Wil Jacobs driemaal als amateur in beeld: links met Henk van Vught, midden met Willy Oppers en rechts na een succes met de Jan van Erp/FabAr Keukens ploeg in 1968 (van links naar rechts Wil Jacobs, Ad Russens, Klaas Koot, Henk van Erp, Michel van der Heijden, Gerrie Maurix, Rens Vreeburg en ploegleider Cas Vulders

1994

De passie van toerfietser Wil Jacobs

 

Er zijn mensen die zichzelf weg cijferen ten dienste van de sport. Natuurlijk is de sport zelf voor hen een passie. Ze genieten er van en vinden er veel voldoening in. De sport is met die wisselwerking gebaat. De grote passie van Wil Jacobs uit Steensel is de wielersport. Hij houdt zich bezig met de begeleiding van jonge renners. Daarnaast is hij op gevorderde leeftijd ook zelf nog een fervent toerfietser die zijn handen niet om­draait voor een een fikse wedstrijd-getinte tocht door de Franse Alpen.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Wielrentrainer vindt de 48-jarige Steenselnaar een te gevleu­geld woord. Hij beschikt niet eens over een erkend trainersdi­ploma. Al loopt hij al lang genoeg mee in de wielrennerij om zijn ervaring te kunnen doen gelden. "Noem het maar liever begelei­der", zegt hij wanneer we hem op een zonni­ge dag in mei opzoe­ken in zijn woning onder het lommer van een stel stevige bomen aan de rand van het Kem­pendorp. "Een jaar of vijf gele­den kwam Albert Donkers, de voorzit­ter van wielerclub Tempo Veldhoven, me vragen om een nieuwe lichting jongeren te gaan trai­nen. Dat was in de tijd dat er zich ineens een hele stoot nieu­welin­gen, allemaal leerlingen van het Anton van Duinkerkencollege, bij Tempo als lid kwam aanmelden. Dit jaar wordt er met vier wie­lerclubs uit de streek weke­lijks enkele avonden getraind op de tankba­nen van het Piroc in Veldhoven onder leiding van Wim Daams, Jan Dick­hout en Peter Dekkers. Af en toe neem ik de training van de nieuwe­lingen van een van hen over. En ik ga geregeld op pad met de jonge ren­ners van Tempo, als die klassie­kers rij­den."

Wil Jacobs maakt weinig drukte over zijn hobby, maar vindt het wel leuk dat er momenteel enkele jongens uit de regio aardig in wed­strijden voor de dag komen. "We hebben het bij Tempo altijd speels aangevat. We proberen de jongens te 'temperen', zodat ze zich leren inhou­den. Als ze wanneer ze twintig zijn en volgroeid, nog steeds plezier in het fietsen hebben, dan blijven ze fietsen. Er zijn te veel voorbeelden te noemen van renners die al op heel jonge leeftijd bekende wedstrijden wonnen, maar vervol­gens amper tot hun twintigste op de fiets zaten."

 

Sportstuur

 

Uit eigen ervaring weet Wil Jacobs wat het is om al heel jong voor de wielersport te kiezen. Hij kwam er bijna veertig jaar geleden in zijn geboorteplaats Best mee in contact via Sam van de Made. "Die was in die tijd dè coureur van Best. Hij werkte met enkele anderen die na de overstroming uit Zeeland in Best kwamen wonen met mijn vader in de bossen. Al op de lagere school kwam ik zodoende met die mannen in contact. De wieler­sport boeide me. Als we zondags

naar de wedstrijden gingen kijken, mocht ik voor de start van de Made zijn fiets vast houden. Dat vond ik als jongen een hele eer. Mijn eerste kromme stuur kreeg ik ook van hem." Jacobs herinnert zich hoe zijn vader van dat stuur de bochten afzaagde en die er anders­om op zette. "Zo, nou hedde een schôn sportstuur", zei hij. Het weerhield de jonge Jacobs er niet van om te gaan wielren­nen. Op veer­tienjarige leeftijd meldde hij zich aan bij Kolo­nel Cole, de wielervereniging in zijn geboorte­dorp. Hij boekte bij de adspiranten en de nieuwelingen in vier jaar tijd een twintigtal zeges, al beschikte hij niet over de beste sprin­ters­benen. Op zijn acht­tiende werd Jacobs als

beginnend ama­teur opgenomen in de Brabantse top­ploeg Scha­pers-De Bont aan de zijde van promin­tente coureurs als Theo Rutten uit Leende en de Eindho­venaren Ad van Kemenade en Jan Gisbers. Toch stopte hij al met wed­strijden rijden op 23-jarige leef­tijd. "Ik was veel te fana­tiek toen ik pas veer­tien, vijftien jaar oud was. Altijd maar trainen met veel sterkere amateurs. Ik had er al vroeg genoeg van, omdat ik al heel jong alleen maar met het fietsen bezig was ge­weest."

