1998 BLADEL

Marius Romeijnsen won de eerste Acht van Bladel in 1949

 

Bij de foto's:

Bij de huldiging van de clubkampioenen in 1948 werd Marius Romeijnsen (links op de foto, gesteund door clubsecretaris Gerrit Soontiëns) als de beste nieuweling van Het Snelle Wiel in de bloemetjes gezet

Marius Romeijnsen als nieuweling in 1949 en als amateur in 1952 geportretteerd

  

(door Piet Gijsbers)

 

Wanneer op zondag 16 augustus 1998 de Acht van Bladel voor de 50ste keer wordt verreden, zal Marius Romeijnsen het start­schot lossen. In 1949 schreef hij als lid van Het Snelle Wiel de toen nog 'Ronde van Bladel' genoemde wedstrijd op zijn naam. Toen reden de nieuwe­lingen in de leeftijdsgroep die aan de amateur­wed­strijdcatego­rie vooraf gaat enkele grote ronden door de dorpen rond Bla­del. Het Snelle Wiel wilde de 17- en 18-jarige renners met die wedstrijd een test bezorgen om alvast te wennen aan de grotere wedstrij­dafstand die hen als wielera­ma­teur te

wachten stond. De prestatie op die augustus­zondag in 1949 inspireerde Marius Romeijnsen tot het verzame­len van wedstrijdverslagen en win­naarsfoto's van de 'Acht'.

 

Op 5 april 1932 werd Marius Romeijnsen in Valkenswaard geboren en verhuisde op jonge leeftijd naar Eersel. Nadat hij als 17-jarige wielren­ner de eerste na-oorlogse 'Acht van Bladel' had gewonnen en ook tal van successen op de wie­lerbaan van Berge­ijk had behaald, verhuisde hij in 1953 met zijn ouders naar het Zeeuwse land. Via Hulst en Axel heeft hij zich in Vlissin­gen gevestigd. "Ik herinner me de verhuizing naar Zeeland nog als de dag van gisteren. Mijn vader kon door die verhuizing promotie maken bij de belastingdienst, maar voor mij hoefde het helemaal niet. Ik was 21 jaar en werd min of meer gedwon­gen om mee te gaan. De jeugd van tegen­woordig zou 'Houd­oe' zeggen als je met zo'n boodschap aankwam. Toentertijd werd er geen woord aan vuil gemaakt en kon je mee. Ik zie Eersel, Duizel, Hapert, Bladel en Reusel nog door een kier van het zeil van de vrachtwagen als in een film aan de horizon ver­dwijnen."

De renners waarmee hij in zijn jeugd wedijverde op de race­fiets, is Romeijnsen nog steeds niet vergeten. Een zorgvuldig bijge­houden plakboek herinnert hem aan lang vervlogen dagen en tal van triomfen. Met inbegrip van voor- en najaarsritten op de weg, baanwedstrijden, criteria en clubkampioenschappen zege­vierde hij 22 keer als nieuweling en 12 maal als amateur voordat hij tamelijk vroegtijdig  als wedstrijdrijder stopte.

 

Resultaten

 

Romeijnsen vindt de overwinning in de 'Acht van Bladel' in 1949 nog steeds zijn mooiste triomf. Maar ook de zilveren medaille behaald tijdens het kampioen­schap van Neder­land op het Veluwe-parkoers met start en finish in Arnhem in 1950, koestert hij. Romeijnsen was lid van Het Snelle Wiel Bladel en later even van Wilhelmi­na Eind­ho­ven en De Kempen Valkens­waard. Als nieuweling won hij in '49 de Ronde van Bergeijk en datzelfde jaar was hij met de plaat­se­lijke favoriet Keesje de Wit de beste in een koppel­koers op de Bergeijkse cementbaan. Met Jules Maenen en Jan Plantaz

was hij als amateur vaak op de piste van het Antwerpse Sport­paleis te vinden. Tijdens ons gesprek, bladerend door zijn plakboek, ziet hij zijn eigen naam terug op de vijfde plaats in de uitslag van een afvalkoers op de Antwerpse piste. "Daar won Jan Plantaz voor de zoveelste keer. Die was in de sprint haast niet te kloppen." Op de weg behoorde Romeijnsen in 1951 tot de besten in het Dijk-criteri­um van Eersel en in de Ronden van Reusel en Veld­hoven. Dertig jaar na zijn laatste wedstrijdseizoen werden de contac­ten met zijn Kempi­sche wieler­vrien­den verstevigd toen hij door Het Snelle Wiel werd uitge­nodigd het startschot van de 'Acht van Bladel' te komen los­sen.

