 

ATB 

 

Sinds 1993 sponsort Krikke een mountainbike-team. De ATB-sport is afkomstig uit Amerika. Deze tak van de wielersport werd aanvankelijk dan ook door de Amerikanen beheerst. Krikke zelf maakte in 1984 kennis met het ATB'en in de Rocky Mountains en vond dat een fantasti­sche ervaring. Vooral het feit dat je hoog in de bergen op steenachtige grond en in de vrije natuur zelden lek reed door de stevige structuur van de fietsbanden sprak hem erg aan. Inmiddels is de ATB-fiets ook in Europa een ingeburgerd ver­voermiddel geworden en heeft die de racefiets verdrongen. Tegenover één racefiets worden momenteel in Nederland vier ATB's verkocht. In die snel ontwikkelende sport heeft Krikke een ploeg opge­zet. Die wilde in drie jaar naar de wereldtop, maar bereikte die top al in het tweede jaar. Bart Brentjens deed vanaf het begin steeds beter mee en met de komst van de vice-wereld­kampioen 1993 Marcel Gerritsen, Adrie van der Poel en Richard Groenendaal kreeg het American Eagle team nog meer uitstra­ling. "Door de hobbelige parcoursen en de snelheid is de ATB-sport moeilijker vanaf de motor in televisiebeelden te ver­slaan dan het wielrennen op de weg," vindt Krikke. Maar hij is uiteraard bijzonder in zijn nopjes met de prima resultaten die zijn renners in 1994 hebben geboekt. Vooral de wereldbeker die Bart Brentjens veroverde bracht zijn ploeg in de kijker. "Ook bij PDM wilde ik alleen publiciteit door sportieve prestaties. Daar wil ik op geen enkele wijze omheen. De andere optie is: een ploeg met een leuke public relation. Maar die spreekt mij  niet aan. Ik vind dat je door prestaties moet proberen je doel te bereiken. Dan dien je de sport en kun je als sponsor toch dankbaar zijn. Ik kan niet anders werken. De merknaam komt toch door resultaten wel naar buiten. Zo is het toch?" zegt hij veelbetekenend.

 

Bescheiden

 

Bart Brentjens kreeg na zijn World Cup zege enkele lucratieve aanbiedingen, maar koos toch weer voor de ploeg van Krikke, voorlopig tot eind 1996. Daarmee heeft hij zijn waardering uitgedrukt voor het vertrouwen dat Krikke hem schonk. Die noemt Brentjens een bescheiden, fantastische jongen. "Hoewel die bescheidenheid zich niet in de wedstrijden uit", voegt hij er meteen aan toe. "Bart heeft wat moeite om in zichzelf te geloven, maar weet nu waartoe hij in staat is."

Vanaf 1 oktober 1994 is ook de nationale kampioen veldrijden Richard Groenendaal als full-prof in dienst bij het bedrijf van Krikke. Die ziet voor de 23-jarige coureur uit Sint Mi­chielsgestel behalve in het veldrijden ook mogelijkheden in de ATB-sport. "Richard is nog jong en het ATB'en is wat moeilij­ker wat het uithoudingsvermogen van de renner betreft, maar na een aanloopperiode moet hij ook daarin bij de top kunnen komen. In het veldrijden heeft hij in de maand december een rustige periode ingebouwd. Het valt voor een jonge coureur niet mee om het hele seizoen gelijkmatig te presteren. Hij heeft al een aantal goede prestaties geleverd in enkele Super Prestige crossen. En natuurlijk verwachten we hem vooraan in het NK- en het WK-veldrijden in januari." 

 

Van der Poel 

 

"Hèt grote voorbeeld in zijn ploeg van wie jonge jongens het vak kunnen leren". Zo karakteriseert Krikke de nestor van het Nederlandse wielrennen, de nu al 35-jarige Adrie van der Poel. "Hij toont anderen hoe een beroepsrenner voor zijn vak moet leven. Daarom ben ik zo blij dat ik hem erbij heb in de moun­tainbike-ploeg. Met Adrie er bij loopt het bijna altijd goed. Hij organiseert àlles," en Krikke benadrukt vooral dat laatste woord. "In december belde hij twee keer vanuit zijn vakantie­verblijf op het eiland Martinique op of alles al geregeld was voor het nieuwe seizoen. Of de fietsen al klaar waren en hoe het met de broeken zat. Hij wacht niets af en regelt alles. In de ATB-ploeg was hij vorig jaar onze blikvanger, maar ook in het veldrijden is hij niet uit de top weg te slaan. Als mens is Adrie een fijn iemand. Getrouwd met de dochter van Raymond Poulidor woont hij heel leuk in Belgié. Hun zoontje David is een tweetalig fantastisch kind. Die spreekt met zijn moeder Frans, draait zich om en gaat met vader in het Nederlands verder. Adrie wil coach van de veldrijders worden als hij stopt met het wielrennen en zal daarin ook wel slagen." 

 

Neo-profs  

  

Eén wens van Manfred Krikke kon op het eind van het nu bijna afgelopen jaar niet in vervulling gaan. Graag had hij in 1995 een ploeg met jonge beroepsrenners op de weg gezet. Aanvankelijk waren er plannen met sponsor Europolis. Maar die gingen om onduide­lijke redenen niet door. "Alles was geregeld. Ik had de con­tracten klaar en alle afspraken netjes op een rij. Aan twee kanten waren we akkoord. Maar om rond te komen moeten er wel handtekeningen worden gezet en dat is nooit gebeurd. Ik had graag vier Nederlandse neo-profs in de ploeg willen meebren­gen. Aart Vierhouten, Koos Moerenhout, Wim van de Meulenhof en ook Anthony Theus hadden we er bij. Die jongens krijgen nu de kans niet om prof te worden. Daarom wil ik voor hen een stukje begeleiding opzetten in samenspraak met de KNWU. Het zou zonde zijn als die generatie verloren gaat. Zij zijn op de amateurs uitgekeken, omdat ze al een paar jaar aan de top staan. De bedoeling is dat ze dan alsnog in 1996 bij de beroepsrenners kunnen debuteren. Ik vind het heel erg voor hen zoals het nu gelopen is. Zij zien hier die hoop. Ze durven mij niet te bellen en dan krijgen ze haar aan de lijn. Krikke wijst naar zijn vrouw die een drankje in schenkt. Zij zegt: "Ik zit niet in het wielerwereldje. Maar soms ben ik wel gedwongen natuur­lijk, wanneer jongens hier opbellen. De mens achter de renner kan ik vrij goed inschatten. We hebben hier nog wel eens vermoeide renners in bed gestopt. Vooral Jogi Müller is hier vaak geweest. Die had nooit negatieve praat. Zelfs niet als hij doodmoe na een koers afstapte." En haar man beaamt dat hoofd knikkend: "Jogi was altijd vrolijk. Hij heeft het laatste jaar als meesterknecht voor zijn landgenoot Rominger gereden. Ik weet niet of hij in 1995 nog wedstrijden rijdt." 

