2011 EINDHOVEN-NUENEN

Steven Kruijswijk voor nieuw avontuur

in Vuelta a Espana

 

Op zaterdag 20 augustus 2011 gaat in Benidorm de Vuelta a Espana van start met een ploegentijdrit. Het Rabobank team heeft in Steven Kruiswijk een veelbelovend ronderenner voor de toekomst in de gelederen. Eerder dit jaar maakte de 24-jarige Nuenenaar al furore in de Giro d’Italia die hij

met een schitterende 9de plaats in het eindklassement afsloot. Na dat uitstekende optreden gedurende drie weken in Italië toonde de jonge professional in de Ronde van Zwitserland andermaal zijn kwaliteiten. In de bergetappe naar het kleine vorstendom Liechtenstein kon niemand hem volgen. Ook de top twee van het eindklassement Levi Leipheimer en Damiano Cunego moesten passen toen Kruijswijk in de finale in de aanval ging. Het leverde hem naast de

ritzege een prachtige derde plaats achter de twee genoemde routiniers in de eindstand van de Zwitserse etappekoers op. De Nuenenaar heeft met zijn prestaties veel bij de wielervolgers losgemaakt.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Nog maar zes jaar is het in 2011 geleden dat de jonge renner uit Nuenen op de vierde dag van de klassieke Acht van Bladel de slotetappe op zijn naam schreef. Steven Kruijswijk diende zich in 2005 aan als een talentvol junior, al wist de toen pas 18-jarige coureur op dat moment van zichzelf nog niet dat vooral het klimwerk goed aan hem besteed zou zijn. In de wedstrijd op de Kempense wegen was dat ook nog niet nodig. Op 15-jarige leeftijd met wielrennen begonnen bij Trap Met Lust uit Geldrop, de vereniging die niet lang daarna met een paar Eindhovense wielerclubs fuseerde tot TML Dommelstreek, was Kruijswijk nog als junior over gestapt naar het team Westland Wil Vooruit. De rossige coureur wilde een stap vooruit zetten op de wielerladder. In de Acht van Bladel kreeg hij daarvoor volop gelegenheid. Van start af aan ging hij in de openingsrit met enkele jonge Belgen onverschrokken in de aanval. Zuiderbuur Frederiek Nolf won de etappe en zou een dag later ook in de individuele tijdrit de sterkste blijken. Steven Kruijswijk moest nog leren hoe zo’n rit tegen het

uurwerk aan te pakken. In de slotetappe bleek Steven Kruijswijk de snelste op de eindstreep. De totaalzege bleef in handen van de in 2009 in de Ronde van Quatar plotseling overleden Frederiek Nolf. Kruijswijk en de Belg Vanhie vergezelden de coureur uit Kuurne op het slotpodium. De Nuenenaar kon in de leiderstricots van het sprint- en het combinatieklassement alsnog tevreden

terug kijken op de vierdaagse klassieker in en rond Bladel. In het beloftenteam Van Vliet-EBH kreeg hij vervolgens de kans om te ruiken aan het grotere werk. Hij ontwikkelde zich tot een renner met wie rekening moet worden gehouden. Zijn sterke rijden bergop bleef niet onopgemerkt, zodat hij in 2007 de opstap maakte naar de opleidingsploeg van Rabobank. Even leek een vernauwing van een liesslagader hem af te remmen. Na een geslaagde operatie vocht hij zich met

ereplaatsen in buitenlandse etappekoersen terug en werd nationaal kampioen bij de beloften. Vorig jaar maakte hij zijn debuut bij de professionals. Pas op het allerlaatst opgeroepen voor de Giro d’Italia als invaller voor oud-meervoudig wereldkampioen Oscar Freire verbaasde Kruijswijk op het Apennijnse schiereiland alle volgers. Vooral in het klimwerk bleek hij een openbaring met zelfs bijna ritwinst in Peio Terme. Na zijn 18de eindpositie van vorig jaar toonde hij dit seizoen in Italië opnieuw zijn klimmerskwaliteiten op de hoge toppen van de Apennijnen en de Dolomieten. Zij

aan zij met eindwinnaar Alberto Contador baarde hij opzien in de derde Giroweek om als 9de in het totaalklassement te finishen. In de Ronde van Zwitserland op de Alpencols gaf hij een nieuw vervolg aan zijn sterke rijden. Met zijn prima prestaties is Kruijswijk een voorbeeld voor jonge coureurs die een paar stappen hogerop willen maken.

