2005 Veldhoven Omloop der Kempen

Niki Terpstra klopt Sebastian Langeveld en Laurens ten Dam (Foto's Theo van Sambeek)

2005 Veldhoven

Jonge Niki Terpstra winnaar Omloop der Kempen

 

Ook zeges voor Kristy Miggels en Kevin Crabbe

 

Na 200 kilometer door weer en wind bracht een felle eindsprint zondagmiddag de beslissing in de 57ste Omloop der Kempen. Niki Terpstra, een bijna 21-jarig talent uit Krommenie, toonde zich net iets sneller dan de nog jongere Lissenaar Sebastian Langeveld en Groninger Laurens ten Dam. Zij hielden in de Dorpstraat nipt een ontketend Rabobanktreintje achter zich. De Veldhovense organisatie kreeg in de twee andere wedstrijden van het jaarlijkse drieluik bij de junioren een compleet Belgisch podium met de Waaslandse clubgenoten Crabbe, Joseph en Nolf en onze landgenote Kristy Miggels als winnares bij de vrouwen. Een geslaagde wielerdag kan weer in de annalen van de Stichting Omloop der Kempen worden bijgeschreven.

 

(door Piet Gijsbers)

 

De Veldhovense organisatie is voor geen kleintje vervaard. Dat bleek zondag weer eens. Zowat duizend mensen waren in enigerlei vorm, van vlaggenpost in een uithoek van het Kempische wielerparcours tot deelnemer of EHBO’er, actief om ook de 57ste editie van de Omloop voor elitecoureurs en beloften, de bijbehorende Grote Prijs Bouwers met Visie voor junioren en de Grote Prijs Sankomy Installatie Techniek te doen slagen. De weersomstandigheden beloofden op voorhand al van de wedstrijden een slijtageslag te maken. De regen- en hagelbuien die de coureurs over hun ruggen kregen, gekoppeld aan de harde en vooral ook koude noordwestenwind maakten de wedstrijden bijzonder zwaar. Aan de finish zou blijken dat vooral de eliterenners en de junioren op hun grote rondritten door het Kempenland veel afvallers kenden. Slechts 55 van de honderddertig gestarte junioren bereikten de finish, in de grote Omloop kwamen bij de elite en beloften zelfs maar 54 van de 200 starters aan de eindstreep. Des te meer tekent het de klasse van drie stoere knapen uit het Belgische Waasland dat zij in de finale van de Grote Prijs Bouwers met Visie hun drie Nederlandse vluchtgezellen royaal het nakijken gaven. Terwijl hun vluchtmakkers door een sterk uitgedund achtervolgend peloton werden opgeslokt, maakten de drie Belgen onderling uit wie vandaag hun sterkste clubman was. Kevin Crabbe, die dit jaar onder meer ook al de individuele tijdrit in de Tour de l’Avenir voor junioren won, bleek over de sterkste benen te beschikken en reed solo naar de finish in de GP Bouwers met Visie.

 

Uitgedund

 

Op een plaatselijk parcours beslisten negentig rensters wie van hen de sterkste van de middag was in de GP Sankomij. De 24-jarige Kristy Miggels uit het Limburgse Belfeld trok de zege naar zich toe, al had zij bijna buiten de waard gerekend van de jonge Noord-Hollandse Adrie Visser. Zij waren de snelsten van een kopgroepje van zes. In de grote Omloop voor elite en beloften waren Niek Voskamp (B&E Cycling Team) en Michiel Elijzen (Rabobank) de vluchters van het eerste uur. Zij passeerden op weg naar Postel met een minuutje voorsprong op het toen nog grote peloton. Tijdens de eerste grote ronde door de Kempendorpen werden de renners geteisterd door regen en zelfs hagel, zodat in Eersel na twee uur koers het peloton al tot de helft geslonken was. Vooral de jongens die het van avondtraining moeten hebben bleken onder deze zware omstandigheden extra gehandicapt ten opzichte van de full- en semi-professionals. Jeroen Boelen, Marco Wesseling, Julien Smink, Dmitry Kozontchouk en Robby Meul gingen voorop rijden. Onder hun impuls werd de hoofdmacht opnieuw uitgedund, zodat nog zowat vijftig renners in kansrijke positie bleven. Niki Terpstra, Vytantas Kawpas en Sebastiaan Langeveld namen na de keiwegen in de tweede grote ronde de benen. Toen scheidden hen nog 50 kilometer van de eindstreep in Veldhoven. Vlak voor de tweede finishpassage waagde de Duitser Dennis Haueisen zich aan een vruchteloze achtervolging. Meer kans van slagen leek de op gang gezette poursuite van de Rabobankploeg te hebben. Zij naderden de koplopers gezwind, zodat een groepssprint alsnog de 57ste Omloop leek te gaan beslissen.

