Hans Dekkers was in Olympia's Tour als amateur succesvol met etappezeges

 

2002 Domper voor Hans Dekkers op het WK in Zolder

 

(door Piet Gijsbers)

 

Het is begin oktober 2002. Hans Dekkers is klaar voor het WK in Zolder. Hij heeft als laatste voorbereiding met de nationale selectie (naast de Eindhovenaar bestaat de wegploeg uit Pieter Weening, Bas Giling, Arne Kornegoor en Peter van Agtmaal) in Frankrijk de Tour de Seine et

Marne gereden. Een etappekoers waarin ook professionals aan de start stonden. “De laatste maanden heb ik veel grote koersen gereden tegen beroepsrenners, zoals de Ronde van Wallonië en de Tour de l’Avenir. Daarom heb ik de laatste tijd minder wedstrijden gewonnen. Tussen de

mannen die al enkele jaren ouder zijn leer je heel veel. Die wedstrijden zijn alvast een goede leerschool voor volgend jaar. Je leert jezelf goed plaatsen in een massasprint tegen die mannen. Volgend seizoen gaan we met het Trade Team III van Rabobank nog meer van dat soort wedstrijden rijden. Dan hoop ik opnieuw wat sterker te worden.” Dus de ambitie om beroepsrenner te worden is er nog steeds? Dekkers aarzelt even. “Laat ik eerst volgend jaar nog maar eens een

goed seizoen neerzetten. Dan kan ik misschien een jaar later de overstap

maken.”

 

Maar nu is Zolder eerst aan de beurt. “Ik werk nu naar mijn topvorm toe door goed te trainen en toch op tijd te rusten. Dadelijk op het WK zal ik mezelf niet kunnen verwijten dat ik er niet alles aan gedaan heb.” Het WK in Zolder spookt al een paar jaar door het hoofd van de Eindhovense sprinter. Al in het voorjaar stelde hij met goede resultaten zijn selectie veilig. Nu komt de afwerking aan de beurt. Legt het geen grote druk op de jonge coureur om als een van de favorieten bestempeld te worden? “Voor mezelf valt die druk wel mee. Ik weet dat ik in de gaten gehouden zal worden, omdat ik dit jaar internationaal goed heb meegedaan. Nu hangt het er vanaf hoe de koers gaat lopen. Alles moet precies in een straatje vallen om voor de overwinning te kunnen gaan. Als het een sprint wordt, durf ik mijn plaats wel op te eisen. Daarvoor ben ik rap genoeg. Maar als een andere renner van onze ploeg mee voorop zit, moet ik zijn kansen beschermen. Je kunt het vergelijken met de dag van het NK. Daar had ik misschien ook kunnen winnen, omdat ik die dag heel goed was. Door de tactiek  van onze ploeg werd ik toen derde. Stel dat er een paar buitenlanders op het eind weg rijden, dan rijd je ook voor plaats drie of vier. Met heel veel geluk

en goeie benen moet ik een heel eind kunnen komen.”

 

De hele voorbereiding voor het wegseizoen 2002 was bij Hans Dekkers gericht op deelname aan het WK in Zolder. Daar in België zag hij, niet ver van huis en gesteund door een Nederlands supporterslegioen, de mogelijkheden om in zijn derde jaar als amateurrenner een greep naar goud te doen. Al vroeg in het seizoen had hij de selectieheren van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie met schitterende resultaten weten te overtuigen dat hij op het WK thuishoorde. In tal van grote internationale wedstrijden had hij zich al met de buitenlandse concurrentie gemeten. En herhaaldelijk was hij erin geslaagd die concurrentie het nakijken te geven als het op een eindsprint met een grote of kleine groep aankwam. Dekkers werd in enkele etappekoersen waarin ook professionals aan de start verschenen gehard in het grote werk. In de laatste weken voor de wereldtitelstrijd zette hij met de andere leden van de nationale oranjeselectie de puntjes op de i in een Franse rittenkoers.