 

Geen criteriums

 

Met zijn schitterende optredens in Italië en Zwitserland is Kruijswijk dè Nederlandse wielerrevelatie van 2011. Zelf kijkt hij met genoegen terug op zijn prachtige resultaten. "In de Giro was het een beleving om met de besten mee omhoog te gaan. Maar toch geeft de Ronde van Zwitserland nog meer voldoening. Ik ben in die ronde ontspannen van start gegaan. Zonder er vooraf een uitslag

op te plakken. Dat eiste de ploeg ook niet. We mochten 'lekker gaan koersen'. Dat is er helemaal uitgekomen. Ik merkte al snel dat de vorm van de Giro er nog steeds was. Ook mentaal heb ik door kunnen trekken. De etappezege maakte in de Zwitserse ronde veel bij me los. Een keer winnen, is wel heel bijzonder. Als je dan ook nog het podium in het eindklassement bereikt, heb je wel iets

neergezet.” Door zijn derde plaats in het eindklassement van de Ronde van Zwitserland maakte hij een flinke sprong op de UCI-wereldranglijst. Hij rukte van de 56ste positie op naar de 21ste plek. Zelfs na de Tour de France staat hij nog 27ste op de door Cadel Evans vóór Philip Gilbert aangevoerde lijst als tweede Nederlander achter Robert Gesink. Kruijswijks werkgever Rabobank brak zijn contract open en verlengde het tot en met 2013. "We waren er heel snel uit", aldus de Nuenenaar. "Ik vind het een logisch gevolg. Ik heb dit jaar laten zien, dat ik weer een stap heb gemaakt." Dat Kruijswijk ook het volle vertrouwen van de Rabobank ploegleiding heeft mag

blijken uit de woorden van technisch directeur Erik Breukink: “Er zit genoeg progressie in hem.” Zoveel vooruitgang dat Breukink hardop heeft nagedacht over een wat zwaarder programma voor de rest van het seizoen. De Tour de France ging nog aan de jonge Nuenenaar voorbij. Maar Breukink ziet hem wel volgend jaar debuteren in de Tour. “We brengen hem bewust rustig. Daarom reed hij dit jaar ook geen voorjaarsklassiekers. De Giro was zijn doel. Het had geen zin om hem

dan al uit te mergelen in de klassiekers.” De deelname aan de Vuelta is een logisch gevolg van zijn eerdere presteren. “Ik concentreer me volledig op de drie weken in Spanje en heb met opzet het Nederlandse criteriumcircuit gelaten voor wat dat was,” zegt ‘Stevo’ desgevraagd. Nu is het zowel voor hemzelf als voor ploeggenoot Bauke Mollema een uitdaging om te laten zien wat de jonge

Nederlanders kunnen in hun tweede grote ronde van het jaar.

 

Naschrift:

In de Ronde van Spanje 2011 lukte het Kruijswijk, mede door rugproblemen, niet om een goed

klassement te rijden. 

2004 Eindhoven/Monaco

Twee Eindhovense beroepsrenners met gemengde gevoelens

Hans Dekkers en Remmert Wielinga blikken vooruit

 

Bij de foto's:

Na een teleurstellende Tour de France reed Remmert Wielinga op het NK tijdrijden in Bergeijk een van zijn eerste wedstrijden

Hans Dekkers mengt zich ook bij de professionals al in het echte sprintgeweld (foto'sTheo van Sambeek)

 

Het wegseizoen 2004 van de beroepswielrenners is alweer een heel eind gevorderd. Wanneer de Giro d’Italia eenmaal aan de gang is, zijn de machtsverhoudingen in het profpeloton voor een groot deel bekend. Het peloton veranderde flink van kleur en samenstelling. Oude sponsors kozen voor

een nieuwe outfit maar vertrouwde renners en nieuwe sponsors zorgen voor een frisse wind. Bij Rabobank werd Erik Breukink de nieuwe ploegleider. Wat het rennersteam betreft bleef in de oranje-blauwe brigade veel bij het oude. Eindhovenaar Hans Dekkers maakte de opstap van de beloftenploeg naar de grote profploeg. Stadgenoot Remmert Wielinga maakt evenals vorig seizoen weer deel uit van het vaandelteam van Nederlands grootste profploeg. De beide jonge Eindhovenaren kijken met gemengde gevoelens vooruit naar de voortzetting van de

competitie.