 

Nieuwe ploeg 

 

Wat spreekt Manfred Krikke het meeste aan, het zakelijke of het sportieve aspect in de wielrennerij? Eigenlijk een overbo­dige vraag. Hij reageert meteen: "Ik heb de bedrijven in de wielersport gekocht, omdat ik van wielrennen hield en daar nog heel veel van houd. Ik ben geen voetbalkenner, ik weet daar te weinig vanaf. Ik hoefde niet zo nodig iets bij te verdienen op wielergebied. Ik ben in de allereerste plaats de sport binnen gestapt, omdat ik zelf graag sport."  

Veel mensen zullen Krikke bewonderen om zijn ondernemings­geest. Maar wat bewondert hij zelf in de renners met wie hij in al die jaren in contact kwam? "Vooral inzet en eigen initi­atief hebben me bij de renners altijd erg aangesproken. Je leert van hen ook dat roem vergankelijk is. Iedere renner is bang om uit het zoeklicht te raken en vecht om daar zo lang mogelijk in te blijven." 

Of hij nog nieuwe uitdagingen ziet nu hij op een leeftijd (62) komt dat hij onderhand van zijn pensioen kan gaan genieten? Krikke vindt dat een mens op elke leeftijd nieuwe uitdagingen moet nemen. Hij praat nu al weer met een grote sponsor in Amerika om in 1996 aan de slag te kunnen. Aan de opzet en de strategie voor een nieuwe ploeg zal hij zeker meewerken, maar hij wil er niet meer echt dagelijks mee bezig zijn. 

 

Verwachtingen

 

Voorlopig hoopt Krikke dat zijn ATB-ploeg in 1995 nog voor een topresultaat kan gaan zorgen, zo mogelijk nog een haartje beter dan vorig jaar. Hij verwacht dat Gert-Jan Theunisse in het door hem gesponsorde Concorde-Collstrop team sterk zal verbeteren. "Die is met een maagzweer geestelijk geknakt uit zijn vorige ploeg gekomen, maar ziet het nu weer helemaal zitten." Hij verwacht ook de doorbraak van Jo Planckaert in die ploeg. "Want voor die sprinter zal sterk gereden worden in het komende wegseizoen." En mocht dat er allemaal niet van komen, dan blijft Manfred Krikke toch een gelukkig mens. "Het kan allemaal wel prachtig zijn als er duizenden mensen staan te hossen en te springen op Alpe d'Huez wanneer je daar de nummer een en twee in je ploeg hebt. Maar ik geniet even veel van een praatje met een gewoon mens uit de Kempen, zoals de man aan de benzinepomp hier in Knegsel. Want de gewone dagelijkse dingen zijn vaak toch de mooiste."

 

Bij de foto's:

Jasper de Laat, mee vooraan in het NK 2021 voor elite en beloften zonder contract op de VAM berg in Drenthe en er als 5e gefinisht, was daar voor het laatst te zien in een shirt van het Veldhovense Tempo-Hoppenbrouwers-Viro;

TWC De Kempen junior Mat van Gorp, hier met een bloementuil in het gezelschap van een clubgenoot, was in september 2021 aan de winst in Hart van Gilze;

Een jonge amateurploeg van TWC De Kempen (met vijf bijna leeftijdgenoten) neemt in 1981 voor de start in Kruishoutem de tactiek door. In de jeugd- en jongerencategorieën hebben de vijf jongens in het groen en geel enkele honderden overwinningen voor hun vereniging laten optekenen. De wedstrijd in België eindigt in een zege van eerstejaars amateur Hans Baudoin vóór zijn clubgenoot Hans Daams. V.l.n.r. Ad van Kuik, Jan Peels, Hans Daams, Hans Baudoin, John van Asten en Jan Roijers die destijds van Valkenswaard naar Kruishoutem was verhuisd en het leuk vond om Kempen renners aan de start te hebben. Jaarlijks ging er dan ook een team van de Kempen naar West Vlaanderen. Ploegleider Broer Geldens staat niet op deze foto.

 

2021 Valkenswaard Stormloop naar TWC De Kempen

 

Al een aantal jaren is de tendens in de wielersport dat het recreatieve element de overhand neemt. De wedstrijdrenners met licentie nemen geleidelijk aan in aantal af. Hierdoor zijn diverse verenigingen niet in staat om met een volledig team deel te nemen aan diverse klassiekers en etappewedstrijden gedurende het seizoen. Wat zich elders in het land aftekent wordt ook in Zuid-Oost Brabant steeds meer merkbaar. Daarom bundelden dit jaar vier verenigingen hun krachten in een samenwerkingsverband. TWC Het Snelle Wiel (Bladel), R&TC Buitenlust (Helmond), Wielervereniging Schijndel (Schijndel) en TWC Pijnenburg (Tilburg) namen via een stichting met het BHST Cycling Team deel aan de clubcompetitie en diverse andere klassiekers en etappewedstrijden.