 

Toertochten

 

Wil Jacobs ging een huis bouwen in Steensel, trouwde met Ria Wintermans en deed zijn fiets en alle bijbehorende materialen van de hand. Zowat tien jaar lang raakte hij geen racefiets meer aan. Toen hij dertien jaar geleden een baan kreeg als tech­nisch onder­wijs assistent aan het Ter Aa College in Hel­mond, begon het fiets­virus toch weer bij hem te krie­belen. Hij kocht opnieuw een

race­fiets en reed daarop een paar keer per week naar zijn werk. "Het wedstrijdelement blijft natuur­lijk in je zitten en al gauw reed ik weer hier en daar een toer­tochtje mee. Op een gegeven moment was ik uitgeke­ken op de ritjes door de Kempen. Dus toen werden het ritten als Luik-Bastena­ken-Luik, de Waalse Pijl en meer van dat soort toerrit­ten. De ene keer met een zwager van me, de andere keer met een stel toerfietsers hier uit Steen­sel. Het maakt me ook helemaal niet uit om in mijn eentje zo'n tocht te rijden. Schitterend! Ik rijd die tochten nog ieder jaar. We ver­trek­ken dan 's morgens om een uur of vijf met de auto naar de start­plaats. Dan zitten we ongeveer om half acht op de fiets. Gewoonlijk zijn we bij de laatsten die starten. De meesten zijn al in de vroege morgen vertrokken. We nemen onderweg gewoonlijk geen pauze. Bij de rustplaats zijn we dan de grote bubs weer voor­bij en kunnen we op weg naar de fi­nish."

 

La Marmotte

 

Drie jaar geleden reed Wil Jacobs voor het eerst een tocht door de Franse Alpen. Terwijl hij door de foldertjes bladert die hij sindsdien uit Frankrijk kreeg toegestuurd en enkele foto's bijeen zoekt, haalt hij herinneringen op. Want inmid­dels zijn die Franse tochten de hoogtepunten van zijn toersei­zoen geworden. Daar vindt hij nu de werkelijke uitdaging in toertochten die zich in de laatste vijf jaar hebben ontwikkeld tot wilde wedstrijden. 'La Marmotte' is de meest beroemde, 178 kilometer lang met twee bergen van de eerste categorie en twee hors categorie. "Het zijn eigenlijk een soort wedstrijden waar­voor je je vooraf in kunt schrijven. Compleet met algemeen klassement en geldprijzen. Je staat er met 5000 man aan de start. Die vertrekken allemaal tege­lijk. Het duurt misschien wel meer dan een kwartier voor de laatsten op de fiets zitten. Dat regelt zichzelf. De grootste fanatiekelingen staan voorop en iemand die minder fanatiek is staat achteraan. Je moet het vergelij­ken met een Elfsteden­tocht waarin de beste schaatsers en de toerrij­ders samen aan de start staan. Daar in Frank­rijk doen ook beroeps­renners mee. 'La Marmotte' begint met de Croix de

Fer, gaat dan over de Glan­don, de Telegraphe, de Galibier en komt op Alpe d'Huez aan. Hij wordt als de zwaarste van dat soort tochten beschouwd."

 

Sneeuwwater

 

Wil Jacobs heeft het Franse wielerblad 'Vélo' waarin de uit­slag van de klimtocht in 1992 is opgenomen bij de hand. Be­roeps­renner Laurent Bro­chard zette dat jaar de snelste tijd neer, Jacobs finishte op de 57ste plaats. Van de 3560 man die startten bereikten er maar 350 de eindstreep op Alpe d'Huez. Het was toen honden­weer. De hele dag regen, wind en zelfs sneeuw op de toppen. Wie geen goede aangepaste kleding aan had kon het wel vergeten. De ren­ners hadden nog maar amper contro­le over het stuur vanwege het koude sneeuwwa­ter bij een

tempe­ratuur van twee graden. "Ik wou op een gege­ven moment een stukje druiven­suiker in mijn mond ste­ken, maar voor ik mijn mond dicht had was het er al weer uit geval­len. Dan vraag je jezelf echt wel eens af waar je mee bezig bent," aldus de Steenselnaar.