 

Climax

 

Terwijl aan de finishlijn organisator Albert Donkers en uw verslaggever in de bloemetjes werden gezet vanwege hun verdiensten voor de Omloop gedurende een lange reeks van jaren (beiden zouden na afloop van de wedstrijd ook nog worden onderscheiden met de gouden KNWU-speld), naderde de Omloop der Kempen zijn climax. Zouden de Rabo’s er in de laatste plaatselijke ronde in slagen hun sprinter Hans Dekkers nog in stelling te brengen? Na 200zware kilometers bleek het tegengestelde. Niki Terpstra bekroonde zijn lange vlucht met enkele krachtige pedaalslagen, zodat de aanstormende hoofdmacht enkele tientallen meters tekort kwam om de vluchters in de kraag te vatten. Ook Langeveld, Ten Dam, Heyboer en Kawpas bleven Ronde van Drente-winnaar Sieberg en de andere sprinters nipt voor, zodat de eerste negenentwintig aankomende coureurs allen in dezelfde tijd werden geklasseerd. ‘Ongelooflijk dat we nog voorop bleven na gisteren in de Ronde van Overijssel ook al zo’n slecht weer te hebben moeten trotseren,’ aldus de jonge winnaar die onlangs met het Nederlandse achtervolgingskwartet op de WK-baanwielrennen in Los Angeles zilver had gegrepen. En hoe dacht streekfavoriet Hans Dekkers erover? ‘Voor mij is de Omloop een thuiswedstrijd. Heel de dag koerste ik attent van voren. Zonde dat er niet iemand van onze ploeg mee voorop kwam om het af te maken. De bedoeling was geweest om Remco van der Ven of Tom Veelers mee te sturen. Ons treintje ontspoorde toen de sterke Bert Hiemstra zich ertussen worstelde. Alleen Mathieu Heyboer kon nog met een paar anderen mee springen naar voren. Of ik het af had kunnen maken, weet je natuurlijk nooit. Ik ben in de Omloop altijd bijzonder gemotiveerd aan de start gekomen. Maar er gebeurt altijd wel iets dat voor mij niet gunstig uitpakt. Nu maar hopen dat ik net als twee jaar geleden in Olympia’s Tour een paar etappes kan winnen.’

 

De uitslagen in Veldhoven:

G.P. Sankomij Installatie Techniek (vrouwen): 1 Kristy Miggels (Belfeld), 2 Adrie Visser (Wieringerwerf), 3 Francis Linthorst (Wageningen), 4 Jolanda Cools-van Dongen (Middelharnis), 5 Katleen Vermeiren (Lille (B), 6 Angela Hillenga (Finsterwolde), 7 Nathalie van Katwijk (Oploo), 8 Evelien Bekkering (Den Ham), 9 Monique Verstraten (Roosendaal), 10 Claudia Witteveen (Teuge).

 

G.P. Bouwers met Visie (junioren): 1 Kevin Crabbe (Wielerteam Waasland (B), 2 Stijn Joseph (Wielerteam Waasland (B), 3 Frederik Nolf (Wielerteam Waasland (B), 4 Dennis Kreder (CyclingTeam Vorselaar (B), 5 Jan Noyens (Kon. Balen BC (B), 6 Marco Brus (WV Schijndel), 7 Steven Kruiswijk (Westland Wil Vooruit), 8 Tom Relou (Westland Wil Vooruit), 9 Jan Arnouts (Wielerteam Waasland (B), 10 Coen Vermeltfoort (District Noord-Nederland).

 

Omloop der Kempen elite/beloften:1 Niki Terpstra (Krommenie), 2 Sebastian Langeveld (Lisse), 3 Laurens ten Dam (Groningen), 4 Mathieu Heyboer (Maastricht), 5 Vytantas Kawpas (Litouwen), 6 Marcel Sieberg (Duitsland), 7 Peter Möhlmann (Apeldoorn), 8 Dariusz Rudnicki (Polen), 9 Hans Dekkers (IJzendijke), 10 Kenny van Hummel (Elden), 11 Arno Wallaard (Noordeloos), 12 Eelke van der Wal (Holwerd), 13 Robbert van der Stelt (Ewijk), 14 Roy Hegreberg (Noorwegen), 15 Remco van der Ven (Nieuwegein), 16 Maxim Rudenko (Oekraïne), 17 Jehudi Schoonakker (België), 18 Dennis Haueisen (Duitsland) ,19 Robby Meul (België), 20 Jurgen van Pelt (Gerwen).