 

Nu heeft zich een nieuw fenomeen in de regio Kempenland aangediend. TWC De Kempen, de vereniging uit Valkenswaard die in de jaren 80 een bolwerk van wielertalent was met renners als Hans Daams, Hans Baudoin, John Bogers, Jan Peels en John van Asten, wordt komend seizoen versterkt met een hele serie elite en beloften die over komen van Tempo-Hoppenbrouwers-Viro.  Renners als Jasper de Laat, Jos Koop, Xavier Poels, Wessel Coppelmans, Robin van Poppel en Jordi Steenbakkers volgen hun ploegleider Hans Baudoin die naast het ploegleiderschap sinds enige tijd ook de functie van bestuursvoorzitter bekleedt bij de vereniging waar hij in de jaren 70 als jeugdrenner begon. Bij TWC De Kempen treft Baudoin ook beloftevolle renners als de Luyksgestelnaren Sverre Senders en Jordy en Rens Vermeulen alsook Mat van Gorp uit Bergeijk.

In een poging om oude tijden te doen herleven wordt bij de Valkenswaardse club nu verder gewerkt aan de opleiding van jonge coureurs. Er is al een brede jeugdcategorie waar enthousiaste en gediplomeerde begeleiders spelenderwijs de jongeren de kneepjes van het vak leren. Deze lijn wordt doorgetrokken naar de nieuwelingen en junioren. Bovenstaande ontwikkeling heeft geleid tot een flinke uitbreiding van het elite en beloftenteam. Maar liefst 17 nieuwe renners komen het team versterken. Daarnaast hebben nog diverse renners interesse getoond in de nieuwe aanpak van TWC de Kempen. Met hen worden momenteel nog gesprekken gevoerd. Wanneer die binnenkort zijn afgerond zal het team zijn definitieve omvang bereikt hebben.

Voor de elite/beloften krijgt de huidige ploegleider Leon Cleven versterking niet alleen door de komst van Hans Baudoin maar ook met Patrick Vliegen. Ook het begeleidingsteam wordt fors uitgebreid met maar liefst 8 mensen waardoor het totaal op 11 komt, inclusief de vrijwel complete begeleidingsstaf van TWC Tempo.

 

Er wordt komend wegseizoen een uitgebreid wedstrijdprogramma gereden. Op dit moment zijn er al toezeggingen binnen voor een hele reeks etappewedstrijden. Het betreft o.a. Tour de Nancienne, Ronde van Vysocina, Saint Brieuc Agglo Tour, L’Armoricaine Printanière, Tour de Moselle en Arden Challenge. Met de organisatie van Olympia’s Tour wordt momenteel nog overlegt. Ook eendaagse wedstrijden zoals onder andere de GP Enduist, Ronde van Zuid Holland, Glazen Stad, Ronde van Groningen, Ronde van Midden-Brabant, PWZ Zuidenveldtoer, Ronde van Zuid-Oost Friesland en enkele wedstrijden in België en Duitsland staan op het programma. Daarnaast wordt de clubcompetitie gereden. TWC de Kempen had in 2021 voor alle Topcompetitiewedstrijden een wildcard. Momenteel wordt onderzocht of er rechtstreeks aan de Topcompetitie deel kan worden genomen. Ook enkele wedstrijden van de Holland Cup staan op het programma. Daarnaast is er een uitnodiging voor de Lilacup in Duitsland. De U23 competitie wordt gereden door het district Zuid-Oost Brabant met daarin een aantal renners van TWC de Kempen.

Al bij al wordt er dus naar gestreefd oude tijden in Valkenswaard te doen herleven. Want TWC de Kempen is een vereniging met een rijke historie. In 2022 bestaat de club 75 jaar. In het verleden zijn er veel goede renners afgeleverd. Meerdere malen had de club de kampioen van Nederland in haar midden, zowel op de weg, als op de baan als in het veld. Op het gevaar af iemand te vergeten memoreren we de nationale wegtitels van John van Asten, Hans Baudoin en Huub Burgmans bij de nieuwelingen en het rood-wit-blauw van Jan Peels bij de junioren. Hans Daams was een van de Kempen coureurs die het tot de profs bracht en in het PDM shirt onder meer de Ronde van de Amerika’s won vóór grootheden als Greg Lemond, Stephen Roche en Pedro Delgado. Nog als amateur behoort Daams met Baudoin en Peels bij de kern van de succesvolle Jan van Erp ploeg. Triomfen in Olympia’s Tour en in tal van klassiekers voor die generatie. De witte trui werd uit de Tour de France door Peter Winnen mee naar Valkenswaard gebracht.  Die liet ook overwinningen op Alpe d’Huez bejubelen en werd Nederlands wegkampioen bij de profs. Frank van Bakel behoorde bij de beste veldrijders van het land met onder meer een nationale proftitel in die discipline. 

2010 Valkenswaard 

LSE team TWC De Kempen als Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg

 

De Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg die als kweekvijver voor nieuw regionaal wielertalent moet gaan fungeren met links vooraan gehurkt de betreurde Robbert de Greef die in 2019 op 27-jarige leeftijd door een hartstilstand werd getroffen tijdens het beoefenen van zijn sport in de Zeeuwse Omloop van de Braakman (foto Theo van Sambeek) 

 

Voor een goed gevulde kantine in haar vernieuwde clubgebouw presenteerde Tour- en Wielerclub De Kempen begin februari 2010 haar nieuwe wielerploeg. Een jonge ploeg vol ambitieuze beloften en elitecoureurs die niet alleen de trots van de Valkenswaardse vereniging kan wegdragen maar ook die van het districtsbestuur Zuid-Nederland en van het Wielerplatform Brabant. De Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg is een voor Noord-Brabant uniek initiatief, gevuld met voor het merendeel jonge renners in een bijzonder fris ogende groen-witte outfit. Het team moet de wielersport in het zuiden de komende jaren van nieuwe impulsen gaan voorzien. TWC De Kempen blijft daarmee een b(l)oeiende vereniging.

