1998 VELDHOVEN

 

Veldhovens getinte amateurploeg in gouden Omloop der Kempen

 Ruud Verspaandonk aan de zijde van leermeester John van den Akker (Foto Theo van Sambeek)

 

Op zondag 10 mei 1998 wordt de gouden editie van de Omloop der Kempen verreden. Een peloton van 176 elite-renners neemt om 12.00 uur in de Veldhovense Dorpsstraat de start voor Neder­lands oudste wielerklassieker. De

organiserende Stichting heeft zich beijverd om de jubileumeditie van de wedstrijd een extra feestelijk tintje te geven met een aantal nevenactivi­teiten. Er zijn helikopter rondvluchten en er treden dweil­bandjes op. De jeugd wordt vermaakt met clowns en grimeuses. Het wieler­pro­gramma bevat naast de klassieker voor amateurs en profs een tweede klassieker voor junioren en een

dameskoers. In de Omloop der Kempen dingt het team van MGI Fietsen met kopman John van den Akker en neo-amateur Ruud Verspaandonk, beiden uit Veldhoven, mee naar een hoofdrol.

 

(door Piet Gijsbers)

 

De Veldhovense inbreng is in de MGI-ploeg niet be­perkt tot Van den Akker en zijn jonge kompaan Verspaandonk. Ook de Veldhove­naren Peter Vliegen en Louis Schats doen een stevige duit in het zakje in de organisatie van het nieuwe wielerteam. Vliegen treedt op als assistent-ploegleider en

trainer-coach, Schats verzorgt de communicatie voor de ploeg. Die werd in januari in Oosterhout gepresenteerd met als verrassen­de at­tractie de aanwezigheid van niemand minder dan Miguel Indu­rain. Naast professional John van den Akker maakt ook ex-prof Erwin Nij­boer deel uit van de ploeg. De renner uit Denekamp, jarenlang de superknecht van de Spaanse El Rey, haalde zijn voormalige kopman naar Nederland op de dag van de presentatie. Een vrien­dendienst van Indurain, waarvan dankbaar door enkele jeugdle­den van Tempo Veldhoven gebruik werd gemaakt om zich op de foto met de vijfvoudige Tourwinnaar en werelduurrecordhou­der te laten vereeuwigen.

 

Hoogste niveau

 

John van den Akker begint na een korte aanlooptijd te wennen aan het leven in een 'normale' maatschappelijke func­tie. Na tien jaar profwielrennen aanvaardde hij in de afgelo­pen winter een baan als vertegenwoordiger bij MGI Fietsen. Twee dagen per week gaat hij op pad in de driehoek Eindho­ven-Den Bosch-Breda. Daarnaast kan hij zich nog steeds als be­roepsrenner bewust op zijn sport richten. "Ik vind het zo heel lekker gaan. Nu kan ik aandacht besteden aan mijn maatschappe­lijke carrière en daarnaast fiets ik toch nog op het hoogste niveau. Soms gaat er wel eens wat mis in de planning. Dan schijnt bijvoorbeeld de zon op een dag dat ik moet gaan wer­ken, terwijl het een dag later als ik wil gaan trainen heel slecht weer is. Maar ik heb de vrijheid om mijn dagen naar eigen voorkeur in te delen, dus mag ik niet kla­gen," zegt de nu 31-jarige Veld­hovenaar. "Ik train wel iets minder dan in voor­gaande jaren, maar voor­alsnog gaat het heel goed." In de 'Ster der Belof­ten' (voor­heen de Teleflextour) was Van den Akker in de etappe door Zuid-Limburg de

sterk­ste man in koers zonder dat hij daar voor de dagzege kon strijden. Hij was een van de geroutineerde renners die de last van de koers op hun schouders droegen. Jongere coureurs profi­teerden daar­van. "Op de klimme­tjes leidde ik het spel, maar ik kon niet aan een stuk door alle demarrages blijven beantwoor­den. Toen zes man weg reden, ben ik nog wel met een groep in de

achter­vol­ging ge­gaan, maar we strandden uiteinde­lijk op dertien secon­den." In de Belgi­sche Ardennen zat Van den Akker in de groep van tien man achter de Noorse winnaar Vestöl. Na vier dagen koers was de eindzege voor de jonge belofte Karsten Kroon uit Drenthe. Van den Akker werd vierde in de eindstand. Vervolgens schreef de Veldhovenaar een etappe in het Franse Circuit de Saône et Loire op zijn naam. En vorige week loodste hij twee jonge renners uit zijn ploeg naar de ereplaatsen in de Omloop van de Zuidwesthoek. Van den Akker maakte het succes van de MGI-ploeg compleet door samen met Wilfried Bastiaanse en Jeroen Slagter het erepodium te beklimmen.