 

(door Piet Gijsbers)

 

In de aanloop naar de Tour de France zorgde Remmert Wielinga vorig jaar voor enkele veel hoop gevende resultaten. De toen 25-jarige coureur uit Eindhoven klom in de Dauphiné Libéré in het spoor van de grote wielernamen over cols als de Télégraphe en de Galibier. De prestaties van Wielinga sprongen bij de ploegleiding van Rabobank en bij alle volgers zodanig in het oog dat hij begin juli zijn debuut mocht maken in ’s werelds grootste wielerspektakel. De Tour werd echter een grote deceptie voor de debutant. Achteraf bezien werd er wellicht toch iets te veel van hem gevergd en werd hij te snel de klimmer geacht waarop Nederland zit te wachten. Zijn rijpingsproces is nog in volle gang. Zijn beste jaren moeten nog komen. Maar dat rijpingsproces stagneert nu al enige tijd vanwege een lastige blessure. In de aanloop naar het nieuwe wegseizoen trainde Wielinga in december in zijn eentje op Lanzarote, ging met de Rabobankploeg op trainingskampen in Spanje en Italië en had volop zin in de eerste wedstrijden in het zuiden. Het eerste trainingskamp verliep voor hem niet bijster goed. Zijn relaas: “Ik viel samen met Jan Boven, Erik Dekker, Hans Dekkers en Grischa Niermann. In een lichte afdaling aan de voet van een col bleek een bocht erg glad te zijn en gingen we onderuit. Ik kwam daarbij op mijn rechterkant terecht. Ik vreesde even voor een sleutelbeenbreuk vanwege de pijn, maar na een snel onderzoek door onze ploegarts Geert Leinders, die gelukkig in de auto achter de groep reed, bleek het meer dan waarschijnlijk om uitsluitend kneuzingen te gaan. Gelukkig werden in het ziekenhuis geen breuken geconstateerd.”

 

Het zou voor Wielinga niet enkel bij die malheur blijven. In januari verhuisde hij, om zich nog beter te kunnen voorbereiden op het grote werk, naar Monaco. Zijn ouders hielpen hem met het

inrichten van zijn nieuwe onderkomen in Monte Carlo, een appartement met een balkon met schitterend uitzicht op de Middellandse Zee. Op de prachtige colletjes in de omgeving kon hij rustig trainen met andere coureurs die daar wonen, zoals Vinokourov en Axel Merckx. Dat zag er allemaal rooskleurig uit. In de door zijn ploeggenoot Oscar Freire gewonnen 2de etappe van de

Challenge Illes Balears maakte Wielinga op Mallorca zijn wedstrijdseizoendebuut. In de laatste etappe van die vierdaagse rittenkoers kreeg hij last van dezelfde knie die ook een jaar eerder al had opgespeeld. Het leek hem en de ploeg daarom beter om niet te starten in de Ronde van de Middellandse Zee. Een Amerikaanse arts in Monaco voerde een MRI scan uit om de oorzaak van de klachten goed te kunnen vaststellen. Het zou het begin worden van een lijdensweg in het voorjaar.

 

Najaar

 

