Op deze pagina staan bewerkte en verkorte verslagen van wedstrijden alsook andere artikelen die in de loop der jaren van mijn hand in de weekbladen van Kempenpers werden geplaatst

 

 

INHOUD: 

 

 

2018 Westerhoven-Bergeijk Maud Kaptheijns vecht voor een toppositie op EK

2010 Valkenswaard LSE team TWC De Kempen als Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg 

2018 Hapert Aniek van Alphen een belofte in het vrouwenwielrennen 

2000 Bladel Alain van Katwijk maakt favorietenrol waar in Ster van Brabant

2002 Oostelbeers Adrie van der Poel op stimuleringsdag cyclo-cross

2001 Duizel Twee topfavorieten Jurgen van Pelt en Wilco Zuijderwijk geven elkaar weinig toe

2018 Bladel Talent verloochent zich niet in Acht van Bladel

2004 Hapert Kenny van Hummel wint jaarlijkse kermisronde

2006 Westelbeers Theo Eltink kijk terug op loodzware Giro d’Italia

1963 Veldhoven Omloop der Kempen winnaar Arie den Hartog

1998 Luyksgestel/Duizel/Bladel Max van Heeswijk doet het ook bij de profs uitstekend

2003 Veldhoven Alain van Katwijk volgt Mark Vlijm op als winnaar Omloop der Kempen

1985 Valkenswaard Hans Baudoin klaar voor Omloop van de Baronie en Ster van Brabant

1985 Eindhoven-Veldhoven Bert Oosterbosch met Post-ploeg in training op Kempische wegen

2017 Westerhoven Maud Kaptheijns koningin van het veldrijden

2003 Veldhoven Thomas Dekker klopt favoriet Fabian Cancellara in proloog Ster Elektrotoer

2010 Luyksgestel De speciale band van Jan Peeters met het grensdorp

2003 Bladel Erik Dekker bij rentree eindwinnaar van Grote Prijs Erik Breukink

1987 Valkenswaard koesterde weer de Tourhelden

1997 Steensel Meeste applaus voor Paul van Schalen

2017 Duizelse kermisronde al 60 jaar aan gele trui gekoppeld

2004 Bladel-Düsseldorf Geraint Thomas van etappezege in vierdaagse Acht van Bladel naar gele trui in de Tour de France

2010 Bergeijk Wielrennen al van voor de oorlog

2002 Eindhoven Domper voor Hans Dekkers op het WK in Zolder

1960 Hilvarenbeek Broers Kuijs inspireerden het Beekse wielrennen

2017 Hapert Twan Castelijns kijkt terug op de Giro 2016

1987 Achel Wielerprof Hans Daams ziet de toekomst zonnig in

2017 Luyksgestel Tweemaal zilver voor Harrie Lavreysen op WK baanwielrennen

2002 Bladel Jonge belofte Fabian Cancellara wint Grote Prijs Erik Breukink 

1994 Diessen AMEV Ladies Trophy vervangt Omloop van ‘t Molenheike

1997 Lierop Herold Dat rekent weer op een sterk zomerseizoen

 

2018 Westerhoven-Bergeijk Maud Kaptheijns vecht voor een toppositie op het EK in Rosmalen

 

(door Piet Gijsbers, foto Marcel van de Meulengraaf) 

 

Vorig jaar rond deze tijd kon Maud Kaptheijns als de koningin van het veldrijden worden betiteld. Liefst zeven keer stond de veldrijdster uit Westerhoven in de grote internationale crossen op het hoogste trapje van het podium. Hoe anders is het dit seizoen. Tot nu toe werd Kaptheijns, inmiddels verhuisd naar Bergeijk, door tegenslag getroffen. 

 

Wat een weelde vorig jaar in de herfst voor Maud! Ze reeg in de beginfase van het veldritseizoen de zeges aaneen. Ze won week in week uit crossen zonder dat het haar echt moeite leek te kosten.. Viermaal was zij de beste in een Super Prestige wedstrijd: in Gieten, in Zonhoven, in Boom en in Ruddervoorde. Ze schreef de wereldbekercross in Koksijde op haar naam en stond op het podium in Neerpelt, Ronse en Kruibeke. In Rosmalen was zij de beste van de dag, al ging dat in de GP van Brabant gepaard met een val over de balken waarbij zij een diepe vleeswond onder de knie opliep. Die blessure ging opspelen. Een paar weken achtereen belette een ontsteking aan de wond haar mee te strijden voor de overwinning. Toen daar nog buikgriep gepaard met koorts bovenop kwam, moest zij noodgedwongen een stapje terug doen. Maar op het NK in Surhuisterveen meldde ze zich weer vooraan met het zilver achter kampioene Lucinda Brand. Podiumplaatsen regen zich weer aaneen.

Inmiddels is het nieuwe veldritseizoen alweer een eind gevorderd. Eind september maakte Kaptheijns de oversteek naar Amerika voor de eerste wereldbekercross in Waterloo. Achter winnares Marianne Vos reed ze naar de 7e eindpositie. Maar vervolgens ging het goed fout. “Op een trainingsrondje kwam ik lopend ten val op een weg die bezaaid was met gaten. Ik had een diep gat in mijn knie, maar nog veel erger was een flink gezwollen enkel. Die blessures beletten me om in de tweede wereldbekercross in Iowa van start te gaan.” De Super Prestige openingsveldrit in Gieten werd het heroptreden van Kaptheijns. “Met wat ziekte in mijn lijf reed ik er naar de 5e plaats. In de SP cross van Boom had ik beter niet kunnen starten, omdat ik me ziek voelde. Maar ik wou even in beeld rijden voor mijn sponsor Crelan-Charles. Het was niet slim van me daar mee te doen, ook al finishte ik als 10e.” De aansluitende wereldbekercross in het Zwitserse Bern sloeg ze daarom over en ook de Nacht van Woerden was niet aan haar besteed. De GP Neerpelt (5e) en de SP cross van Ruddervoorde (9e) geven weer hoop. “Nu richt ik me op de Europese titelstrijd van komende zondag 4 november in Rosmalen. En volgen onder meer nog zandcrossen in Koksijde en Zonhoven die me goed liggen. Het is allemaal niet zo positief als vorig jaar. Maar na een goede zomertraining voel ik dat het ondanks een zware verkoudheid met mijn vorm wel goed zit.”

 

 

2010 Valkenswaard LSE team TWC De Kempen als Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg

 

 De nieuwe Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg die als kweekvijver voor nieuw regionaal wielertalent moet gaan fungeren (foto Theo van Sambeek) 

 

Voor een goed gevulde kantine in het vernieuwde clubgebouw presenteerde Tour- en Wielerclub De Kempen begin februari haar nieuwe wielerploeg. Een jonge ploeg vol ambitieuze beloften en elitecoureurs die niet alleen de trots van de Valkenswaardse vereniging kan wegdragen maar ook die van het districtsbestuur Zuid-Nederland en van het Wielerplatform Brabant. De Baby-Dump/Wilvo/Lemmens ploeg is een voor Noord-Brabant uniek initiatief, gevuld met voor het merendeel jonge renners in een bijzonder fris ogende groen-witte outfit. Het team moet de wielersport in het zuiden de komende jaren van nieuwe impulsen gaan voorzien. TWC De Kempen blijft daarmee een b(l)oeiende vereniging.