 

Ploegenklassement: 1 Rabobank 28 p., 2 Axa Cycling Team 29 p., 3 Jartazi-Granville Team (B) 40 p., 4 Shimano Memory Corp. 47 p., 5 Eurogifts.com 60 p., 6 Team Skil-Moser 71 p., 7 CyclingTeam Bert Story-Piels 72 p., 8 Regioteam Dommelstreek/Trap Met Lust 118 p.

1992 VELDHOVEN-BERGEIJK

John van de Akker en Anthony Theus op zoek naar een nieuwe uitdaging

 

Op zondag 6 september 1992 wordt in het Spaanse Benidorm door de

beroepsrenners gestreden om de wereldtitel. Die zesde september is tevens de da­tum

waarop reglementair contracten van wielerprofessionals met nieuwe werkgevers

kunnen worden ondertekend. Het ziet er naar uit dat het Neder­landse prof­wielrennen een gevoelige aderla­ting zal moeten onder­gaan nu enkele grote geldschieters een punt zetten achter de sponsoring van een profwielerploeg. Voor PDM-prof John van de Akker uit Veldhoven en de Bergeijkse topamateur Anthony Theus lijken de nieuwste internationale ontwikkelingen op wielerge­bied niet in het voordeel uit te pakken. Het prof­pelo­ton wordt opnieuw kleiner en de twee

Kempische renners blikken met gemengde gevoelens vooruit op hun wielertoekomst.

 

Ondanks de dreigende malaise in de Nederlandse beroepswieler­sport - zowel Jan Raas als Jan Gisbers hebben nog geen volle­dige vervanger voor hun huidige geldschieter bekend kunnen maken - heeft John van de Akker goede hoop op prolonga­tie van zijn profcarrière. Die begon in 1988 bij de Belgische ploeg van Roger Swerts. Vervolgens reed hij drie seizoenen in de ploeg van Jan Gisbers. Nu die wordt opgeheven zitten vijftien coureurs voorlopig zonder werk. Alleen Erik Breukink, Raoul Alcala, Tom Cordes, Jean-Paul van Poppel, Gert Jacobs en Uwe Raab hebben nu al de zekerheid van een nieuw contract bij buiten­landse fir­ma's. John van de Akker heeft die zekerheid nog niet, maar vertrouwt er op dat ook voor hem nog een plaatsje wordt inge­ruimd bij een ploeg. "Ik reken mezelf bij de renners die voor een contract in aanmerking komen. Ik ben er van overtuigd dat ik de laatste maanden door mijn manier van rijden res­pect heb afge­dwongen in het peloton. Manfred Krikke (de in Knegsel wonende ex-manager van PDM, red.) is me behulpzaam bij het vinden van een nieuwe ploeg. Hij heeft nog zijn invloed in de wielerwereld en het ziet er naar uit dat ik van zijn steun profijt zal heb­ben." Krikke is bezig met de opzet van een nieuwe Nederlandse profploeg. Daarin wordt de vooral bij jonge profs populaire Belg Ferdi van den Haute ploegleider.

 

Val

 

In het begin van april had John van de Akker de pech dat hij een bot in zijn onder­arm scheurde bij een val in de driedaagse van De Panne. Juist in de voorjaarsklassiekers had hij dit jaar willen vlammen om daarmee zijn uitverkiezing voor de PDM-Tourploeg af te dwingen. Pas eind mei kon hij zijn rentree maken in de Italiaanse Ronde van Trentino, reed vervolgens de Daup­hiné Libéré en was in juni dichtbij de eindzege in de Ronde van Luxem­burg. Op de laatste dag werd hij uit de in de tijdrit verover­de leiders­trui gereden door Jean-Philippe Dojwa. De ploeggeno­ten van de Veldhovenaar waren op dat moment al uit de koers verdwenen en op eigen kracht kon hij op een van de laatste beklimmingen niet aanklampen bij de door diens kopman Mottet op sleeptouw

genomen jonge Frans­man. Amper één minuut bleef van de Akker verwijderd van zijn eerste eindzege in een etap­pekoers. En tot zijn grote teleurstelling passeerde ploeg­leider Jan Gisbers hem na een verdienstelijk gereden Neder­lands kampioenschap (een 9e plaats na knechtenwerk voor Erik Breuk­ink) voor de Tour de France-ploeg.