Februari was nog niet eens voorbij en Wielinga zat al flink in de lappenmand. Een peesschede ontsteking bleek de boosdoener. Precies dezelfde tendinitus die hem ook vorig jaar trof, op exact dezelfde plaats aan de bovenkant van het rechter kuitbeen. Voor behandeling en herstel keerde hij een paar weken naar zijn ouderlijk huis in het gehucht Riel bij Eindhoven terug en volgde met pijn in het hart de klassiekers op tv. Nu richt de Rabobankprof zich noodgedwongen maar op het najaar met de Ronde van Spanje en de mondiale titelstrijd in Verona als hoogtepunten. “Ik wil nu echt rust en een echt herstel. Dat is beter dan aanmodderen en de zaak weer forceren. Sportieve doelen stel ik me daarom niet. Kijk, vorig jaar is het allemaal heel erg tegengevallen, vooral als je kijkt naar mijn prestaties in de Dauphiné, een aantal weken voor de Tour. Ik kon mannen als Armstrong, Mayo en Millar als een van de weinigen volgen in de bergen, maar helaas kon ik die lijn niet vasthouden tot de Tour. Ik had ook een heel erg smalle voorbereiding achter de rug, omdat ik nog geen zes weken aan het trainen was in verband met eenzelfde soort knieprobleem als waar ik nu mee sukkel! Nu hoop ik gewoon op tijd fit te zijn om nog iets van mijn najaar te kunnen maken. Vooral de Vuelta heeft mijn aandacht. Ik heb op papier al heel wat ritten bestudeerd en weet dat de Vuelta mij moet liggen. Ik heb me laten vertellen dat het ook allemaal niet zo hectisch is als tijdens de Tour en daar ligt toch mijn zwakke punt. Ik zal nooit een wringer worden! Daarnaast wil ik me ook graag laten zien in de Ronde van Lombardije. Een parcours dat ik op mijn duimpjes ken, omdat ik in mijn De Nardi-tijd daar twee jaar woonachtig ben geweest. Op dit moment kan ik verder heel weinig doen. Ik probeer er zoveel mogelijk voor te zorgen dat mijn gewicht op een redelijk peil blijft. Al valt dat niet mee, als je gewend bent om heel veel te eten. Maar gelukkig gaat het me nu vrij aardig af. Ik ben nu weer een tijdje aan het trainen, maar ik merk dat ik het rustig moet opbouwen om echt volledig te herstellen.”

 

Debutant

 

Hoe anders verloopt het seizoen tot dusver voor Hans Dekkers, de 22-jarige Eindhovense debutant tussen de grote namen in het profpeloton. Vorig jaar in juli tekende hij een contract bij het Trade Team 1 van Rabobank voor de seizoenen 2004 en 2005. “Je wilt als wielrenner altijd het hoogst

mogelijke in de sport bereiken. Ik had her en der al contacten met andere ploegen. Uiteindelijk meldde Rabobank zich ook. De onderhandelingen zijn tot ieders tevredenheid verlopen, zodat ik nu aan een nieuw avontuur kan beginnen,” meldde hij vlak na het ondertekenen van het contract, toen nog in de aanwezigheid van Jan Raas. Hoewel het een grote stap is, denkt Dekkers niet helemaal van onder af aan te hoeven beginnen. Hij reed vorig jaar met het Trade Team 3 van Rabobank (de beloftenploeg) al een aantal grotere wedstrijden waarin ook profs van start gingen. “Daardoor denk ik een voorsprong te hebben op jongens die nooit zo’n programma hebben gereden. Al blijft de stap natuurlijk groot. Een goede amateur die naar de beroepsrenners overstapt heeft het haast altijd moeilijk. Dat zal waarschijnlijk voor mij niet anders zijn,” schotelde hij zichzelf vorig jaar al voor. Meteen al in zijn eerste echte profseizoen zal de ploegleiding dan ook niet alles van hem mogen verwachten. “Al hoop ik wel af en toe al eens mee te kunnen sprinten voor een overwinning. Dat is voor mij al een doel op zich.”

 

Nieuwbakken

 

Op het trainingskamp in Spanje bij temperaturen van rond de 20 graden in januari was Hans Dekkers met vier ploegmakkers deelgenoot van de glijpartij die ook Remmert Wielinga trof. Dekkers kwam er van af met een diepe snee in zijn vinger en enkele schaafwonden. Onder nog veel warmere weersomstandigheden (25 tot 33 graden) maakte hij vervolgens zijn wedstrijddebuut in de Ronde van Qatar. Omdat het bij de professionals toch weer 'n paar kilometer per uur harder gaat dan bij de amateurs was het voor de nieuwbakken beroepsrenner even wennen aan het tempo. Ploeggenoot Robert Hunter pakte in het woestijnland de eindoverwinning. Een maand later was Dekkers een andere Robert uit zijn ploeg, de Duitser Bartko, behulpzaam bij het veroveren

van de eindzege in de driedaagse van West-Vlaanderen. Na met enkele flinke tussenpozen te zijn opgesteld in eendagswedstrijden zoals Nokere-Koerse, de GP Rudy Dhaenens en de Scheldeprijs in België en op eigen bodem de Ronde van Drenthe (gewonnen door ploeggenoot Erik Dekker) en Veenendaal-Veenendaal, mocht de jonge Eindhovenaar in de Niedersachsen Rundfahrt aan de bak. “Voor mij zal het belangrijk zijn de koersen te overleven en mijn werk voor de ploeg te doen.