 

(door Piet Gijsbers) 

 

Paul Dekkers zal met zijn 25 lentes als speerpunt van de nieuwe ploeg gaan fungeren na een door lichamelijke mankementen nogal tegenvallend wegseizoen 2009. De eliterenner uit Gerwen voelt zich nu weer prima en liet dat in de eerste Veldhovense trainingsritten al tot uiting komen in de van hem bekende aanvallende rijstijl. Opvallende namen in het team zijn die van Gilles Bogers (19) uit Budel en Jeroen Dohmen (22) uit Born, beiden met een vader (John Bogers en Matthieu Dohmen) die in het verleden van zich deed spreken. Met zijn zilverkleurige raceschoentjes trok de jonge Bogers de aandacht, maar deed nog geen grote uitspraken over mogelijke prestaties in de toekomst. “ Ik doe mijn best, maar mijn vader was een echt groot talent. Of ik prof wordt net als pa? Natuurlijk wil elke renner dat, maar ik acht mijn kans toch maar klein.” De meeste jonge coureurs bezondigden zich niet aan grootspraak. Al liet Geldroppenaar Robert de Greef (18), vorig jaar bij de junioren goed voor een vijftiental podiumplaatsen, duidelijk zijn ambities blijken: “Ze zullen me eraf moeten rijden, want ik ga aanklampen bij de betere coureurs.” Erik Bierens uit Duizel (19) gaat komend wegseizoen voor minimaal een top tien eindklassering in het Baby-Dump Kempenpers klassement na twaalf regionale wedstrijden. De Eindhovense microfonist Jan Peeters die de presentatie van commentaar voorzag kon niet genoeg beklemtonen dat hij de renners van de nieuwe ploeg zeker vooraan in dat klassement verwacht. Ploegleider Ruud Jansen hield daarbij nog een slag om de arm: “ Om de wedstrijdspanning niet al te zeer te beïnvloeden willen we hooguit zes of zeven renners per wedstrijd laten inschrijven.” Met naast Dohmen nog een zestal renners uit Limburg in de ploeg zal er geduchte onderlinge concurrentie kunnen ontstaan voor de deelname aan de klassiekers in onze zuidelijkste provincie. Maar het programma van de ploeg is zodanig dat er zeker voor iedere renner genoeg startgelegenheid over blijft in het grote werk. TWC De Kempen heeft in het verleden in binnen- en buitenland met klinkende prestaties van haar renners zoveel goodwill opgebouwd dat nu in meer dan vijftig grote eendaagse en meerdaagse wedstrijden gestart kan worden. Na een trainingsweek in de Franse Var begint een selectie van de groen-witten aan het wegseizoen in de Ster van Zwolle. Daarna volgen wedstrijden in België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg met in eigen land Olympia’s Tour als kers op de taart. ”We krijgen prachtige fietsen ter beschikking, maar de benen zullen het toch moeten doen,” aldus Ralph Gelens (20), een van de twee renners van boven de rivieren.

 

Bergeijkse signatuur 

 

Opmerkelijk is dat het nieuwe wielerteam gesponsord wordt door drie bedrijven met een Bergeijkse signatuur. De tweelingbroers John en Hub Burgmans, nu de directie van Baby-Dump vormend, reden beiden als jonge coureurs zeer verdienstelijk op een licentie bij TWC De Kempen. Oud-motorcoureur Jan Lemmens is met zijn metaalbedrijf een steunpilaar van de groen-witten, evenals zijn sportmakker Louis Vosters die niet alleen op de motor maar ook met broer Antoon op de racefiets zijn mannetje heeft gestaan en nu met Wilvo Metaalbewerking aan de weg timmert. Districtsvoorzitter Marten de Lange uit Leende uitte zijn bewondering voor het Valkenswaardse initiatief in een tijd dat ook de wielersport wat moeilijker aan de centen komt. En Wil Bellemakers uit Luyksgestel, die zich als voorzitter van het Wielerplatform Brabant inzet om de sport op het smalle zadel in eigen provincie tot ver daarbuiten te promoten, wees nog maar eens op al die nationale kampioenen die TWC De Kempen jarenlang voortbracht.

 

Interim clubvoorzitter Albert van Maasakkers maakte van de gelegenheid gebruik om de Kempener Koerier wisselbeker uit te reiken. Amateur Niels Hamers, vanwege zijn werk verhinderd, had de meeste punten in het seizoen 2009 bijeen vergaard. Ralf Hamers, de winnaar van het Baby-Dump Kempen Pers klassement, zelf als tweede geëindigd in de puntenstand van de Kempener Koerier bokaal, nam de trofee als vervanger van zijn broer in ontvangst. En nieuwelinge-dame Maud Kapteyns legde op plaats drie en daarmee op een welverdiende bloemenruiker beslag. De Valkenswaardse vereniging doet zelf ook een duit in het zakje bij de financiële ondersteuning van het nieuwe team. De aan de vereniging gelieerde Stichting Wielersport Valkenswaard wil met een structurele en professionele aanpak het nieuwe wielerproject garanderen, zodat de ploeg van 17 coureurs zich landelijk op een hoger plan kan gaan bewegen. Het team bestaat uit de 12 beloften Erik Bierens (Duizel), Melvin Bijnen (Hamont/Achel), Gilles Bogers (Budel), Ralph Gelens (Hendrik Ido Ambacht), Robbert de Greef (Geldrop), Patrick Hupkens (Maastricht), Jasper Mandjes (Koersel, België), Ritchie Motké (Beek), Enno van Os (Uden), Bruce Rayer (Venlo), de broers Geert en Harm van der Sanden (Nuland), en de elite coureurs Maarten Boonen (Harderwijk), Paul Dekkers (Gerwen), Jeroen Dohmen (Born), Thijs Droogmans (Roosteren) en Luuk Metsemakers (Neer).

 

Note:

Inmiddels heeft het team zijn bestaansrecht royaal bewezen met onder meer twee winnaars van de nationale Topcompetitie in de personen van Twan Castelijns (Hapert) en Robbert de Greef (Geldrop). De voortzetting van de ploeg als Alecto Cyclingteam heeft met eervolle resultaten van de renners ook al zijn vruchten afgeworpen. Alecto coureur Rick Ottema (Muntendam) werd in 2018 eindwinnaar van de Topcompetitie. 

2018 Hapert Aniek van Alphen een belofte in het vrouwenwielrennen

 

Vorige week reed Aniek van Alphen in haar nieuwe sponsortenue van Kleur op Maat een paar cyclocrossen in China. Een ervaring rijker keerde ze terug uit het verre oosten. In de Belgische vrouwenwielerploeg heeft zij haar plekje gevonden. De 19-jarige beloftenrenster uit Hapert is klaar voor het nieuwe veldritseizoen. 

Dat Aniek van Alphen voor geen kleintje vervaard is liet ze al enkele winters met overwinningen en ereplaatsen geregeld zien. Met de wielermicrobe aangestoken door haar vader kreeg ze acht jaar geleden haar eerste racefietsje, een stalen Benotti van dorpsgenoot Kees Hoeks. Ze werd lid van Het Snelle Wiel en werd door de trainers Erwin van de Ven en Twan van Gestel de eerste beginselen van het wedstrijd rijden bij gebracht. Vijf jaar later stapte ze over naar wielervereniging Breda. “Het Snelle Wiel had niet genoeg rensters voor een eigen damesteam en in Breda kreeg ik de kans om meerdaagse en andere grote wedstrijden te rijden.” Bij die vereniging kwam ze oud-profveldrijder Camiel van den Berg tegen. Vooral het veldrijden ging haar steeds beter af. Al bij de junioren vestigde zij de aandacht op zich met enkele overwinningen en ereplaatsen. Het seizoen 2017-2018, haar eerste bij de beloften, bracht haar onder meer de Zuid-Nederlandse titel en in Boxtel stond zij met niemand minder dan Olympisch wegkampioene Anna van der Breggen op het podium. Met haar regelmatigheid in de wedstrijden van de nationale Topcompetitie veldrijden slaagde de Hapertse renster er in beslag te leggen op de tweede plaats in de eindrangschikking van die prestigieuze competitie. Toch voelde ze zich verrast door het berichtje van Iwan Gevers, de ploegmanager van het Team Kleur Op Maat  BNS Technics, die haar bij zijn ploeg wilde inlijven.