 

Mentor

 

Voor John van den Akker is de overstap naar de MGI-ploeg een mooie overgang. "Ik val nu niet in het bekende zwarte gat. En ik houd er een mooie baan aan over." Als het aan de Veldho­ven­se professional ligt, dan moet zijn dorpsgenoot Ruud Ver­spaan­donk nu in zijn fietssporen gaan rijden.

"Ruud staat op dit moment al verder dan ik in mijn eerste jaar bij de ama­teurs. Omdat hij nog stu­deert, kan hij alleen 's avonds trai­nen, terwijl ik gewoon­lijk 's morgens mijn trainingskilometers maak. Als hij dadelijk met zijn studie klaar is, kunnen we meer samen de weg op gaan." Tijd om Ver­spaandonk zelf aan het woord te laten. Hij heeft in Van den Akker de ideale mentor. "Van

John kan ik veel leren. Van zijn tactische aanwijzingen moet ik gebruik kunnen maken. Hij heeft zoveel ervaring. Zo gauw als we samen thuis zijn wil ik met hem gaan trainen," zegt de net 19-jarige MEAO-student. "Ik zit nu voor mijn eindexamen bedrijfskunde en moet nog enkele weken stage lopen bij Henri Wintermans in Eersel. Mijn trainingstijd is nu nog beperkt, maar als ik mijn diploma op zak heb wil ik een zomer lang meer tijd aan het wielrennen gaan besteden."

In de afge­lopen maan­den heeft Verspaandonk gemerkt dat de amateurkoersen vooral door hun lengte andere koek zijn dan die bij de junio­ren. Vorig jaar kon hij in de wedstrijdcategorie van de 18- en 19-jarigen in klassiekers de lakens mee uit delen. De overgang naar de hogere wed­strijdklasse verteerde hij goed. Vooral in het Belgische heu­vel­land van de Ardennen stond de jonge Veldhoven­se amateur meteen al zijn mannetje. "Ik kon me goed handhaven in de mateurklassieker Dwars door België. En de tweedaagse van de Gaverstreek met 190 ver­trek­kers beëindigde ik op de 26ste plaats. In een spurt met een grote groep zit ik nog te ver van achteren. Mijn positie kiezen

moet nog wat verbeteren. In dat soort dingen kan John me veel bij le­ren." Verspaandonk wordt intensief begeleid door Peter Verbeek. De Eindhovense sportschoolhouder en wielertrainer, die nu ook ploegleider is van de Duitse profploeg Gerolsteiner zorgt voor de trainingsschema's van

Verspaandonk.

 

Propaganda

 

John van den Akker heeft vorig jaar met de Foreldorado-prof­ploeg al eens kennis gemaakt met een eerste aanzet naar menta­le begeleiding. De renners volgden een uiteenzetting van sport­psy­chol­oog Rico Schijns. Toen al had de Eindhovense ploegleider Peter Verbeek die begeleider graag full­time aan zijn ­team toegevoegd als hij er een budget voor zou hebben gehad. Van den Akker vond de sessie van de sport­psycho­loog heel interessant en maakt nu bij de MGI-renners propaganda voor de aanpak van Peter Vliegen. Die neemt in samenwerking met ploe­garts Berend Nikkels uit Oostelbeers de fysieke tests af en bereidt de renners met zijn adviezen voor op de wed­strijddagen. Jacqueline Nieland neemt op haar vakgebied de mentaal-emotionele testen af. Zowel Vliegen als Van den Akker hanteren het principe 'vrij­heid-blijheid' in hun uitspraken over de rennersbegelei­ding. Met name de jonge coureurs kunnen veel profijt hebben van de moder­ne aanpak. Van den Akker weet dat hij in de Omloop der Kempen door de concurrentie in het oog wordt gehouden. "Dat doen ze in de Limburgse heuvels ook, maar daar kan ik me onderscheiden. Op de vlakke Kempische wegen is dat wat anders. Hier zijn veel meer renners aan elkaar gewaagd, zodat het nog spannend kan worden," aldus de ervaren Veldhovenaar. In 1987 sloot hij als twee­de­jaars

amateur op negentienjarige leeftijd de Omloop al eens zegevierend af. Het zou mooi zijn om dat nog eens over te doen.