Zit ik er uiteindelijk vooraan bij, dan kan ik misschien alsnog voor de sprint gaan. Het zal er vanaf hangen hoe de vorm is,” keek de Eindhovense sprinter vooruit naar zijn eerste echte profseizoen.

 

Podium

 

In de Duitse etappekoers door Nedersaksen kon Hans Dekkers zijn vooruitblik op 2004 voor het eerst echt bevestigen. In de slotrit reed hij zich als beginnend fulltime beroepsrenner op het

podium. Alleen de snelle Duitsers Danilo Hondo en David Kopp bleven hem op de eindstreep een fractie voor. Onlangs werd de Vierdaagse van Duinkerken de volgende krachtproef waaraan Dekkers werd blootgesteld. In een peloton met alweer grotere en dus meer bekende namen van beroepsrenners reed hij zich in de tweede rit naar een verdienstelijke 16de plaats. In de zesde etappe van de vierdaagse etappekoers hoefde de Eindhovenaar alleen maar het hoofd te buigen voor meer ervaren jongens als Max van Heeswijk, Jean-Patrick Nazon, Danilo Hondo en Jeremy Hunt. De vijfde plaats achter die coureurs blijft voor Dekkers beloften voor de toekomst inhouden.

2011 Eindhoven/Nuenen

Steven Kruijswijk naar Vuelta a España

 

Op zaterdag 20 augustus 2011 gaat in Benidorm de Vuelta a Espana van start met een ploegentijdrit. Het Rabobank team heeft in Steven Kruiswijk een veelbelovend ronderenner voor de toekomst in de gelederen. Eerder dit jaar maakte de 24-jarige Nuenenaar al furore in de Giro d’Italia die hij

met een schitterende 9de plaats in het eindklassement afsloot. Na dat uitstekende optreden gedurende drie weken in Italië toonde de jonge professional in de Ronde van Zwitserland andermaal zijn kwaliteiten. In de

bergetappe naar het kleine vorstendom Liechtenstein kon niemand hem volgen. Ook

de top twee van het eindklassement Levi Leipheimer en Damiano Cunego moesten

passen toen Kruijswijk in de finale in de aanval ging. Het leverde hem naast de ritzege een prachtige derde plaats achter de twee genoemde routiniers in de eindstand van de Zwitserse etappekoers op. Dat de Nuenenaar met zijn prestaties veel bij de wielervolgers losmaakt heeft onder meer geresulteerd in de oprichting van een officiële fanclub.

 

(door Piet Gijsbers, foto Theo van Sambeek)

 

Nog maar zes jaar is het geleden dat de jonge renner uit Nuenen op de vierde dag van de klassieke Acht van Bladel de slotetappe op zijn naam schreef. Steven Kruijswijk diende zich in 2005 aan als een talentvol junior, al wist de toen pas 18-jarige coureur op dat moment van zichzelf nog niet dat vooral het klimwerk goed aan hem besteed zou zijn. In de wedstrijd op de Kempense wegen was dat ook nog niet nodig. Op 15-jarige leeftijd met wielrennen begonnen bij Trap Met Lust uit Geldrop, de vereniging die niet lang daarna met een paar Eindhovense wielerclubs fuseerde tot TML Dommelstreek, was Kruijswijk nog als junior over gestapt naar het team Westland Wil Vooruit. De rossige coureur wilde een stap vooruit zetten op de wielerladder. In de Acht van Bladel kreeg hij daarvoor volop gelegenheid. Van start af aan ging hij in de openingsrit met enkele jonge Belgen onverschrokken in de aanval. Zuiderbuur Frederiek Nolf won de etappe en zou een dag later ook in de individuele tijdrit de sterkste blijken. Steven Kruijswijk moest nog leren hoe zo’n rit tegen het

uurwerk aan te pakken. In de slotetappe bleek hij de snelste op de eindstreep. De totaalzege bleef in handen van de twee jaar geleden in de Ronde van Quatar plotseling overleden Frederiek Nolf. Kruijswijk en de Belg Vanhie vergezelden de coureur uit Kuurne op het slotpodium. De Nuenenaar kon in de leiderstricots van het sprint- en het combinatieklassement alsnog tevreden terug kijken op de vierdaagse klassieker in en rond Bladel.