 

Wielerfoto's

 

Het fietsen kan Marius Romeijnsen ook nu nog niet laten. Als lid van de Zeeuwse vereniging 'Theo Middelkamp' rijdt hij met leef­tijd­geno­ten regelmatig een flinke toertocht. Voor twaalf­duizend tot vijftienduizend kilometers van maart tot oktober draait hij zijn hand niet om. Driemaal achtereen werd hij tourclubkampi­oen van zijn vereniging. "Mijn vrouw zwemt iedere zondagoch­tend. Als ik dan de ochtendrit heb mee gere­den, komen we samen weer thuis. 's Winters maak ik ook nog een aantal kilometers als 't rede­lijk weer is. Zolang je d'r zin in hebt, moet je daarmee door blijven gaan. 't Is nog goed voor je ook."

Sinds september 1992 is Romeijnsen in de VUT en die omschake­ling in zijn levenspatroon heeft hem op het idee gebracht een plakboek aan te leggen over de 'Acht van Bladel'. "Ik kreeg wat meer vrije tijd. Om mijn dagen toch te kunnen vullen besloot ik een overzicht te maken van de historie van de 'Acht'. Ik had al jarenlang wielerfo­to's verzameld en nu vond ik het een goed idee om de geschie­denis van de 'Acht' in een album vast te leggen. Bladel spreekt me meer aan dan andere wielerhistorie, want je eerste overwinning blijft toch de eerste en de mooi­ste. Ik heb er enkele jaren achtereen in de winter­maanden veel tijd ingestoken en het heeft me ook wel wat geld gekost, maar dat mag voor een hob­by."

 

Dankbaar

 

Romeijnsen kreeg contact met tal van mensen uit de vroege­re en uit de hedendaagse wielersport en heeft het verzamelen als bijzonder dankbaar werk ervaren. Zonder de hulp van veel sportvrienden had hij het karwei nooit kunnen kla­ren. Bovendien heeft hij er weer tal van nieuwe kennissen in de wielersport mee opgedaan. Het bij laten maken van de win­naarsfoto's, de talrijke telefoontjes en de autoritten naar winnaars van weleer zijn weliswaar een kost­ba­re aangelegenheid gewor­den voor de eerste winnaar van de 'Acht', maar dat heeft hij er graag voor over. Hoeveel tijd en moeite het hem gekost heeft om de krantenverslagen en zo mogelijk echte foto's van de winnaars bijeen te krijgen mag blijken uit een aantal anekdo­tes uit zijn verzamelperiode.

Vanaf zijn opvolger als winnaar van de 'Acht' Piet Smol­ders uit Bladel tot en met de winnaar in 1997 Arthur Rutte uit Haarlemmerliede heeft hij minimaal de wedstrijdver­slagen van de door hen gewonnen 'Acht' vergaard. Pas echt tevreden is hij, als hij van al die winnaars ook een echte foto uit hun wielertijd heeft, en dan het liefst een waarop zij werden gehuldigd als winnaar in Bladel.

Bovendien heeft hij van alle 49 verreden uitgaven van de 'Acht' de wedstrijdaankondigingen uit het bondsblad van de KNWU toege­voegd aan zijn verzameling. Schül­ing uit Den Haag en Amsterdammer Henk Cornelisse voegde hij als laatsten toe aan zijn verzameling die hij nu, bij het 50-jarig jubileum van Het Snelle Wiel èn van de 'Acht van Bladel' tot in de puntjes heeft bijge­werkt.