 

Overwinning

 

Over zijn na-Tour programma is de renner van Tempo-Veldhoven ook niet erg te spreken. "Tijdens en na de Tour de France moest ik mijn conditie op peil houden met Belgische kermis­koersen en een handvol Nederlands criteriums, waarvan ik er een won in Ulvenhout vóór de Italiaan Furlan. Daarna reed ik de zesdaagse Ronde van Burgos in Spanje. Door een etappe te winnen had ik een

plaats in de ploeg voor de wereldbekerwed­strijden kunnen af­dwingen. En dan had ik daarin misschien nog wat kunnen laten zien. Maar de meeste etappes eindigden in massa­sprints, zodat er voor mij in Burgos weinig eer te beha­len viel. Voor de Profronde van Nederland werd ik als reserve opgesteld, zodat ik deze week opnieuw de nodige wedstrijdkilo­meters heb gemist. Nu moet ik de

komende tijd nog wat FICP-punten proberen te verza­melen in een aantal eendagswedstrijden van de tweede kategorie, zoals de Grand Prix van Fourmies, Isbergues, Raymond Impanis en Parijs-Brussel."

 

FICP-klassement

 

Het door de Nederlander Hein Verbruggen als voorzitter van de internationale wielrenunie een aantal jaren geleden ingevoerde puntensysteem bepaalt sindsdien de rangorde in het profpelo­ton. Elke renner kan FICP-punten vergaren in wedstrijden die naar­mate zij op de internationale kalender hoger of lager zijn ingeschaald met meer of minder punten bedeeld worden. Met ingang

van dit jaar tellen van elke ploeg de tien renners met de meeste punten mee in het FICP-ploegenklasse­ment. De 25 ploegen met de meeste punten mogen deelnemen aan de wereldbe­kercyclus, een aantal klassiekers die publici­tair voor de sponsors van het grootste belang zijn. De meeste profteams bieden hun renners een basissalaris met daarnaast een premie­stelsel op grond van het aantal te behalen FICP-punten. Een kwestie van loon naar werken. Geen wonder dat de jacht op die punten voor de renners erg belangrijk is. Geen wonder ook dat zij bij voorkeur in de belangrijkste wedstrij­den aan de start willen staan, omdat daarin juist de meeste punten te verdienen zijn. John van de Akker stond aan het einde van het vorige seizoen bij de dertig beste Nederlandse wielerprofs geklasseerd op de internationale FICP-lijst die in totaal 625 coureurs vermeld­de. Hij heeft ondanks de pech in het voorjaar zijn to­taal inmiddels verdubbeld tot ongeveer 100 punten. Daardoor is hij een renner geworden die in menige ploeg de balans naar de

gunsti­ge kant kan laten doorslaan bij de race naar het star­trecht in de allerbelangrijkste

wedstrijden van het wielersei­zoen 1993.

 

Blessures

 

Of Anthony Theus zijn streven om als beroepsrenner in actie te komen kan verwezenlijken, is nog maar de vraag. Als geen ander weet de 24-jarige Bergeijkenaar hoe moeilijk het momenteel is om de overstap naar de profrangen te maken, omdat een amateur geen FICP-punten mee kan brengen. "Misschien moet ik het met de huidige ontwik­kelingen wel vergeten, maar toch wil ik nog

een jaar alles op alles zetten om in mijn opzet te slagen. Eens had ik contacten met een paar Nederlandse profploegen, maar op advies van mijn ploeg­leider Frits Schür bleef ik toen amateur. Schür wou dat ik me eerst nog wat beter ontwik­kelde op berg­ach­tig terrein. Daarna heb ik nog een goed sei­zoen gemaakt, maar de laatste twee jaren tobde ik met een paar verve­lende bles­su­res.

Vorig jaar raakte ik in augustus aan het sukkelen met een slijmbeursontsteking in mijn knie. En voor het seizoen dit jaar goed en wel op gang was gekomen, stiet ik mijn andere knie en kreeg opnieuw zo'n ontsteking. Het heeft tot juni geduurd voordat ik weer enigszins mee over kon met de topama­teurs. Nu ik te horen heb gekregen dat mijn sponsor Europo­lis er een paar jaar aan vastknoopt, wil ik nog een keer met goede prestaties een plaats bij een profploeg proberen af te dwin­gen."

 

Erelijst

 

Twee verloren wielerjaren voor Anthonie Theus die in 1990 van De Kempen Valkenswaard overstapte naar Het Snelle Wiel Bladel. Als beginnend amateur debuteerde hij vijf jaar geleden met elf overwinnin­gen en inmid­dels heeft de Bergeykse renner al 56 zegepra­len op zijn naam staan. Daarbij een aantal over­winnin­gen in klassie­kers, onder­meer de Omloop der Kempen in 1989, maar ook veel etappe­zeges in binnen- en bui­tenland, zoals in de Itali­aanse Giro delle Reggio­ni, op de

Vredeskoers na de zwaar­ste etappe­wed­strijd voor amateurs. In 1990 triom­feerde hij twee dagen achtereen in een etappe van Olym­pia's Ronde door Neder­land en finishte als leider in het puntenklas­sement. Vorig jaar nog won hij in april een massa­sprint in het Franse Cir­cuit de la Sarthe, een open etappe­koers waaraan onder meer Miguel Indu­rain met zijn ploeg deel­nam. "Er zijn toch weinig amateurs die zo'n erelijst kunnen laten zien. Als ik wat meer geluk heb en blessurevrij blijf, hoop ik binnen nu en een jaar een plaats in een prof­ploeg te hebben afgedwongen."