Trips naar Tsjechië en China

“Nu mocht ik in de zomer met de ploeg een meerdaagse wegwedstrijd in Tsjechië gaan rijden. En bij het begin van het nieuwe veldritseizoen stonden in China twee crossen op het programma. Dat was een geweldige ervaring. Het was er erg warm, 35 graden. Op de eerste wedstrijddag ging ik snel mee van start en probeerde het tempo van de eerste rensters te volgen. Uiteindelijk mijn eigen tempo gevonden en de wedstrijd op een 5e plaats geëindigd. Erg tevreden met mijn top 5 plek gezien de sterke dames die mee deden.” De tweede wedstrijd verliep voor Aniek minder succesvol. In het sterke veld met rensters uit Amerika, Australië, Azië en Europa ging ze tweemaal tegen de vlakte. “Het was erg droog en er lag er een laagje los zand in de bochten wat het erg lastig maakte. Per ronde moesten we 74 traptreden op. Mijn start was niet fantastisch en in de tweede ronde viel ik al doordat in ingesloten werd. Daarna was de concurrentie vertrokken en moest ik alles geven om nog bij te komen. Daardoor te veel risico genomen en nog eens onderuit gegaan in een bocht. Weer terug opgestaan en plankgas verder gegaan. Door het warme weer (ca. 35 graden) en de aparte vochtige lucht raakte ik vermoeid en viel nog eens op de trap. Helaas was daardoor mijn derailleur krom en heb ik moeten stoppen, het was nog te ver tot aan de materiaalpost. Erg teleurgesteld maar ook weer erg veel geleerd deze dag. Het is balen maar door door te gaan en niet op te geven word je sterker! 

Alles bijeen was het toch een prachtige week met ook nog een bezoek aan de Chinese Muur (zie middelste foto). Wow... wat een mooie plek. Super mooi om daar eens geweest te mogen zijn. Een van de dingen die je ooit gedaan moet hebben. Na een aantal foto’s van de Big Wall en een groot aantal traptreden weer terug in de bus gestapt voor de reis naar ons hotel.” 

Voor haar uitstapje naar China concentreerde Aniek zich op enkele mountainbikewedstrijden, want ook in die disciplinestaat zij haar vrouwtje. Al in juni boekte zij op een klimparcours in Duitsland een zege, een dag later gevolgd door de overwinning in de Montferland MTB-marathon van 75 km. Na haar Duitse zege in de 3 Nationscup werd zij in die wedstrijdserie ook nog 4e in Spaarnwoude. Al snel volgde het NK op de wegracefiets. Als eerstejaarsbelofte hield zij goed stand tijdens de 140 km lange koers.

De overstap naar de mountainbike leverde  haar het zilver op tijdens het NK in Apeldoorn (zie foto) na een parcoursverkenning met KNWU-bondscoach Gerben de Knegt. Die heeft haar met een aantal andere talentvolle meiden opgenomen in de MTB werkgroep voor uitzending naar grote internationale wedstrijden. Naar de mening van haar trainer en van haar ploegmanager beseft Aniek zelf nog niet hoe goed ze is. Op haar website Aniek-cycling.com is ze ambitieus: “Ik wil met veel plezier het beste uit mezelf halen en hoop ooit bij de wereldtop aan te sluiten.” Daar gaat ze vol voor! Haar eerstvolgende wedstrijd is komende zondag 16 september de Brico cross van Geraardsbergen. 

2000 Bladel Alain van Katwijk maakt favorietenrol waar in Ster van Brabant 

 

Op de eindstreep is Alain van Katwijk duidelijk de snelste van de kopgroep (Foto Theo van Sambeek) 

 

Alsof er niet nog meer dan 160 kilometer voor de wielen lagen, gingen Maarten Janssen en de regionale coureurs Ruud Verspaandonk uit Veldhoven en Paul Verkuylen uit Netersel zondagmiddag kort na de start van de Ster van Brabant aan de haal voor een eerste vluchtpoging. In Bergeijk was het vluchterstrio er al aan voor de moeite. Het zowat windstille weer zorgde ervoor dat vrijwel elke aanval in de frontlinie van het peloton al na korte tijd strandde.

 

(door Piet Gijsbers) 

 

Jean-Pierre Verstraete van het team Piels/Gazelle liet zich in het eerste anderhalf uur van de koers opmerken door een solovlucht tussen Riethoven en Steensel. Dezelfde renner verwisselde voorbij Vessem van fiets en kreeg achter de auto van zijn ploegleider Gert Jacobs in een mum van tijd weer aansluiting met het peloton. Dat ging in compacte samenstelling de eerste sprint voor het speciale klassement aan in Hilvarenbeek. Arie van Oyen uit Hillegom, een eerstejaarsamateur uit de ploeg Van Vliet/Weba, kweet zich daar voortreffelijk van de aan hem opgedragen taak en veroverde de meeste punten vóór Jelle Mul en Frank van Dulmen. Vlak daarna waagde Matthijs Loohuis een uitval, maar kreeg geen ruimte. Iwan Schrijver was meer geluk beschoren. In de dreven van landgoed De Utrecht nam hij voorsprong, bouwde die even uit tot bijna een minuut, maar na de verzorging in Diessen was ook hij eraan voor de moeite. In Westelbeers nam Matthijs Loohuis nogmaals het initiatief voor een aanval. Nu kreeg de renner van Löwik/Tegeltoko eerst Gerben van de Reep (Van Vliet/Weba) met zich mee en vervolgens slaagden ook Iwan Schrijver - de coureur van Modderkolk/Groenewoud had zijn krachten blijkbaar nog niet verspild - en Jeroen Boelen (MGI Fietsen) erin bij het leidende duo aan te haken. Eendrachtig samenwerkend namen zij veertig seconden voorsprong en de koers leek beslist met drie renners van de sterkste teams in voorste linie. De ploeg Piels, gesteund door enkele sterke clubteams, nam echter geen genoegen met de ontstane situatie. Niet lang na de eerste doorkomst in de Bladelse Sniederslaan waar Iwan Schrijver de tussensprint won, werden de vier vluchters ingelopen. Het peloton rekte uit tot één lang lint, maar twintig kilometer lang kon niemand nog een bres slaan. Pas na de volgende tussensprint, opnieuw gewonnen door Arie van Oyen, kwam er een definitieve aftekening in het veld van de honderd overgebleven coureurs. 

 

Finale 

 

De kilometers gingen voor de meeste renners tellen. Alleen de allersterksten hadden nog wat extra adem over. Tien man slaagden erin op de keiweg tussen Hulsel en Bladel een kleine voorsprong te nemen. Maximaal zestien tellen kregen zij van het peloton, maar dat bleek genoeg om in Bladel voor de zege te kunnen sprinten. Alain van Katwijk kon nog voor de eindstreep breeduit zittend met beide armen in de lucht het overwinningsgebaar maken. De 21-jarige renner uit Valkenswaard maakte daarmee zijn favorietenrol meer dan waar. Uitgerekend in zijn geboorteplaats proefde hij weer eens het zoet van de overwinning. En daarmee was niet alleen hij, maar ook vader Jan bijzonder in zijn nopjes. Of Alain in de laatste kilometers de zege verwacht had? Het is altijd gemakkelijk achteraf praten. “Maar ik wist dat ze sterk zouden moeten zijn om mij hier nog te kloppen. Ik ben zelf de sprint in de laatste paar honderd meter aangegaan.” Als een echte Van Katwijk – ook vader Jan en zijn ooms Piet en Fons waren als beroepsrenner eertijds om hun eindschot gevreesd – zette Alain zijn concurrenten te kijk. “En nu maar hopen dat het niet bij deze ene zege blijft. Want ik wil graag binnen een paar jaar beroepsrenner worden. Dit is in ieder geval al een mooie opsteker.” 