 

(door Piet Gijsbers) 

 

Paul Dekkers zal met zijn 25 lentes als speerpunt van de nieuwe ploeg gaan fungeren na een door lichamelijke mankementen nogal tegenvallend wegseizoen 2009. De eliterenner uit Gerwen voelt zich nu weer prima en liet dat in de eerste Veldhovense trainingsritten al tot uiting komen in de van hem bekende aanvallende rijstijl. Opvallende namen in het team zijn die van Gilles Bogers (19) uit Budel en Jeroen Dohmen (22) uit Born, beiden met een vader (John Bogers en Matthieu Dohmen) die in het verleden van zich deed spreken. Met zijn zilverkleurige raceschoentjes trok de jonge Bogers de aandacht, maar deed nog geen grote uitspraken over mogelijke prestaties in de toekomst. “ Ik doe mijn best, maar mijn vader was een echt groot talent. Of ik prof word net als pa? Natuurlijk wil elke renner dat, maar ik acht mijn kans toch maar klein.” De meeste jonge coureurs bezondigden zich niet aan grootspraak. Al liet Geldroppenaar Robbert de Greef (18), vorig jaar bij de junioren goed voor een vijftiental podiumplaatsen, duidelijk zijn ambities blijken: “Ze zullen me eraf moeten rijden, want ik ga aanklampen bij de betere coureurs.” Erik Bierens uit Duizel (19) gaat komend wegseizoen voor minimaal een top tien eindklassering in het Baby-Dump Kempenpers klassement na twaalf regionale wedstrijden. De Eindhovense microfonist Jan Peeters die de presentatie van commentaar voorzag kon niet genoeg beklemtonen dat hij de renners van de nieuwe ploeg zeker vooraan in dat klassement verwacht. Ploegleider Ruud Jansen hield daarbij nog een slag om de arm: “ Om de wedstrijdspanning niet al te zeer te beïnvloeden willen we hooguit zes of zeven renners per wedstrijd laten inschrijven.” Met naast Dohmen nog een zestal renners uit Limburg in de ploeg zal er geduchte onderlinge concurrentie kunnen ontstaan voor de deelname aan de klassiekers in onze zuidelijkste provincie. Maar het programma van de ploeg is zodanig dat er zeker voor iedere renner genoeg startgelegenheid over blijft in het grote werk. TWC De Kempen heeft in het verleden in binnen- en buitenland met klinkende prestaties van haar renners zoveel goodwill opgebouwd dat nu in meer dan vijftig grote eendaagse en meerdaagse wedstrijden gestart kan worden. Na een trainingsweek in de Franse Var begint een selectie van de groen-witten aan het wegseizoen in de Ster van Zwolle. Daarna volgen wedstrijden in België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg met in eigen land Olympia’s Tour als kers op de taart. ”We krijgen prachtige fietsen ter beschikking, maar de benen zullen het toch moeten doen,” aldus Ralph Gelens (20), een van de twee renners van boven de rivieren.

 

Bergeijkse signatuur 

 

Opmerkelijk is dat het nieuwe wielerteam gesponsord wordt door drie bedrijven met een Bergeijkse signatuur. De tweelingbroers John en Huub Burgmans, nu de directie van Baby-Dump vormend, reden beiden als jonge coureurs zeer verdienstelijk op een licentie bij TWC De Kempen. Oud-motorcoureur Jan Lemmens is met zijn metaalbedrijf een steunpilaar van de groen-witten, evenals zijn sportmakker Louis Vosters die niet alleen op de motor maar ook met broer Antoon op de racefiets zijn mannetje heeft gestaan en nu met Wilvo Metaalbewerking aan de weg timmert. Districtsvoorzitter Marten de Lange uit Leende uitte zijn bewondering voor het Valkenswaardse initiatief in een tijd dat ook de wielersport wat moeilijker aan de centen komt. En Wil Bellemakers uit Luyksgestel, die zich als voorzitter van het Wielerplatform Brabant inzet om de sport op het smalle zadel in eigen provincie tot ver daarbuiten te promoten, wees nog maar eens op al die nationale kampioenen die TWC De Kempen jarenlang voortbracht.

 

Interim clubvoorzitter Albert van Maasakkers maakte van de gelegenheid gebruik om de Kempener Koerier wisselbeker uit te reiken. Amateur Niels Hamers, vanwege zijn werk verhinderd, had de meeste punten in het seizoen 2009 bijeen vergaard. Ralf Hamers, de winnaar van het Baby-Dump Kempen Pers klassement, zelf als tweede geëindigd in de puntenstand van de Kempener Koerier bokaal, nam de trofee als vervanger van zijn broer in ontvangst. En nieuwelinge-dame Maud Kapteijns legde op plaats drie en daarmee op een welverdiende bloemenruiker beslag. De Valkenswaardse vereniging doet zelf ook een duit in het zakje bij de financiële ondersteuning van het nieuwe team. De aan de vereniging gelieerde Stichting Wielersport Valkenswaard wil met een structurele en professionele aanpak het nieuwe wielerproject garanderen, zodat de ploeg van 17 coureurs zich landelijk op een hoger plan kan gaan bewegen. Het team bestaat uit de 12 beloften Erik Bierens (Duizel), Melvin Bijnen (Hamont/Achel), Gilles Bogers (Budel), Ralph Gelens (Hendrik Ido Ambacht), Robbert de Greef (Geldrop), Patrick Hupkens (Maastricht), Jasper Mandjes (Koersel, België), Ritchie Motké (Beek), Enno van Os (Uden), Bruce Rayer (Venlo), de broers Geert en Harm van der Sanden (Nuland), en de elite coureurs Maarten Boonen (Harderwijk), Paul Dekkers (Gerwen), Jeroen Dohmen (Born), Thijs Droogmans (Roosteren) en Luuk Metsemakers (Neer).