 

1998 VELDHOVEN

 

Veldhovens getinte amateurploeg in gouden Omloop der Kempen

 Ruud Verspaandonk aan de zijde van leermeester John van den Akker (Foto Theo van Sambeek)

 

Op zondag 10 mei 1998 wordt de gouden editie van de Omloop der Kempen verreden. Een peloton van 176 elite-renners neemt om 12.00 uur in de Veldhovense Dorpsstraat de start voor Neder­lands oudste wielerklassieker. De

organiserende Stichting heeft zich beijverd om de jubileumeditie van de wedstrijd een extra feestelijk tintje te geven met een aantal nevenactivi­teiten. Er zijn helikopter rondvluchten en er treden dweil­bandjes op. De jeugd wordt vermaakt met clowns en grimeuses. Het wieler­pro­gramma bevat naast de klassieker voor amateurs en profs een tweede klassieker voor junioren en een

dameskoers. In de Omloop der Kempen dingt het team van MGI Fietsen met kopman John van den Akker en neo-amateur Ruud Verspaandonk, beiden uit Veldhoven, mee naar een hoofdrol.

 

(door Piet Gijsbers)

 

De Veldhovense inbreng is in de MGI-ploeg niet be­perkt tot Van den Akker en zijn jonge kompaan Verspaandonk. Ook de Veldhove­naren Peter Vliegen en Louis Schats doen een stevige duit in het zakje in de organisatie van het nieuwe wielerteam. Vliegen treedt op als assistent-ploegleider en

trainer-coach, Schats verzorgt de communicatie voor de ploeg. Die werd in januari in Oosterhout gepresenteerd met als verrassen­de at­tractie de aanwezigheid van niemand minder dan Miguel Indu­rain. Naast professional John van den Akker maakt ook ex-prof Erwin Nij­boer deel uit van de ploeg. De renner uit Denekamp, jarenlang de superknecht van de Spaanse El Rey, haalde zijn voormalige kopman naar Nederland op de dag van de presentatie. Een vrien­dendienst van Indurain, waarvan dankbaar door enkele jeugdle­den van Tempo Veldhoven gebruik werd gemaakt om zich op de foto met de vijfvoudige Tourwinnaar en werelduurrecordhou­der te laten vereeuwigen.

 

Hoogste niveau

 

John van den Akker begint na een korte aanlooptijd te wennen aan het leven in een 'normale' maatschappelijke func­tie. Na tien jaar profwielrennen aanvaardde hij in de afgelo­pen winter een baan als vertegenwoordiger bij MGI Fietsen. Twee dagen per week gaat hij op pad in de driehoek Eindho­ven-Den Bosch-Breda. Daarnaast kan hij zich nog steeds als be­roepsrenner bewust op zijn sport richten. "Ik vind het zo heel lekker gaan. Nu kan ik aandacht besteden aan mijn maatschappe­lijke carrière en daarnaast fiets ik toch nog op het hoogste niveau. Soms gaat er wel eens wat mis in de planning. Dan schijnt bijvoorbeeld de zon op een dag dat ik moet gaan wer­ken, terwijl het een dag later als ik wil gaan trainen heel slecht weer is. Maar ik heb de vrijheid om mijn dagen naar eigen voorkeur in te delen, dus mag ik niet kla­gen," zegt de nu 31-jarige Veld­hovenaar. "Ik train wel iets minder dan in voor­gaande jaren, maar voor­alsnog gaat het heel goed." In de 'Ster der Belof­ten' (voor­heen de Teleflextour) was Van den Akker in de etappe door Zuid-Limburg de

sterk­ste man in koers zonder dat hij daar voor de dagzege kon strijden. Hij was een van de geroutineerde renners die de last van de koers op hun schouders droegen. Jongere coureurs profi­teerden daar­van. "Op de klimme­tjes leidde ik het spel, maar ik kon niet aan een stuk door alle demarrages blijven beantwoor­den. Toen zes man weg reden, ben ik nog wel met een groep in de

achter­vol­ging ge­gaan, maar we strandden uiteinde­lijk op dertien secon­den." In de Belgi­sche Ardennen zat Van den Akker in de groep van tien man achter de Noorse winnaar Vestöl. Na vier dagen koers was de eindzege voor de jonge belofte Karsten Kroon uit Drenthe. Van den Akker werd vierde in de eindstand. Vervolgens schreef de Veldhovenaar een etappe in het Franse Circuit de Saône et Loire op zijn naam. En vorige week loodste hij twee jonge renners uit zijn ploeg naar de ereplaatsen in de Omloop van de Zuidwesthoek. Van den Akker maakte het succes van de MGI-ploeg compleet door samen met Wilfried Bastiaanse en Jeroen Slagter het erepodium te beklimmen.