 

Stommels

 

Hij opent zijn album met het wedstrijdverslag uit 1949 met daarbij gevoegd een foto van zichzelf als clubkampioen in het gezelschap van Gerrit Soontiëns. "Bij Gerrit moest je in de beginjaren als renner inschrijven voor de Ronde van Bladel. Ik heb nu nog steeds af en toe contact met hem." In zijn verza­melalbum volgen de winnaars elkaar op. In de beginjaren van de 'Acht' komen vooral

microfonist Cor Wijdenes en voorzitter Harrie Groenen van Het Snelle Wiel regelmatig in het fotoge­deelte voor. Over de derde winnaar van de 'Acht' ontstond enkele jaren geleden enige

ondui­delijkheid. Lang werd Tiny Wolfs uit Vlij­men de zege toebedeeld, maar in 1991 jaar kwam

ene Frans Neder­koorn uit Geffen, fervent verzamelaar van alle Brabantse wielerversla­gen, met Toon Stommels uit Helmond als winnaar op de proppen. Hij liet als bewijs een krantenknipsel met een kort wedstrijd­verslag als bewijsmateriaal vergezeld gaan van de na zijn navorsingen complete erelijst vanaf het allereerste begin van de 'Acht'. Dus ging Romeijnsen op zoek naar ene Toon Stommels. Die bleek veel jaren geleden naar Australië te zijn geëmigreerd. En probeer aan het andere eind van de wereld maar eens de winnaar van de 'Acht' uit 1951 te achter­halen. Toch heeft Rome­ijnsen het via allerlei telefonische toezeg­gin­gen weten te klaren. Via een broer van de oud-winnaar en de Helmondse vereni­ging Buitenlust kwam hij in het bezit van een foto van de oud-winnaar, zij het dat die in een ouder­wetse pof­broek op de racefiets poseert.

 

Duinmeijer

 

Vooral van de beginjaren van de 'Acht' viel het niet altijd mee om op het spoor van de oud-winnaars te komen. Sommige waren in al die tussenliggende jaren ver­huisd, omdat ze na hun huwelijk een andere woonplaats kregen. Zo bleek Pieter de Jongh uit Made (1952), later als Tour de France-renner welbekend, nu in Zun­dert te wonen. Plasmeyer uit Voor­hout (1953) was een uitzonde­ring en bleef in dezelfde plaats wonen. Van een nabije win­naar, Manders uit Eindhoven (1954), kreeg hij via collega-oud-renner Karel Dollekens een foto. Lang stond ene Nijmeier als winnaar van de 'Acht' in 1955 op de erelijst. Het speurwerk van Romeijnsen leverde de ware winnaar op: die bleek Gerard Duinmeij­er uit Beverwijk te heten. Zo kwam ook het bestuur van Het Snelle Wiel, waar eens bij een zolderbrand veel van het ar­chief verdween, achter de precieze waarheid. Soms moest Romeijnsen via anderen aan de foto's zien te komen, bijvoorbeeld als een

oud-winnaar gescheiden was en zo'n man bij zijn eerste vrouw niet meer om die oude herinneringen af hoefde te komen. Krantenknipsels waren er gewoonlijk nog wel te achterhalen. Nooteboom uit Rotterdam (winnaar in 1960) bezorg­de hem twee prachtige foto's met een paar oude Bladelse boer­derijen op de achtergrond.

 

Overleden

 

De verzamelwoede leverde  Romeijnsen zowel leuke als minder leuke ervaringen op. Via via vernam hij dat Rob Engel niet meer in leven zou zijn. Wat schetst echter zijn verbazing toen de Amsterdammer in levende lijve zijn relaas deed van de zege in de 'Acht' anno 1968. "Zo maak je anderen soms toch nog gelukkig", aldus Romeijnsen. Herman Meijer uit Zaandam (1962) bleek wel

overleden te zijn. In de jaren zestig wonnen drie Zeeuwen de 'Acht': Peter Vonck uit Sint Janssteen

(1966, toen Cees Priem in de afwachtings­wed­strijd voor adspiranten in Bladel zegevierde), Ab Klayssens uit Biervliet (1967) en Peter Remijn uit Goes (1969). Tijdens zijn navorsingen kwam  Romeijnsen er achter dat de twee laatstgenoemden nu allebei in Hulst wonen. Sterker nog: hij kon de foto's van die twee op een zondagmiddag in dezelf­de straat gaan ophalen, want de twee oud-winnaars woonden maar vijftig meter van elkaar af! Zo achterhaalde hij, vaak met veel moeite, maar soms ook heel vlot winnaars en herinnerin­gen. Jan van Dalen uit Den Haag (1981) bouwt nu zelf racefra­mes en heeft de foto waarop hij in Bladel triomfeert ter grootte van een halve meter in zijn rijwielzaak hangen. "Die kreeg ik in karton verpakt toegestuurd om ze te verkleinen, waarna ik ze hem weer terug bezorgd heb", aldus de verzamelaar van alle 'Achten'. "De foto van tweevoudig winnaar Michel Zanoli kreeg ik van een fotoverzamelaar die hier in Zeeland op de camping zat." Zo kun je ook wel eens geluk hebben," zegt Romeijnsen die alweer reikhalzend uitziet naar het koersver­loop in de wedstrijd die hij een halve eeuw geleden won. 

