Op deze pagina staan bewerkte en verkorte verslagen van wedstrijden alsook andere artikelen die in de loop der jaren van mijn hand in de weekbladen van Kempenpers werden geplaatst

 

 

INHOUD:

 

 

 

 

2017 Westerhoven Maud Kaptheijns koningin van het veldrijden

2003 Veldhoven Thomas Dekker klopt favoriet Fabian Cancellara in proloog Ster Elektrotoer

 

2010 Luyksgestel De speciale band van Jan Peeters met het grensdorp

2003 Bladel Erik Dekker bij rentree eindwinnaar van Grote Prijs Erik Breukink

1987 Valkenswaard koesterde weer de Tourhelden

1997 Steensel Meeste applaus voor Paul van Schalen

2017 Duizelse kermisronde al 60 jaar aan gele trui gekoppeld

2004 Bladel-Düsseldorf Geraint Thomas van etappezege in vierdaagse Acht van Bladel naar gele trui in de Tour de France

2010 Bergeijk Wielrennen al van voor de oorlog

2002 Eindhoven Domper voor Hans Dekkers op het WK in Zolder

1960 Hilvarenbeek Broers Kuijs inspireerden het Beekse wielrennen

2017 Twan Castelijns kijkt terug op de Giro 2016

1987 Wielerprof Hans Daams ziet de toekomst zonnig in

2017 Luyksgestel Tweemaal zilver voor Harrie Lavreysen op WK baanwielrennen

2002 Bladel Jonge belofte Fabian Cancellara wint Grote Prijs Erik Breukink 

1994 Diessen AMEV Ladies Trophy vervangt Omloop van ‘t Molenheike

1997 Herold Dat rekent weer op een sterk zomerseizoen

 

 

2017 Westerhoven Maud Kaptheijns koningin van het veldrijden

 

Een vertrouwd gezicht: Maud Kaptheijns voert het veld aan (Foto Jo Nederkoorn)

 

 

 

Maud Kaptheijns blijft de veldritwereld verbazen. Sinds afgelopen weekend mag de renster uit Westerhoven als de leading lady in de cross worden beschouwd. Zaterdag 21 oktober zette zij in het Belgische Boom na winst in de Super Prestige veldritten van Gieten en Zonhoven ook de derde cross in die prestigieuze wedstrijdserie naar haar hand door wereldkampioene Sanne Cant in een eindsprint met twee achter zich te houden. Zondag 22 oktober werd de Duinencross in Koksijde een prooi voor Katheijns. De 23-jarige renster degradeerde daar het voltallige deelnemersveld door vanaf de start in de aanval te gaan. Gaandeweg de wedstrijd die meetelde voor de Wereldbeker nam zij in het duinzand meer voorsprong. Uiteindelijk bleef landgenote Sophie de Boer op bijna een minuut achterstand het dichtste in haar buurt. Sanne Cant, de Amerikaanse Kathy Compton, Nikki Brammeijer uit Groot-Brittannië, rensters uit België, Tsjecho-Slowakije, Zwitserland, de Verenigde Staten en Frankrijk moesten nog meer tijd prijsgeven op een ontketende Kaptheijns. “Ik hoop dat dit nog lang mag duren”, aldus de 23-jarige renster van Crelan-Charles. “Ik ben nu een jaartje ouder, maar dat is niet het enige verschil met vorig jaar. Ik cross op dit moment heel goed omdat ik de perfecte zomer achter de rug heb, goede trainingen heb kunnen afwerken en vooral ook omdat ik mijn voeding heb aangepast. Vroeger at ik niet goed, nam ik niet voldoende koolhydraten in en kwam ik daardoor vaak te kort op het eind van de wedstrijd. Nu heb ik mijn voeding compleet aangepast en dat helpt. Ik eet meer, maar anders en ben drie kilo afgevallen.” Na haar dubbelzege in het voorbije weekend gaat Kaptheijns een weekje wat gas terug nemen in de training met de Prolease Grote Prijs van Brabant op zaterdag 28 oktober in Rosmalen, een dag later de Super Prestige cross in Ruddervoorde en het EK in het Tjechische Tabor op 5 november in het nabije vooruitzicht.

 

Thomas Dekker ontvangt uit handen van burgemeester Cox een karakteristiek Veldhovens aandenken aan zijn tijdritzege (foto Theo van Sambeek)

 

2003 Veldhoven Thomas Dekker klopt favoriet Fabian Cancellara in proloog Ster Elektrotoer

 

Niet de Zwitser Fabian Cancellara, dit jaar al winnaar van de prologen in de sterk bezette Ronden van Romandië en van Zwitserland, maar de jonge Thomas Dekker uit de beloftenploeg van Rabobank zette in de proloog van de Ster Elektrotoer de snelste tijd op de klokken. De kenners wisten dat Dekker als Nederlands tijdritkampioen bij de renners tot 23 jaar veel klasse in huis had. Toch was het een regelrechte verrassing dat de Noord-Hollander sneller was dan een aantal door de wol geverfde profs. Opmerkelijk genoeg eindigden vooral jonge coureurs in de top van het dagklassement op de regenachtige avond in Veldhoven.

  

(door Piet Gijsbers)

 

Met de volledige medewerking van gemeentebestuur en politie had de Stichting Omloop der Kempen het voor elkaar gekregen om in de vroege avonduren de proloog als individuele tijdrit op de verkeersaders van Veldhoven te laten verrijden. Honderden dranghekken, nog meer pilonnen en een legertje politiemensen en signalateurs van de organisatie zorgden voor een goed beveiligd parcours waarop de renners zich konden uitleven. Vanwege de avondspits waren er lange files, zeker nu iedereen op zo’n regenachtige dag voor de auto als vervoermiddel koos. De regen weerhield bovendien velen om de renners in hun korte rit van bijna vijf kilometer tegen het uurwerk gade te slaan dan wel aan te moedigen. Toch gonsde het van de activiteiten bij de start op het Meiveld en bij de vlakbij gelegen finishlijn op de Heemweg. Een voor een begaven de coureurs zich op weg om via Heerbaan, Sterrenlaan, Abdijweg, Burgemeester Van Hoofflaan en Bossebaan aan het einde van de Heemweg te finishen. Als een van de eerst gestarte renners zorgde Remco van der Ven (Bankgiroloterij/Batavus) op het natte wegdek voor een snelle tijd (5.46) met een gemiddelde snelheid van bijna vijftig kilometer per uur. Toen de helft van de 114 deelnemers hun rit hadden beëindigd, stond Luyksgestelse Dirk Bellemakers (Van Vliet-ploeg) als een van de jongste deelnemers nog knap op de tweede plaats in de tussenstand. Jammer was het dat Bert Hiemstra in volle vaart op de Sterrenlaan met een onvoorzichtig overstekende fietser in aanraking kwam en daarmee een kruisje over de wedstrijd moest maken. Als eerste dook Koen de Kort uit Liempde (5.43) onder de tijd van Van der Ven, maar Niels Scheuneman, ploeggenoot van De Kort bij Rabobank, bleek nog drie seconden sneller. Op de Rabo-jonkies bleek deze avond geen maat te staan. 

 

Niet te temmen 

 

Als 93ste renner ging Thomas Dekker van start. Rabobank-coach Piet Kuijs had in de ploegleiderswagen nog een plaatsje vrij, zodat uw Kempen Pers-verslaggever eerste rang zat bij het volgen van de Nederlandse beloftenkampioen. Aangemoedigd door luide claxonstoten en vooral ook door inspirerende woorden van de ploegleider via de voor op de auto gemonteerde luidspreker raasde Dekker over het parcours. Bij de ijkpunten die de nog te rijden afstand in kilometers aangaven kreeg de coureur te horen hoe hij er in tijd voor stond in vergelijking met zijn ploeggenoten Koen De Kort en Niels Scheuneman. Bij het 3 kilometerbordje op de Sterrenlaan was Dekker al sneller dan zijn snelste ploegmakker. Geen wonder ook, want daar zette hij de kilometerteller van de volgwagen op 65 kilometer per uur. Zelfs ploegleider Kuijs stond versteld van de krachten van de vier dagen eerder 19 jaar geworden coureur. In een vloeiende stijl nam die de bocht naar de Abdijlaan na de hint van de ploegleider om die bocht ruim aan te snijden. Vóór de scherpe bocht bij het oprijden van de Burgemeester van Hoofflaan klonk door de luidspreker het dringende bevel om daar vooral waakzaam te zijn. Thomas Dekker was niet meer te temmen. De één minuut eerder gestarte Tom Cordes, ooit wereldkampioen bij de junioren, moest toezien hoe Dekker hem op de Bossebaan passeerde. Een jurylid op de motor zag toe of er reglementair werd ingehaald. Niet tot genoegen van Kuijs, want die moest daarmee noodgedwongen uit het kielzog van zijn pupil. De laatste vijfhonderd meter werden voor de ploegleider nog even spannend. De opluchting aan de finish was des te groter. De door Dekker neergezette tijd van ruim 5.37 was de snelste tot dan toe. 

 

Tweevoudig kampioen 

 

Ploegleider Kuijs bleef nog even voorzichtig: “De grote jongens moeten nog komen,” zei hij en doelde daarmee op de Zwitser Fabian Cancellara, de Belg Bart Roessems, die in het voorjaar nog de tijdrit in de Grote Prijs Erik Breukink had gewonnen, en vooral ook Bart Voskamp, vorig jaar onder meer door een sterke proloog eindwinnaar van de Ster Elektrotoer. Cancellara had de pech dat het hard ging regenen toen hij van start ging. Aan de eindstreep gaf hij een halve seconde toe aan Dekker. Misschien lag het aan de wat harder opgestoken wind, maar ook de aan het eind gestarte favorieten konden de tijd van Thomas Dekker niet meer verbeteren. Zijn gemiddelde snelheid van 51.218 kilometer per uur bleek ondanks de natte omstandigheden goed voor het eerste leiderstricot in de vijfdaagse etappekoers. Het lijkt erop dat de jonge winnaar een gouden toekomst voor zich heeft. Vorig jaar won Dekker als tweedejaarsjunior 22 wedstrijden. Vooral internationaal scoorde hij uitstekend met de tweede plaats in de eindstand van de Wereldbeker voor junioren als beloning. Het leidde ertoe dat de jonge coureur uit Dirkshorn afgelopen winter als enige junior van Rabobank het opstapje mocht maken naar de beloftenploeg die als Trade Team 3 aan de internationale competitie deelneemt. Dit jaar werd hij zowel nationaal wegkampioen als beste tijdrijder op het NK voor beloften (renners tot 23 jaar). Wellicht ziet Veldhoven hem volgend jaar terug, want de organisatoren van de proloog hebben een optie om die korte tijdrit opnieuw te organiseren. Dan hoogstwaarschijnlijk al in juni, zodat er later op de avond gestart kan worden. Dan heeft het verkeer minder hinder van de wedstrijd. En renners en publiek rekenen als het zover is op een echte zomeravond.

 

Uitslag proloog Ster Elektrotoer:1 Thomas Dekker Dirkshorn (Rabobank) 4,8 km in 5.37, 2 Fabian Cancellara Zwitserland (Fasso Bortolo) 5.37, 3 Niels Scheuneman Veendam (Rabobank) 5.40, 4 Bert Roessems België (Palmans/Collstrop) 5.40.76,  5 Bart Voskamp Zetten (Bankgiroloterij/Batavus) 5.41.22, 6 Bram Schmitz Aalst/Waalre (Bankgiroloterij/Batavus) 5.41, 7 Koen de Kort Liempde (Rabobank) 5.42.92, 8 Alexei Markov Rusland (Lokomotiv) 5.43, 9 Gerben Löwik Almelo (Bankgiroloterij/Batavus) 5.45.27, 10 Remco van der Ven Nieuwegein (Bankgiroloterij/Batavus) 5.46.

 

 

In 2014 ontving Jan Peeters in Luyksgestel een Koninklijke onderscheiding uit handen van burgemeester Driek van de Vondevoort (Foto Theo van Sambeek)

 

2010 Luyksgestel De speciale band van Jan Peeters met het grensdorp

 

 

 

 

Voor de laatste keer zal in Luyksgestel tijdens de jaarlijkse wielerronde de vertrouwde stem van Jan Peeters over het parcours galmen in zijn functie als KNWU-jurylid. Aan het eind van dit jaar zet de 71-jarige Eindhovense microfonist een punt achter het verslaan van wielerwedstrijden. Na 38 jaar KNWU-jurylid te zijn geweest, vindt hij het de hoogste tijd worden om het wat kalmer aan te gaan doen. Hij stond achter de micro bij grote wedstrijden als de nationale titelstrijd, de Gold Race, de Ster Elektrotoer en de Holland Ladies Tour. In alle regionale criteriums rond kerk en plein klonk jarenlang zijn indrukwekkende basstem. Aan de kermisronde van Luyksgestel bewaart hij speciale herinneringen.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Jan Peeters moet puur uit zijn herinneringen putten als ik hem vraag wat hem van Luyksgestel goed is bij gebleven. “Ik bewaar niks en weet dus ook niet precies hoeveel jaar ik in Luyksgestel de microfoon hanteerde. Ik heb altijd gewoon van de ene wedstrijd naar de andere toegeleefd.” Peeters heeft gedurende een reeks van jaren in het grensdorp een stevige vriendenkring opgebouwd. Met name met de mensen van de Stichting Wielerevenementen Luyksgestel heeft hij een hele goede band. “Wil Bellemakers, Kees Sengers, voorzitter Thieu Tils, Toon van Erp en Ad Borrenbergs mag ik tot mijn speciale vrienden rekenen. Ongeacht wie er jarig is en wat er ook te doen mag zijn: ik ben er van de partij. Hoe dat zo gegroeid is weet ik ook niet. Ik lig bij die mensen eigenlijk midden in het bed.” Die uitspraak is haast letterlijk op te vatten, want als het al eens erg laat wil worden op de avond van de jaarlijkse kermisronde, kan Peeters bij een van zijn vrienden blijven slapen. “Zowel door mij als door mijn vrouw wordt die hechte band met Luyksgestel als super ervaren. Ook omgekeerd is er die band. Bij ons gouden huwelijk, onlangs in het Philips Stadion, was de hele vriendenclub uit Luyksgestel op het feest.” Zonder de organisaties in de andere Kempendorpen te kort te willen doen spreekt hij zijn enorme waardering uit voor de organisatie van de Gestelse koers. “Ongeacht wie ik zou willen noemen, alles is perfect geregeld. Neem bijvoorbeeld de vrouwen van de bestuursleden. Die zijn al op de vroege ochtend van de wedstrijddag bezig met de catering voor de gasten. Van die mensen straalt een welgemeende warmte af. Als zij een beroep op me doen ben ik er gewoon. Zoals afgelopen winter bij de avondvierdaagse van voetbalvereniging De Raven. Toen heb ik eenmalig ja gezegd om dat evenement aan elkaar te praten, hoewel ik eigenlijk al vier jaar met dat soort werk gestopt was. Want geloof me, het kost struif om vier avonden lang in touw te zijn. Maar op zo’n moment kan ik geen nee zeggen tegen mijn vrienden.”