 

Mentor

 

Voor John van den Akker is de overstap naar de MGI-ploeg een mooie overgang. "Ik val nu niet in het bekende zwarte gat. En ik houd er een mooie baan aan over." Als het aan de Veldho­ven­se professional ligt, dan moet zijn dorpsgenoot Ruud Ver­spaan­donk nu in zijn fietssporen gaan rijden.

"Ruud staat op dit moment al verder dan ik in mijn eerste jaar bij de ama­teurs. Omdat hij nog stu­deert, kan hij alleen 's avonds trai­nen, terwijl ik gewoon­lijk 's morgens mijn trainingskilometers maak. Als hij dadelijk met zijn studie klaar is, kunnen we meer samen de weg op gaan." Tijd om Ver­spaandonk zelf aan het woord te laten. Hij heeft in Van den Akker de ideale mentor. "Van

John kan ik veel leren. Van zijn tactische aanwijzingen moet ik gebruik kunnen maken. Hij heeft zoveel ervaring. Zo gauw als we samen thuis zijn wil ik met hem gaan trainen," zegt de net 19-jarige MEAO-student. "Ik zit nu voor mijn eindexamen bedrijfskunde en moet nog enkele weken stage lopen bij Henri Wintermans in Eersel. Mijn trainingstijd is nu nog beperkt, maar als ik mijn diploma op zak heb wil ik een zomer lang meer tijd aan het wielrennen gaan besteden."

In de afge­lopen maan­den heeft Verspaandonk gemerkt dat de amateurkoersen vooral door hun lengte andere koek zijn dan die bij de junio­ren. Vorig jaar kon hij in de wedstrijdcategorie van de 18- en 19-jarigen in klassiekers de lakens mee uit delen. De overgang naar de hogere wed­strijdklasse verteerde hij goed. Vooral in het Belgische heu­vel­land van de Ardennen stond de jonge Veldhoven­se amateur meteen al zijn mannetje. "Ik kon me goed handhaven in de mateurklassieker Dwars door België. En de tweedaagse van de Gaverstreek met 190 ver­trek­kers beëindigde ik op de 26ste plaats. In een spurt met een grote groep zit ik nog te ver van achteren. Mijn positie kiezen

moet nog wat verbeteren. In dat soort dingen kan John me veel bij le­ren." Verspaandonk wordt intensief begeleid door Peter Verbeek. De Eindhovense sportschoolhouder en wielertrainer, die nu ook ploegleider is van de Duitse profploeg Gerolsteiner zorgt voor de trainingsschema's van

Verspaandonk.

 

Propaganda

 

John van den Akker heeft vorig jaar met de Foreldorado-prof­ploeg al eens kennis gemaakt met een eerste aanzet naar menta­le begeleiding. De renners volgden een uiteenzetting van sport­psy­chol­oog Rico Schijns. Toen al had de Eindhovense ploegleider Peter Verbeek die begeleider graag full­time aan zijn ­team toegevoegd als hij er een budget voor zou hebben gehad. Van den Akker vond de sessie van de sport­psycho­loog heel interessant en maakt nu bij de MGI-renners propaganda voor de aanpak van Peter Vliegen. Die neemt in samenwerking met ploe­garts Berend Nikkels uit Oostelbeers de fysieke tests af en bereidt de renners met zijn adviezen voor op de wed­strijddagen. Jacqueline Nieland neemt op haar vakgebied de mentaal-emotionele testen af. Zowel Vliegen als Van den Akker hanteren het principe 'vrij­heid-blijheid' in hun uitspraken over de rennersbegelei­ding. Met name de jonge coureurs kunnen veel profijt hebben van de moder­ne aanpak. Van den Akker weet dat hij in de Omloop der Kempen door de concurrentie in het oog wordt gehouden. "Dat doen ze in de Limburgse heuvels ook, maar daar kan ik me onderscheiden. Op de vlakke Kempische wegen is dat wat anders. Hier zijn veel meer renners aan elkaar gewaagd, zodat het nog spannend kan worden," aldus de ervaren Veldhovenaar. In 1987 sloot hij als twee­de­jaars

amateur op negentienjarige leeftijd de Omloop al eens zegevierend af. Het zou mooi zijn om dat nog eens over te doen.