 

Naschrift:

Al een aantal jaren geleden overleed Marius Romeijnsen in zijn woonplaats Vlissingen. Met zijn vrouw Paula wissel ik nog altijd nieuwjaarswensen uit.

2003 Bladel Erik Dekker bij rentree eindwinnaar van Grote Prijs Erik Breukink

 

Bij de foto's:

Rondemissen Ilse Bruggen en Marleen Vissers op eindpodium met winnaar Erik Dekker, Tomas

Vaitkus en Bernard Eisel; winnaar Erik Dekker met de naamgever van de wedstrijd Erik Breukink;

(Foto's Theo van Sambeek)

 

Erik Dekker heeft, niet alleen tot zijn eigen verbazing, zijn rentree in het peloton gevierd met een overwinning in de tweede editie van de GP Erik Breukink. De Rabobankrenner die een tijdlang uit koers was met een onwillige knie gaf drie dagen achtereen de toon mee aan in de wedstrijd van de Stichting Wielerevenementen Het Snelle Wiel. Zonder een dagzege toonde Dekker zich de meest regelmatige coureur in het internationale gezelschap dat in Bladel aan de start verscheen. In het eindklassement had hij een kleine voorsprong op twee jonge renners die staan te dringen om zich in de nabije toekomst in de grote klassiekers te manifesteren. De Litouwer Tomas Vaitkus en de Oostenrijker Bernhard Eisel stonden bij de slotceremonie naast Dekker op het erepodium.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Na een lange blessureperiode in het vroege voorjaar was de eindzege in Bladel een opluchting voor Erik Dekker. Vrijdags, vlak voor de start van de lange etappe op en neer naar het Belgische Riemst, gaf hij aan al blij te zijn de driedaagse zonder problemen door te komen. Op zijn welbekende manier reageerde hij na de tijdrit op zondag luchtig op de vraag of de zege voor hem verrassend was. “Ik heb vrijdags voor de start gedaan alsof ik nog niet zo zeker van mijn zaak was. Ik hield met het klassement helemaal geen rekening. De dag door de Ardennen wilde ik eerst eens afwachten. Toen dat ook geen probleem bleek te zijn, heb ik me op een snelle tijd in de individuele tijdrit gericht.” Dekker gaf toe dat hij slecht geslapen had in de nacht voor de afsluitende tijdrit. Hij was nerveus geweest voor de start. Zijn knie hield echter goed stand. Na al twee dagen achtereen

zijn gezicht in de finale van de koers in de frontlinie te hebben laten zien, bracht hij ook in de rit tegen het uurwerk een van de snellere tijden op de klokken. De trainingen los van de ploeg in de omgeving van het Spaanse Murcia in de week vooraf bleken hem goed te hebben gedaan. “Nu ik drie dagen achtereen voluit kon gaan, betekent dat voor mij dat ik conditioneel veel verder ben dan ik had durven hopen. Maar niemand moet van mij nu al wonderen verwachten in de Ronde van Vlaanderen. Dat soort wedstrijden zijn nog heel wat langer en zwaarder dan die van dit weekend,” verklaarde hij na afloop. Aan de vele wielersportliefhebbers die de renners in Bladel kwamen bewonderen, liet Dekker met zijn schitterende prestatie in de GP Erik Breukink eens te meer zien dat hij als een van de grote klasbakken in het peloton mag worden beschouwd. 

 

Jimmy Casper

 

De eerste etappe van de GP Erik Breukink werd in een sprint met zestien renners beslist op de eindstreep in Bladel. De zestien koplopers maakten zich in de finale van de koers op de wegen van het Kempenland los uit de grote groep, nadat het peloton pas in de laatste 25 kilometer echt op drift was geraakt. Even leek het er toen al op of Erik Dekker met zijn welbekende jump de etappewinst naar zich toe zou gaan trekken. De Franse sprinter ]immy Casper (FDJeux.com) verijdelde de plannen van Nederlands meest succesvolle coureur in de afgelopen jaren. Met de eindstreep in zicht zette de 24-jarige Fransman zich op kop van de vluchtgroep en boekte zijn tweede seizoenzege.