 

Eindelijk brak de dag aan waarnaar hij zo lang had uitgekeken. Vrijdag 11 oktober was het zover. In een deelnemersveld van meer dan 150 leeftijdgenoten uit de hele wereld ging de Eindhovense neo-amateur op het autocircuit van Zolder van start. ‘Veel geluk en goeie benen’ zou hij nodig

hebben, zo meldde hij me in de week vooraf nog in weekblad De Trompetter. De wedstrijd verliep gunstig voor Dekkers. Kleine vluchtgroepjes werden telkens opnieuw door de hoofdmacht achterhaald. Enkele ronden voor het einde van de koers over ruim 170 kilometer gingen vijftien renners, bij wie een aantal serieuze gegadigden voor de titel, aan de haal. Die vijftien leken een

onoverbrugbare voorsprong op te gaan bouwen. De oranjehemden misten de slag en stelden alles in het werk om de aansluiting alsnog te bewerkstelligen. Ze leken kansloos, omdat tal van ploeggenoten van de coureurs die voorop reden vakkundig afstopwerk verrichtten. Hans Dekkers wist zich even niet meer in te tomen en probeerde in zijn eentje de sprong naar de vijftien leiders te maken, maar zag al snel het vruchteloze van die poging in. Wat hij er wel mee bereikte was dat

het peloton alsnog de leiders in de kraag vatte, zodat de wedstrijd op een massasprint uitliep. En weer was Dekkers de man in het oranje die zich in een voortreffelijke uitgangspositie voor die eindsprint manoeuvreerde. Op zowat 300 meter van de finish, achteraf gezien iets te vroeg, zette hij zich aan de leiding, daarbij een renner die hem de pas vlak langs de dranghekken leek af te

snijden even aantikkend om niet ten val te hoeven komen. Vervolgens leek de Eindhovenaar recht op de titel en de regenboogtrui af te stevenen. Achter hem ontstond een valpartij. Alleen de Italiaan Chicchi slaagde er, vanuit vrijwel verloren positie naar de andere kant van de weg toerijdend, nog in zijn wiel net iets eerder dan Dekkers over de eindstreep te duwen. Een kleine teleurstelling voor de oranjeklant, maar wie al wat langer in het wielerpeloton meerijdt weet zo’n tegenslag te aanvaarden. Degene die het eerst over de meet komt is tenslotte winnaar en daar legt de concurrent zich sportief bij neer. De huldiging van de eerste drie aankomende renners, de nieuwe

wereldkampioen Francesco Chicchi uit Italië, zilveren medaille-winnaar Hans Dekkers en brons-winnaar Francisco Guttierrez uit Spanje volgde.

 

Na de dopingcontrole en de persconferentie was Dekkers klaar om te vertrekken toen Martin Bruin, de Nederlandse voorzitter van de internationale jury, kwam binnenstappen met de mededeling dat Dekkers na het bekijken van de filmbeelden als de schuldige van de valpartij achter hem was aangewezen. Hij zou te ver naar links zijn uitgeweken, was daarom gediskwalificeerd en moest de zilveren plak terug geven. Een grotere teleurstelling was bij de 21-jarige coureur nauwelijks denkbaar. Het kostte hem, met steun van de KNWU-begeleiding, even tijd om die teleurstelling te verwerken. Maar het tekent de sportman Hans Dekkers dat hij zich al snel daarna herpakte en diezelfde avond nog in het TV-programma Vak-M aan tafel bij Mart Smeets zijn ontgoocheling voor een goed deel te boven was. “Eerst baalde ik, omdat ik tweede was geworden, nadat ik even had gedacht echt te gaan winnen. Maar dan zie je al die enthousiaste Nederlanders op de tribune tijdens de huldiging. Je baalt toch nog wel een beetje, je gaat naar de dopingcontrole en je staat de pers te woord. Dan komt die tweede klap dat je het zilver moet inleveren. Iedereen heeft gezien dat ik tweede werd. Die tweede plaats pakken ze me niet meer af, ook al heb ik nu geen zilver. Het was een mooie kans om als sprinter een keer wereldkampioen te worden. Dit parcours was een kolfje naar mijn hand. Het is gewoon jammer dat ik het niet heb af kunnen maken. Voor mij is de hele affaire nu afgesloten. Vanaf nu ga ik naar het volgende wegseizoen toeleven. Dan hoop ik met de Trade Team III-ploeg van Rabobank weer mooie wedstrijden te kunnen rijden en nog een heleboel bij te leren voordat ik de definitieve overstap naar de beroepsrenners maak. Volgend jaar zien we gewoon weer verder.”

Een uitspraak die aangeeft hoe een sportman niet alleen als winnaar maar ook als verliezer groot in zijn daden kan zijn.