1990 Veldhoven

 

John van den Akker na Parijs-Roubaix: 'Om als coureur mee te tellen is geloof in jezelf een eerste vereiste'

 

(door Piet Gijsbers)

 

WE SCHRIJVEN ZONDAG 8 APRIL. DE FINALE VAN PARIJS-ROUBAIX OVER DE KASSEIEN VAN NOORD-FRANKRIJK IS INGELUID. DRIE RENNERS ONDER AANVOERING VAN EDDY PLANCKAERT LEIDEN DE DANS IN DE WIELERKARAVAAN DIE ZICH DOOR DE 'HEL VAN HET NOORDEN' BEGEEFT OP WEG NAAR DE INDUSTRIESTAD ROUBAIX. ALS EENLING SLUIT EDWIG VAN HOOYDONCK, VORIG JAAR NOG DE BESTE IN DE RONDE VAN VLAANDEREN, BIJ HET LEIDENDE TRIO AAN. DAN MAAKT ZICH UIT DE ACHTERVOLGENDE GROEP NOG EEN RENNER LOS IEMAND UIT DE PDM-PLOEG. DE BELGISCHE TV-COMMENTATOR MARC VAN LOMBEEK MOET EVEN OP ZIJN PAPIER KIJKEN WIE DAT WEL KAN ZIJN: "HET IS DE JONGE NEDERLANDER JOHN VAN DEN AKKER DIE ALS AMATEUR IN EIGEN LAND EEN PAAR KLASSIEKE ZEGES BEHAALDE". EN GASTCOMMENTATOR NOëL FORé, ZELF IN ZIJN TIJD EEN VAN DE TROONKNECHTEN VAN RIK VAN LOOY, VALT HEM BIJ: "DAT IS NIET DE EERSTE DE BESTE, WANT JE WORDT NIET ZO MAAR IN ZO’N TOPPLOEG INGELIJFD".

 

Met de ogen van een kenner slaat Foré de bewegingen van de renners op de stoffige kasseien gade. Dat die jonge Nederlander wat afstand houdt van zijn naaste voorganger is voor hem een teken van klasse. Hij kent uit eigen ervaring de route goed genoeg om te beseffen dat je op die manier de slechtste plekken in het wegdek weet te omzeilen. Als even later ook Steve Bauer er in slaagt de kloof naar de vijf leiders te overbruggen, krijgt de kopgroep nog meer allure. Bauer nestelt zich op kop en beweegt alle duivels om de voorsprong te vergroten. Tot dan toe is er niet echt voluit doorgereden. John van den Akker: "Ik wist dat we een kleine voorsprong hadden, maar met Planckaert erbij is de kans om te winnen maar klein. Op de geasfalteerde stukken reden we met de handjes op het stuur, omdat we wisten dat we teruggepakt konden worden. Toen Bauer erbij kwam, kon ik de kat uit de boom kijken met mijn ploegmaten Nico Verhoeven en Rudy Dhaenens vlak achter me".

 

VRIJE ROL

 

Dhaenens en Verhoeven zouden als de troefkaarten van PDM door ploegleider Jan Gisbers worden uitgespeeld in de kasseien-klassieker. Voor John van den Akker was een vrije rol weggelegd. "Ik was niet tevreden met de resultaten die ik in de voorgaande twee grote wedstrijden had behaald. In de Ronde van Vlaanderen was ik aangewezen om in de finale Sean Kelly en Rudy Dhaenens bij te staan. Kelly kwam echter ten val - de Ier is met een sleutelbeenbreuk nog een paar weken buiten spel gezet (P.G.) - en een paar andere renners uit onze ploeg wachtten hem op. Ik zat met Dhaenens en Verhoeven in de voorste groep. Toen Verhoeven lek reed, gaf ik hem mijn wiel. Onze ploegleiderswagen was echter bij Kelly achtergebleven, zodat ik machteloos een tijd lang met een wiel stond te zwaaien aan de kant van de weg. Van kwaadheid heb ik toen mijn fiets in de sloot gegooid. Maar omstanders haalden die er tot tweemaal toe uit. Daarna heb ik de wedstrijd nog wel uitgereden, maar slaagde er niet meer in om voorin te komen". Hoewel Dhaenens met winnaar Moreno Argentin de finale beheerste, deed John van den Akker in de nacht die volgde haast geen oog dicht na die tegenslag op een moment dat hij zich sterk voelde. Drie dagen later bevond hij zich in Gent-Wevelgem weer bij de voorste coureurs in de wedstrijd. Toen er een kopgroep van zestien renners wegreed, was PDM daarin vertegenwoordigd door Dhaenens en Verhoeven. Van den Akker zat in de tweede groep op het vinkentouw, mocht niet meewerken in de achtervolging en moest lijdzaam toezien hoe de kloof bijna gedicht werd en de voorsprong van de leiders toch weer vergrootte. Tenslotte speelde geen PDM-renner mee voor de zege die bij Herman Frison terecht kwam. "Ik wist dat Parijs-Roubaix me lag na die wedstrijd al twee keer eerder gereden te hebben. Voor mezelf was ik ervan overtuigd dat ik een heel eind moest kunnen komen, wanneer ik op de eerste kasseistroken van pech gespaard bleef. Ik zou anderen geen wiel hoeven afstaan, maar toen reed ik in goede positie zelf lek. 't Is weer gebeurd, ik kan wel weer inpakken, zo schoot het door mijn hoofd. Samen met Frans Maessen die ook materiaalpech had kon ik achter de PDM-wagen vlak voor het bos van Wallers-Arenberg bij het grote peloton aansluiten. Toen viel er vlak voor me een Zwitser die ik niet meer kon ontwijken, zodat ik ook plat ging. Toch zijn we er nog in geslaagd bij de voorste groep van 30 à 40 man te komen. Maar vlak na Wallers kregen we zijwind en brak de groep in tweeën. Eigenlijk heb ik in de eerste 200 kilometer voor het grootste deel een achtervolging gereden".