 

De etappe op en neer naar Riemst werd vooral kleur gegeven door de 22-jarige Fransman

Christophe Kern (Brioches la Boulangere) met een lange solo die hem een maximale voorsprong van bijna 15 minuten opleverde. De jonge coureur, die vorig jaar Luik-Bastenaken-Luik bij de espoirs op zijn naam schreef, hoefde zijn voorsprong pas prijs te geven nadat hij welgeteld 153 kilometer alleen op kop had gereden. De finale van de etappe werd hard gemaakt door de renners van Rabobank en Bankgiroloterij. Het tempo ging omhoog naar 60 km per uur. Met nog 25 km voor de wielen gingen Thomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago) en Bernard Eisel (FDJeux.com) in de aanval. Zij kregen veertien renners met zich mee. In korte tijd nam die groep een voorsprong van 30 seconden op de hoofdmacht. Met drie man bij de koplopers vertegenwoordigd, leek Rabobank in de persoon van Erik Dekker in de laatste kilometers een greep naar de ritzege te doen. De Oostenrijkse neo-prof Bernard Eisel zag zijn sleurwerk in de slotfase echter beloond met de zege van ploeggenoot Jimmy Casper die op de streep duidelijk de snelste was. Onze landgenoot Gerben Löwik (Bankgiroloterij-Batavus) liet zijn goede vorm blijken door de tweede plaats voor zich op te eisen.

 

Bernhard Eisel

 

In de Ardennen-rit op zaterdag ging Bram Schmitz (Bankgiroloterij-Batavus) al na 18 kilometer in het gezelschap van Mart Louwers (AXA) en Stijn Devolder (Vlaanderen T Interim) voorop rijden. Eendrachtig samenwerkend bouwden de drie leiders een voorsprong op die tot maximaal elf minuten opliep. Op de Planck en de Baraque Michel kwam Louwers als eerste boven. Toen het echt menens werd op de steile helling Ferme Libert (stijgingspercentage 20%) en de lange klim van

de Bevercé (na 105 km), beide bij Malmédy, reed Schmitz voorop. Stijn Devolder moest bij de leiders lossen. Intussen was het peloton helemaal verbrokkeld. Een groep van meer dan dertig coureurs, bij wie Tom Steels en Angelo Furlan, zagen hun achterstand zo groot worden dat zij de wedstrijd voor gezien hield. Geert Verheyen (Marlux-Wincor) kwam als eerste boven op de Halembaye (175 km). De finale kon nu echt beginnen. Veertien renners bij wie Mathew Hayman en Erik Dekker (Rabobank), Gerben Löwik (Batavus), Paul van Schalen (AXA), Jimmy Casper

(FDJeux.com), Dave Bruylandts (Palmans-Colstrop) en ook Christophe Moreau ((Crédit Agricole) namen een kleine voorsprong. Met nog 15 km te rijden volgde een hergroepering, waarna Löwik, Bruylandts en Eisel erin slaagden, zij het nipt, tot op de eindstreep de grote groep voor te blijven. De 22-jarige Eisel verontschuldigde zich bij de huldiging als winnaar voor zijn defensieve houding

in de finale als bewaker van de belangen van Jimmy Casper. Een excuus waarvoor Löwik alle begrip had. De Batavus-Bankgiroloterij-coureur was al lang blij met het veroveren van de leiderstrui in de individuele rangschikking. Bovendien werd hij leider in het punten- en het sprintklassement, zodat zijn dag bijna niet meer stuk kon. De ploeg Batavus-Bankgiroloterij deed toch heel goede

zaken, omdat Bram Schmitz onderweg de meeste punten verzamelde op de Ardennen-hellingen en daarmee winnaar werd van het bergklassement.