 

Plezier

 

Criteriums als Luyksgestel en Duizel hebben in de ogen van Peeters een aparte status. De beste renners komen er aan de start en de wedstrijden worden druk bezocht. “Vooral de gemoedelijkheid in het grensdorp voelt als een omarming van het goede Brabantse en het Belgische. Maar let wel: Of ik nu een wedstrijd van de nieuwelingen doe of een dikke banden race, zoals in Riethoven in het voorprogramma, ik doe dat met evenveel plezier als commentaar geven bij de beroepsrenners in Stiphout. Ik heb plezier in die jongens en meisjes en probeer er spektakel van te maken.” Peeters ziet uit naar het groot-Bergeijkse overkoepelend klassement voor de meer recreatieve renners in de wedstrijden van Riethoven, Luyksgestel en Bergeijk, waarin de regels van het Kempenklassement van de elite en beloften gehanteerd worden. “Er rijden allemaal regionale jongens, er komt publiek op af, dat moet een succes worden.”

 

Het afscheid als wielerspeaker betekent niet dat de stem van Jan Peeters nergens meer door de microfoon te horen zal zijn. Hij wil af van de wekelijkse verplichting om wedstrijden te becommentariëren, maar benadrukt dat bij diverse gelegenheden nog een beroep op hem gedaan kan worden. “Als ik dadelijk met de wedstrijdsport stop ben ik nog graag bereid om hier en daar, waar gewenst, de zaak aan elkaar te praten. Je kunt daarbij allerlei dingen bedenken: ploegenpresentaties, jubilea en dat soort zaken blijf ik gewoon doen.” Bovendien blijft hij nog voorzitter van het Baby-Dump Kempenpers Klassement, zodat de wielrenners en de wielersupporters voorlopig nog niet van Jan Peeters af zijn.

  

 

 

Rondemissen Ilse Bruggen en Marleen Vissers op eindpodium met winnaar Erik Dekker, Tomas Vaitkus en Bernard Eisel (Foto Theo van Sambeek)

 

2003 Bladel Erik Dekker bij rentree eindwinnaar van Grote Prijs Erik Breukink

 

Erik Dekker heeft, niet alleen tot zijn eigen verbazing, zijn rentree in het peloton gevierd met een overwinning in de tweede editie van de GP Erik Breukink. De Rabobankrenner die een tijdlang uit koers was met een onwillige knie gaf drie dagen achtereen de toon mee aan in de wedstrijd van de Stichting Wielerevenementen Het Snelle Wiel. Zonder een dagzege toonde Dekker zich de meest regelmatige coureur in het internationale gezelschap dat in Bladel aan de start verscheen. In het eindklassement had hij een kleine voorsprong op twee jonge renners die staan te dringen om zich in de nabije toekomst in de grote klassiekers te manifesteren.  De Litouwer Tomas Vaitkus en de Oostenrijker Bernhard Eisel stonden bij de slotceremonie naast Dekker op het erepodium. 

 

 

(door Piet Gijsbers)

 

 

 

Na een lange blessureperiode in het vroege voorjaar was de eindzege in Bladel een opluchting voor Erik Dekker. Vrijdags, vlak voor de start van de lange etappe op en neer naar het Belgische Riemst, gaf hij aan al blij te zijn de driedaagse zonder problemen door te komen. Op zijn welbekende manier reageerde hij na de tijdrit op zondag luchtig op de vraag of de zege voor hem verrassend was.  “Ik heb vrijdags voor de start gedaan alsof ik nog niet zo zeker van mijn zaak was. Ik hield met het klassement helemaal geen rekening. De dag door de Ardennen wilde ik eerst eens afwachten. Toen dat ook geen probleem bleek te zijn, heb ik me op een snelle tijd in de individuele tijdrit gericht.” Dekker gaf toe dat hij slecht geslapen had in de nacht voor de afsluitende tijdrit. Hij was nerveus geweest voor de start. Zijn knie hield echter goed stand. Na al twee dagen achtereen zijn gezicht  in de finale van de koers in de frontlinie te hebben laten zien, bracht hij ook in de rit tegen het uurwerk een van de snellere tijden op de klokken. De trainingen los van de ploeg in de omgeving van het Spaanse Murcia in de week vooraf bleken hem goed te hebben gedaan. “Nu ik drie dagen achtereen voluit kon gaan, betekent dat voor mij dat ik conditioneel veel verder ben dan ik had durven hopen. Maar niemand moet van mij nu al wonderen verwachten in de Ronde van Vlaanderen. Dat soort wedstrijden zijn nog heel wat langer en zwaarder dan die van dit weekend,” verklaarde hij na afloop. Aan de vele wielersportliefhebbers die de renners in Bladel kwamen bewonderen, liet Dekker met zijn schitterende prestatie in de GP Erik Breukink eens te meer zien dat hij als een van de grote klasbakken in het peloton mag worden beschouwd. 

 

 

 

Jimmy Casper

 

 

 

De eerste etappe van de GP Erik Breukink werd in een sprint met zestien renners beslist op de eindstreep in Bladel. De zestien koplopers maakten zich in de finale van de koers op de wegen van het Kempenland los uit de grote groep, nadat het peloton pas in de laatste 25 kilometer echt op drift was geraakt. Even leek het er toen al op of Erik Dekker met zijn welbekende jump de etappewinst naar zich toe zou gaan trekken. De Franse sprinter ]immy Casper (FDJeux.com) verijdelde de plannen van Nederlands meest succesvolle coureur in de afgelopen jaren. Met de eindstreep in zicht zette de 24-jarige Fransman zich op kop van de vluchtgroep en boekte zijn tweede seizoenszege.

 

De etappe op en neer naar Riemst werd vooral kleur gegeven door de 22-jarige  Fransman Christophe Kern (Brioches la Boulangere) met een lange solo die hem een maximale voorsprong van bijna 15 minuten opleverde. De jonge coureur, die vorig jaar Luik-Bastenaken-Luik bij de espoirs op zijn naam schreef, hoefde zijn voorsprong pas prijs te geven nadat hij welgeteld 153 kilometer alleen op kop had gereden. De finale van de etappe werd hard gemaakt door de renners van Rabobank en Bankgiroloterij. Het tempo ging omhoog naar 60 km per uur. Met nog 25 km voor de wielen gingen Thomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago) en Bernard Eisel (FDJeux.com) in de aanval. Zij kregen veertien renners met zich mee. In korte tijd nam die groep een voorsprong van 30 seconden op de hoofdmacht. Met drie man bij de koplopers vertegenwoordigd, leek Rabobank in de persoon van Erik Dekker in de laatste kilometers een greep naar de ritzege te doen. De Oostenrijkse neo-prof Bernard Eisel zag zijn sleurwerk in de slotfase echter beloond met de zege van ploeggenoot Jimmy Casper die op de streep duidelijk de snelste was. Onze landgenoot Gerben Löwik (Bankgiroloterij-Batavus) liet zijn goede vorm blijken door de tweede plaats voor zich op te eisen.

 

Bernhard Eisel

 

In de Ardennen-rit op zaterdag ging Bram Schmitz (Bankgiroloterij-Batavus) al na 18 kilometer in het gezelschap van Mart Louwers (AXA) en Stijn Devolder (Vlaanderen T Interim) voorop rijden. Eendrachtig samenwerkend bouwden de drie leiders een voorsprong op die tot maximaal elf minuten opliep. Op de Planck en de Baraque Michel kwam Louwers als eerste boven. Toen het echt menens werd op de steile helling Ferme Libert (stijgingspercentage 20 %) en de lange klim van de Bevercé (na 105 km), beide bij Malmédy, reed Schmitz voorop. Stijn Devolder moest bij de leiders lossen. Intussen was het peloton helemaal verbrokkeld. Een groep van meer dan dertig coureurs, bij wie Tom Steels en Angelo Furlan, zagen hun achterstand zo groot worden dat zij de wedstrijd voor gezien hield. Geert Verheyen (Marlux-Wincor) kwam als eerste boven op de Halembaye (175 km). De finale kon nu echt beginnen. Veertien renners bij wie Mathew Hayman en Erik Dekker (Rabobank), Gerben Löwik (Batavus), Paul van Schalen (AXA), Jimmy Casper (FDJeux.com), Dave Bruylandts (Palmans-Colstrop) en ook Christophe Moreau ((Crédit Agricole) namen een kleine voorsprong. Met nog 15 km te rijden volgde een hergroepering, waarna Löwik, Bruylandts en Eisel erin slaagden, zij het nipt, tot op de eindstreep de grote groep voor te blijven. De 22-jarige Eisel verontschuldigde zich bij de huldiging als winnaar voor zijn defensieve houding in de finale als bewaker van de belangen van Jimmy Casper. Een excuus waarvoor Löwik alle begrip had. De Batavus-Bankgiroloterij-coureur was al lang blij met het veroveren van de leiderstrui in de individuele rangschikking. Bovendien werd hij leider in het punten- en het sprintklassement, zodat zijn dag bijna niet meer stuk kon. De ploeg Batavus-Bankgiroloterij deed toch heel goede zaken, omdat Bram Schmitz onderweg de meeste punten verzamelde op de Ardennen-hellingen en daarmee winnaar werd van het bergklassement.

 

 

 

Spannend secondenspel

 

 

 

Zondag bleef de als eerste gestarte Raivis Belohvosciks (Marlux-Wincor-Nixdorf) lang aan de leiding in het tussenklassement van de tijdrit rond Bladel. Pas de als veertigste gestarte Bert Roesems  dook onder de tijd van de Let. En goed ook, want in het verdere verloop van de tijdrit bleek niemand nog in staat de tijd van de Belgische coureur te verbeteren. Zelfs Bart Voskamp, een van de getipte favorieten, bleef op één seconde van Roesems steken. De strijd om de eindzege moest worden beslist tussen een twaalftal renners dat elkaar de vorige dagen binnen een marge van twintig seconden had weten te houden. Vooral de strijd tussen Erik Dekker en de jonge Tomas Vaitkus (21), de wereldkampioen tijdrijden bij de espoirs, zorgde voor een ongemeen spannend slot. Dekker zette een achterstand van twee seconden om in een even grote voorsprong en kon zich daarmee tot eindwinnaar laten kronen door de naamgever van de wedstrijd Erik Breukink. Gerben Lowik  werd vierde en bleef daarmee in het bezit van de leiderstricots in het punten- en het sprintklassemen. De eindzege in het ploegenklassement ging naar Rabobank. Toen Erik Dekker dat hoorde stak hij triomferend het hem door Bladels burgemeester Grem aangereikte ereschild met een juichkreet in de hoogte. Voor hem mogen de klassiekers nu komen!

 

 

 

De uitslagen:

 

1ste Etappe: Bladel-Bladel 220 km: 1Jimmy Casper (Fdjeux.com) 5h 45m 57s, 2 Gerben Löwik (Bankgiroloterij), 3 Ludovic Capelle (Landbouwkrediet-Colnago), 4 Alberto Vinale (Alessio), 5 Johan van Summeren (Quick Step), 6 Christophe Edaleine (Jean Delatour), 7 Dave Bruylandts (Marlux – Wincor Nixdorf), 8 Paul Van Schalen (Team AXA), 9 Tomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago),  10 Arthur Farenhout (Team AXA).

 

2de Etappe: Riemst-Riemst 210 km: 1 Bernhard Eisel (Fdjeux.com) 5h 47m 11s, 2 Gerben Löwik op 2 sec., 3 Dave Bruylandts op 4 sec., 4 Sebastien Hinault (Credit Agricole), 5 Jimmy Casper, 6 Mario Manzoni (Mercato Uno-Scavanino), 7 Rudi Kemna (Bankgiroloterij), 8 Magnus Bäckstedt (Team Fakta), 9 Lilian Jegou (Credit Agricole), 10 Marcus Ljungqvist (Credit Agricole).

 

3de Etappe: Individuele Tijdrit Bladel 18,7 km: 1 Bert Roesems (Palmans-Colstrop) 24'01"41, 2 Bart Voskamp (Bankgiroloterij-Batavus) op 1", 3 Erik Dekker (Rabobank) op 12", 4 Tomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago) op 16", 5 Dave Bruylandts op 31", 6  Bernard Eisel op 32", 7 Christophe Moreau (Credit Agricole) 34", 8  Magnus Backstedt op 35", 9  Stijn Devolder (Vlaanderen) 36", 10  Raivis Belohvosciks (Marlux) 40".