In het beloftenteam Van Vliet-EBH kreeg hij vervolgens de kans om te ruiken aan het grotere werk. Hij ontwikkelde zich tot een renner met wie rekening moet worden gehouden. Zijn sterke rijden bergop bleef niet onopgemerkt, zodat hij in 2007 de opstap maakte naar de opleidingsploeg van Rabobank. Even leek een vernauwing van een liesslagader hem af te remmen. Na een geslaagde operatie vocht hij zich met ereplaatsen in buitenlandse etappekoersen terug en werd nationaal kampioen bij de beloften. Vorig jaar maakte hij zijn debuut bij de professionals. Pas op het allerlaatst opgeroepen voor de Giro d’Italia als invaller voor oud-meervoudig wereldkampioen Oscar Freire verbaasde Kruijswijk op het Apennijnse schiereiland alle volgers. Vooral in het klimwerk bleek hij een openbaring met zelfs bijna ritwinst in Peio Terme. Na zijn 18de eindpositie van vorig jaar toonde hij dit seizoen in Italië opnieuw zijn klimmerskwaliteiten op de hoge toppen van de Apennijnen en de Dolomieten. Zij aan zij met eindwinnaar Alberto Contador baarde hij opzien in de derde Giroweek om als 9de in het totaalklassement te finishen. In de Ronde van

Zwitserland  gaf hij op de Alpencols een nieuw vervolg aan zijn sterke rijden. Met zijn prima prestaties is Kruijswijk een voorbeeld voor jonge coureurs die een paar stappen hogerop willen maken.

 

Geen criteriums

 

Met zijn schitterende optredens in Italië en Zwitserland is Kruijswijk dè Nederlandse wielerrevelatie van 2011. Zelf kijkt hij met genoegen terug op zijn prachtige resultaten. "In de Giro was het een beleving om met de besten mee omhoog te gaan. Maar toch geeft de Ronde van Zwitserland nog meer voldoening. Ik ben in die ronde ontspannen van start gegaan. Zonder er vooraf een uitslag

op te plakken. Dat eiste de ploeg ook niet. We mochten 'lekker gaan koersen'. Dat is er helemaal uitgekomen. Ik merkte al snel dat de vorm van de Giro er nog steeds was. Ook mentaal heb ik door kunnen trekken. De etappezege maakte in de Zwitserse ronde veel bij me los. Een keer winnen, is wel heel bijzonder. Als je dan ook nog het podium in het eindklassement bereikt, heb je wel iets

neergezet.”

Door zijn derde plaats in het eindklassement van de Ronde van Zwitserland maakte Kruijswijk een flinke sprong op de UCI-wereldranglijst. Hij rukte van de 56ste positie op naar de 21ste plek. Zelfs na de Tour de France staat hij nog 27ste op de door Cadel Evans vóór Philip Gilbert aangevoerde

lijst als tweede Nederlander achter Robert Gesink. Kruijswijks werkgever Rabobank brak zijn contract open en verlengde het tot en met 2013. "We waren er heel snel uit," aldus de Nuenenaar. "Ik vind het een logisch gevolg. Ik heb dit jaar laten zien, dat ik weer een stap heb gemaakt."

Vrijwel tegelijkertijd met zijn contractverlenging werd in het Gerwense wielercafé De Stam een fanclub voor hem opgericht. Een honderdtal aanwezigen waren van die oprichting getuige. Dat Kruijswijk ook het volle vertrouwen van de Rabobank ploegleiding heeft mag blijken uit de woorden van technisch directeur Erik Breukink: “Er zit genoeg progressie in hem.” Zoveel vooruitgang dat Breukink hardop heeft nagedacht over een wat zwaarder programma voor de rest van het seizoen. De Tour de France ging nog aan de jonge Nuenenaar voorbij. Maar Breukink ziet hem wel volgend jaar debuteren in de Tour. “We brengen hem bewust rustig. Daarom reed hij dit jaar ook geen voorjaarsklassiekers. De Giro was zijn doel. Het had geen zin om hem dan al uit te mergelen in de

klassiekers.” De deelname aan de Vuelta is een logisch gevolg van zijn eerdere presteren. “Ik concentreer me volledig op de drie weken in Spanje en heb met opzet het Nederlandse criteriumcircuit gelaten voor wat dat was,” zegt ‘Stevo’ desgevraagd. Nu is het zowel voor hemzelf als voor ploeggenoot Bauke Mollema een uitdaging om te laten zien wat de jonge Nederlanders kunnen in hun tweede grote ronde van het jaar.