 

Spannend secondenspel

 

Zondag bleef de als eerste gestarte Raivis Belohvosciks (Marlux-Wincor-Nixdorf) lang aan de leiding in het tussenklassement van de tijdrit rond Bladel. Pas de als veertigste gestarte Bert Roesems dook onder de tijd van de Let. En goed ook, want in het verdere verloop van de tijdrit bleek niemand nog in staat de tijd van de Belgische coureur te verbeteren. Zelfs Bart Voskamp, een van de getipte favorieten, bleef op één seconde van Roesems steken. De strijd om de eindzege moest worden beslist tussen een twaalftal renners dat elkaar de vorige dagen binnen een marge van twintig seconden had weten te houden. Vooral de strijd tussen Erik Dekker en de jonge Tomas Vaitkus (21), de wereldkampioen tijdrijden bij de espoirs, zorgde voor een ongemeen spannend slot. Dekker zette een achterstand van twee seconden om in een even grote voorsprong en kon zich daarmee tot eindwinnaar laten kronen door de naamgever van de wedstrijd Erik

Breukink. Gerben Lowik werd vierde en bleef daarmee in het bezit van de leiderstricots in het punten- en het sprintklassemen. De eindzege in het ploegenklassement ging naar Rabobank. Toen

Erik Dekker dat hoorde stak hij triomferend het hem door Bladels burgemeester Grem aangereikte ereschild met een juichkreet in de hoogte. Voor hem mogen de klassiekers nu komen!

 

De uitslagen:

1ste Etappe: Bladel-Bladel 220 km: 1 Jimmy Casper (Fdjeux.com) 5h 45m 57s, 2 Gerben Löwik (Bankgiroloterij), 3 Ludovic Capelle (Landbouwkrediet-Colnago), 4 Alberto Vinale (Alessio), 5 Johan van Summeren (Quick Step), 6 Christophe Edaleine (Jean Delatour), 7 Dave Bruylandts

(Marlux – Wincor Nixdorf), 8 Paul Van Schalen (Team AXA), 9 Tomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago), 10 Arthur Farenhout (Team AXA).

 

2de Etappe: Riemst-Riemst 210 km: 1 Bernhard Eisel (Fdjeux.com) 5h 47m 11s, 2 Gerben Löwik op 2 sec., 3 Dave Bruylandts op 4 sec., 4 Sebastien Hinault (Credit Agricole), 5 Jimmy Casper, 6 Mario Manzoni (Mercato Uno-Scavanino), 7 Rudi Kemna (Bankgiroloterij), 8 Magnus Bäckstedt

(Team Fakta), 9 Lilian Jegou (Credit Agricole), 10 Marcus Ljungqvist (Credit Agricole).

 

3de Etappe: Individuele Tijdrit Bladel 18,7 km: 1 Bert Roesems (Palmans-Colstrop) 24'01"41, 2 Bart Voskamp (Bankgiroloterij-Batavus) op 1", 3 Erik Dekker (Rabobank) op 12", 4 Tomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago) op 16", 5 Dave Bruylandts op 31", 6 Bernard Eisel op 32", 7 Christophe Moreau (Credit Agricole) 34", 8 Magnus Backstedt op 35", 9 Stijn Devolder (Vlaanderen) 36", 10 Raivis Belohvosciks (Marlux) 40".

 

Eindstand: 1 Erik Dekker 11.57'25", 2 Tomas Vaitkus 2", 3 Bernard Eisel 6", 4 Gerben Löwik 9", 5 Dave Bruylandts 15", 6 Bart Voskamp 24", 7 Johan Van Summeren 29", 8 Jimmy Casper 46",

9 Paul van Schalen 47", 10 Christophe Edaleine (Jean Delatour) 53".

2002

Jonge belofte Fabian Cancellara wint Grote Prijs Erik Breukink  

 

De nog jonge Fabian Cancellara in Bladel tijdens de 1e GP Erik Breukink in 2002 (Foto Theo van Sambeek)  

De eerste editie van de Grote Prijs Erik Breukink wordt in 2002 door de Stichting Wielerevenementen Het Snelle Wiel uit Bladel in samenwerking met een organisatie uit het Belgische Riemst georganiseerd. In de persoon van de jonge Zwitser Fabian Cancellara, enkele jaren eerder tweemaal achtereen wereldkampioen tijdrijden bij de junioren, krijgt de driedaagse profkoers een renner met grote verwachtingen voor de toekomst als eindwinnaar.