 

Eindstand: 1 Erik Dekker 11.57'25", 2 Tomas Vaitkus 2", 3 Bernard  Eisel 6", 4 Gerben Löwik 9", 5 Dave Bruylandts 15", 6 Bart Voskamp 24", 7 Johan Van Summeren 29", 8 Jimmy Casper 46", 9 Paul van Schalen 47", 10 Christophe Edaleine (Jean Delatour) 53".  

 

1987 Valkenswaard koesterde weer de Tourhelden

 

“Daar krijgen we Gerrit Solleveld, de man uit De Lier in het Westland, waar het leven zo goed is.” De stem van microfonist Jan Peeters galmt door de straten van Valkenswaard. Vanaf een speciaal voor deze gelegenheid in elkaar getimmerd verrijdbaar startpodium vertrekken de renners één voor één in een korte tijdrit over het Stella Artois tijdritparcours. De handen van de toeschouwers roffelen op de reclameborden als de speaker, door de knieën gezakt en met gebogen rug, de aankomst van Hans Daams verslaat. De plaatselijke coureur is erop gebrand als een van de eerst gestarte renners een goede tijd op de klokken te brengen. “Jawel hoor, hij had het beloofd onder de twee minuten te blijven. Hij kent niet voor niets de weg hier zo goed. Wie duikt nog onder die tijd van één minuut en ruim 58 seconden?” De sfeer stijgt zienderogen en de spanning niet minder. Het gezellige avondje in het uitgaanscentrum van Valkenswaard is goed op gang gekomen.

De Stichting Wielerevenementen heeft het programma laten openen met een criterium voor dames. Met natuurlijk als blikvangers onze nationale kampioene Mieke Havik en haar collega-Touretappe-winnares Monique Knol in het vijftigkoppige deelneemstersveld. Thea van Rijnsover, een stevig uit de kluiten gewassen Utrechtse, trekt aan het eind van de 50 kilometer koers de hoogste eer naar zich toe. “Ik wou op dit rondje eens echt mijn conditie testen met het oog op het komende WK en ben daarom even alleen weggereden,” vertelt ze doodnuchter bij de huldiging van de beste drie.

Dan wordt het stilaan tijd voor de grote kanonnen, de mannen uit de Tour. Want daarvoor is het publiek vooral gekomen. Een twaalftal geselecteerde giganten bijt het spits af in een korte proloog. Een voltreffer, die tijdrit. Na Solleveld en Daams komt onder meer Herman Frison, een zuiderbuur die een Touretappe won, op het startpodium. “Concentratie, dames en heren, Herman weet dat er frankskes liggen te wachten.” Adrie van der Poel wordt aangekondigd als de man in vorm. Hij legt de 1500 meter af in 1.57.30 minuut. En dan gaat onder luid gejuicht en handengeroffel Joop Zoetemelk van start. Minstens evenveel kabaal staat Guido Bontempi te wachten. Niemand slaagt er nog in de tijd van nationaal kampioen Van der Poel te verbeteren. Erik Breukink niet, Laurent Fignon zelfs niet en ook niet de laat gearriveerde Bert Oosterbosch.

 

Krat bier

 

Adrie van der Poel wordt dus als eerste prof uitgebreid gehuldigd. Op de opmerking van de speaker dat rondemiss Saskia Fooy er goed uitziet, antwoordt hij heel gevat: “Net als ik.” Als beloning krijgt hij een Gouden Leeuw Rijwiel en als extraatje een krat Stella Artois. Met fiets en krat bier achterop rijdt de winnaar onder grote hilariteit van het publiek een rondje langs de tribunes. De reclameshow volgt. Een rustpunt in het programma voor de kijkers, allerminst echter voor de speaker die de rijdende koop- en handelswaar aanprijst. Na drie ronden over het parcours maakt de reclamestoet de weg vrij voor de beste Europese wielerprofs. De ritwinnaars in de Tour, dat zijn er maar liefst acht, worden gehuldigd. En uiteraard Joop Zoetemelk ook. Hij komt voor de laatste keer in Valkenswaard aan de start. Gezeten naast groene trui winnaar Jean-Paul van Poppel en Adrie van der Poel in het rood-wit-blauwe kampioenstricot wordt hij in een Mercedes met open dak rondgereden. Jonge belofte Erik Breukink gooit zijn bloementuil in het publiek bij het begin van de ereronde met Guido Bontempi, Nico Verhoeven, Laurent Fignon, Christophe Lavainne en Herman Frison.

 

Katapult

Ietwat verlaat begint dan rond de klok van 20.45 uur het Stella Artois criterium. Het publiek komt in beweging. De horeca etablissementen langs het parcours hebben niet over klandizie te klagen. Evenmin als de programmabladverkopers die sneller dan ooit door hun voorraad heen zijn. Door de luidsprekers komt een stroom van reclameboodschappen. En daar tussendoor klinkt haast onophoudelijk: “Pinda’s, popcorrèn!” De renners zijn in de slag voor de punten van de leidersprijs. Van Poppel blijkt zijn zinnen te hebben gezet op de Gazelle racefiets van rijwielhuis Wim Kemps. De microfonist: “Sjonge jonge, alweer die Van Poppel die een punt pakt, ’t lijkt wel een katapult!” Met Breukink, Van der Poel en de Belg Ronnie Vlassaks rijdt hij enkele ronden voorop. Later doet Hans Daams een poging in het gezelschap van Verhoeven, Lavainne en Teun van Vliet. De Valkenswaardse PDM-coureur pakt nog net een premie van 150 gulden voordat het peloton nadert. Bert Oosterbosch valt aan, houdt het vijf ronden vol. Weer Van Poppel en Lavainne, nu met Peter Stevenhaagen, Henk Lubberding en Adri van Houwelingen en weer gegrepen door de rest. De halzen van het publiek rekken als de voorrijwagen nadert. Spanning alom wie in de laatste twintig ronden nog zal ontsnappen. Groot applaus als Joop Zoetemelk tweemaal op rij een uitval doet. Elf leiders beslissen de wedstrijd. Fignon probeert het. Dan Zoetemelk en Breukink. Tenslotte weten Van der Poel en Fignon met een poging in de voorlaatste ronde de rest voor te blijven. En weer trekt Van der Poel aan het langste eind. Van Poppel wint in zijn snelle stijl de sprint voor de derde plaats.

 

Het publiek begeeft zich naar het podium waarop Vanessa haar hits ten gehore brengt. In black en white, voor velen te goed ingepakt. Het is ook nog geen echte zomeravond. De cafés en terrassen stromen nog voller. De finishentourage wordt door de mensen van Tour- en Wielerclub De Kempen weer veilig opgeborgen voor een volgende gelegenheid.

 

Paul van Schalen reed in Steensel oppermachtig (Foto Theo van Sambeek)

  

1997 Meeste applaus voor Paul van Schalen in Steenselse kermisronde

 

  

Paul van Schalen gaf maandagavond in Steensel een stuk wieler­sport van het hoogste kaliber ten beste in de jaarlijkse kermisronde van het Kempendorp. Zowat halverwege de koers zei de 25-jarige amateur het door een valpartij flink uitgedunde pelo­ton vaarwel. De Peellander had toen nog zevenentwintig van de in totaal vijftig af te leggen rondjes door het dorp te rijden. Op weg naar de eindstreep zette de coureur uit Bakel al zijn naaste belagers op een steeds groter wordende achter­stand. Aan de finish werd hij tussen twee lange hagen van toeschouwers als een vorst verwelkomd. 

 

 (door Piet Gijsbers)

 

Hoewel de wedstrijden in het kermis vierende dorp op een van de heetste dagen van het jaar verreden werden, mochten de organisatoren van de Stich­ting Wielerronde Steensel 's avonds niet klagen over de publieke be­langstel­ling. In tegenstelling tot vorig jaar, toen de regen overdag met bakken over het parcours werd uitgestort, zocht het publiek nu in de middag­uren liever de schaduw op dan zich in de verzengende Steensel­se zon te begeven. De eerste twee wedstrijden na het middaguur werden een familieaangelegenheid voor het naar het Belgische Neerpelt verhuisde wielergezin Van Kuik uit Best. Zoon Frank en dochter Sonja namen bij de nieuwelingen en de junioren-dames de zegebloemen in ontvangst. De Overijsselse junior Harmen van Hasselt en West-Brabander Pierre Frijters bij de cyclosportieven en veteranen deden hen dat na.  

 

Een valpartij en het uitzonderlijk hete weer eisten hun tol bij de amateurs. De helft van de zestig gestarte renners verdween al vroeg uit koers. Daarbij bevond zich ook Herold Dat, de winnaar van de afgelopen twee jaren in Steen­sel. Een tube die van een velg van de renner uit Lierop liep veroor­zaakte een valpartij. Die zette ook een kruisje over de zege­kansen van een andere favo­riet Mike Strijbosch uit Helmond en over die van Veldhove­naar Robert Regeling en Marc van Grinsven uit Deurne. De overblij­vers deden hun best het pu­bliek met een aan­trek­ke­lijke wed­strijd te vermaken.

  

Turbobenen

 

Ieder jaar opnieuw blijken de renners graag naar Steen­sel te komen, omdat er zoveel premies te verdienen zijn. Vooral Paul van Schalen had daar zijn zinnen op gezet. Daags nadat hij in de vorm van zijn leven een podiumplaats voor zich opeiste in de Grote Rivierenprijs, een 44 kilometer lange individuele tijdrit in Kerkdriel, maakte hij ook van het Steenselse ker­miscriterium een tijdrit voor zichzelf. 'De man met de turbo­benen', zoals hij door microfonist Jan Peeters steevast werd betiteld, kon zich met nog twintig ronden te rijden al winnaar van de lei­dersprijs noemen. Zes achtervol­gers, Anthony Theus, Erik Vianen, Martien Maton, Dennis Hey, Jelle Mul en Patrick Claes­sens, werkten niet goed genoeg samen om de al snel opge­lopen achterstand van een halve minuut nog te verkleinen. Integen­deel: van Schalen nam nog meer voor­sprong. Ook met de hulp van zes andere coureurs slaagden de achtervolgers er niet meer in de leider te achterhalen. Zonder een moment van ver­zwakking finishte de naar een profcontract lonkende zoon van de Bakelse postbode en ex-renner Leo van Schalen. De 25-jarige hardrijder verstevigde met zijn achtste seizoenzege de in de Ronde van Maarheeze veroverde leiderspro­sitie in het Rabo­bank/Kempen Pers-klassement. Daarin zijn nu Anthony Theus, Joost van Hest en Maarheeze-winnaar Herold Dat met alleen nog de wedstrijden in Bladel en Veldhoven in het ver­schiet zijn naaste bela­gers.

 

De uitslagen in Steensel:

 

Nieuwelingen: 1 Frank van Kuik Neerpelt, 2 Ronald Schur Alk­maar, 3 Theo Eltink Westelbeers, 4 Erik Verrijt Heeze, 5 Leon Notenboom Spijkenisse, 14 Huub Meulenbroeks Hapert, 16 Jan Dirkx Reusel, 20 Maarten Smolders Eersel.

 

Junioren-dames: 1 Sonja van Kuik Neerpelt, 2 Ellen de Roover Chaam, 3 Andrea Bosman Norg, 4 Judith van der Helm Moordrecht, 5 Esther van der Helm Moordrecht.

 

Junioren: 1 Harmen van Hasselt Hasselt, 2 Cor Wirken Eindho­ven, 3 Fulco van Gulik Rotterdam, 4 Mart Louwers Malden, 5 Bas de Lange Ommen, 10 Coen Loos Bergeijk, 13 Ad Rijkers Hapert, 14 Joep Basten Hapert, 15 Tijn Seuntiëns Bladel.

 

Cyclosportieven/Veteranen: 1 Pierre Frijters Sint Willebrord, 2 Anjo van Loon Oosterhout, 3 Ruud Wilting Knegsel, 4 Jef van Hooft Schijndel, 5 Joost Jacobs Steensel, 8 Peter van Dam Veldhoven, 11 Joris van Dooren Knegsel.

 

Amateurs: 1 Paul van Schalen Bakel 80 km in 1.52.46 u., 2 Anthony Theus Bergeijk, 3 Berry Hoedemakers Schijndel, 4 Dennis Hey Veghel, 5 Michel Stobbelaar Uden, 6 Joost van Hest Goirle, 7 Ruud Zijlmans Roosendaal, 8 Patrick Claessens Meij­el, 9 Ronnie van de Ven Nuenen, 10 Martien Maton Bladel.

 

Rabobank/Kempen Pers-klassement:

 

1 Paul van Schalen 148 p., 2 Anthony Theus 125 p., 3 Joost van Hest 115 p., 4 Herold Dat Lierop 102 p., 5 Martien Maton 91 p., 6 Robert Regeling Veld­hoven 84 p., 7 Johan van Grootel Veldhoven 75 p., 8 Erik Keeris Veldhoven 73 p., 9 Mike Strij­bosch Helmond 69 p., 10 Marc van Grinsven Deurne 68 p.