1990 Veldhoven

 

John van den Akker na Parijs-Roubaix: 'Om als coureur mee te tellen is geloof in jezelf een eerste vereiste'

 

(door Piet Gijsbers)

 

WE SCHRIJVEN ZONDAG 8 APRIL. DE FINALE VAN PARIJS-ROUBAIX OVER DE KASSEIEN VAN NOORD-FRANKRIJK IS INGELUID. DRIE RENNERS ONDER AANVOERING VAN EDDY PLANCKAERT LEIDEN DE DANS IN DE WIELERKARAVAAN DIE ZICH DOOR DE 'HEL VAN HET NOORDEN' BEGEEFT OP WEG NAAR DE INDUSTRIESTAD ROUBAIX. ALS EENLING SLUIT EDWIG VAN HOOYDONCK, VORIG JAAR NOG DE BESTE IN DE RONDE VAN VLAANDEREN, BIJ HET LEIDENDE TRIO AAN. DAN MAAKT ZICH UIT DE ACHTERVOLGENDE GROEP NOG EEN RENNER LOS IEMAND UIT DE PDM-PLOEG. DE BELGISCHE TV-COMMENTATOR MARC VAN LOMBEEK MOET EVEN OP ZIJN PAPIER KIJKEN WIE DAT WEL KAN ZIJN: "HET IS DE JONGE NEDERLANDER JOHN VAN DEN AKKER DIE ALS AMATEUR IN EIGEN LAND EEN PAAR KLASSIEKE ZEGES BEHAALDE". EN GASTCOMMENTATOR NOëL FORé, ZELF IN ZIJN TIJD EEN VAN DE TROONKNECHTEN VAN RIK VAN LOOY, VALT HEM BIJ: "DAT IS NIET DE EERSTE DE BESTE, WANT JE WORDT NIET ZO MAAR IN ZO’N TOPPLOEG INGELIJFD".

 

Met de ogen van een kenner slaat Foré de bewegingen van de renners op de stoffige kasseien gade. Dat die jonge Nederlander wat afstand houdt van zijn naaste voorganger is voor hem een teken van klasse. Hij kent uit eigen ervaring de route goed genoeg om te beseffen dat je op die manier de slechtste plekken in het wegdek weet te omzeilen. Als even later ook Steve Bauer er in slaagt de kloof naar de vijf leiders te overbruggen, krijgt de kopgroep nog meer allure. Bauer nestelt zich op kop en beweegt alle duivels om de voorsprong te vergroten. Tot dan toe is er niet echt voluit doorgereden. John van den Akker: "Ik wist dat we een kleine voorsprong hadden, maar met Planckaert erbij is de kans om te winnen maar klein. Op de geasfalteerde stukken reden we met de handjes op het stuur, omdat we wisten dat we teruggepakt konden worden. Toen Bauer erbij kwam, kon ik de kat uit de boom kijken met mijn ploegmaten Nico Verhoeven en Rudy Dhaenens vlak achter me".

 

VRIJE ROL

 

Dhaenens en Verhoeven zouden als de troefkaarten van PDM door ploegleider Jan Gisbers worden uitgespeeld in de kasseien-klassieker. Voor John van den Akker was een vrije rol weggelegd. "Ik was niet tevreden met de resultaten die ik in de voorgaande twee grote wedstrijden had behaald. In de Ronde van Vlaanderen was ik aangewezen om in de finale Sean Kelly en Rudy Dhaenens bij te staan. Kelly kwam echter ten val - de Ier is met een sleutelbeenbreuk nog een paar weken buiten spel gezet (P.G.) - en een paar andere renners uit onze ploeg wachtten hem op. Ik zat met Dhaenens en Verhoeven in de voorste groep. Toen Verhoeven lek reed, gaf ik hem mijn wiel. Onze ploegleiderswagen was echter bij Kelly achtergebleven, zodat ik machteloos een tijd lang met een wiel stond te zwaaien aan de kant van de weg. Van kwaadheid heb ik toen mijn fiets in de sloot gegooid. Maar omstanders haalden die er tot tweemaal toe uit. Daarna heb ik de wedstrijd nog wel uitgereden, maar slaagde er niet meer in om voorin te komen". Hoewel Dhaenens met winnaar Moreno Argentin de finale beheerste, deed John van den Akker in de nacht die volgde haast geen oog dicht na die tegenslag op een moment dat hij zich sterk voelde. Drie dagen later bevond hij zich in Gent-Wevelgem weer bij de voorste coureurs in de wedstrijd. Toen er een kopgroep van zestien renners wegreed, was PDM daarin vertegenwoordigd door Dhaenens en Verhoeven. Van den Akker zat in de tweede groep op het vinkentouw, mocht niet meewerken in de achtervolging en moest lijdzaam toezien hoe de kloof bijna gedicht werd en de voorsprong van de leiders toch weer vergrootte. Tenslotte speelde geen PDM-renner mee voor de zege die bij Herman Frison terecht kwam. "Ik wist dat Parijs-Roubaix me lag na die wedstrijd al twee keer eerder gereden te hebben. Voor mezelf was ik ervan overtuigd dat ik een heel eind moest kunnen komen, wanneer ik op de eerste kasseistroken van pech gespaard bleef. Ik zou anderen geen wiel hoeven afstaan, maar toen reed ik in goede positie zelf lek. 't Is weer gebeurd, ik kan wel weer inpakken, zo schoot het door mijn hoofd. Samen met Frans Maessen die ook materiaalpech had kon ik achter de PDM-wagen vlak voor het bos van Wallers-Arenberg bij het grote peloton aansluiten. Toen viel er vlak voor me een Zwitser die ik niet meer kon ontwijken, zodat ik ook plat ging. Toch zijn we er nog in geslaagd bij de voorste groep van 30 à 40 man te komen. Maar vlak na Wallers kregen we zijwind en brak de groep in tweeën. Eigenlijk heb ik in de eerste 200 kilometer voor het grootste deel een achtervolging gereden".