 

In de eerste etappe Bladel – Riemst (B) moet een massaspurt de beslissing brengen. Op het brede aankomstparcours in Riemst-Herderen gaat onze landgenoot Stefan van Dijk (Lotto-Adecco) met een verschil van hooguit enkele centimeters de Duitser Olaf Pollack (Gerolsteiner) en bergklassementsleider Bernard Eisel (Mapei-Quick Step) uit Oostenrijk vooraf. In de tweede etappe wordt de vlucht van de dag in de Belgische Ardennen gevormd door de Fransman Emmanuel Magnien (Bonjour), Stefan Adamsson (Team Coast) en zuiderbuur Wim Vanhuffel (Vlaanderen T-Interim). Het trio voert eendrachtig samenwerkend de voorsprong op tot maximaal zes minuten. De jonge Zweed Adamsson doet goede zaken voor de bergklassering door in Henri-Chapelle, op de Baraque Michel, de Surister en Thimister als eerste boven te komen. Toch moet opnieuw een massasprint de beslissing brengen. Nu trekt het kleine Franse sprintkanon Jimmy Casper (La Française des Jeux) in Riemst aan het langste eind vóór Stefan van Dijk die daarmee aan de leiding blijft in het algemeen klassement. In de zondagochtend etappe naar Bladel krijgt niemand voldoende speelruimte, ook niet de Fransman Thierry Gouvenou (BigMat) die de Belg Gorik Gardeyn (Lotto-Adecco), teamgenoot van de man in de blauwe leiderstrui, als waakhond meekrijgt. Voor de derde opeenvolgende keer moet een massasprint uitwijzen wie als winnaar gehuldigd wordt. Met voor het blote oog niet waarneembaar verschil flitsen Jimmy Casper en Stefan van Dijk als eersten over de aankomstlijn in de P.G. Ballingslaan in Bladel. Zelfs op de finishfoto is amper te zien wie zijn wiel het eerst over de lijn drukt. De aankomstrechter neemt een beslissing in het voordeel van Van Dijk, zodat Casper zich morrend bij dat oordeel neerlegt. Van Dijk blijft uiteraard leider in het algemeen klassement, terwijl Casper (23) opnieuw de turquoise aanvoerderstrui van het jongerenklassement om de schouders krijgt.

 

De individuele tijdrit moet zondagmiddag de beslissing brengen in de 1e GP Erik Breukink. Nog 109 renners staan op gelijke hoogte in tijd in het tussenklassement en in die grote groep bevinden zich tal van erkende tijdrijders. Lang blijft de al vroeg gestarte Michael Rich (Gerolsteiner) leider in de tussenstand na zijn rit van 17,6 kilometer. De Fransman Eddy Seigneur (Jean Delatour) en de Litouwer Arturas Kasputis (AG2R) komen het dichtste in de buurt van de tijd die de Duitser scoort. Steven van Malderghem (Landbouwkrediet-Colnago) zet als eerste een snellere tijd dan Rich op de klokken. Coureurs als Jacky Durand (Française des Jeux) en de Nederlandse kampioen tijdrijden Bart Voskamp (Bankgiroloterij-Batavus) slagen daar niet in. De jonge Zwitser Fabian Cancellara maakt de verwachtingen van zichzelf en van de insiders die hem als favoriet hebben getipt, waar. Hij knabbelt twaalf seconden van de snelste tijd af. Daar kan ook de even later gestarte tijdritspecialist Bradley McGee uit Australië (Française des Jeux) net niet aan tippen. Cancellara, zoon van een Italiaanse vader, bezorgt zichzelf met de overwinning in de tijdrit en tevens de eindzege van de 1e GP Erik Breukink daags vóór zijn 21ste verjaardag een prachtig cadeau.

 

Individueel eindklassement: 1 Fabian Cancellara, 2 Bradley McGee, 3 Steven van Malderghem, 4 Bart Voskamp, 5 Filippo Pozzato, 6 Olaf Pollack, 7 Remco van der Ven, 8 Eddy Seigneur, 9 Arturas Kasputis, 10 Marc Streel.  

2004-2017

Geraint Thomas van etappezege in vierdaagse Acht van Bladel naar gele trui in de Tour de France

 

Als junior verslaat Geraint Thomas in 2004 onze landgenoot Rob Ruijgh in de eerste etappe van de vierdaagse Acht van Bladel (Foto Theo van Sambeek)

 

De Welshman Geraint Thomas was zaterdag 1 juli 2017 voor velen de grote verrassing in Düsseldorf door in die Duitse stad de individuele openingstijdrit in de Tour de France op zijn naam te schrijven en daarmee de eerste gele trui om de schouders te krijgen.