 

Voor een massa publiek wint Dries van Wijhe uit Oldebroek (met vast verzet!) in 1980 met een ronde voorsprong de kermisronde ‘Om de Gele Trui’ van Duizel

  

2017 Duizelse kermisronde al 60 jaar aan gele trui gekoppeld

  

In 1958 startte het Duizelse wielercomité met een wedstrijd op gewone fietsen. Op 8 september van dat jaar werd Jan van der Heijden uit Netersel in Duizel bij de senioren als eerste winnaar van de gele trui gehuldigd. Die dikke banden race met uitsluitend dorps­ploegen uit het Kempenland groeide in de loop der jaren uit tot een drukbezocht wielerevenement. ‘Om de Gele Trui’ is een begrip geworden in het Nederlandse wielrennen. In 1962 besloot het organisatiecomité ook voortaan KNWU-renners te laten starten. De beste amateurs kwamen op de deelnemerslijsten. De overwinningen gingen naar renners die ook later bij de professionals hun mannetje hebben gestaan. Al jarenlang hebben vrijwel ieder jaar de nationale kampioenen deel uitgemaakt van de pelotons in het Duizelse kermiscriterium. Sinds enkele jaren heeft een sterk verjongd bestuur van de organiserende stichting de mooie traditie met een sterk deelnemersveld voortgezet.

 

Toen in 1962 ook de echte wielrenners hun opwachting in de wedstrijd ‘Om de Gele Trui’ maakten, kwam die op 3 september in het bezit van Werner Swaneveld uit Dordrecht. Adrie Drop kwam in die eerste officiële KNWU Ronde van Duizel als tweede over de finishlijn. De coureur uit Vlaardingen had het met de premieregen in Duizel goed naar zijn zin en won de twee volgende edities door respectievelijk Eindhovenaar Ad van Kemenade en Theo Rutten uit Leende achter zich te houden. Ook in 1965 ging de gele trui van Duizel mee naar Vlaardingen. Rudie Liebrechts, een van Nederlands beste schaatsers in die tijd, ging met de eer strijken. In 1966 brachten de Limburgers Harrie Steevens en Eddie Beugels, twee streekgenoten die elkaar in die jaren als amateur de zege nauwelijks gunden, het publiek, toen al enkele duizenden, in extase. Steevens, bijge­naamd de witte raaf van Elsloo, trok aan het langste eind. Alleen Gerard Vianen uit het Utrechtse Kockengen wist zich in het spoor van de Limburger te handhaven, maar kwam in de eindsprint duidelijk adem te kort. Voor het eerst was er dat jaar ook een wedstrijd voor nieuwelingen. De zege ging naar Jan Buis (Zwanenburg) vóór regiorenner Peter Derks (Knegsel). In 1969 zegevierde Joop Zoetemelk die toen op de rand van de overstap naar de beroeps­renners stond. Ook hij bracht de handen van de toe­schouwers op elkaar in een zinderende finale met Fedor den Hertog. Later stonden ook nog Gerrie Knetemann en Hennie Kuiper (in 1972), Jan Raas (1974) en Peter Winnen (1976) aan de start. Leo van Vliet was in 1977 de sterkste van het veld. Thuisrijder Hein Senders doorbrak als eerste streek­renner de hegemonie van de grote namen, twee keer op rij zelfs, in 1978 en in 1979. En Dolle Dries van Wijhe werd de lieveling van het publiek in Duizel met een zege in 1980. De Gelderlander van de Veluwerand zette op vijfendertig­jarige leeftijd het complete rennersveld op een volle ronde achterstand.

 

Ook dames aan het vertrek 

 

Alsof de organisatoren van de Duizelse kermisronde in 1984 voorzien hadden dat de Nederlandse vrouwen in de eerste Tour de France voor dames gingen overheersen, besloten zij dat voorjaar al ook de vrouwen in Duizel startgelegenheid te bieden. In Frankrijk greep de Nederlandse ploeg op achttien wedstrijddagen maar liefst vijftien keer de volle winst. Nationaal kampioene Connie Meijer (Vlaardingen), Heleen Hage (Sint-Maartensdijk) en Petra de Bruin (Nieuwkoop), alle drie winnares van drie Touretappes, waren in Duizel present. Maar Mieke Havik (Volendam) stak hen na vijf etappezeges in Frankrijk ook in het Agiodorp met de overwinning de loef af. In 1985 zorgde Jan Burgmans ervoor dat de gele trui om Bergeijkse schouders kwam. Dorpsgenoot Dave Das deed hem dat in 1987 na.  

 

Vanaf 1989 werd de wedstrijd  'Om de Gele Trui' door de amateurs als avondcriterium gereden. Frank van Veenendaal boekte in de 35e jubileumuitgave de zege met een solovlucht in de slotfase van de koers. Daarmee veroverde de Sassenheimer na 1990 zijn tweede gele trui in Duizel. In 1993 won de Nieuw-Zeelander McLeay, in 1994 was Max van Heeswijk een klasse apart.

 

De edi­tie van 1997 werd er voor Anthony Theus een om in te lijsten. Na tien jaar geregeld bij de besten in Duizel te zijn geëindigd, kon hij er einde­lijk het zoet van de overwinning vlak bij huis smaken. Voor Theus betekende de winst in het avond­criterium ‘Om de gele trui’ de honderdste zege in zijn amateur­carrière. In 2000 herhaalde de sterke Westlander Wilco Zuijderwijk zijn prestaties van 1989 en 1995, zich daarmee in het Kempenland onsterfelijk makend. Marcel Alma (Harskamp) was in 2003 en in 2005 de sterkste van het elitegezelschap. En Johnny Hoogerland was in 2008 in Duizel aan de macht. Ook regiocoureur Twan Castelijns (Hapert) liet zijn naam in 2015 op de erelijst zetten. Daarop werd Gert-Jan Bosman vorig jaar de zesde renner die meermaals een Duizelse gele trui in het bezit kreeg.

 

Internationaal

 

Renners die ook dit jaar nog present zijn hebben het gezicht van de Duizelse kermisronde mee bepaald. Dubbelwinnaar Gert-Jan Bosman (Nijverdal) is er weer bij evenals Baby-Dump Kempenklassementleider Koos Jeroen Kers (Amstelveen) en Lars van de Vall (Heemstede). Topcompetitieleider Robbert de Greef (Geldrop) is erop gebrand een gele trui te bemachtigen, zodat regiorenners als Jorrit de Haas (Eersel) en Max Hendrikx (Hapert) voor een zware uitdaging komen te staan. Andere zegefavorieten zijn Jelmer Asjes (Assendelft), de broers Bryan en Dylan Bouwmans (Gemert), Bas van der Kooij (Maassluis), Rick Ottema (Muntendam), Joey van Rhee (Nijverdal), Peter Schulting (Emmeloord), Mike Trepstra (Krommenie), Tom Vermeer (Merksplas, B) en Ronan van Zandbeek (Schijndel). In de vrouwenkoers ‘Om de Gele Trui’ krijgen de streekrensters Carleen Baas (Bladel), de zusjes Ingeborg en Nielske Bremmers (Valkenswaard), Lana Verberne (Bergeijk), Lizzy Witlox (Eindhoven) onder meer tegenstand van Judith Bloem (Apeldoorn), Femke Geeris (Geldrop), Evy Kuijpers (Lierop), Tessa Neefjes (Wervershoof), Ymke Stegink (Heusden), Britt Teunissen (Ysselsteyn), Sandra van Veghel (Esch) en een tiental rensters uit de Verenigde Staten die de wedstrijden een internationaal tintje bezorgen. De roze leiderstrui in het Baby-Dump Kempenklassement is nog in het bezit van Nina Kessler (Velserbroek). Het kan haast niet anders of renners en rensters die in de toekomst nog van zich doen spreken zullen in het kermisvierende dorp hun opwachting maken. 

 

2004-2017 Bladel-Düsseldorf Geraint Thomas van etappezege in vierdaagse Acht van Bladel naar gele trui in de Tour de France

 

De Welshman Geraint Thomas was zaterdag 1 juli voor velen de grote verrassing in Düsseldorf door in die Duitse stad de individuele openingstijdrit in de Tour de France op zijn naam te schrijven en daarmee de eerste gele trui om de schouders te krijgen. Van jongs af aan heeft de Brit zich ontpopt als een wielertalent. Vooral op de baan behaalde hij op jonge leeftijd al diverse titels. Als junior won hij op de weg onder meer Parijs-Roubaix en was hij op 18-jarige leeftijd etappewinnaar in de internationale Acht van Bladel (Foto Theo van Sambeek)

 

 De 55ste editie van de VDL Groep internationale Acht van Bladel gaat donderdag 9 september 2004 voortvarend van start. Nog voordat de eerste 10 kilometer onder de wielen door zijn meldt zich al een vluchtgroep onder aanvoering van de Belgische nationale juniorenkampioen Angelo Ververken en de Nederlander Freek Wallaard. De harde wind is in die beginfase een doorslaggevende factor in het wedstrijdbeeld. Het weerhoudt de jonge Brit Ian Stannard, als eerstejaarsjunior dat jaar onder meer al winnaar van de Junior Tour of Ireland, er niet van solo in de aanval te gaan nadat de eerste vluchtgroep door het peloton is teruggepakt. Na 25 kilometer koers krijgt hij gezelschap van opnieuw de Belg Ververken, de Deen Thomas Guldhammer, de Nederlander Rob Ruijgh in het shirt van de Koninklijke Balen BC uit België, en de Britten Geraint Thomas en Daniel Martin. Lang blijven de zes leiders niet bijeen. Eerst moeten Ververken en Guldhammer pas op de plaats maken, vervolgens gaat het ook Martin vooraan te snel. De drie overgebleven leiders bouwen gestaag aan hun voorsprong op het peloton: die bedraagt maximaal 1.15 minuut. De Zweedse nationale kampioen Johan Lindgren, zijn landgenoot Fredrik Johansson, de Deen Kasper Larsen en de Noord-Nederlander Erwin Knapper zien hun poging om het peloton eveneens vaarwel te zeggen mislukken. Pas na 55 kilometer koers slaagt een negental renners daar wel in. Onder aanvoering van de Zweed Viktor Renang, in 2003 bronzen medaillewinnaar op het WK tijdrijden voor junioren, wordt de achtervolging op de drie koplopers ingezet. Ian Stannard wordt door de achtervolgers opgeslokt, de twee leiders blijven tot aan de finish voorop. In de eindsprint is Geraint Thomas, de wereldkampioen scratch op de baan en in dat voorjaar ook al winnaar van de keienklassieker Parijs-Roubaix voor junioren, Rob Ruygh te snel af. Viktor Renang wint de sprint voor de derde plaats op het podium. De Nederlandse Belg Rob Ruijgh, dat jaar onder meer eindwinnaar van de internationaal bijzonder sterk bezette Giro della Lunigiana in Italië, heeft aan de onderweg in tussensprints bijeengesprokkelde bonificatieseconden niet genoeg om de Britse dagwinnaar uit de gele leiderstrui van het algemene individuele klassement te houden. 

 

Dat Geraint Thomas een grote wielertoekomst tegemoet gaat is dan al te zien. In 2012 zal hij zich met de Britse baanachtervolgingsploeg tot Olympisch kampioen laten kronen. Dat hij ook op de weg als tijdrijder bij de besten van de wereld behoort, heeft hij met een sterke solo in de slotfase van de E3 Prijs in Harelbeke op vrijdag 27 maart 2015 weer eens aangetoond. In de slotkilometers rijdt hij zich los van zijn medevluchters Zdenek Stybar en Peter Sagan met wie hij op de Oude Kwaremont in de aanval is gegaan. De Brit uit Wales neemt daarmee een optie op nog meer vuurwerk in de vervolgfase van de voorjaarsklassiekers. Dit jaar kwam hij in de negende etappe van de Giro d’Italia aan de voet van de Blockhaus door een stilstaande motoragent ten val. Een dag later toonde hij zijn hardheid door ondanks zijn blessures achter Tom Dumoulin als tweede in de individuele tijdrit te finishen. De blessures aan schouder en knie eisten vervolgens echter hun tol, zodat hij een dag later alsnog noodgedwongen de strijd moest staken. Zijn hoofddoel van het seizoen ging daardoor in rook op. Maar de gele trui in Düsseldorf zal nu voor Geraint Thomas veel vergoeden.

 

2010 Wielrennen in Bergeijk al van voor de oorlog

 

In de Kempische wielersport is Bergeijk al sinds de vooroorlogse jaren een toonaangevend dorp. De 90-jarige Pierre Verhoeven vertelt daar in 2010 smakelijk over. “De wielersport leefde hier al volop in 1935. Kees van Poppel-Toonders, de smid van ’t Loo, reed iedere 14 dagen met een bus van Valkenswaard uit naar Antwerpen. Voor 35 cent per man kon je mee. In het sportpaleis in Deurne kon je naar de koppelwedstrijden kijken waarin Pijnenburg-Wals, Charley-De Neef, en andere koppels reden die allemaal beroeps waren. Als die koppelwedstrijden om half elf afgelopen waren, bracht Kees van Poppel iedereen weer terug naar Antwerpen. Dan mocht je tot 2 uur uitgaan. Hij haalde je weer op bij het station en dan was je ’s morgens om 4 uur thuis. Dan had je een schone dag gehad en kon je zondags uitslapen,” aldus Verhoeven. De zesdaagsen die overal verreden werden trokken toen heel veel belangstelling: in de RAI van Amsterdam, in Brussel, Antwerpen, Parijs en Berlijn. “Iedere avond waren de verslagen op de radio. De mensen zaten daar dan gekluisterd aan hun toestel naar te luisteren. Zodoende kwam de wielersport steeds meer tot leven. Er kwamen ook banen hier in de Kempen, de clubs hielden daarnaast nog wegwedstrijden. De wielersport stond net zoveel als het voetballen in de belangstelling.”