 

Naschrijft:

Later zou het team zijn bestaansrecht royaal bewijzen met onder meer twee winnaars van de nationale Topcompetitie in de personen van Twan Castelijns (Hapert) en Robbert de Greef (Geldrop). Het team werd later voortgezet als Alecto Cyclingteam met in 2018 Rick Ottema (Muntendam) als eindwinnaar van de Topcompetitie.  

1990 VALKENSWAARD

JAN VAN KUIJK SLAAT DE FABRIEKSDEUREN DICHT EN

GAAT KILOMETERS MAKEN OVER DE WEGEN VAN EUROPA

 

De Amerikaanse profcoureur Andy Bishop op de behandeltafel bij Jan van Kuijk (Foto Hans van Hout)

 

IN DE KEMPISCHE SPORTWERELD KENNEN VELEN HEM: JAN VAN KUIJK, DE MASSEUR-VERZORGER VAN DE VALKENSWAARDSE VERENIGINGEN AVV EN  TWC DE KEMPEN. ATLETEN EN WIELRENNERS VERTROUWDEN DE VERZORGING VAN HUN SPIEREN JARENLANG AAN HEM TOE. EN WIE EEN BLESSURE OPLIEP BIJ DE SPORTBEOEFENING KON ALTIJD BIJ HEM TERECHT. MET INGANG VAN 1 JANUARI 1990 IS JAN VAN KUIJK VAN ZIJN HOBBY ZIJN BEROEP GAAN MAKEN EN KOOS HIJ VOOR EEN VAST DIENSTVERBAND BIJ PDM, DE WIELERPLOEG WAARIN ERIK BREUKINK IN HET NIEUWE SEIZOEN EEN VAN DE KOPMANNEN WORDT.

 

Op een van de laatste dagen van december 1989 vierde Jan van Kuijk zijn afscheid bij Philips waar hij negenendertig jaar lang werkte. Bijna 27 jaar was hij in Eindhoven werkzaam in een technisch leidinggevende functie in de machinefabriek. Zijn collega's konden niet begrijpen waarom hij op 55-jarige leeftijd nog ging verkassen. Maar de Valkenswaardse sportman in hart en nieren zag zijn kans schoon, toen men hem bij PDM een tweejarig contract als masseur-verzorger aanbood. "Voorlopig gaat PDM in elk geval drie jaar door met de sponsoring in de wielersport. Dus na twee jaar kan ik alsnog voor een jaar langer aan de slag. En dan ga ik al een heel eind op de zestig aan. Ik was uitgekeken op mijn werk binnen  vier muren en ga nu van mijn hobby mijn beroep maken."

 

JEUGDLEIDER

 

Van jongs af aan was Jan van Kuijk actief in het Valkenswaardse jeugdwerk. Tot zijn 32e jaar zat hij in de scouting. En pas daarna zocht hij zijn vertier in de wielersport. Hij beklom de racefiets en bracht het zelfs tot districtskampioen bij de veteranen. In 1972 moest hij echter door een hernia-operatie een punt zetten achter het wedstrijden rijden. Intussen was oudste zoon Ad jeugdrenner geworden bij Tour- en Wielerclub De Kempen en ging vader Jan als jeugdleider mee naar de wedstrijden. "Tien jaar lang heb ik me voor de volle 100 procent ingezet voor de jeugd van onze vereniging. Ik volgde een jeugdbegeleiderscursus van de KNWU en kwam in aanraking met een leraar lichamelijke oefening die me adviseerde om vanuit mijn interesse daarnaast een cursus sportmassage te gaan volgen. Later ben ik met rennersteams van TWC De Kempen naar allerlei wedstrijden in binnen- en buitenland geweest. Zo kwam ik weer in contact met Jan Gisbers die toentertijd de ploeg voor de 100 kilometer tijdrit trainde. Bij afwezigheid van vaste verzorger Piet Sanders in de eveneens door Gisbers geleide Jan van Erp-ploeg nam ik diens plaats waar. En later kwam ik ook regelmatig in touw toen Piet van der Kruys de taak van Gisbers bij van Erp en van Aarle overnam".

 

WEINIG NIEUWS ONDER DE ZON

 

Intussen hebben Gisbers en van der Kruys, beiden overgestapt naar PDM, al weer enkele jaren bij tijd en wijle gebruik gemaakt van de diensten van Jan van Kuijk. Het is dan ook zeker geen totaal nieuw leven waaraan de Valkenswaardse masseur-verzorger begint.

Veertien jaar lang had Jan van Kuyk ook al nauwe kontakten met sportarts Peter Jansen, die aanvankelijk als lid van TWC De Kempen aan wielerwedstrijden deelnam en vervolgens clubarts van de Valkenswaardse vereniging werd. Daarnaast kwam hij via fysiotherapeut Thieu Maenen uit Valkenswaard in contact met de Medische Wielerkring Nederland die jaarlijks een nationaal kampioenschap voor artsen, fysiotherapeuten en andere beroepsmatig in de medische wereld actieve mensen organiseert. En met Maenen ging hij diverse keren naar de Medische WK in

meerdere landen van Europa. In overleg met Jansen en Maenen legde Jan van Kuijk zich toe op de behandeling van blessures. Vooral in de atletieksport deed hij op dat gebied de nodige ervaring op. "Bij AVV hier in Valkenswaard heb ik als verzorger bijzonder veel geleerd. Tot nu toe kwam ik daar wekelijks op de trainingsavond en kon iedereen, wedstrijdloper of recreant bij me aankloppen. Voor competitiewedstrijden heb ik me nooit vastgelegd bij AVV, maar behandelde in de loop der jaren tal van blessures, altijd in overleg met dokter en fysiotherapeut. Ik heb me nooit geschaamd om bij wie dan ook om advies aan te kloppen. Wanneer ik met problemen zat bij de behandeling van een wielrenner, nam ik bijvoorbeeld telefonisch contact op met Ruud Bakker in de jaren dat die wijd en zijd befaamd was als verzorger in de ploeg van Peter Post. Als je bij zo iemand vrij aanklopt, heeft die best wel in de gaten dat je zelf ook serieus met je vak bezig bent."