 

De uitslagen in Bladel:

 

Ster van Brabant neo-amateurs: 1 Alain van Katwijk Valkenswaard 163 km in 3.36.11, 2 Arthur Rutte Haarlemmerliede, 3 Marco Bos Roden, 4 Ruud Aerts Riel, 5 Jens Mouris Ouderkerk a/d Amstel, 6 Jelle Mul, 7 Bas de Lange, 8 Jan de Jonge, 9 Frank van Dulmen, 10 Jeroen Boelen, 11 Arno Wallaard,  12 Matthijs Loohuis, 13 Bart Beima, 14 Bram Bongers, 15 Chris Kerkdijk.

 

Junioren/nieuwelingen dames: 1 Bertine Spijkerman St. Nicolaasga, 2 Jaccolien Wallaard Noordeloos, 3 Vera Koedooder Bovenkarspel, 4 Yvonne van Gog Asten, 5 Miranda Vierling Den Haag, 6 Josephine Groenveld Oppenhuizen, 7 Anneke Bloks Helmond, 8 Monique Verstraten Roosendaal, 9 Frederika van de Wiel Harkema, 10 Heidi de Voogd Nieuwe Pekela.

 

Sportklasse A/B/Veteranen::1 Leon Mutsaers St. Michielsgestel, 2 Marcel van der Heijden Schayk, 3 Johnny Broers St. Maartensdijk, 4 Stan Janssen Siebengewald, 5 Piet de Haas Tiel, 6 Mark van den Dries Tilburg, 7 Theo Vierling Den Haag, 8 Gerwin Slingerland Zoetermeer, 9 Pierre van de Beurcht Boekel, 10 Marcel Boudewijns Gerwen.

2002 Oostelbeers Adrie van der Poel op stimuleringsdag cyclo-cross

 

Adrie van der Poel (met naast zich Martin Hendriks en gevolgd door Henk Baars) verovert  in 1992 de nationale titel op het NK Veldrijden in Valkenswaard  (Fotopersbureau Het Zuiden) 

 

 

’Een min ventje als jeugdwielrenner’ 

 

Het is in 2002 alweer tweeëeneenhalf jaar geleden dat Adrie van der Poel zijn laatste wedstrijd als beroepswielrenner reed. De oud-inwoner van Hoogerheide deed dat in de veldrit van zijn geboortedorp. De cyclo-cross heeft Van der Poel in zijn twintig jaar lange carrière als professional altijd apart kunnen bekoren. ‘Voor mij was het cyclo-crossen een manier om speels aan mijn conditie te werken. Het was altijd een leuke overbrugging van de winterperiode.’ De wereldkampioen veldrijden 1996 komt op zaterdag 5 oktober de regionale wielerjeugd uit het Kempenland van praktische tips voorzien in de tak van sport die hemzelf altijd zoveel plezier heeft gedaan. Regiotrainer Frans Willems zet dan in Oostelbeers een traject uit waarop renners-in-spé vanaf 10.00 uur diverse technieken in het cyclo-crossen wordt bijgebracht. Jongens en meisjes van 8 tot 16 jaar kunnen op die stimuleringsdag geheel gratis een heleboel opsteken van oud-coureurs als Adrie van der Poel en Kees van de Wereld, de huidige bondscoach veldrijden van de Koninklijke Nederlandse Wielrenunie. Een aantal regionale renners zal de ervaren rotten bij de praktijkoefeningen behulpzaam zijn.

 

(door Piet Gijsbers) 

 

Met de slogan ’Ben je jong en wil je een goede wielrenner worden? Zorg dan voor een goede basis voor de toekomst’ is de KNWU een paar jaar geleden een campagne gestart om jonge renners te behouden voor de wielersport. De verlokkingen van de moderne maatschappij liggen op de loer om jongens en meisjes de zin in het wielrennen te onthouden of te ontnemen. Er zijn meer dan genoeg andere mogelijkheden om je te ontspannen. Je met elkaar meten op de racefiets, de crossfiets of de mountainbike is zeker niet de gemakkelijkste manier om sportief bezig te zijn. ‘Onderzoek heeft enkele jaren geleden uitgewezen dat jongens en meisjes in de leeftijd van 14 tot 18 jaar het wielrennen waarmee ze vaak al op heel jeugdige leeftijd mee waren begonnen saai gingen vinden,’ zegt Peter Zijerveld. Vanuit zijn functie bij de KNWU coördineert en stimuleert de oud-beroepsrenner nu al een paar jaar diverse wervende activiteiten overal in het land. De stimuleringsdag cyclo-cross in Oostelbeers behoort bij die activiteiten maar er worden ook clinics baanwielrennen en mountainbikejeugddagen op poten gezet. ‘Dat alles met de opzet om jongeren kennis te laten maken met diverse wielerdisciplines en zich daarmee beter in hun sport te laten ontwikkelen. In onze visie moeten ze zich breed oriënteren. Er werd te weinig variatie aan trainingsvormen in de verschillende wielerdisciplines aangeboden. Om te slagen als wielrenner is alleen maar fietsen op de weg niet voldoende. Daar is meer voor nodig. Het is belangrijk dat de wielerjeugd voor een goede ontwikkeling meer dan één discipline beoefent,’ aldus Zijerveld. ‘Vorig jaar namen al veel meer jongeren deel aan de stimuleringsdagen dan in het eerste jaar van de campagne. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de dag in Oostelbeers gaat slagen.’ Diezelfde mening is Frans Willems, organisator van de Beerse stimuleringsdag, toegedaan. Hij heeft in de Hillestraat een locatie geregeld waar de jongens en meisjes op diverse stations een impressie krijgen van diverse technieken op de fiets. Van rijden door los zand tot trial, maar ook uitleg over de crossfiets komt aan de orde. Regionale trainers en cyclo-crossers als Jeroen van Ham, Ruud Verhagen, Roel van Houtum, Ton van Korven en Jurgen van Limpt bemannen de stations waar geoefend wordt op het paardensportterrein, op het grasveld en in het bos. Tot slot komen de deelnemers in ‘Het Dorpsplein’ bijeen voor een forum waarin door de jeugd en hun ouders vragen kunnen worden afgevuurd op Adrie van der Poel en Kees van de Wereld. 

 

Speels 

 

Adrie van der Poel weet uit eigen ervaring wat het is om op jonge leeftijd ingewijd te worden in de kneepjes van het wielervak. Hij lijkt me de geschikte persoon om als voorbeeld voor de wielerjeugd zijn mening te ventileren. Begonnen als jeugdrenner slaagde hij er in tot op veertigjarige leeftijd aan de internationale top te blijven. Maar Van der Poel is, ook na zijn imposante wielercarrière, nog een drukbezet man. Op de vier dagen dat er in oktober stimuleringsdagen cyclo-cross georganiseerd worden, kan hij alleen in Oostelbeers van de partij zijn. Als ik hem bel om zijn mening te vernemen over het initiatief van de KNWU, blijkt  de meervoudig klassiekerwinnaar niet thuis te zijn. Hij belt me even later terug vanuit Parijs waar hij in de studio van Eurosport de Vuelta a Espagna van commentaar voorziet. Eenmaal op zijn praatstoel beklemtoont hij het belang van een goede techniek voor beginnende wielrenners. ‘De basis voor een beginnend wielrenner ligt in het sturen. Daarom zijn de stimuleringsdagen bij uitstek geschikt om jonge jongens en meisjes op een speelse manier kennis te laten maken met de cyclo-cross. Ik ben zelf ook jeugdrenner geweest en heb in mijn omgeving mensen gehad die me ook altijd gestimuleerd hebben. Ik denk dus dat ik goed kan inschatten hoe belangrijk het is dat de jeugd gestimuleerd wordt en dat we met de jeugd in het bos of op een weiland spelenderwijs bezig zijn. Je kunt hen aangeven waarop ze moeten letten en hen motiveren als je laat horen wat ze al goed doen. Er worden in Oostelbeers op een aantal stations diverse technieken van de cyclo-cross beoefend. In groepjes wordt in de circuitvorm gewerkt. Ik rijd in tegenovergestelde richting rond, zodat ik onderweg elk groepje aan het werk kan zien en de nodige tips kan geven. Na de praktijkoefeningen verzamelen de deelnemers zich en probeer ik op een kindse manier hun vragen te beantwoorden. Door alles heen, zowel in het praktische werk als tijdens de vragenronde, laat ik een duidelijke boodschap naar de ouders doorklinken dat bij de jeugd vooral het speelse karakter in de sport bewaard moet blijven.’ 