 

Zo kwam ook in Bergeijk een zesdaagse op de (toen nog houten) wielerbaan tot stand. “De eerste zesdaagse is gewonnen door het koppel Piet van Herk uit Bergeijk en Frans Glas uit Eindhoven. In Bergeijk was het ’s avonds heel druk tijdens de zesdagen. Er werden onderling weddenschappen afgesloten in het publiek, de kranten schreven verslagen. Ieder had zijn favorieten.” In 1949 werd in Bergeijk een betonnen wielerbaan geopend. Gerrit Schellens, een zoon van de smid op ’t Hof, was de animator. Maar na 1950 kwam er een andere cultuur. De mensen gingen andere dingen dan de wielersport ook interessant vinden. De wielerclubs gingen ook meer wegwedstrijden organiseren, daar was meer animo voor.”

 

Toch had voor de oorlog bij Frans Tilburgs (nu café De Snor) al een wielerclub zijn thuis. “Vanaf daar werd om de veertien dagen een wedstrijd gehouden naar Westerhoven. Het keerpunt was bij het café van Mie Bekkers, dan naar de grens in Gestel. En zo drie keer op en neer. Bij de deelnemers was altijd Piet van Herk, ook Jan Schellekens uit Hooge Mierde die hier bij de club was. En Gerrit Antonis uit Reusel. Die reden hier ook op de houten baan. Schellekens en Antonis reden af en toe als koppel. Ook Duinmayer, een zoon van een grenscommies was in die tijd een van de renners die het opnam tegen Piet van Herk. Maar Duinmayer kon nooit winnen.” Van hem weet Pierre Verhoeven nog een leuke anekdote: “Die had meer verstand als dat hij renner was. Toen het een keer heel hard waaide tijdens zo’n wedstrijd van Bergeijk naar Westerhoven en Gestel en dan weer terug naar Bergeijk, verzon hij een truc. Toen hij in de laatste ronde bij de grens in Luyksgestel kwam, had hij daar een fiets staan met een heel grote versnelling. Hij ruilde van fiets, reed met de wind in de rug het laatste stuk terug naar Bergeijk en won met grote voorsprong.”

  

Bij de foto:                                                                                                   

 

Al in 1932 werd in Bergeijk een houten wielerbaan geopend. Burgemeestersvrouw Klardie knipt het lint door. Achter haar v.l.n.r. Willem Lommers, Janus van der Horst Eindhoven, consul NWU, Kees van Poppel, burgemeester Klardie, baanbouwer van den Eynde, Dorus Donkers, jurylid Hein Bouillart, de moeder van dokter A.P.A. Hoynck van Papendrecht en Piet Verhees met aan de hand zijn zoontje Charles (Collectie Heemkundekring Bergeijk)

  

Voor meer oud-fotomateriaal uit de Kempen: zie www.wielerspiegel.wordpress.com

 

Op de foto's Hans Dekkers na een etappezege in Olympia's Tour en in de groene trui van het puntenklassement in Nederlands grootste etappekoers

 

2002 Eindhoven Domper voor Hans Dekkers op het WK in Zolder 

 

Het is begin oktober 2002. Hans Dekkers is klaar voor het WK in Zolder. Hij heeft als laatste voorbereiding met de nationale selectie (naast de Eindhovenaar  bestaat de wegploeg uit Pieter Weening, Bas Giling, Arne Kornegoor en Peter van Agtmaal) in Frankrijk de Tour de Seine et Marne gereden. Een etappekoers waarin ook professionals aan de start stonden. “De laatste maanden heb ik veel  grote koersen gereden tegen beroepsrenners, zoals de Ronde van Wallonië en de Tour de l’Avenir. Daarom heb ik de laatste tijd minder wedstrijden gewonnen. Tussen de mannen die al enkele jaren ouder zijn leer je heel veel. Die wedstrijden zijn alvast een goede leerschool voor volgend jaar. Je leert jezelf goed plaatsen in een massasprint tegen die mannen. Volgend seizoen gaan we met het Trade Team III van Rabobank nog meer van dat soort wedstrijden rijden. Dan hoop ik opnieuw wat sterker te worden.” Dus de ambitie om beroepsrenner te worden is er nog steeds? Dekkers aarzelt even. “Laat ik eerst volgend jaar nog maar eens een goed seizoen neerzetten. Dan kan ik misschien een jaar later de overstap maken.” 

Maar nu is Zolder eerst aan de beurt. “Ik werk nu naar mijn topvorm toe door goed te trainen en toch op tijd te rusten. Dadelijk op het WK zal ik mezelf niet kunnen verwijten dat ik er niet alles aan gedaan heb.” Het WK in Zolder spookt al een paar jaar door het hoofd van de Eindhovense sprinter. Al in het voorjaar stelde hij met goede resultaten zijn selectie veilig. Nu komt de afwerking aan de beurt. Legt het geen grote druk op de jonge coureur om als een van de favorieten bestempeld te worden? “Voor mezelf valt die druk wel mee. Ik weet dat ik in de gaten gehouden zal worden, omdat ik dit jaar internationaal goed heb meegedaan. Nu hangt het er vanaf hoe de koers gaat lopen. Alles moet precies in een straatje vallen om voor de overwinning te kunnen gaan. Als het een sprint wordt, durf ik mijn plaats wel op te eisen. Daarvoor ben ik rap genoeg. Maar als een andere renner van onze ploeg mee voorop zit, moet ik zijn kansen beschermen. Je kunt het vergelijken met de dag van het NK. Daar had ik misschien ook kunnen winnen, omdat ik die dag heel goed was. Door de tactiek van onze ploeg werd ik toen derde. Stel dat er een paar buitenlanders op het eind weg rijden, dan rijd je ook voor plaats drie of vier. Met heel veel geluk en goeie benen moet ik een heel eind kunnen komen.”

  

Dan breekt voor Dekkers de grote dag aan. Het zal je maar gebeuren. Dat waar je al een paar jaar naar uitgekeken hebt lukt bijna tot in de perfectie. En als je dan je doel zowat hebt bereikt, word je de grote worst die jou is voorgehouden voor je neus weggegrist. Het overkwam de jonge Eindhovenaar op vrijdag 11 oktober in het Belgische Zolder waar met een gemiddelde snelheid van 46 kilometer en 123 meter het snelste WK uit de wielerhistorie verreden werd. Na een sterk gereden wedstrijd kwam Dekkers in gewonnen positie, maar werd toch nog vlak voor de eindstreep voorbijgestreefd door de Italiaan Chicchi. De zilveren medaille was een mooie troostprijs voor de belofte uit de Achtse Barrier. Maar hoe groot was zijn ontsteltenis toen hij na de dopingcontrole, terwijl hij de verzamelde pers uitleg gaf over zijn bijna tot in de puntjes geslaagde missie, plotseling te horen kreeg dat hij het WK-zilver weer moest inleveren omdat zijn eindsprint door de wedstrijdjury als de oorzaak van een valpartij achter hem werd beschouwd.

 

De hele voorbereiding voor het wegseizoen 2002 was bij Hans Dekkers gericht op deelname aan het WK in Zolder. Daar in België zag hij, niet ver van huis en gesteund door een Nederlands supporterslegioen, de mogelijkheden om in zijn derde jaar als amateurrenner een greep naar goud te doen. Al vroeg in het seizoen had hij de selectieheren van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie met schitterende resultaten weten te overtuigen dat hij op het WK thuishoorde. In tal van grote internationale wedstrijden had hij zich al met de buitenlandse concurrentie gemeten. En herhaaldelijk was hij erin geslaagd die concurrentie het nakijken te geven als het op een eindsprint met een grote of kleine groep aankwam. Dekkers werd in enkele etappekoersen waarin ook professionals aan de start verschenen gehard in het grote werk. In de laatste weken voor de wereldtitelstrijd zette hij met de andere leden van de nationale oranjeselectie de puntjes op de i in een Franse rittenkoers.

 

Eindelijk brak de dag aan waarnaar hij zo lang had uitgekeken. Vrijdag 11 oktober was het zover. In een deelnemersveld van meer dan 150 leeftijdgenoten uit de hele wereld ging de Eindhovense neo-amateur op het autocircuit van Zolder van start. ‘Veel geluk en goeie benen’ zou hij nodig hebben, zo meldde hij in de week vooraf nog in weekblad De Trompetter. De wedstrijd verliep gunstig voor Dekkers. Kleine vluchtgroepjes werden telkens opnieuw door de hoofdmacht achterhaald. Enkele ronden voor het einde van de koers over ruim 170 kilometer gingen vijftien renners, bij wie een aantal serieuze gegadigden voor de titel, aan de haal. Die vijftien leken een onoverbrugbare voorsprong op te gaan bouwen. De oranjehemden misten de slag en stelden alles in het werk om de aansluiting alsnog te bewerkstelligen. Ze leken kansloos, omdat tal van ploeggenoten van de coureurs die voorop reden vakkundig afstopwerk verrichtten. Hans Dekkers wist zich even niet meer in te tomen en probeerde in zijn eentje de sprong naar de vijftien leiders te maken, maar zag al snel het vruchteloze van die poging in. Wat hij er wel mee bereikte was dat het peloton alsnog de leiders in de kraag vatte, zodat de wedstrijd op een massasprint uitliep. En weer was Dekkers de man in het oranje die zich in een voortreffelijke uitgangspositie voor die eindsprint manoeuvreerde. Op zowat 300 meter van de finish, achteraf gezien iets te vroeg, zette hij zich aan de leiding, daarbij een renner die hem de pas vlak langs de dranghekken leek af te snijden even aantikkend om niet ten val te hoeven komen. Vervolgens leek de Eindhovenaar recht op de titel en de regenboogtrui af te stevenen. Achter hem ontstond een valpartij. Alleen de Italiaan Chicchi slaagde er, vanuit vrijwel verloren positie naar de andere kant van de weg toerijdend, nog in zijn wiel net iets eerder dan Dekkers over de eindstreep te duwen. Een kleine teleurstelling voor de oranjeklant, maar wie al wat langer in het wielerpeloton meerijdt weet zo’n tegenslag te aanvaarden. Degene die het eerst over de meet komt is tenslotte winnaar en daar legt de concurrent zich sportief bij neer.

 

De huldiging van de eerste drie aankomenden, de nieuwe wereldkampioen Francesco Chicchi uit Italië, zilveren medaille-winnaar Hans Dekkers en brons-winnaar Francisco Guttierrez uit Spanje volgde. Na de dopingcontrole en de persconferentie was Dekkers klaar om te vertrekken toen Martin Bruin, de Nederlandse voorzitter van de internationale jury, kwam binnenstappen met de mededeling dat Dekkers na het bekijken van de filmbeelden als de schuldige van de valpartij achter hem was aangewezen. Hij zou te ver naar links zijn uitgeweken, was daarom  gediskwalificeerd en moest de zilveren plak terug  geven. Een grotere teleurstelling was bij de 21-jarige coureur nauwelijks denkbaar. Het kostte hem, met steun van de KNWU-begeleiding, even tijd om die teleurstelling te verwerken. Maar het tekent de sportman Hans Dekkers dat hij zich al snel daarna herpakte en diezelfde avond nog in het TV-programma Vak-M aan tafel bij Mart Smeets zijn ontgoocheling voor een goed deel te boven was. “Eerst baalde ik, omdat ik tweede was geworden, nadat ik even had gedacht echt te gaan winnen. Maar dan zie je al die enthousiaste Nederlanders op de tribune tijdens de huldiging. Je baalt toch nog wel een beetje, je gaat naar de dopingcontrole en je staat de pers te woord. Dan komt die tweede klap dat je het zilver moet inleveren. Iedereen heeft gezien dat ik tweede werd. Die tweede plaats pakken ze me niet meer af, ook al heb ik nu geen zilver. Het was een mooie kans om als sprinter een keer wereldkampioen te worden. Dit parcours was een kolfje naar mijn hand. Het is gewoon jammer dat ik het niet heb af kunnen maken. Voor mij is de hele affaire nu afgesloten. Vanaf nu ga ik naar het volgende wegseizoen toeleven. Dan hoop ik met de Trade Team III-ploeg van Rabobank weer mooie wedstrijden te kunnen rijden en nog een heleboel bij te leren voordat ik de definitieve overstap naar de beroepsrenners maak. Volgend jaar zien we gewoon weer verder.” Een uitspraak die aangeeft hoe een sportman niet alleen als winnaar maar ook als verliezer groot in zijn daden kan zijn. 