 

ERVARING

 

De ervaring van Jan van Kuijk beperkt zich niet alleen tot de werkzaamheden in eigen huis en woonplaats. Zowel amateurwielrenners als wielerprofs maakten van zijn diensten gebruik. Toen een paar jaar geleden Pedro Delgado nog kopman was bij PDM, verzorgde Van Kuijk de ploeg drie weken lang in de Ronde van Spanje. En vorig jaar besteedde hij vrijwel al zijn snipperdagen aan eendagklassiekers voor de ploeg van Gisbers en van der Kruys. Hij kan haast onuitputtelijk verhalen van zijn ervaringen en ziet helemaal niet op tegen het andere levenspatroon waarvoor hij nu heeft gekozen. "Samen met Rudi Bergmans zal ik vaak op weg zijn naar en in wedstrijden in heel Europa, maar ook in andere werelddelen wanneer daar wedstrijden voor de wereldbeker worden gereden". Daags voor de start van een eendagswedstrijd is het verzorgingsteam van de wielerploeg al in de startplaats. De renners geven hun wedstrijdfietsen in handen van de mecaniciën. De verzorger deelt de kamers in en masseert 's middags de renners. De bevoorrading voor de wedstrijd wordt klaar gemaakt, soms al daags tevoren, maar bij warm weer pas in de vroege morgen van de wedstrijddag zelf. Die bevoorrading betreft niet alleen de renners, maar ook het complete begeleidingsteam in de auto's.

"In de grotere etappekoersen moet alles voor meer dagen worden meegenomen. Dan nemen we ook een wasmachine en een droger mee in onze vrachtwagen. De was doen is een kleiner probleem dan het zorgen dat ieder weer over zijn eigen kleding kan beschikken. Na de etappe komen de renners in de avonduren op de massagetafel en dan klaren we die klus met ons tweeën. Na mijn verblijf in de Ronde van Spanje verwacht ik weinig nieuws aan te treffen in de Tour de France. De tijdsduur is vrijwel even lang en dan komt het er op aan om als verzorgers de taken zo te verdelen dat alles gesmeerd loopt. De een zorgt dat in de hotels de zaken naar wens geregeld zijn, de ander is bij de etappestarts en onderweg bij de ravitaillering nodig en vangt de coureurs aan de eindstreep op. Nee, je hoeft je echt niet over de kop te werken, al maak je soms wel lange dagen. Als je de ravitaillering doet, rijd je naar de plaats waar de renners onderweg hun etenszak aangereikt krijgen en dan heb je daar even tijd om de benen te strekken. Je drinkt een kop koffie in een cafeetje in de buurt en maakt een praatje met de collega-verzorgers. Na de ravitaillering is het zaak zo snel mogelijk de aankomstplaats van de etappe op te zoeken".

  

VAAK OP WEG

 

Vandaag al vertrekt de Valkenswaardse masseur-verzorger met de PDM-wielerploeg naar Oostenrijk voor een trainingsstage in Zell am See. Daar wordt ook de ploeg voorgesteld aan de pers. Jan van Kuijk weet nog niet precies hoe hij in het voorjaarsprogramma van de ploeg is ingedeeld. Maar naar verwachting is hij begin februari al weer in Spanje en volgen daarna de Ronde van Sicilië en de Tirreno Adricatico dwars door Italië. "Tot Milaan-San Rome zal ik maar met korte tussenpozen thuis zijn, maar dat hebben mijn vrouw en ikzelf ingecalculeerd. We verplaatsen onze vakantieplannen naar het najaar en tussendoor kunnen we wellicht toch nog wel eens een weekend naar onze caravan aan zee". Zijn vrouw Tiny denkt haar dagen wel door te kunnen komen. Zij is in de loop der jaren vertrouwd geraakt met de wielersport. Hun twee dochters wonen in de naaste buurt en zijn beiden getrouwd met wielrenners die huize Van Kuijk binnenkwamen met de smoes dat ze gemasseerd wilden worden door vader Jan. Die zal ook in de toekomst klaar blijven staan voor renners en atleten voor zover dat zijn schaarse vrije tijd toelaat. 

 

Naschrift:

In 2016 overleed Jan van Kuijk op 81-jarige leeftijd.

1987 Valkenswaard koesterde weer de Tourhelden

 

(Tekst Piet Gijsbers, Foto Theo van Sambeek)

 

“Daar krijgen we Gerrit Solleveld, de man uit De Lier in het Westland, waar het leven zo goed is.” De stem van microfonist Jan Peeters

galmt door de straten van Valkenswaard. Vanaf een speciaal voor deze gelegenheid in elkaar getimmerd verrijdbaar startpodium vertrekken de renners één voor één in een korte tijdrit over het Stella Artois tijdritparcours. De handen van de toeschouwers roffelen op de reclameborden als de speaker, door de

knieën gezakt en met gebogen rug, de aankomst van Hans Daams verslaat. De

plaatselijke coureur is erop gebrand als een van de eerst gestarte renners een goede tijd op de klokken te brengen. “Jawel hoor, hij had het beloofd onder de twee minuten te blijven. Hij kent niet voor niets de weg hier zo goed. Wie duikt nog onder die tijd van één minuut en ruim 58 seconden?” De sfeer stijgt zienderogen en de spanning niet minder. Het gezellige avondje in het

uitgaanscentrum van Valkenswaard is goed op gang gekomen.

 

De Stichting Wielerevenementen heeft het programma laten openen met een criterium voor dames. Met natuurlijk als blikvangers onze nationale kampioene Mieke Havik en haar collega-Touretappe-winnares Monique Knol in het vijftigkoppige deelneemstersveld. Thea van Rijnsover, een stevig uit de kluiten gewassen Utrechtse, trekt aan het eind van de 50 kilometer koers de hoogste eer naar

zich toe. “Ik wou op dit rondje eens echt mijn conditie testen met het oog op het komende WK en ben daarom even alleen weggereden,” vertelt ze doodnuchter bij de huldiging van de beste drie.