 

Het begin 

 

Van der Poel heeft in de twintig jaren dat hij als beroepsrenner was een indrukwekkende erelijst opgebouwd. Op de weg kwam hij tot 93 profzeges. Klassiekers als de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Brussel staan op zijn palmares. Hij veroverde eenmaal de nationale proftitel en was etappewinnaar in de Tour de France, Dauphiné Libéré, Parijs-Nice, Tirreno-Adriatico en nationale etappekoersen als Ronden van Nederland, Zweden, Engeland, Luxemburg en Ierland. Ook zijn ereplaatsen in eendagsklassiekers waren legio, want hij richtte zijn pijlen zowat in zijn hele loopbaan als professional vooral op het klassieke voorseizoen. Als cyclo-crosser won hij 67 wedstrijden waarbij zevenmaal de nationale titel, twee wereldbekerwedstrijden en dertien Super Prestige-veldritten. Zowel in de Super Prestige als in de Wereldbeker greep hij eenmaal de eindzege in het totaalklassement. En na vijf zilveren medailles op het WK volgde in 1996 in het Franse Montreuil de bekroning met de wereldtitel veldrijden. Van jongs af aan bereidde hij zich voor op de wegwedstrijden door in de wintermaanden te crossen in bos en veld. Opgegroeid in een boerengezin met drie kinderen werd hij op tienjarige leeftijd al besmet met de wielermicrobe. Na het zien van een wielerkoers waaraan een neef deelnam ontstond de passie voor het wielrennen. De jonge Adrie ging een aantal weken hard werken op de akkers bij een oom om met het verdiende geld zijn eerste fiets te kunnen kopen. Toch moest hij lang wachten op zijn eerste overwinning. Pas na vijf jaar, als tweedejaars nieuweling, won hij zijn eerste wedstrijd. Na afloop van dat seizoen ging hij voor de eerste keer veldrijden om te overwinteren. ‘Dat vond ik toen al een prima trainingsmethode om op een heel speelse manier aan je conditie te werken. Zo ben ik toen in het crossen geraakt, omdat ik dat zo leuk vond.’ Tot dan toe had hij het wielrennen altijd nog gecombineerd met hardlopen en voetballen. Als junior werden zijn wielerprestaties allengs beter. Hij won in één seizoen zestien koersen, zodat hij niet voor de overstap naar de amateurs hoefde te vrezen. Jan Gisbers was maar wat blij de jonge coureur uit Hoogerheide in te kunnen lijven in de paarse Jan van Erp-brigade. En nog steeds ging het crescendo met Van der Poel. Hij groeide uit tot een topamateur die overal in het buitenland wedstrijden won en zijn uitverkiezing voor de Olympische Spelen 1980 in Moskou met een 7de plaats in de wegwedstrijd waar maakte. Al een jaar eerder had hij in de regio Kempenland als clubrenner van zich doen spreken door de Omloop van Het Zuiden, georganiseerd door de gelijknamige Eindhovense vereniging, in Vessem op zijn naam te schrijven. 

 

Kweekvijver 

 

Nog altijd waardeert Van der Poel het werk aan de basis dat clubmensen in zijn loopbaan hebben gestopt. ‘De club is en blijft de kweekvijver voor het wielrennen. Je begint als jeugdrenner en dan moet je eerst wat presteren voordat je iets te vertellen hebt. Er wordt gelukkig in verenigingsverband heel veel gedaan om jonge renners op te leiden. Zelf had ik het geluk dat er in mijn amateurtijd gastrennersverenigingen als die van Jan van Erp waren. Later heeft de KNWU een grote fout gemaakt door die sponsorploegen af te schaffen. Gelukkig zijn ze van die stelling weer een beetje aan het terugkomen. De clubs zijn vaak te beperkt in hun budget om renners in buitenlandse wedstrijden te laten rijden. Gastrennersverenigingen zijn daartoe wel in staat. In het buitenland leer je natuurlijk veel bij in internationale wedstrijden. Zo ben ik ook gegroeid in mijn prestaties. De volgende stap was een plaats in de nationale selectie. En tenslotte ben ik zo beroepsrenner geworden. Ik was net 21 jaar toen ik prof werd. En ik heb het tot mijn veertigste met plezier vol gehouden.’ Dankzij enorme wilskracht, doorzettingsvermogen en vooral ook nooit aflatende trainingshonger groeide Van der Poel naar het hoogste niveau. Als amateur al schrok hij er niet voor terug op een dag met een omweg van Hoogerheide naar Eindhoven op en neer te rijden voor een bezoekje aan zijn coach Jan Gisbers. Trainingen van 200 tot 250 kilometer door weer en wind waren normale kost voor de West-Brabantse  ‘karaktercoureur’. ‘Je krijgt nu eenmaal niets voor niets,’ is zijn stelling. ‘Het heeft te maken met de liefde voor de sport. Het is te hopen dat met de stimuleringsdagen cyclo-cross veel jongens en meisjes worden aangetrokken door de wielersport. Iedereen, of dat nu met een crossfiets of met een sportfiets is, is welkom. We willen de deelname laagdrempelig houden, want niet iedereen wil of kan op zo jonge leeftijd al een fiets kopen. Wel wordt iedereen van een valhelm voorzien, maar het wielrennen hoeft in de aanvangsfase geen al te kostbaar geheel te worden. Voor de jongens en meisjes die al een wedstrijdlicentie hebben is het zaak om hun zwakke punten wat op te krikken. Als basis voor het wielrennen moet je alles kunnen, zeker ook in het veld rijden.’ En voor wie denkt dat het allemaal niet mee zal vallen is er nog altijd de hoop dat het door oefening beter wordt. Daarvan is Adrie van der Poel het grote voorbeeld: ‘Ik was als jeugdrenner ook maar een min ventje en had een aantal jaren nodig om anderen in te halen.’ 

 

 

Veel belangstelling voor stimuleringsdag jeugdwielrennen

 

OOSTELBEERS

 

Meer dan 75 jeugdige wielrenners genoten op een zaterdagmiddag in oktober 2002 van tips en trucs die hen door ervaren cyclo-crossers werden getoond. Adrie van der Poel, de oud-wereldkampioen veldrijden in het gezelschap van oudste zoontje David, en Kees van de Wereld, de KNWU-bondstrainer van jeugdig talent, gaven in het gezelschap van een aantal regionale cyclo-crosstrainers en veldrijders een aantal clinics. Daarbij lag de nadruk op spelvormen om de techniek bij de jeugdige deelnemers aan de stimuleringsdag van nieuwe impulsen te voorzien. 