 

ZELFVERTROUWEN

 

Eenmaal mee voorop gekomen waren de benen van John van den Akker behoorlijk moe. Maar wie de verlossende eindstreep ruikt, kan gewoonlijk nog net die hoognodige extra kracht uit zijn lichaam halen. Toen Steve Bauer echter nog eens met geweld op de pedalen beukte op een van de laatste kasseistroken, werd het Van de Akker te veel en verloor hij de aansluiting met het leidende trio Planckaert, Bauer en van Hooydonck. Voor het eerst in de kopgroep van een grote klassieker present, dacht de Veldhovenaar dat hij door zijn krachten heen was geraakt. "Maar daags daarna las ik in Belgische kranten dat de anderen dat gevoel even goed hadden. Ik heb ervan geleerd dat het verschil met de topcoureurs op zo'n moment niet denderend groot is. Je kijkt in zo'n finale op tegen de grote namen, maar nu heb ik gemerkt dat zelfvertrouwen erg belangrijk is. Je moet geloven in jezelf en dan breng je het een heel eind. Toen Bauer zijn laatste krachtsexplosie plaatste op de kasseien had ik net als Planckaert in zijn wiel moeten springen, ook al ging hij even 50 per uur. In de B-klassiekers kan ik ook met de besten mee, dus waarom nu ook niet in de topwedstrijden?"

 

GOED VOORSEIZOEN

 

In de aanloop van het wegseizoen 1990 liet John van den Akker al tot tweemaal toe zien dat er rekening met hem moet worden gehouden. Vroeg in februari won hij de laatste etappe van de Ster van Bessèges in Zuid-Frankrijk en ook in de vijfde rit van de Spaanse Ronde van Murcia kwam hij, nu na een solo, als eerste over de finishlijn. "De hele winter heb ik goed doorgetraind, want ik wil dit jaar doorbreken. Dat heb ik mezelf voorgehouden", zegt de Veldhovenaar die nu voor het derde jaar tussen de profs rijdt. “Eigenlijk was de week met de Benego-klassieker naar Kalmthout, gevolgd door Dwars door België, de E3-Prijs van Harelbeke en de Brabantse Pijl mijn mikpunt. Toen ik na de zesde plaats in Kalmthout hoorde dat ik in het weekend van die twee laatstgenoemde wedstrijden het Criterium International in Frankrijk moest rijden, heb ik mijn doel moeten verleggen naar de week met de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem en Parijs- Roubaix. In die week was ik vorig jaar na de vier eerder genoemde koersen wat uitgeblust. Nu heb ik na wat helperswerk in dat Franse weekend en de driedaagse van De Panne een ideale voorbereiding gehad op de grote klassiekers". Heel misschien kan Van den Akker morgen van start gaan in de Amstel Gold Race, maar dan moet een van de al aangewezen renners om wat voor reden dan ook voor hem plaats vrij maken. Wat wel vast staat is dat hij zondag naar Spanje vertrekt voor de Vuelta a Espana die duurt van 24 april tot en met 15 mei. De Oostduitser Uwe Ampler start als kopman van de PDM-ploeg en diens landgenoot Uwe Raab moet voor de sprintzeges naar voren worden geloodst.