Dan wordt het stilaan tijd voor de grote kanonnen, de mannen uit de Tour. Want daarvoor is het publiek vooral gekomen. Een twaalftal geselecteerde giganten bijt het spits af in een korte proloog. Een voltreffer, die tijdrit. Na Solleveld en Daams komt onder meer Herman Frison, een zuiderbuur die een Touretappe won, op het startpodium. “Concentratie, dames en heren, Herman weet

dat er frankskes liggen te wachten.” Adrie van der Poel wordt aangekondigd als de man in vorm. Hij legt de 1500 meter af in 1.57.30 minuut. En dan gaat onder luid gejuich en handengeroffel Joop Zoetemelk van start. Minstens evenveel kabaal staat Guido Bontempi te wachten. Niemand slaagt er nog in de tijd van nationaal kampioen Van der Poel te verbeteren. Erik Breukink niet, Laurent Fignon zelfs niet en ook niet de laat gearriveerde Bert Oosterbosch.

 

Krat bier

 

Adrie van der Poel wordt dus als eerste prof uitgebreid gehuldigd. Op de opmerking van de speaker dat rondemiss Saskia Fooy er goed uitziet, antwoordt hij heel gevat: “Net als ik.” Als beloning krijgt hij een Gouden Leeuw Rijwiel en als extraatje een krat Stella Artois. Met fiets en krat bier achterop rijdt de winnaar onder grote hilariteit van het publiek een rondje langs de tribunes. De

reclameshow volgt. Een rustpunt in het programma voor de kijkers, allerminst echter voor de speaker die de rijdende koop- en handelswaar aanprijst. Na drie ronden over het parcours maakt de reclamestoet de weg vrij voor de beste Europese wielerprofs. De ritwinnaars in de Tour, dat zijn er maar liefst acht, worden gehuldigd. En uiteraard Joop Zoetemelk ook. Hij komt voor de laatste

keer in Valkenswaard aan de start. Gezeten naast groene trui winnaar Jean-Paul van Poppel en Adrie van der Poel in het rood-wit-blauwe kampioenstricot wordt hij in een Mercedes met open dak rondgereden. Jonge belofte Erik Breukink gooit zijn bloementuil in het publiek bij het begin van de ereronde met Guido Bontempi, Nico Verhoeven, Laurent Fignon, Christophe Lavainne en Herman Frison.

 

Katapult

 

Ietwat verlaat begint dan rond de klok van 20.45 uur het Stella Artois criterium. Het publiek komt in beweging. De horeca etablissementen langs het parcours hebben niet over klandizie te klagen. Evenmin als de programmabladverkopers die sneller dan ooit door hun voorraad heen zijn. Door de luidsprekers komt een stroom van reclameboodschappen. En daar tussendoor klinkt haast onophoudelijk: “Pinda’s, popcorrèn!” De renners zijn in de slag voor de punten van de leidersprijs.

Van Poppel blijkt zijn zinnen te hebben gezet op de Gazelle racefiets van rijwielhuis Wim Kemps. De microfonist: “Sjonge jonge, alweer die Van Poppel die een punt pakt, ’t lijkt wel een katapult!” Met Breukink, Van der Poel en de Belg Ronnie Vlassaks rijdt hij enkele ronden voorop. Later doet Hans Daams een poging in het gezelschap van Verhoeven, Lavainne en Teun van Vliet. De

Valkenswaardse PDM-coureur pakt nog net een premie van 150 gulden voordat het peloton nadert. Bert Oosterbosch valt aan, houdt het vijf ronden vol. Weer Van Poppel en Lavainne, nu met Peter Stevenhaagen, Henk Lubberding en Adri van Houwelingen en weer gegrepen door de rest. De halzen van het publiek rekken als de voorrijwagen nadert. Spanning alom wie in de laatste twintig ronden nog zal ontsnappen. Groot applaus als Joop Zoetemelk tweemaal op rij een uitval doet. Elf leiders beslissen de wedstrijd. Fignon probeert het. Dan Zoetemelk en Breukink. Tenslotte weten Van der Poel en Fignon met een poging in de voorlaatste ronde de rest voor te blijven. En weer trekt Van der Poel aan het langste eind. Van Poppel wint in zijn snelle stijl de sprint voor de derde plaats.

 

Het publiek begeeft zich naar het podium waarop Vanessa haar hits ten gehore brengt. In black en white, voor velen te goed ingepakt. Het is ook nog geen echte zomeravond. De cafés en terrassen stromen nog voller. De finishentourage wordt door de mensen van Tour- en Wielerclub De Kempen weer veilig opgeborgen voor een volgende gelegenheid.  

In de Ronde van de Amerika's laat Hans Daams zich in 1989 als klassementsleider

huldigen

 

1987 Valkenswaard/Achel

Wielerprof Hans Daams ziet de toekomst zonnig in

 

Het is eind januari 1987. Hans Daams, de enige beroepsrenner in het Kempenpers gebied, is na een kortstondig uitstapje naar het West-Brabantse land teruggekeerd naar de omgeving van zijn geboorteplaats Valkenswaard. Weekblad Kempenland Info zocht de net 25-jarige PDM-coureur op in Achel waar hij met zijn vrouw Esther een onderkomen heeft gevonden op de bovenverdieping van het Achels Bouwbedrijf, op een royale steenworp van de grens.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Hans Daams blijkt, in al zijn bescheidenheid, een vlotte prater. bij het gezellig knapperende houtvuur in de open haard doet hij zijn relaas over de ervaringen in de eerste twee jaren van zijn profloopbaan. "Na de Olympische Spelen in 1984 kwam ik via Jan Gisbers, de assistent-ploegleider van Kwantum, in die ploeg terecht. Dat eerste jaar ging het meteen al behoorlijk goed. Begin maart won ik de Omloop van de Vlaamse Ardennen, een semi-klassieker. Na mijn eerste