Hans Dekkers was in Olympia's Tour als amateur succesvol met etappezeges

 

2002 Domper voor Hans Dekkers op het WK in Zolder

 

(door Piet Gijsbers)

 

Het is begin oktober 2002. Hans Dekkers is klaar voor het WK in Zolder. Hij heeft als laatste voorbereiding met de nationale selectie (naast de Eindhovenaar bestaat de wegploeg uit Pieter Weening, Bas Giling, Arne Kornegoor en Peter van Agtmaal) in Frankrijk de Tour de Seine et

Marne gereden. Een etappekoers waarin ook professionals aan de start stonden. “De laatste maanden heb ik veel grote koersen gereden tegen beroepsrenners, zoals de Ronde van Wallonië en de Tour de l’Avenir. Daarom heb ik de laatste tijd minder wedstrijden gewonnen. Tussen de

mannen die al enkele jaren ouder zijn leer je heel veel. Die wedstrijden zijn alvast een goede leerschool voor volgend jaar. Je leert jezelf goed plaatsen in een massasprint tegen die mannen. Volgend seizoen gaan we met het Trade Team III van Rabobank nog meer van dat soort wedstrijden rijden. Dan hoop ik opnieuw wat sterker te worden.” Dus de ambitie om beroepsrenner te worden is er nog steeds? Dekkers aarzelt even. “Laat ik eerst volgend jaar nog maar eens een

goed seizoen neerzetten. Dan kan ik misschien een jaar later de overstap

maken.”

 

Maar nu is Zolder eerst aan de beurt. “Ik werk nu naar mijn topvorm toe door goed te trainen en toch op tijd te rusten. Dadelijk op het WK zal ik mezelf niet kunnen verwijten dat ik er niet alles aan gedaan heb.” Het WK in Zolder spookt al een paar jaar door het hoofd van de Eindhovense sprinter. Al in het voorjaar stelde hij met goede resultaten zijn selectie veilig. Nu komt de afwerking aan de beurt. Legt het geen grote druk op de jonge coureur om als een van de favorieten bestempeld te worden? “Voor mezelf valt die druk wel mee. Ik weet dat ik in de gaten gehouden zal worden, omdat ik dit jaar internationaal goed heb meegedaan. Nu hangt het er vanaf hoe de koers gaat lopen. Alles moet precies in een straatje vallen om voor de overwinning te kunnen gaan. Als het een sprint wordt, durf ik mijn plaats wel op te eisen. Daarvoor ben ik rap genoeg. Maar als een andere renner van onze ploeg mee voorop zit, moet ik zijn kansen beschermen. Je kunt het vergelijken met de dag van het NK. Daar had ik misschien ook kunnen winnen, omdat ik die dag heel goed was. Door de tactiek  van onze ploeg werd ik toen derde. Stel dat er een paar buitenlanders op het eind weg rijden, dan rijd je ook voor plaats drie of vier. Met heel veel geluk

en goeie benen moet ik een heel eind kunnen komen.”

 

De hele voorbereiding voor het wegseizoen 2002 was bij Hans Dekkers gericht op deelname aan het WK in Zolder. Daar in België zag hij, niet ver van huis en gesteund door een Nederlands supporterslegioen, de mogelijkheden om in zijn derde jaar als amateurrenner een greep naar goud te doen. Al vroeg in het seizoen had hij de selectieheren van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie met schitterende resultaten weten te overtuigen dat hij op het WK thuishoorde. In tal van grote internationale wedstrijden had hij zich al met de buitenlandse concurrentie gemeten. En herhaaldelijk was hij erin geslaagd die concurrentie het nakijken te geven als het op een eindsprint met een grote of kleine groep aankwam. Dekkers werd in enkele etappekoersen waarin ook professionals aan de start verschenen gehard in het grote werk. In de laatste weken voor de wereldtitelstrijd zette hij met de andere leden van de nationale oranjeselectie de puntjes op de i in een Franse rittenkoers.