 

1960 Hilvarenbeek Broers Kuijs inspireerden het Beekse wielrennen

 

Wielrennen in Hilvarenbeek bestond een halve eeuw geleden uit de Beekse Omloop en de Tour de Loo. Die twee evenementen zorgden ervoor dat jongens uit het dorp de wielersport gingen beoefenen. Twee van hen, Rien en Kees Kuijs, reden in de jaren zestig met een wedstrijdlicentie in het amateurpeloton. Rien, de oudste van de twee, herinnert zich hoe hij ooit op een geleende racefiets van dorpsgenoot Toon Bosmans zijn eerste wedstrijd reed. “In mijn jonge jaren was er in Beek een groep renners die deelnam aan wedstrijden van de zogenaamde wilde bond. We reden onder meer de Ronden van Luyksgestel, Bergeijk en bij ons de Tour de Loo. In 1958 reed ik bij de nieuwelingen de Ronde van Hilvarenbeek. Ze haalden me die dag uit koers, omdat ik nog geen wedstrijdlicentie had. Ik reed mee met een rugnummer van een renner die niet op was komen dagen.” De jongens van Kuijs bleken op dat vlak weinig voor elkaar onder te doen. “Later is onze Kees, die twee jaar jonger was dan ik, ook op de racefiets geklommen. Toen ik in militaire dienst was, reed hij op mijn naam mee in de Ronde van Rijen.”Toen het er echt om ging bleek de jongere broer toch over de meeste wielerkwaliteiten te beschikken. “Die liet zich in zijn beste jaren al door Kees Kraayvanger in Eersel begeleiden en masseren.” Rien Kuijs vindt het nu nog jammer dat een zware val in een Belgische koers mooie prestaties van zijn broer verder in de weg stond. Zelf reed hij als amateur even in de West-Brabantse Kikkerop ploeg. Broer Kees, die meer dan hij helemaal voor de wielersport leefde, maakte onder meer deel uit van het team Sport ’68 waarin ook regiorenner Harrie Schoofs uit Bladel reed. “Naar de wedstrijden gingen we in het begin op de fiets, bijvoorbeeld naar Retie en Dessel, of we werden naar wedstrijden veel verder weggebracht door supporters als Jo Bekkers, Way Naaykens, Sjaak Spapens en Frans de Bruijn.” Beide coureurs begonnen na hun actieve wielrenperiode een eigen zaak: Kees had een loodgietersbedrijf, Rien werd aannemer. Kees werd lid van de Wieler Supporters Club Hilvarenbeek die pas na de actieve rennerstijd van de twee broers werd opgericht. Hij rijdt nog wekelijks met een stel oudgedienden zijn kilometers door de omgeving van Hilvarenbeek. Rien kreeg enkele jaren geleden weer een racefiets ter beschikking via de Destil ploeg van zijn schoonzoon waarin onder meer veldrijdster Daphny van den Brand reed. “Maar ik voel wel dat ik op mijn leeftijd na zo lang niet gefietst te hebben de afstanden die ik rijd weer helemaal moet opbouwen.”

Op de linkerfoto de Sport '68 wielerploeg: Zittend van links naar rechts Sjef Smulders (Tilburg), Harrie Schoofs (Bladel), Leo Bogers (Ossendrecht); staand van links naar rechts manager J. Danklof (Tilburg), Kees Kuijs (Hilvarenbeek), Kees Frijters (Zegge), ploegleider J. Flipsen (Tilburg), Bennie Cardol (Bilthoven), Rudie Liebrechts (Vlaardingen), Gerrit Veldhuizen (Maasdam), Jack van Kessel, (Deurne) Frits Hogerheide (Ossendrecht) en masseur Mari Willems (Veldhoven).

Op de andere foto Rien Kuijs in zijn kort durende actieve rennerstijd. 

Twan Castelijns tijdens de Giro 2016 met de wijzers van de klok mee:

 

Met enkele ploeggenoten bij de Giro presentatie 2016 in Apeldoorn (tweede van rechts).

 

Vlak na de start van een Italiaanse etappe in de eerste Giroweek.

 

Met ploegmaat Jos van Emden.

 

Op kop van het peloton met Steven Kruijswijk in de roze leiderstrui.

 

Twan Castelijns kijkt terug op de Giro 2016

 

Vrijdag 5 mei begint de Giro d’Italia 2017 op Sardinië. In het team LottoNL-Jumbo maakt Twan Castelijns voor de tweede keer zijn opwachting in die grote etappekoers. Hier een terugblik op zijn debuut in de Giro 2016.

 

Voor Castelijns ging vorig jaar in Apeldoorn een droom in vervulling. “Een jaar eerder zou ik nog gedacht hebben hooguit als toeschouwer bij de Ronde van Italië te staan. Nu rijd ik zelf mee in een peloton van zowat tweehonderd profcoureurs. En dan nog wel in ons eigen Nederland. Wat was het gaaf zeg, die eerste dagen van de Giro.” Vooral op de openingsdag in Apeldoorn was het genieten voor de coureur uit Hapert. "Tijdens het inrijden was het al ontzettend mooi om van alle kanten aangemoedigd te worden. Dit bleek slechts een opwarmertje voor de ‘echte’ rit. Voor mijn gevoel werden de aanmoedigingen nog eens vertienvoudigd. Vooraf was ik erg nerveus en wist ik niet wat ik kon verwachten. Als je dan eenmaal onderweg bent zit je toch in je eigen tunneltje en hoor je vooral de zee van geluid langs de kant: echt super gaaf om zoveel aangemoedigd te worden!" Lang stond hij op een eervolle plaats in de proloog. Renners van naam en faam liet hij in de korte tijdrit van bijna tien kilometer achter zich. Pas toen de grote kanonnen in de slotfase van de middag van start gingen, moest hij een aantal plaatsen in het klassement toegeven. Maar een plek bij de beste vijftig van de proloog mocht er zijn. “Je benen ontploffen en je voelt je hartslag in je keel. Maar de aanmoedigingen van het publiek en het roepen van je naam drijven je naar ongekende krachten.” Op zaterdag in de etappe van Arnhem naar Nijmegen door de Betuwe eindigde Castelijns in het grote peloton. Een dag later in ongekeerde richting door de Achterhoek en over de Posbank op de Veluwe kreeg hij het evenals een hele groep anderen door het bijzonder hoge tempo in de finale even moeilijk. Op zowel zaterdag als zondag werd de vroege vlucht op tijd terug gepakt voor de aangekondigde massasprint. "Bij het ingaan van de laatste ronde (ca 8 km voor de finish) moest ik van voren zitten om Moreno Hofland (onze sprinter) en Steven Kruijswijk (onze klassementsman) in goede positie te brengen voor de hectische finale. Dit verliep goed: Moreno sprintte naar een 4e plaats en Steven verloor geen secondes. Op zondag een zelfde soort plan, maar helaas heb ik hieraan niet bij kunnen dragen. Ik had niet mijn beste dag van het jaar en toen ik op 15 km voor het einde nog lek reed heb ik niets meer kunnen betekenen voor de ploeg. Moreno sprintte naar plaats 7 en Steven zat ook weer attent van voren. Wat heb ik genoten met al die duizenden mensen aan de kant. Wat is het mooi dat het wielrennen zó leeft in Nederland! Vooraf hadden ze me in de ploeg gezegd dat ik moest proberen te genieten. Nou dat heb ik gedaan.” Het begin van de Giro in Nederland was voor hem en de bijna tweehonderd andere renners een feest. Gedragen op het applaus en de aanmoedigingen van het publiek - 750.000 toeschouwers volgens schattingen - reed de wielerkaravaan drie dagen achtereen door Gelderland.

 

Na de verplaatsing naar Zuid-Italië op maandag vervolgde hij zijn avontuur met de LottoNL-Jumbo formatie. Zijn verwachtingen na het Nederlandse weekend in het verdere verloop van de Giro? “Hopelijk kan ik onze sprinter Moreno Hofland en onze kopman Steven Kruijswijk goed bijstaan.” Aan die verwachtingen voldeed de man uit Hapert. Na een vermoeiende reisdag naar Zuid-Italië stond op dinsdag de allereerste koers ooit op Italiaanse bodem voor Twan Castelijns op het programma. "Het vuurwerk werd voor de finale bewaard. Voor ons als ploeg was het vooral zaak om Steven uit de problemen te houden. Die reed erg sterk en zou op een mooie 3e plaats finishen. Voor mijzelf ging op 15 kilometer van de streep het lichtje langzaam uit en ben ik in een groepje naar de finish gereden. Een etappe zonder grote beklimmingen, maar in de laatste 75 kilometer toch nog ruim 1500 hoogtemeters."

 

In de etappes die volgden werd Moreno Hofland, de kamergenoot van Twan, in de 233 kilometer lange rit op woensdag naar de 5e plaats in de daguitslag geloodst. Vooral de donderdagrit met finish bergop werd een zware kluif. "Voor de slotklim was het zaak om Steven voorin af te zetten en om vervolgens een mooi groepje op te zoeken om naar de finish te bollen. Dit lukte goed en ik kon mijn kopbeurt naar behoren uitvoeren." In een groepje gelijkgezinden finishte Castelijns op een kwartier van winnaar Ulissi. "De verwachte massasprint een dag later betekende werk voor mij en dat schuw ik natuurlijk niet!" Enrico Battaglin, de Italiaan in de LottoNL-Jumbo ploeg, sprintte naar een vijfde plaats voordat Toscane in zicht kwam. "Voor het weer hadden we niet perse naar Italië hoeven gaan: dat was in Nederland toch stukken beter… Voor mij echter geen straf, aangezien ik het liever wat kouder heb dan dat drukkende weer. De benen beginnen beter aan te voelen en dat is toch ook wel een beetje fijn met alles wat nog komen gaat!" 

 

Genieten van het roze van ploegmaat Steven Kruijswijk

 

Na ruim twee weken leefde de LottoNL-Jumbo ploeg op een roze wolk. Twan Castelijns genoot met zijn teamgenoten van het voortreffelijke presteren van Steven Kruijswijk. Na winst van ploeggenoot Primoz Roglic in de lange individuele tijdrit op de tweede zondag van de Giro was het zaak kopman Steven Kruijswijk dagelijks goed voorin af te zetten in de finale van de etappes. Dat lukte aardig op de dagen na de eerste rustdag. Voor de neo-prof uit Hapert was het vervolgens telkens zorgen op tijd binnen te komen. Ook daarin slaagde hij goed. "Vanaf etappe 13 zou de Giro pas écht gaan beginnen… Klimmen, klimmen en nog eens klimmen. De ene klim iets steiler dan de andere met het klassement van Steven als hoofddoel, maar ook de tijdslimiet halen is erg belangrijk deze dagen." Tijdens etappe 13 ontplofte het gehele peloton op de eerste klim van de dag. "Ikzelf overleefde de schifting niet, maar kon op de tweede klim van de dag terugkomen in het peloton. Vervolgens overleven tot de laatste klim, proberen nog iets voor Steven te betekenen en vervolgens op tijd binnen komen. Steven was wederom ontzettend sterk en kwam weer tussen de favorieten binnen." Daarna volgde de koninginnenetappe. Een rit van 210 kilometer met 5500 hoogtemeters op de planning. "Wie verzint nu zoiets?!? De eerste 95 kilometer van de dag zou ons naar een hoogte van ruim 2100 meter brengen, waarna we vervolgens continue bleven klimmen en dalen. Het grote voordeel van veel klimmen is dat je ook veel mag dalen… Helaas waren de ‘rustmomenten’ behoorlijk schaars in deze etappe." Na ruim een uur kon Castelijns mee glippen met een grote kopgroep van 35 man. Hier werd flink door gereden en moest hij constateren dat het tempo toch net iets te hoog lag op de 2e klim van de dag. De kopgroep werd uit elkaar gereden en hij werd net na de vierde klim van de dag terug gepakt door (wat overbleef van) het peloton. "Nog even proberen te overleven tot de voet van de op een na laatste klim, echt een rotzak! Tien kilometer klimmen met bijna 10 procent is geen pretje kan ik je zeggen. Steven was echter helemaal in zijn element en kon zelfs op de slotklim wegrijden bij de overige favorieten! Een tweede plaats in de etappe en de roze trui zouden zijn deel worden!!! Echt een geweldige prestatie!" De klimtijdrit volgde met Kruijswijk in de leiderstrui. "Dat was dus voor ons vooral een kwestie van krachten sparen. We gaan in de slotweek een ontzettend zware, maar ook heel erg mooie week tegemoet! Met ons ploegje gaan we er alles aan doen om Steven bij te staan!! Die bevestigde zijn topniveau door ook nog even 2e te worden in de klimtijdrit en zo nog eens wat extra voorsprong te nemen op zijn concurrenten." Na een welkome tweede rustdag zag Twan Castelijns de laatste Giroweek met vertrouwen tegemoet. "Het gaat nog steeds goed in Italië, de benen voelen nog altijd goed en de roze trui binnen de ploeg geeft natuurlijk vleugels!"

 

Gedemoraliseerd na val maar vol respect voor Steven Kruijswijk

 

Het zag er allemaal zo goed uit voor de LottoNL-Jumbo ploeg. Steven Kruijswijk stevig in het roze met drie minuten voorsprong op zijn naaste tegenstrever Esteban Chaves uit Columbia. Na achttien dagen leek er geen vuiltje aan de lucht voor de gele Nederlandse brigade. Alles leek er op dat Kruijswijk met de eindzege aan de haal kon gaan. In de Dolomieten bergritten stond de coureur uit Nuenen zijn mannetje tegen gevestigde namen als Vincenzo Nibali en Alejandro Valverde met driemaal achtereen een tweede eindpositie in de etappes. Ook op weg naar de Alpen was alles nog rozengeur. Een groep ongevaarlijke klanten voor het eindklassement mocht zijn gang gaan. De LottoNL-Jumbo ploeg hield de koers volledig in handen. Bram Tankink, Jos van Emden, Maarten Tjallingii en Twan Castelijns bepaalden het tempo op kop van het peloton als een vluchtgroep teveel voorsprong dreigde te gaan nemen. Twan Castelijns wist niet wat hem overkwam. Een jaar eerder nog in de Nederlandse Topcompetitie als eindwinnaar gehuldigd, maar nog maar amper ooit een hoge berg gezien. En nu in de Giro! "Je verwacht niet zo snel al een grote ronde te gaan rijden. Dan mag je in je debuutjaar tussen de profs mee naar Italië! En daar mag je meewerken om Steven in het roze te houden. Zo'n situatie is natuurlijk helemaal geweldig. Wat zou het mooi zijn als we hem met de roze trui naar de finish in Turijn kunnen brengen," was zijn commentaar vier dagen voor het einde. Zelf had hij zijn inspanningen tijdens de langste etappe (236 km) om het tempo hoog te houden moeten bekopen met een staartplaats in de finale. Maar wat hinderde dat? Leider Kruijswijk legde in die finale van de donderdagrit op een steile klim iedereen zijn wil op. In de vrijdagetappe over het dak van de Giro, de 2700 meter hoge Col d'Agnello, reed de Nuenenaar als een heerser met zijn naaste rivalen tussen de eeuwige sneeuw omhoog. Hij bereikt met concurrenten Chaves en Nibali de top. Valverde heeft dan al een minuut moeten toegeven. De lange afdaling wordt ingezet. Nog maar nauwelijks op weg naar beneden voltrekt zich het drama Kruijswijk. Hij verkijkt zich op een flauwe bocht, knalt tegen een metershoge sneeuwmuur, vliegt over het stuur van zijn fiets en valt hard op de rand van het asfalt. De roze droom spat uiteen. De achtervolging in zijn eentje, later met een groepje dat hem zelf al het vuile werk op laat knappen heeft geen baat meer. Uiteraard de ploegmakkers die avond in mineur. Maar wat een veerkracht toont de rossige kopman vervolgens. Ondanks stevige blessures aan ribbenkast en linkervoet en een slapeloze nacht toch aan de start van de bergrit met drie stevige cols op zaterdag. Dat levert veel respect op bij zijn ploeggenoten. Ondanks dat het zaterdag niet is gelukt om de podiumplaats te behouden, mag de ploeg toch tevreden terug kijken op de prachtige prestaties in de Giro.