profseizoen zijn Esther en ik getrouwd en verhuisden we naar Hoogerheide. Daar in Wet-Brabant woonde een aantal ploegmakkers van Kwantum en ik dacht er voordeel aan te hebben om gezamenlijk met hen te kunnen trainen. Ik had dan ook hele hoge verwachtingen van mijn tweede seizoen bij de profs. die winter trainde ik hard, misschien wel te hard, denk ik nu, al zal dat nog moeten blijken. In het begin van het wegseizoen vielen de prestaties erg tegen. Eigenlijk ben ik zowat het hele vorige seizoen achter mijn vorm aan blijven hinken. Ik kwam nooit op het niveau dat ik wilde bereiken. Ploegleider Jan Raas kreeg toen ook steeds minder vertrouwen in mij. Met Jan Gisbers, die inmiddels bij PDM aan de slag was, heb ik altijd goed contact gehad. Ik heb hem gevraagd of er in zijn ploeg nog een plaats open was in het nieuwe seizoen." Door een etappezege in de Dauphiné Libéré, een van de voorbereidingswedstrijden op de Tour de France, wordt de wens van de Valkenswaardse profcoureur al in een vroeg stadium ingewilligd. Hij maakt nog wel op gepaste wijze het seizoen 1986 vol bij Kwantum, rijdt nog een goede profronde van Nederland (3e en 4e in etappes) maar wordt niet opgesteld in de selectie voor de grote najaarsklassiekers.

 

Wintersport

 

Eind september zet Daams zijn fiets een maand lang aan de kant. Het jonge paar verhuist van Hoogerheide naar Achel, een meer vertrouwde omgeving voor Esther Daams-van de Wiel in haar geboortestraat Achel-Station, ter plaatse Achel-Statie genoemd. Hans sluit zich aan bij atletiekvereniging AVV in Valkenswaard. "Even wat andere spieren in werking stellen die je bij wielrennen niet gebruikt. Anders ben je zo eenzijdig bezig. Ik houd ook wel van hardlopen. Dat

is allemaal eens wat anders, hè. Zo ben ik ook weer langzaamaan door de bossen gaan rijden en heb ik enkele crossen gereden. Met de PDM-ploeg zijn we een week op wintersport geweest in de Franse Alpen, ook al iets wat ik nooit had gedaan. Daar kreeg ik de smaak van het langlaufen te pakken en bij terugkomst ben ik nog een week met Esther naar het Sauerland geweest. Het is allemaal eens wat anders dan steeds maar met je fiets bezig zijn."

Hans Daams ziet aan het begin van het wegseizoen 1987 een groot voordeel in de toetreding tot de PDM-ploeg. "We rijden een dubbel programma en daardoor komen alle renners ook in het voorjaar goed aan bod. Heel anders dan bij Kwantum waar maar de helft van de ploeg in competitie kwam. Terwijl anderen de Ronde van de Middellandse Zee en Tirreno-Adriatico reden waas ik thuis aan het trainen. Daardoor liep ik achterstand in competitie op wat me het hele seizoen heeft opgebroken." Hij heeft zelf het gevoel dat hij beter kan dan hij tot nu toe presteerde. "De doorlopende lijn is vorig jaar even onderbroken geweest, maar dat wil ik nu zo snel mogelijk herstellen. Niet alleen voor mezelf, maar ook als eerbetoon aan Jan Gisbers die steeds vertrouwen in me hield."

 

Vervolg

 

Hoe het Hans Daams sindsdien is vergaan? Vroeg in zijn eerste seizoen bij PDM wint hij de Ronde van Friesland en het sprintklassement in de Catalaanse Week. In kleinere wedstrijden rijdt hij naar een vijftal podiumplaatsen. Een jaar later wint hij in Groot-Ammers en schrijft de Belgische Kustpijl op zijn naam. In 1988 gaat het crescendo: hij rijdt zich naar het podium in twee etappes van de Vierdaagse van Duinkerken, in de Scheldeprijs in Schoten en in de Belgische Sluitingsprijs in Putte-Kapellen. Zijn beste seizoen wordt 1989 met een dubbele zege in de Ronde van de Amerika’s. Hij wint een etappe in Venezuela en verdedigt zijn leiderstrui tegen toppers als Delgado, Roche en LeMond tot op de slotdag in Florida. Later wint hij ook nog een etappe in de Ronde van Zweden en staat daar nog twee keer als tweede op het podium. Zijn mooie resultaten hebben

uitverkiezing in de Tour de France ploeg tot gevolg. Maar vlak voor de Tour slaat het noodlot toe. Vanwege hartritmestoornissen moet Daams noodgedwongen uit competitie blijven. Daardoor ziet de Kempenaar deelname aan de Tour de France in rook vervliegen. Vanaf het ziekenhuisbed moet hij de verrichtingen van zijn ploegmakkers op de teevee volgen. Een lange periode van gedwongen

thuis zitten volgt. Hij heeft een tijd nodig om de klap te verwerken dat hij door de artsen wordt afgeraden nog langer topsport te bedrijven. “In beperkte mate kan en mag ik nog bijna alles doen. Met inspanningstesten wordt mijn fysieke conditie gepeild. Na mijn geval zijn ze voorzichtig geworden. Alle renners van de PDM-ploeg ondergaan uitgebreide testen op nieuw aangeschafte

apparatuur,” meldt hij in het voorjaar van 1990. Het kan niet voorkomen dat de Fries Johannes Draaijer plotseling aan een hartstilstand overlijdt. Een nieuwe klap voor de herstellende Daams. Voor hem is het probleem dat je als topsporter met hartritmestoornissen meteen werkloos bent. Hij moet er zijn hele wereld voor omgooien. Als afleiding gaat hij zich toeleggen op de training van de

nieuwelingen bij zijn vereniging TWC De Kempen. Later begint hij met Peter Theuns in Achel-Statie de Wielershop Achel die hij op eigen naam voortzet en die tot een goed florerende zaak is uitgebouwd. Bij de wielersport blijft de oud-Valkenswaarder betrokken nu zijn dochter Jessie in de vrouwenpelotons te vinden is.