 

’Wie is nou Adrie van der Poel?’ vroeg een heel jeugdige deelnemer aan het begin van de bijeenkomst in Oostelbeers, terwijl hij zo dichtbij de oud-wereldkampioen stond dat hij hem bijna kon aanraken. Uit die vraag bleek wel dat de kampioen van weleer al een historische coureur is voor de allerjongsten die op het appèl verschenen. Maar het merendeel van de aanwezigen kende de oud-coureur nog maar al te goed en keek en luisterde met ontzag  naar de tips die Van der Poel verstrekte op de diverse stations waar geoefend werd in stuurvaardigheid, snel op- en afstappen, trial-rijden, duo-rijden en wendbaarheid op crossfiets en mountainbike. Gewestelijk trainer Frans Willems had een prachtige locatie uitgezocht op het Beerse paardensporterrein en het aangrenzende bos in herfsttooi. In een grote zandbak kon geoefend worden in het rijden door los zand. Op een zig-zag traject tussen vlak bij elkaar staande bomen werd de wendbaarheid van de jonge crossers getest en op een trial-parcoursje met diverse hindernissen werden eisen gesteld aan het goed beheersen van de crossfiets. Als leuk intermezzo speelde de jeugd tikkertje op de fiets. De versnapering tussendoor ging er wel in bij de jeugdige deelnemers in de leeftijdscategorie van 8 tot 16 jaar. Met een gezamenlijke cross onder aanvoering van Adri van der Poel werd het praktische deel van de dag afgesloten. Daarna begaven rennertjes en ouders zich naar zaal ’t Dorpsplein in Oostelbeers waar vragen konden worden afgevuurd op de oud-professionals Van der Poel en Van der Wereld nadat er eerst de nodige uitleg werd gegeven bij een aanwezige crossfiets van Richard Groenendaal. ‘Wanneer kun je het beste eten als je een wedstrijd moet rijden?’ vroeg iemand. ‘En welke drank is het beste voor een wielrenner?’ Van der Poel liet weten dat je pas op latere leeftijd als wielrenner speciale voeding nodig hebt. ‘Eet en drink maar gewoon wat je het lekkerste vindt, al is alles waar prik in zit altijd minder goed dan gewoon water,’ was zijn advies. Op de vraag wat hij naast het wielrennen altijd had gedaan, antwoordde hij dat veel slapen voor hem altijd een aparte sport was geweest. ‘Om een goeie wielrenner te worden heb je maar drie dingen nodig: gezond eten en drinken, hard fietsen en veel rusten. Een paar keer per week drie kwartier lang extra trainen volstaat al als je dagelijks naar je school op en neer fietst,’ liet hij het jeugdige gehoor en de aanwezige ouders weten. ‘Toen ikzelf tien jaar was, reed ik mijn eerste wedstrijdje en werd al na drie ronden gedubbeld door mijn leeftijdgenootjes. Toch ben ik het fietsen altijd leuk blijven vinden. Want dat is vooral belangrijk, dat je het fietsen zelf leuk vindt. Daarvoor hoef je echt niet altijd als eerste over de finish te komen.’ Met die goede raad begaf de jeugd zich huiswaarts na een dag waarop iedereen geweldig had genoten van het sportief bezig zijn. 

 

2001 Duizel Twee topfavorieten geven elkaar weinig toe

Jurgen van Pelt klopt Wilco Zuyderwijk 

 

(Tekst Piet Gijsbers, Foto Theo van Sambeek)

 

Duizel – 

Op voorhand stond het al zo goed als vast. De renner die Jurgen van Pelt wilde verslaan moest wel van zeer goeden huize komen. Wilco Zuyderwijk werd daartoe als een van de weinigen in staat geacht. Maar ook de winnaar van de Duizelse gele trui in 2000 gaf enkele weken voor de jaarlijkse kermisronde al te kennen dat hij de coureur uit Gerwen het meeste vreesde. De finale van de amateurkoers gaf inderdaad het verwachte scenario te zien. Al dacht Ruud Zijlmans daar anders over. De Roosendaler koos de aanval, Van Pelt ging in de achtervolging en daarachter kromde Zuyderwijk de rug. Uiteindelijk zagen een paar duizend toeschouwers dat de beer van Poeldijk zijn meerdere moest erkennen in de Gerwense postbode. Die bracht daarmee zijn aantal seizoenzeges op het formidabele aantal van 21. 

 

De Duizelse wielerstichting zorgde als vanouds voor een uitgelezen deelnemersveld. Gastspeaker Hans van de Hengel uit Culemborg likte er zijn vingers bij af. Hij kon zich helemaal uitleven met een uitgelezen gezelschap Nederlandse en Belgische topcoureurs dat van start ging. Het fraaie zomerweer lokte heel veel kijkers naar het Agio-dorp. En wat is er mooier dan in zo’n entourage elkaar te bekampen. Vanaf het begin werd er door de zesenzestig elite- en neo-amateurs fel om de premies gestreden. De Belgen Johan van Summeren en Kurt Dierckx beslisten de strijd om de eerste klassementspremie over drie ronden in hun voordeel. Toen had Jens Mouris zich met een knieblessure na een val in de bocht bij het Duizelse kapelletje, veroorzaakt door een klapband van een andere coureur, al bij het juryverhoog afgemeld. Tom Hoedemakers en Wilco Zuyderwijk kenden het geluk dat de reglementen toestaan dat een renner met materiaalpech een ronde vergoeding krijgt. Arno van Melis klopte Jurgen van Pelt voor de punten in een tussensprint voor het Rabobank/Kempen Pers-klassement. Dat werd meteen de inleiding voor de voorbeslissing. ‘We gingen even wat harder rijden en kregen meteen een voorsprong,’ meldde Van Pelt later. Alsof dat harder rijden voor hem iets vanzelfsprekends was. Met de grote molen (een verzet van 54-14) beende hij de andere zeven medekoplopers bij. Met naast de Gerwenaar ook hardrijders als Van Melis, Peep Mikli, Hein Zwinkels, Wilco Zuyderwijk en Ruud Zijlmans vooraan, werd het tempo flink opgeschroefd. Toch slaagde een vijftal coureurs onder aanvoering van nationaal kampioen Arno Wallaard er na vijf ronden achtervolging nog in de acht koplopers in te halen. De strijd bleef levendig, want zeven renners kozen opnieuw het hazenpad in de strijd voor de royale premiebuit. Van Melis en Mikli, twee ploeggenoten van Bert Story/Piels, leidden de beslissing in. Zij kregen het gezelschap van hun teamgenoot Hoedemakers, het Weba/Van Vliet-duo Zuyderwijk en Zwinkels en de eenlingen Van Pelt en Zijlmans. Die zeven legden er flink de zweep over en zagen hun voorsprong halfkoers al tot meer dan een minuut gestegen. 