 

Tevreden gevoel

 

Steven Kruijswijk is er, helaas voor wielerminnend Nederland, niet in geslaagd zijn roze Giro leiderstrui naar Turijn te brengen. Niettemin blijft zijn vierde eindpositie een knappe prestatie van de Nuenenaar, daarbij gesteund door zijn teamgenoten van LottoNL-Jumbo. Twan Castelijns, de debutant in de Nederlandse ploeg, was vorig jaar nog amateur en werd nu in Italië voor de leeuwen gegooid. Hij was een van de tempomakers als het er op aan kwam het roze van Kruijswijk zes dagen lang te verdedigen. Helaas werd de kopman van LottoNL-Jumbo door een onbenullige val voor de eindzege uitgeschakeld. Het nam niet weg dat Castelijns aan de eindstreep in Turijn van oor tot oor kon glunderen. “Ik ben blij dat ik de wedstrijd heb uitgereden. Het was wel héél erg afzien. Drie weken koersen hakt er echt in. Iedere dag kwam ik goed binnen en ben nooit echt in de problemen geweest,” liet hij in Turijn weten. “Ja, nu ben ik echt wielrenner. En nadat Steven zich na zijn val zo goed herpakte, kunnen we de ronde alsnog met een goed gevoel afsluiten.”

 

Nu staat Castelijns met acht ploegmakkers aan de vooravond van zijn tweede Giro d’Italia. Steven Kruijswijk gaat een nieuwe poging doen om de roze leiderstrui te bemachtigen, daarbij geholpen door de Italiaan Enrico Battaglin, de Belgen Victor Campenaerts en Jurgen van den Broeck en onze landgenoten Twan Castelijns, Stef Clement, Jos van Emden, Martijn Keizer en Bram Tankink. 

 

1987 Wielerprof Hans Daams ziet de toekomst zonnig in

 

Het is eind januari 1987. Hans Daams, de enige beroepsrenner in het Kempenpers gebied, is na een kortstondig uitstapje naar het West-Brabantse land teruggekeerd naar de omgeving van zijn geboorteplaats Valkenswaard. Weekblad Kempenland Info zocht de net 25-jarige PDM-coureur op in Achel waar hij met zijn vrouw Esther een onderkomen heeft gevonden op de bovenverdieping van het Achels Bouwbedrijf, op een royale steenworp van de grens.

 

Hans Daams blijkt, in al zijn bescheidenheid, een vlotte prater. bij het gezellig knapperende houtvuur in de open haard doet hij zijn relaas over de ervaringen in de eerste twee jaren van zijn profloopbaan. "Na de Olympische Spelen in 1984 kwam ik via Jan Gisbers, de assistent-ploegleider van Kwantum, in die ploeg terecht. Dat eerste jaar ging het meteen al behoorlijk goed. Begin maart won ik de Omloop van de Vlaamse Ardennen, een semi-klassieker. Na mijn eerste profseizoen zijn Esther en ik getrouwd en verhuisden we naar Hoogerheide. Daar in Wet-Brabant woonde een aantal ploegmakkers van Kwantum en ik dacht er voordeel aan te hebben om gezamenlijk met hen te kunnen trainen. Ik had dan ook hele hoge verwachtingen van mijn tweede seizoen bij de profs. die winter trainde ik hard, misschien wel te hard, denk ik nu, al zal dat nog moeten blijken. In het begin van het wegseizoen vielen de prestaties erg tegen. Eigenlijk ben ik zowat het hele vorige seizoen achter mijn vorm aan blijven hinken. Ik kwam nooit op het niveau dat ik wilde bereiken. Ploegleider Jan Raas kreeg toen ook steeds minder vertrouwen in mij. Met Jan Gisbers, die inmiddels bij PDM aan de slag was, heb ik altijd goed contact gehad. Ik heb hem gevraagd of er in zijn ploeg nog een plaats open was in het nieuwe seizoen." Door een etappezege in de Dauphiné Libéré, een van de voorbereidingswedstrijden op de Tour de France, wordt de wens van de Valkenswaardse profcoureur al in een vroeg stadium ingewilligd. Hij maakt nog wel op gepaste wijze het seizoen 1986 vol bij Kwantum, rijdt nog een goede profronde van Nederland (3e en 4e in etappes) maar wordt niet opgesteld in de selectie voor de grote najaarsklassiekers.

 

Wintersport

 

Eind september zet Daams zijn fiets een maand lang aan de kant. Het jonge paar verhuist van Hoogerheide naar Achel, een meer vertrouwde omgeving voor Esther Daams-van de Wiel in haar geboortestraat Achel-Station, ter plaatse Achel-Statie genoemd. Hans sluit zich aan bij atletiekvereniging AVV in Valkenswaard. "Even wat andere spieren in werking stellen die je bij wielrennen niet gebruikt. Anders ben je zo eenzijdig bezig. Ik houd ook wel van hardlopen. Dat is allemaal eens wat anders, hè. Zo ben ik ook weer langzaamaan door de bossen gaan rijden en heb ik enkele crossen gereden. Met de PDM-ploeg zijn we een week op wintersport geweest in de Franse Alpen, ook al iets wat ik nooit had gedaan. Daar kreeg ik de smaak van het langlaufen te pakken en bij terugkomst ben ik nog een week met Esther naar het Sauerland geweest. Het is allemaal eens wat anders dan steeds maar met je fiets bezig zijn."

 

Hans Daams ziet aan het begin van het wegseizoen 1987 een groot voordeel in de toetreding tot de PDM-ploeg. "We rijden een dubbel programma en daardoor komen alle renners ook in het voorjaar goed aan bod. Heel anders dan bij Kwantum waar maar de helft van de ploeg in competitie kwam. Terwijl anderen de Ronde van de Middellandse Zee en Tirreno-Adriatico reden waas ik thuis aan het trainen. Daardoor liep ik achterstand in competitie op wat me het hele seizoen heeft opgebroken." Hij heeft zelf het gevoel dat hij beter kan dan hij tot nu toe presteerde. "De doorlopende lijn is vorig jaar even onderbroken geweest, maar dat wil ik nu zo snel mogelijk herstellen. Niet alleen voor mezelf, maar ook als eerbetoon aan Jan Gisbers die steeds vertrouwen in me hield."

In de Ronde van de Amerika's laat Hans Daams zich in 1989 als klassementsleider huldigen

 

Vervolg

 

Hoe het Hans Daams sindsdien is vergaan? Vroeg in zijn eerste seizoen bij PDM wint hij de Ronde van Friesland en het sprintklassement in de Catalaanse Week. In kleinere wedstrijden rijdt hij naar een vijftal podiumplaatsen. Een jaar later wint hij in Groot-Ammers en schrijft de Belgische Kustpijl op zijn naam. In 1988 gaat het crescendo: hij rijdt zich naar het podium in twee etappes van de Vierdaagse van Duinkerken, in de Scheldeprijs in Schoten en in de Belgische Sluitingsprijs in Putte-Kapellen. Zijn beste seizoen wordt 1989 met een dubbele zege in de Ronde van de Amerika’s. Hij wint een etappe in Venezuela en verdedigt zijn leiderstrui tegen toppers als Pedro Delgado, Stephen Roche en Greg LeMond tot op de slotdag in Florida. Later wint hij ook nog een etappe in de Ronde van Zweden en staat daar nog twee keer als tweede op het podium. Zijn mooie resultaten hebben uitverkiezing in de Tour de France ploeg tot gevolg. Maar vlak voor de Tour slaat het noodlot toe. Vanwege hartritmestoornissen moet Daams noodgedwongen uit competitie blijven. Daardoor ziet de Kempenaar deelname aan de Tour de France in rook vervliegen. Vanaf het ziekenhuisbed moet hij de verrichtingen van zijn ploegmakkers op de teevee volgen. Een lange periode van gedwongen thuis zitten volgt. Hij heeft een tijd nodig om de klap te verwerken dat hij door de artsen wordt afgeraden nog langer topsport te bedrijven. “In beperkte mate kan en mag ik nog bijna alles doen. Met inspanningstesten wordt mijn fysieke conditie gepeild. Na mijn geval zijn ze voorzichtig geworden. Alle renners van de PDM-ploeg ondergaan uitgebreide testen op nieuw aangeschafte apparatuur,” meldt hij in het voorjaar van 1990. Het kan niet voorkomen dat de Fries Johannes Draaijer plotseling aan een hartstilstand overlijdt. Een nieuwe klap voor de herstellende Daams. Voor hem is het probleem dat je als topsporter met hartritmestoornissen meteen werkloos bent. Hij moet er zijn hele wereld voor omgooien. Als afleiding gaat hij zich toeleggen op de training van de nieuwelingen bij zijn vereniging TWC De Kempen. Later begint hij met Peter Theuns in Achel-Statie de Wielershop Achel die hij op eigen naam voortzet en die tot een goed florerende zaak is uitgebouwd. Bij de wielersport blijft de oud-Valkenswaarder betrokken nu zijn dochter Jessie in de vrouwenpelotons te vinden is.

 

 

2017 Luyksgestel Tweemaal zilver voor Harrie Lavreysen op WK baanwielrennen

 

Het mag als een unicum worden beschouwd. Een jongen uit de Kempen die als baanwielrenner met de nationale selectie wordt uitgezonden naar een WK. Voor Harrie Lavreysen is dat deze week werkelijkheid geworden. De 20-jarige Luyksgestelnaar bezorgt woensdag 12 april 2017 met zijn teamgenoten in Hong Kong in een oranje shirt Nederland de zilveren medaille in de teamsprint. Zaterdag 15 april verrast de debutant nogmaals met zilver op de individuele sprint, het koningsnummer van de wielerbaan. Na een periode met schouderproblemen heeft de ex-BMX'er van fietscrossvereniging De Durtrappers uit Luyksgestel zich op de latten van de wielerbaan naar de internationale top gewerkt.

 

Zes jaar is Harrie Lavreysen als hij zich bij De Durtrappers aanmeldt. De training bij zijn vereniging leidt vanaf zijn twaalfde tot drie nationale titels op de crossfiets. En op 14-, 15- en 16-jarige leeftijd brengt hij het zelfs driemaal achtereen tot Europees BMX kampioen. Een glansrijke carrière met de Olympische Spelen van Tokio in 2020 lijkt dan in het verschiet. Hij krijgt een plekje op nationaal sportcentrum Papendal en gaat op 16-jarige leeftijd daar in de omgeving van Arnhem op kamers wonen. Maar dan gaat het tijdens een wedstrijd in Duitsland goed mis. Schouder uit de kom. "In de ziekenwagen hebben ze m'n schouder gezet. Ik voelde de botten knarsen." Een operatie en bijna een half jaar revalidatie volgt. Bij de eerstvolgende training komt hij opnieuw ten val. En weer wordt opereren noodzakelijk met een half jaar revalidatie als toegift. Als de wind hem bij een derde poging uit balans brengt waardoor zelfs beide schouders uit de kom schieten is het advies van de artsen duidelijk. Stoppen met die sport waarbij hindernissen tot wel acht meter hoog moeten worden genomen!

Tijdens wattagetesten van BMX'ers en baanwielrenners op Papendal is Lavreysen intussen bij de bondscoach van de baanrenners door zijn fysiek al opgevallen. "Ik heb blijkbaar een goede bouw voor de baansport met mijn bijna 95 kilo. Nu heb ik er geen spijt van te zijn overgestapt," zegt de student natuurkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Eind 2016 verovert hij zilver en tweemaal brons op het NK. Hij traint op de wielerbaan van Apeldoorn en bedrijft zijn sport met steun van de Luyksgestelse bedrijven Sengers Metaal en Buja.  

Inmiddels is Lavreysen naar Apeldoorn verhuisd. Om te wennen aan de tijdsovergang naar het verre oosten traint hij voor het vertrek naar de WK baanwielrennen met de nationale selectie een week lang elke dag telkens een uur vroeger. "Donderdagavond sliep ik al om 7 uur, vrijdagochtend trainden we om 5 uur." Zondag vertrekt hij met de baanploeg naar Hong Kong. Op woensdag 12 april stunt WK-debutant Lavreysen met Nils van 't Hoenderdaal en Matthijs Büchli door in de eerste ronde olympisch kampioen Groot-Brittannië in de teamsprint te verslaan. In de finale moet de Luyksgestelnaar met Jeffrey Hoogland en Matthijs Büchli hun meerdere erkennen in Nieuw-Zeeland: 44,049 om 44,382. De ontmoeting tussen Nieuw-Zeeland en Nederland is een herhaling van de WK-finale van vorig jaar. Ook in Londen waren de Nieuw-Zeelandse baanwielrenners destijds te sterk. De afscheid nemende Duitse bondscoach René Wolff kiest tijdens het WK toernooi in Hong Kong in iedere race voor een wisselende samenstelling van de oranjeploeg. "Om steeds over zo fris mogelijke mannen te beschikken, maar ook omdat we in de breedte een zeer sterke ploeg hebben, waarin de renners nauwelijks voor elkaar onderdoen."