Vorig jaar was het daaren­tegen heet op de dag dat hij samen met zijn dorpsgenoten Hans, Lex en Cor Jansen en Henk van Glabbeek 'La Marmot­te' reed. De uitslag in 'Velos­port' geeft aan dat Jacobs achter winnaar Patrick Bruet en achter Henk Baars die 33ste werd, pas op de 396ste plaats eindigde. "Toen dronk ik te weinig. Het wedstrij­delement gaat in zo'n geval weer een rol spe­len. Er komt een groep bij elkaar. Het gaat hard, want ieder­een wil een goede tijd neer­zetten. Je komt voorbij tent­jes waar je eten en drinken kunt halen. Maar je stapt niet af. Want je wilt de groep niet laten gaan. Halver­wege de klim naar Alpe d'Huez kon ik nog maar amper overeind blijven. Toen duurden de laat­ste tien kilometer heel lang en dacht ik: 'Dit doe ik nooit meer'. Maar dat geneest meestal weer vlug en later voel je er nog weinig van."

 

Panorama

 

Jacobs ziet het scenario van de eerste kilometers weer voor zich. Het is een van de drijfveren om de tocht nogmaals te gaan rijden: "De eerste kilo­meters loopt de weg licht omlaag en is knal ­vol met renners die aan een tempo van vijftig kilo­meter in het uur naar de voet van de Croix de Fer racen. Als de klim begint, rekt de massa zich al gauw uit tot een lang lint. Je hoort dan alleen nog maar gerochel, gekreun en ge­schakel. De klim is ont­zettend lang, maar ook geweldig mooi." En

dan ziet hij het schitterende panorama weer voor zich. In de eerste vijftien kilometer van de klim de dorpjes met een waterpomp op het plein. Boven de dorpen de bergmeren in een oase van

schit­te­rend groen. En de waterval­len die als in één lijn van de toppen omlaag klateren. Of hij wel tijd heeft om van dat alles te genieten? "Ik toer nu al zo lang, dat ik weet hoe ik de hele dag op reserve moet rijden. Doe je dat niet, dan haal je de eindstreep niet."

 

Louison Bobet

 

Naast 'La Marmotte' reed Jacobs ook de 'Louison Bobet' twee keer. Een wedstrijdtocht over de Galibier, de Lauteret en de Izoard. Terwijl hij enkele foto's uit zijn verzameling zoekt, consta­teert hij vooral met de Izoard telkens de meeste moeite te hebben gehad. "Dat is echt een maanlandschap als het heet is. Daar zie je op een gegeven moment geen sprietje gras meer. D­aarom is de 'Louison Bobet' voor mij persoonlijk het zwaar­ste." En dan laat hij een paar foto's zien die het grote verschil in weersomstandigheden in de bergen aan geven. Maar waarop ook niet te zien is dat de deelname aan die tochten zo massaal is. Zowel de mooie als de minder prettige ervaringen lokken Wil Jacobs in juli waarschijnlijk opnieuw naar de Franse Alpen. En een volgwagen heeft hij daarbij persoonlijk niet nodig. "Want aan volgwagens heb ik een hekel. Ik neem zelf mijn brood wel mee op de fiets."

1997

Meeste applaus voor Paul van Schalen in Steenselse kermisronde

 

Paul van Schalen gaf maandagavond in Steensel een stuk wieler­sport van het hoogste kaliber ten beste in de jaarlijkse kermisronde van het Kempendorp. Zowat halverwege de koers zei de 25-jarige amateur het door een

valpartij flink uitgedunde pelo­ton vaarwel. De Peellander had toen nog zevenentwintig van de in totaal vijftig af te leggen rondjes door het dorp te rijden. Op weg naar de eindstreep zette de coureur uit Bakel al zijn naaste

belagers op een steeds groter wordende achter­stand. Aan de finish werd hij tussen twee lange hagen van toeschouwers als een vorst verwelkomd.

 

(door Piet Gijsbers, foto Theo van Sambeek)

 

Hoewel de wedstrijden in het kermis vierende dorp op een van de heetste dagen van het jaar verreden werden, mochten de organisatoren van de Stich­ting Wielerronde Steensel 's avonds niet klagen over de publieke be­langstel­ling. In tegenstelling tot vorig jaar, toen de regen overdag met bakken over het parcours werd uitgestort, zocht het publiek nu in de middag­uren liever de schaduw op dan zich in de verzengende Steensel­se zon te begeven. De eerste twee wedstrijden na het middaguur werden een familieaangelegenheid voor het naar het Belgische Neerpelt verhuisde wielergezin Van Kuik uit Best. Zoon Frank en dochter Sonja namen bij de nieuwelingen en de junioren-dames de zegebloemen in ontvangst. De Overijsselse junior Harmen van Hasselt en West-Brabander Pierre Frijters bij de cyclosportieven en veteranen deden hen dat na.