Van jongs af aan heeft de Brit zich ontpopt als een wielertalent. Vooral op de baan behaalde hij op jonge leeftijd al diverse titels. Als junior won hij op de weg onder meer Parijs-Roubaix en was hij etappewinnaar in de internationale Acht van Bladel.

 

De 55ste editie van de VDL Groep internationale Acht van Bladel gaat donderdag 9 september 2004 voortvarend van start. Nog voordat de eerste 10 kilometer onder de wielen door zijn meldt zich al een vluchtgroep onder aanvoering van de Belgische nationale juniorenkampioen Angelo

Ververken en de Nederlander Freek Wallaard. De harde wind is in die beginfase een doorslaggevende factor in het wedstrijdbeeld. Het weerhoudt de jonge Brit Ian Stannard, als eerstejaarsjunior dat jaar onder meer al winnaar van de Junior Tour of Ireland, er niet van solo in de aanval te gaan nadat de eerste vluchtgroep door het peloton is teruggepakt. Na 25 kilometer koers krijgt hij gezelschap van opnieuw de Belg Ververken, de Deen Thomas Guldhammer, de

Nederlander Rob Ruijgh in het shirt van de Koninklijke Balen BC uit België, en de Britten Geraint Thomas en Daniel Martin. Lang blijven de zes leiders niet bijeen. Eerst moeten Ververken en Guldhammer pas op de plaats maken, vervolgens gaat het ook Martin vooraan te snel. De drie overgebleven leiders bouwen gestaag aan hun voorsprong op het peloton: die bedraagt maximaal 1.15 minuut. De Zweedse nationale kampioen Johan Lindgren, zijn landgenoot Fredrik Johansson,

de Deen Kasper Larsen en de Noord-Nederlander Erwin Knapper zien hun poging om het peloton eveneens vaarwel te zeggen mislukken. Pas na 55 kilometer koers slaagt een negental renners daar wel in. Onder aanvoering van de Zweed Viktor Renang, in 2003 bronzen medaillewinnaar op het WK tijdrijden voor junioren, wordt de achtervolging op de drie koplopers ingezet. Ian Stannard wordt door de achtervolgers opgeslokt, de twee leiders blijven tot aan de finish voorop. In de eindsprint is Geraint Thomas, de wereldkampioen scratch op de baan en in dat voorjaar ook al winnaar van de keienklassieker Parijs-Roubaix voor junioren, Rob Ruygh te snel af. Viktor Renang wint de sprint voor de derde plaats op het podium. De Nederlandse Belg Rob Ruijgh, dat jaar onder meer eindwinnaar van de internationaal bijzonder sterk bezette Giro della Lunigiana in Italië, heeft

aan de onderweg in tussensprints bijeengesprokkelde bonificatieseconden niet genoeg om de Britse dagwinnaar uit de gele leiderstrui van het algemene individuele klassement te houden.

 

Dat Geraint Thomas een grote wielertoekomst tegemoet gaat is dan al te zien. In 2012 zal hij zich met de Britse baanachtervolgingsploeg tot Olympisch kampioen laten kronen. Dat hij ook op de weg als tijdrijder bij de besten van de wereld behoort, heeft hij met een sterke solo in de slotfase van de E3 Prijs in Harelbeke op vrijdag 27 maart 2015 weer eens aangetoond. In de slotkilometers rijdt hij zich los van zijn medevluchters Zdenek Stybar en Peter Sagan met wie hij op de Oude Kwaremont in de aanval is gegaan. De Brit uit Wales neemt daarmee een optie op nog meer vuurwerk in de vervolgfase van de voorjaarsklassiekers. Dit jaar kwam hij in de negende etappe van de Giro d’Italia aan de voet van de Blockhaus door een stilstaande motoragent ten val.

Een dag later toonde hij zijn hardheid door ondanks zijn blessures achter Tom Dumoulin als tweede in de individuele tijdrit te finishen. De blessures aan schouder en knie eisten vervolgens echter hun tol, zodat hij een dag later alsnog noodgedwongen de strijd moest staken. Zijn hoofddoel van het seizoen ging daardoor in rook op. Maar de gele trui in Düsseldorf zal nu voor Geraint Thomas veel vergoeden.