 

Eindelijk brak de dag aan waarnaar hij zo lang had uitgekeken. Vrijdag 11 oktober was het zover. In een deelnemersveld van meer dan 150 leeftijdgenoten uit de hele wereld ging de Eindhovense neo-amateur op het autocircuit van Zolder van start. ‘Veel geluk en goeie benen’ zou hij nodig

hebben, zo meldde hij me in de week vooraf nog in weekblad De Trompetter. De wedstrijd verliep gunstig voor Dekkers. Kleine vluchtgroepjes werden telkens opnieuw door de hoofdmacht achterhaald. Enkele ronden voor het einde van de koers over ruim 170 kilometer gingen vijftien renners, bij wie een aantal serieuze gegadigden voor de titel, aan de haal. Die vijftien leken een

onoverbrugbare voorsprong op te gaan bouwen. De oranjehemden misten de slag en stelden alles in het werk om de aansluiting alsnog te bewerkstelligen. Ze leken kansloos, omdat tal van ploeggenoten van de coureurs die voorop reden vakkundig afstopwerk verrichtten. Hans Dekkers wist zich even niet meer in te tomen en probeerde in zijn eentje de sprong naar de vijftien leiders te maken, maar zag al snel het vruchteloze van die poging in. Wat hij er wel mee bereikte was dat

het peloton alsnog de leiders in de kraag vatte, zodat de wedstrijd op een massasprint uitliep. En weer was Dekkers de man in het oranje die zich in een voortreffelijke uitgangspositie voor die eindsprint manoeuvreerde. Op zowat 300 meter van de finish, achteraf gezien iets te vroeg, zette hij zich aan de leiding, daarbij een renner die hem de pas vlak langs de dranghekken leek af te

snijden even aantikkend om niet ten val te hoeven komen. Vervolgens leek de Eindhovenaar recht op de titel en de regenboogtrui af te stevenen. Achter hem ontstond een valpartij. Alleen de Italiaan Chicchi slaagde er, vanuit vrijwel verloren positie naar de andere kant van de weg toerijdend, nog in zijn wiel net iets eerder dan Dekkers over de eindstreep te duwen. Een kleine teleurstelling voor de oranjeklant, maar wie al wat langer in het wielerpeloton meerijdt weet zo’n tegenslag te aanvaarden. Degene die het eerst over de meet komt is tenslotte winnaar en daar legt de concurrent zich sportief bij neer. De huldiging van de eerste drie aankomende renners, de nieuwe

wereldkampioen Francesco Chicchi uit Italië, zilveren medaille-winnaar Hans Dekkers en brons-winnaar Francisco Guttierrez uit Spanje volgde.

 

Na de dopingcontrole en de persconferentie was Dekkers klaar om te vertrekken toen Martin Bruin, de Nederlandse voorzitter van de internationale jury, kwam binnenstappen met de mededeling dat Dekkers na het bekijken van de filmbeelden als de schuldige van de valpartij achter hem was aangewezen. Hij zou te ver naar links zijn uitgeweken, was daarom gediskwalificeerd en moest de zilveren plak terug geven. Een grotere teleurstelling was bij de 21-jarige coureur nauwelijks denkbaar. Het kostte hem, met steun van de KNWU-begeleiding, even tijd om die teleurstelling te verwerken. Maar het tekent de sportman Hans Dekkers dat hij zich al snel daarna herpakte en diezelfde avond nog in het TV-programma Vak-M aan tafel bij Mart Smeets zijn ontgoocheling voor een goed deel te boven was. “Eerst baalde ik, omdat ik tweede was geworden, nadat ik even had gedacht echt te gaan winnen. Maar dan zie je al die enthousiaste Nederlanders op de tribune tijdens de huldiging. Je baalt toch nog wel een beetje, je gaat naar de dopingcontrole en je staat de pers te woord. Dan komt die tweede klap dat je het zilver moet inleveren. Iedereen heeft gezien dat ik tweede werd. Die tweede plaats pakken ze me niet meer af, ook al heb ik nu geen zilver. Het was een mooie kans om als sprinter een keer wereldkampioen te worden. Dit parcours was een kolfje naar mijn hand. Het is gewoon jammer dat ik het niet heb af kunnen maken. Voor mij is de hele affaire nu afgesloten. Vanaf nu ga ik naar het volgende wegseizoen toeleven. Dan hoop ik met de Trade Team III-ploeg van Rabobank weer mooie wedstrijden te kunnen rijden en nog een heleboel bij te leren voordat ik de definitieve overstap naar de beroepsrenners maak. Volgend jaar zien we gewoon weer verder.”

Een uitspraak die aangeeft hoe een sportman niet alleen als winnaar maar ook als verliezer groot in zijn daden kan zijn.