 

Duel 

 

Met nog twintig ronden van telkens twee kilometer voor de wielen keken de zeven leiders het peloton, dat toen nog uit zowat veertig renners bestond, in de rug. Het peloton brak in drie stukken. Om wedstrijdvervalsing te voorkomen besloot de jury de renners die vervolgens gedubbeld werden uit koers te halen. Dat betekende dat de MGI-renners Piet Rooijakkers en Bart Bosmans, de twee leiders in de Rabobank/Kempen Pers-klassement rangschikking, de kleedkamers op konden gaan zoeken. Voor Jurgen van Pelt was daarmee de weg vrij naar de koppositie in het klassement. Maar de Gerwenaar wilde meer. Hier in Duizel, in dit elite-gezelschap, kon hij aantonen dat zijn tweede plaats op het NK in Groesbeek voor hem een te karige beloning was geweest. Ruud Zijlmans dacht daar anders over. De schaafwonden op heup, knie en enkel van het linkerbeen, eerder in de wedstrijd bij een schuiver opgelopen, verhinderden de Roosendaler niet om twee ronden voor de finish de aanval te kiezen. ‘Dat was mijn enige kans om de twee machtsblokken in de kopgroep te verrassen,’ aldus de 35-jarige coureur na de koers. Voor Van Melis volstond, op achterstand, het uitrijden van de wedstrijd om de leidersprijs in ontvangst te mogen nemen. Voor Van Pelt werd Zijlmans bij het ingaan van de laatste ronde de ideale springplank. Zuyderwijk zag het gevaar en reed naar de leiders toe. ‘Toen heb ik ook even de 14-pion gebruikt, maar die achtervolging op Van Pelt kostte me teveel kracht. In de laatste bocht voor de finish moest ik mijn inspanningen bekopen en hem laten gaan,’ vertelde de Poeldijker zittend op het podium na het verloren duel. Van Pelt kon met een gebaar à la Kezman, maar dan met twee duimen naar de borst wijzend, laten zien dat dit jaar de Duizelse gele trui hem alleen maar toekwam. 

 

De uitslagen in Duizel:

 

Nieuwelingen:1 Wim Stroetinga Oosterwolde, 2 Wilco Hovestad Veenendaal, 3 Frits Pellemans Haelen, 4 Sebastiaan Langeveld Lisse, 5 Klaas van Hage Noordwijkerhout, 6 Niels Pieters Hoofddorp, 7 Frank Wierstra Bergum, 8 Tomas van Hamont Tilburg, 9 Tijs Senders Hapert, 10 Niels van Baar Woerden.

 

Junioren:1 Marco Wesseling Den Bosch, 2 Rik Sijm Wognum, 3 Thomas Dekker Dirkshorn, 4 Stefan van Ekris Breukelen, 5 Bart Dirkx Reusel, 6 Jos Verbist Liessel, 7 Kees Hagen Ermelo, 8 Joost van Leijen Ewijk, 9 Job Vissers Erp, 10 Stefan Heijkants Boxtel, 14 Dirk Bellemakers Luyksgestel, 19 Niek Basten Hapert.

 

Sportklasse A:1 Johnny Broers Maartensdijk, 2 Peter van Leeuwen Zoetermeer, 3 Patrick van de Vijver Veldhoven, 4 Axel Hermans Bergschenhoek, 5 Maarten Mathot Rosmalen, 6 Hans van Eijk Hillegom, 7 Armand van der Smissen Tilburg, 8 Eric van de Wiel Rijckevorsel, 9 Peter Hendriks Gorinchem, 10 Erwin Bartels Nieuwegein.

 

Elite- en neo-amateurs:1 Jurgen van Pelt Gerwen 100 km in 2.20.14 u., 2 Wilco Zuyderwijk Poeldijk, 3 Ruud Zijlmans Roosendaal, 4 Tom Hoedemakers Schijndel, 5 Peep Mikli Amersfoort, 6 Hein Zwinkels Monster, 7 Angelo van Melis Oss, 8 Juliën Smink Hoogland, 9 Tom Cordes Baarle-Hertog, 10 Arno Wallaard Noordeloos, 11 Pascal Hermes Liempde, 12 Peter van de Reep Hillegom, 13 Alain van Katwijk Valkenswaard, 14 Michel Stobbelaar Uden, 15 Gerben van de Reep Hillegom, 16 Wim de Vocht Arendonk, 17 Herold Dat Lierop, 18 Nic Nuijens België, 19 John Talen Spijkenisse, 20 Bart Bastiaans België. 

 

Bij de foto's met de wijzers van de klok mee:

Linksboven wint de Welshman Geraint Thomas een etappe in de Acht van Bladel 2004; het podium in 2009 met vlnr Mike Teunissen, eindwinnaar Daan Olivier en de Belg Jens Vandenbussche, Steven Kruijswijk wint de slotetappe in 2005; eindwinnaar Mathieu van der Poel met moeder Corinne in 2012; etappe- en eindwinst voor Danny van Poppel in 2011 (Foto's Theo van Sambeek)

 

2018 Talent verloochent zich niet in Acht van Bladel 

 

In de Acht van Bladel gaan jongens van 17- en 18-jarige leeftijd al voor de 69e keer strijd leveren om in de voetsporen te treden van eerdere winnaars die later in het profpeloton hun naam hebben gevestigd. Een terugblik op enkele edities van Nederlands oudste juniorenklassieker toont dat aan. 

(door Piet Gijsbers) 

De Kreder familie uit Zevenhuizen heeft in het laatste decennium meerdere renners naar de profrangen zien overstappen. Zo toonde Wesley Kreder, neef van Raymond die een jaar eerder tussensprintwinnaar in de Acht was, zich in 2008 al een talent voor de toekomst. Van de 152 gestarte renners haalden er welgeteld 80 na vier etappes  de eindstreep en werd de Zuid-Hollander eindwinnaar. Hij speelde in alle etappes een hoofdrol. Zou er een prijs voor de strijdlust zijn uitgeloofd, dan was die vast en zeker bij de toen 17-jarige coureur terecht gekomen. Nu mocht hij als winnaar van de gele leiderstrui èn als winnaar van de puntentrui in het sprintklassement ook al best tevreden zijn. De witte trui van de beste jongere was voor Wilco Kelderman, momenteel een van de sterkste pionnen in de Sunweb ploeg aan de zijde van Tom Dumoulin. Wesley Kreder, nu in Hapert wonend, maakt al een paar seizoenen deel uit van de Belgische ploeg Wanty Groupe Goubert die dit jaar voor de tweede keer een wildcard voor de Tour de France heeft veroverd. 

 

Pechvogel Daan Olivier 

 

Drie dagen lang reed Daan Olivier in de 60ste editie van de Acht van Bladel mee als een niet echt opvallende coureur. In zijn tweede jaar tussen de wielen maakte de jonge renner uit Oegstgeest naar eigen zeggen nog veel domme fouten. Toch bleek de scholier sterk genoeg om alle favorieten voor de eindzege in Bladel 2009 de loef af te steken. De etappezeges waren voor Yoeri Havik en Barry Markus, en voor de Belgen Giovanni de Merlier en Wietse Bosmans. Gele truidrager Gijs Van Hoecke had veel steun van zijn Belgische ploeg, maar kon in de slotetappe niet voorkomen dat negen man wegreden. Daan Olivier was voorin present en pakte zowel de gele als de witte trui. Mike Teunissen veroverde de groene trui, het rode sprinttricot kwam bij Jens Vandenbussche uit België terecht.

 

Na een profcontract bij Giant-Alpecin aan de zijde van John Degenkolb en Marcel Kittel, er even tussenuit om zich op zijn studie te richten, rijdt Olivier nu voor het tweede seizoen in de profploeg LottoNL-Jumbo. Het jaar 2018 heeft hem nog weinig geluk gebracht. Een val in Australië met een zware knieblessure werd gevolgd door een trainingsongeluk in Californië met een kuitbeen- en enkelbreuk, zodat hij opnieuw een tijdlang buitenspel staat. Dan heeft Mike Teunissen (Ysselsteyn) dit jaar in het Sunweb profteam meer geluk gekend met opvallende prestaties in Parijs-Nice en in een paar voorjaarsklassiekers. 