 

Na zijn voortreffelijke prestatie in de teamsprint slaagt Lavreysen er in het individuele sprinttoernooi in zich als debutant te plaatsen voor de halve finale door de Nieuw Zeelander Ethan Mitchell in twee heats te verslaan. In de finale van het koningsnummer moet de Luyksgestelnaar het hoofd buigen voor de grote favoriet van het sprinttoernooi, de elf jaar oudere Denis Dimitrijev uit Rusland. De zilveren medaille van Lavreysen is het eerste Nederlandse eremetaal op de sprint sinds Theo Bos in 2007 de wereldtitel won na ook al in 2004 en 2005 de regenboogtrui te hebben veroverd.

Voor Harrie Lavreysen komen er nieuwe doelen aan: in maart 2018 de WK in eigen land op zijn thuisbaan in Apeldoorn, in 2020 de Olympische Spelen in Tokio, niet als BMX'er maar als baansprinter.

Met de wijzers van de klok mee: Harrie Lavreysen in de outfit van zijn Luyksgestelse sponsoren - het oranjeteam dat in Hong Kong zilver verovert met rechts Harrie Lavreysen - de Luyksgestelnaar klaar voor de start - Lavreysen in volle actie.

Bladel 2002 Jonge belofte Fabian Cancellara wint Grote Prijs Erik Breukink 

 

De nog jonge Fabian Cancellara in Bladel tijdens de 1e GP Erik Breukink in 2002 (Foto Theo van Sambeek)

De eerste editie van de Grote Prijs Erik Breukink wordt in 2002 door de Stichting Wielerevenementen Het Snelle Wiel uit Bladel in samenwerking met een organisatie uit het Belgische Riemst georganiseerd. In de persoon van de jonge Zwitser Fabian Cancellara, enkele jaren eerder tweemaal achtereen wereldkampioen tijdrijden bij de junioren, krijgt de driedaagse profkoers een renner met grote verwachtingen voor de toekomst als eindwinnaar.

 

In de eerste etappe Bladel – Riemst (B) moet een massaspurt de beslissing brengen. Op het brede aankomstparcours in Riemst-Herderen gaat onze landgenoot Stefan van Dijk (Lotto-Adecco) met een verschil van hooguit enkele centimeters de Duitser Olaf Pollack (Gerolsteiner) en bergklassementsleider Bernard Eisel (Mapei-Quick Step) uit Oostenrijk vooraf. In de tweede etappe wordt de vlucht van de dag in de Belgische Ardennen gevormd door de Fransman Emmanuel Magnien (Bonjour), Stefan Adamsson (Team Coast) en zuiderbuur Wim Vanhuffel (Vlaanderen T-Interim). Het trio voert eendrachtig samenwerkend de voorsprong op tot maximaal zes minuten. De jonge Zweed Adamsson doet goede zaken voor de bergklassering door in Henri-Chapelle, op de Baraque Michel, de Surister en Thimister als eerste boven te komen. Toch moet opnieuw een massasprint de beslissing brengen. Nu trekt het kleine Franse sprintkanon Jimmy Casper (La Française des Jeux) in Riemst aan het langste eind vóór Stefan van Dijk die daarmee aan de leiding blijft in het algemeen klassement. In de zondagochtend etappe naar Bladel krijgt niemand voldoende speelruimte, ook niet de Fransman Thierry Gouvenou (BigMat) die de Belg Gorik Gardeyn (Lotto-Adecco), teamgenoot van de man in de blauwe leiderstrui, als waakhond meekrijgt. Voor de derde opeenvolgende keer moet een massasprint uitwijzen wie als winnaar gehuldigd wordt. Met voor het blote oog niet waarneembaar verschil flitsen Jimmy Casper en Stefan van Dijk als eersten over de aankomstlijn in de P.G. Ballingslaan. Zelfs op de finishfoto is amper te zien wie zijn wiel het eerst over de lijn drukt. De aankomstrechter neemt een beslissing in het voordeel van Van Dijk, zodat Casper zich morrend bij dat oordeel neerlegt. Van Dijk blijft uiteraard leider in het algemeen klassement, terwijl Casper (23) opnieuw de turquoise aanvoerderstrui van het jongerenklassement om de schouders krijgt.

 

De individuele tijdrit moet zondagmiddag de beslissing brengen in de 1e GP Erik Breukink. Nog 109 renners staan op gelijke hoogte in tijd in het tussenklassement en in die grote groep bevinden zich tal van erkende tijdrijders. Lang blijft de al vroeg gestarte Michael Rich (Gerolsteiner) leider in de tussenstand na zijn rit van 17,6 kilometer. De Fransman Eddy Seigneur (Jean Delatour) en de Litouwer Arturas Kasputis (AG2R) komen het dichtste in de buurt van de tijd die de Duitser scoort. Steven van Malderghem (Landbouwkrediet-Colnago) zet als eerste een snellere tijd dan Rich op de klokken. Coureurs als Jacky Durand (Française des Jeux) en de Nederlandse kampioen tijdrijden Bart Voskamp (Bankgiroloterij-Batavus) slagen daar niet in. De jonge Zwitser Fabian Cancellara maakt de verwachtingen van zichzelf en van de insiders die hem als favoriet hebben getipt, waar. Hij knabbelt twaalf seconden van de snelste tijd af. Daar kan ook de even later gestarte tijdritspecialist Bradley McGee uit Australië (Française des Jeux) net niet aan tippen. Cancellara, zoon van een Italiaanse vader, bezorgt zichzelf met de overwinning in de tijdrit en tevens de eindzege van de 1e GP Erik Breukink daags vóór zijn 21ste verjaardag een prachtig cadeau.

Individueel eindklassement: 1 Fabian Cancellara, 2 Bradley McGee, 3 Steven van Malderghem, 4 Bart Voskamp, 5 Filippo Pozatto, 6 Olaf Pollack, 7 Remco van der Ven, 8 Eddy Seigneur, 9 Arturas Kasputis, 10 Marc Streel.

 

Deirdre Demet (USA) wint vierde etappe in Diessen

 

AMEV Ladies Trophy vervangt Omloop van ‘t Molenheike in 1994

 

Niet een renster van de Nederlandse oranje selectie maar Monica Valvik uit Noorwegen schrijft in 1994 de Internationale AMEV Trophy in het kader van de wereldbeker op haar naam. Na twaalf jaar als Omloop ’t Molenheike op de wielerkalender te hebben gestaan, is de etappekoers vanuit Diessen van naam veranderd. De 23-jarige Noorse renster toont zich daarmee de beste van een sterk deelneemstersveld dat wordt aangevoerd door wegwereldkampioene Leontien van Moorsel, baanwereldkampioene puntenkoers Ingrid Haringa, beiden uit eigen land, en Olympisch kampioene Kathy Watt uit Australië. Voor Nederland staan ook Monique Knol, Lenie Dijkstra, Danielle Overgaag en de coming ladies Elsbeth Vink en Yvonne Brunen aan de start. Uit de Verenigde Staten is er tegenstand van Alison Dunlap en Julie Young. De Russinnen Samokavalova en Bubenkova doen mee voor de volle winst evenals de Franse rensters Marion Clignet en Cecile Odin. Heidi van de Vijver voert de Belgische ploeg aan en tegenstand komt er ook nog uit Canada (Sue Palmer en Linda Jackson), Zweden (Marie Holjer en de jonge Susanne Ljunskog), Italië (Nada Christofoli), Denemarken en Zwitserland. Kortom: een renstersveld om van te smullen. Ingrid Haringa, in 1993 eindwinnares in Diessen, moet zich nu tevreden stellen met de proloog-puntenkoers zege in Tilburg vóór Svetlana Samokovalova en Monica Valvik. De jonge boerendochter uit Swifterbant in de oostelijke Flevopolder Yvonne Brunen zegeviert in de tweede etappe door Julie Young en Monica Valvik achter zich te houden. Valvik triomfeert in de langste etappe op zaterdagavond vóór Marie Holjer en Monique Knol. Deirdre Demet (USA) klopt op zondagmorgen vluchtgenote Catherine Reardon (Australië). En in de afsluitende individuele tijdrit stelt Monica Valvik orde op zaken door een zege door respectievelijk Holjer, Clignet, Young, Samokovalova en Watt een aantal seconden aan de broek te smeren.  Na vijf etappes blijkt dus Monica Valvik, eerder ook al zeven dagen aan de leiding in de Ronde van de Franse Aude, de sterkste van het veld. Op het eindpodium wordt zij geflankeerd door Samokovalova en Young. De jonge moeder Valvik – zij heeft al een dochtertje van vier uit haar huwelijk met een discuswerper van de nationale Noorse ploeg – is na een korte onderbreking van haar wielercarrière weer helemaal terug aan de top. Yvonne Brunen klasseert zich in Diessen uiteindelijk als beste landgenote op de vierde plaats net buiten het podium.

Winnaar Luyksgestelse kermisronde 1996 in vorm

Herold Dat rekent in 1997 weer op een sterk zomerseizoen

 

In 1996 greep Herold Dat in Luyksgestel, gadegeslagen door enkele duizenden toeschouwers, na een spijkerharde koers de zege in de kermisronde. De renner van Europolis klopte negen renners die met hem voorop waren gaan rijden in de finale van het avondcriterium. Samen met Gerard Kemper uit Volendam en Budelnaar Sandro Bijnen  kwam de militaire sportin­structeur uit Lierop na een machtige eindsprint op het huldi­gingspodium.

 

Twee seizoenen op rij won Dat jaarlijks een tiental wed­strij­den. In het voorjaar van 1997 was hij in de Ronde van Helmond alweer de aller­beste van de dag. Daar­naast toonde hij zich in zijn eigen woonplaats Lierop de sterkste individuele tijdrijder van het Zuid-Oost Brabantse wielerdistrict. In de zomercriteriums is voor Dat de oogsttijd aangebroken. Voor de jaarlijkse kermisronde van Luyksgestel zegt hij: "In de komende maanden zal ik in de criteriums weer mijn slag proberen te slaan. Natuurlijk weten de andere renners ook wel dat ze met mij rekening moeten houden. Ze zullen mijn wiel dan ook wel weer gaan kiezen. Daar hebben zij het goede recht toe. Voor mijzelf zal het zaak zijn om nog wat scherper dan anders te zijn. Ik heb eigenlijk nooit zo goed gereden als dit jaar, al kun je dat aan mijn uitslagen niet altijd merken. Maar de situa­tie in de topcompetitie is ook wel een beetje scheef gegroeid door de deelname van de beroepsrenners aan de grote amateur­klassiekers in ons land. Niet dat ik daar rouwig om ben. De profs hebben de finales van de wedstrijden hard ge­maakt. Daardoor is ook mijn niveau gestegen. Dat voel ik goed."

 

Constant

 

In de grotere wedstrijden waaraan hij wekelijks deel nam heeft Herold Dat in het voorjaar van 1997 heel constant gereden. De Dokkum Woudenomloop, de eerste topklassieker in maart, beëindigde hij op de 7de plaats. Ondanks de deelname van enkele beroepsren­ner­steams in de topcompetitie reed Dat zich toch zowat overal bij de eerste dertig prijsvechters. In Olypia's Tour, de tiendaag­se etappewedstrijd in eigen land, klasseerde hij zich in de etappe naar Schijndel als zesde. Hij reed voor zijn doen een goede proloog. De 18de plaats tussen de profs en de bij­zonder sterke Italiaanse ploeg gaf hem voldoening. In het eindklasse­ment werd hij 26ste. Een paar weken voor Luyksgestel eindigde hij als 16de in het Zeeuws-Vlaams Wieler­weekend. Daar werd de eerste etappe op zaterdag door het noodweer onderbroken. "Door donder, bliksem en storm raakten renners van de weg af, braken takken van de bomen en werd het hooi van de velden geblazen. De jury nam een verstandig besluit om de koers te neutralise­ren. In de avond-tijdrit werd ik achtste. Zondag miste ik de slag, omdat ik net even een plas deed toen een aantal renners gas gaf."

 

Trouwen

 

Al eerder dat jaar finishte Herold Dat in de Ronde van Gerwen achter Anthony Theus uit Bergeijk op de tweede plaats. Na de finish vroeg hij de microfoon van speaker Jan Peeters. Hij had nog iets bijzonders te melden. De bloemen die hij had gekregen overhandigde hij aan zijn vriendin Maria met het verzoek of die met hem wilde trouwen. "Ze was die dag jarig en heeft toen ja gezegd. Ze staat helemaal achter mijn activiteiten in de wielersport. Een renner heeft dat ook nodig. Als de macaroni of de spaghetti niet op tijd klaar staat, kun je het als renner wel vergeten. De achterban mag ook wel eens in de krant vernoemd worden," aldus de 26-jarige sportleraar op de Konink­lijke Militaire Kader­school in Weert. Dat is een coureur die precies weet wat hij wil. Planningen komen bij hem vaak uit. Zoals in 1996 toen hij aankondigde dat hij voor eigen publiek alles op alles zou zetten om de klassieke Dr. Pepper­race in zijn woonplaats te winnen. Hij maakte zijn favorieten­rol waar en de zegebloemen waren in die wedstrijd voor de sympathieke coureur uit Peel­land.