Een valpartij en het uitzonderlijk hete weer eisten hun tol bij de amateurs. De helft van de zestig gestarte renners verdween al vroeg uit koers. Daarbij bevond zich ook Herold Dat, de winnaar van de afgelopen twee jaren in Steen­sel. Een tube die van een velg van de renner uit Lierop liep

veroor­zaakte een valpartij. Die zette ook een kruisje over de zege­kansen van een andere favo­riet Mike Strijbosch uit Helmond en over die van Veldhove­naar Robert Regeling en Marc van Grinsven uit Deurne. De overblij­vers deden hun best het pu­bliek met een aan­trek­ke­lijke wedstrijd te vermaken.

 

Turbobenen

 

Ieder jaar opnieuw blijken de renners graag naar Steen­sel te komen, omdat er zoveel premies te verdienen zijn. Vooral Paul van Schalen had daar zijn zinnen op gezet. Daags nadat hij in de vorm van zijn leven een podiumplaats voor zich opeiste in de Grote Rivierenprijs, een 44 kilometer

lange individuele tijdrit in Kerkdriel, maakte hij ook van het Steenselse ker­miscriterium een tijdrit voor zichzelf. 'De man met de turbo­benen', zoals hij door microfonist Jan Peeters steevast werd betiteld, kon zich met nog twintig ronden te rijden al winnaar van de lei­dersprijs noemen. Zes achtervol­gers, Anthony Theus, Erik Vianen, Martien Maton, Dennis Hey, Jelle Mul en Patrick Claes­sens, werkten niet goed genoeg samen om de al snel opge­lopen achterstand van een halve minuut nog te verkleinen. Integen­deel: van Schalen nam nog meer voor­sprong. Ook met de hulp van zes andere coureurs slaagden de achtervolgers er niet meer in de leider te achterhalen. Zonder een moment van ver­zwakking finishte de naar een profcontract lonkende zoon van de Bakelse postbode en ex-renner Leo van Schalen. De 25-jarige hardrijder verstevigde met zijn achtste seizoenzege de in de Ronde van Maarheeze veroverde leiderspro­sitie in het Rabo­bank/Kempen Pers-klassement. Daarin zijn nu Anthony Theus, Joost van Hest en Maarheeze-winnaar Herold Dat met alleen nog de wedstrijden in Bladel en Veldhoven in het ver­schiet zijn naaste bela­gers.

 

De uitslagen in Steensel:

Nieuwelingen: 1 Frank van Kuik Neerpelt, 2 Ronald Schur Alk­maar, 3 Theo Eltink Westelbeers, 4 Erik Verrijt Heeze, 5 Leon Notenboom Spijkenisse, 14 Huub Meulenbroeks Hapert, 16 Jan Dirkx Reusel, 20 Maarten Smolders Eersel.

Junioren-dames: 1 Sonja van Kuik Neerpelt, 2 Ellen de Roover Chaam, 3 Andrea Bosman Norg, 4 Judith van der Helm Moordrecht, 5 Esther van der Helm Moordrecht.

Junioren: 1 Harmen van Hasselt Hasselt, 2 Cor Wirken Eindho­ven, 3 Fulco van Gulik Rotterdam, 4 Mart Louwers Malden, 5 Bas de Lange Ommen, 10 Coen Loos Bergeijk, 13 Ad Rijkers Hapert, 14 Joep Basten Hapert, 15 Tijn Seuntiëns Bladel.

Cyclosportieven/Veteranen: 1 Pierre Frijters Sint Willebrord, 2 Anjo van Loon Oosterhout, 3 Ruud Wilting Knegsel, 4 Jef van Hooft Schijndel, 5 Joost Jacobs Steensel, 8 Peter van Dam Veldhoven, 11 Joris van Dooren Knegsel.

Amateurs: 1 Paul van Schalen Bakel 80 km in 1.52.46 u., 2 Anthony Theus Bergeijk, 3 Berry Hoedemakers Schijndel, 4 Dennis Hey Veghel, 5 Michel Stobbelaar Uden, 6 Joost van Hest Goirle, 7 Ruud Zijlmans Roosendaal, 8 Patrick Claessens Meij­el, 9 Ronnie van de Ven Nuenen, 10 Martien Maton Bladel.

Rabobank/Kempen Pers-klassement:

1 Paul van Schalen 148 p., 2 Anthony Theus 125 p., 3 Joost van Hest 115 p., 4 Herold Dat Lierop 102 p., 5 Martien Maton 91 p., 6 Robert Regeling Veld­hoven 84 p., 7 Johan van Grootel Veldhoven 75 p., 8 Erik Keeris Veldhoven 73 p., 9 Mike Strij­bosch Helmond 69 p., 10 Marc van Grinsven

Deurne 68 p.