 

ZELFVERTROUWEN

 

Eenmaal mee voorop gekomen waren de benen van John van den Akker behoorlijk moe. Maar wie de verlossende eindstreep ruikt, kan gewoonlijk nog net die hoognodige extra kracht uit zijn lichaam halen. Toen Steve Bauer echter nog eens met geweld op de pedalen beukte op een van de laatste kasseistroken, werd het Van de Akker te veel en verloor hij de aansluiting met het leidende trio Planckaert, Bauer en van Hooydonck. Voor het eerst in de kopgroep van een grote klassieker present, dacht de Veldhovenaar dat hij door zijn krachten heen was geraakt. "Maar daags daarna las ik in Belgische kranten dat de anderen dat gevoel even goed hadden. Ik heb ervan geleerd dat het verschil met de topcoureurs op zo'n moment niet denderend groot is. Je kijkt in zo'n finale op tegen de grote namen, maar nu heb ik gemerkt dat zelfvertrouwen erg belangrijk is. Je moet geloven in jezelf en dan breng je het een heel eind. Toen Bauer zijn laatste krachtsexplosie plaatste op de kasseien had ik net als Planckaert in zijn wiel moeten springen, ook al ging hij even 50 per uur. In de B-klassiekers kan ik ook met de besten mee, dus waarom nu ook niet in de topwedstrijden?"

 

GOED VOORSEIZOEN

 

In de aanloop van het wegseizoen 1990 liet John van den Akker al tot tweemaal toe zien dat er rekening met hem moet worden gehouden. Vroeg in februari won hij de laatste etappe van de Ster van Bessèges in Zuid-Frankrijk en ook in de vijfde rit van de Spaanse Ronde van Murcia kwam hij, nu na een solo, als eerste over de finishlijn. "De hele winter heb ik goed doorgetraind, want ik wil dit jaar doorbreken. Dat heb ik mezelf voorgehouden", zegt de Veldhovenaar die nu voor het derde jaar tussen de profs rijdt. “Eigenlijk was de week met de Benego-klassieker naar Kalmthout, gevolgd door Dwars door België, de E3-Prijs van Harelbeke en de Brabantse Pijl mijn mikpunt. Toen ik na de zesde plaats in Kalmthout hoorde dat ik in het weekend van die twee laatstgenoemde wedstrijden het Criterium International in Frankrijk moest rijden, heb ik mijn doel moeten verleggen naar de week met de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem en Parijs- Roubaix. In die week was ik vorig jaar na de vier eerder genoemde koersen wat uitgeblust. Nu heb ik na wat helperswerk in dat Franse weekend en de driedaagse van De Panne een ideale voorbereiding gehad op de grote klassiekers". Heel misschien kan Van den Akker morgen van start gaan in de Amstel Gold Race, maar dan moet een van de al aangewezen renners om wat voor reden dan ook voor hem plaats vrij maken. Wat wel vast staat is dat hij zondag naar Spanje vertrekt voor de Vuelta a Espana die duurt van 24 april tot en met 15 mei. De Oostduitser Uwe Ampler start als kopman van de PDM-ploeg en diens landgenoot Uwe Raab moet voor de sprintzeges naar voren worden geloodst.