 

Danny van Poppel en Mathieu van der Poel 

 

Danny van Poppel sloeg in 2010 op de slotdag van de Acht van Bladel een dubbelslag. De toen nog maar 16-jarige eerstejaarsjunior uit Oisterwijk was de snelste in de eindsprint van de vierde etappe. Daarmee won hij het secondenspel om de eindwinst. Daan Olivier, de eindwinnaar van vorig jaar, kwam zeven tellen te kort voor een nieuwe eindzege. Steven Lammertink die de individuele tijdrit op zijn naam schreef bezette de derde plaats op het eindpodium van Nederlands oudste juniorenklassieker. Niet alleen het gele leiderstricot maar ook de groene trui van het puntenklassement en de witte trui van de beste jongere kwamen in het bezit van Van Poppel. Na eerdere etappezeges dat jaar in de Belgische Ster van Zuid-Limburg, in de Vredeskoers in Oost-Europa en in de Driedaagse van Axel waar hij tevens eindwinnaar werd, kwam met de jonge Pijnenburger een nieuwe veelbelovende renner op de erelijst van de 61-jarige Acht van Bladel. Mike Teunissen veroverde in de kopgroep op de slotdag de rode trui van de tussensprints. Danny van Poppel is intussen in het profpeloton een vaste waarde in het sprintergilde. Na een avontuur bij Sky is hij bij LottoNL-Jumbo als sprinter in dienst genomen.

 

Steven Lammertink gaf in de Acht van Bladel zijn ogen goed de kost. Na zijn winst in de individuele tijdrit in de Acht van Bladel 2010 zette de 17-jarige coureur uit Enter een jaar later vanaf het begin de toon. Hij won de eerste etappe, hoefde een dag later alleen de Belg Rob Leemans voor zich te dulden, werd 4de in de individuele tijdrit en hield in de slotetappe het geel stevig om de schouders. Danny van Poppel, de eindwinnaar van 2010, was nu de snelste in de laatste rit van de driedaagse wedstrijd nadat hij eerder ook al de individuele tijdrit op zijn naam schreef. Ook winnaar Lammertink rijdt inmiddels na enkele seizoen in een shirt van LottoNL-Jumbo dit jaar voor de Franse profploeg Vital Concept.

 

Eigenlijk stond het na de eerste etappe van de driedaagse Argos Oil Acht van Bladel in 2012 al haast vast wie de eindwinst zou gaan grijpen. De manier waarop Mathieu van der Poel de wedstrijd domineerde gaf aan dat zijn concurrenten van goeden huize moesten komen om hem de eindzege te kunnen ontnemen. In de volgende drie etappes verdedigde de juniorenwereldkampioen veldrijden zijn gele leiderstrui niet alleen met verve, hij maakte in de individuele tijdrit op zondagochtend nog eens extra duidelijk wie als de sterkste junior van dat moment mocht worden beschouwd. Met een royale voorsprong kon hij zondagmiddag met een gerust hart de etappezege aan streekgenoot Toon Wouters laten nadat hij met die renner uit Roosendaal met voorsprong aan de finish arriveerde.

 

De 17-jarige scholier Van der Poel bleef ondanks de tot dan toe geboekte successen heel bescheiden. “Na het behalen van de wereldtitel veldrijden heb ik een paar weken rust genomen en ben toen wegwedstrijden gaan rijden.” Met ook al zeges in Nederlandse klassiekers in het Zeeuwse Borssele en in de Limburgse Maasvallei en ereplaatsen in buitenlandse rittenkoersen lag er voor hem een mooie toekomst in het verschiet. “De cross blijft voorlopig toch mijn grootste passie,” aldus de winnaar van de Acht zes jaar geleden. Bij de profs verbaasde hij onlangs met een sprintzege op de snelle Fransman Nacer Bouhanni in de Ronde van Belgisch Limburg. Op de mountainbike streeft hij naar deelname aan de volgende Olympische Spelen. Waar houdt het op voor Mathieu van der Poel? 

 

Opvolgers 

 

In het wegseizoen 2018 lijkt de Nederlandse juniorenlichting het zwaar te hebben tegen leeftijdgenoten uit het buitenland. In de Oost-Europese Vredeskoers reed de Belgische kampioen Remco Evenepoel haast ongenaakbaar naar de eindwinst. Daar moest de oranje juniorenselectie duidelijk het hoofd buigen. In de zeer sterk bezette Driedaagse van Axel daarentegen hoefde onze landgenoot Max Kroonen (Diepenveen) alleen maar onder te doen voor de Deen Skivild. Kroonen mag na het veroveren van de nationale wegtitel 2018 meteen als een van favorieten voor de nieuwe Hapert Acht worden bestempeld met landgenoot Enzo Leijnze (Amstelveen) die zich liet opmerken in de Saarland Trofeo. De eigen regio heeft inbreng met clubteams van Het Snelle Wiel en TWC De Kempen Valkenswaard. Uit het buitenland komen twee Belgische, twee Engelse, twee Duitse teams en een Australische ploeg in het veld van 155 junioren aan de startlijn.

 

Kenny van Hummel was in de avondschemering van de Hapertse kermisdinsdag in 2004 duidelijk de snelste in de elitewedstrijd (foto Theo van Sambeek)

 

Het erepodium in Hapert: van links naar rechts Paul van den Akker, winnaar Kenny van Hummel en Jelle Vanendert (foto Theo van Sambeek)

 

2004 Hapert Kenny van Hummel wint aantrekkelijke kermisronde van Hapert

 

Het was haast te verwachten dat Kenny van Hummel de snelste zou zijn van het viertal coureurs dat de finale van de wielerronde van Hapert beheerste. De kleine coureur uit het Gelderse Elden had zijn zinnen op dit Kempische avondcriterium gezet. Gezegend met rappe sprinterbenen kon hij uiteindelijk met duidelijk verschil de overwinning naar zich toe halen. Na drie uren training vanuit zijn woonplaats naar zijn vriendin in Eersel was die overwinning in Hapert een nieuwe schakel aan zijn al rijk gevulde zegeketting. In een gezellig zomeravondsfeertje genoot het wielerpubliek van de elitekoers die voor de 39ste keer door de Hapertse Supporters Vereniging werd georganiseerd.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Een peloton van vijftig eliterenners en beloften zorgde van begin af aan voor een levendige wedstrijd. Bram van Rijswijk, een van de drie plaatselijke coureurs, liet er geen gras over groeien om zijn gezicht op het voorplan te tonen. Enkele ronden lang voerde hij het veld met voorsprong aan. Een drieste poging die hem later in de koers nog op zou breken. De eerste sprint voor het Rabobank/Kempen Pers-klassement leverde hem de maximale punten op, gevolgd door Bladelse Tijn Seuntjens die een paar dagen eerder in de Ronde van Boxtel lang mee voorop reed en als vijfde was gefinisht. Al vroeg ook deed Kenny van Hummel een greep naar de punten voor de leidersprijs. En Jurgen van Pelt deed goede zaken door de tweede klassementssprint in zijn voordeel te beslissen. Daarmee nam hij al een optie op de leidersplaats in het Kempenklassement. Toen Van Pelt na een uur koers met negen anderen voorsprong nam en Jos van Veldhoven die trein met lede ogen moest zien vertrekken, was het pleit in het voordeel van de Gerwenaar beslecht. Toch legde nog niet iedereen zich bij de suprematie van de tien leiders neer. Van Pelt, Wilant van Gils, Kenny van Hummel, Jean-Pierre Leijten, de jonge Belg Jelle Vanendert, Westerhovense Roy de Waal, Bas van Hest, Ruud Aerts en Paul van den Akker zagen hun halve minuut voorsprong verdwijnen toen veertien andere coureurs in de achtervolging gingen. Van die veertien wist het viertal Nico Vuurens, Theo Eltink, beiden al eens winnaar in Hapert, Eddy van IJzendoorn en Richard Groenendaal de kloof naar de leiders te overbruggen. De kopgroep was toen al in mootjes uiteen gevallen, zodat vooraan een nieuwe situatie ontstond. Van een echt peloton was toen al lang geen sprake meer. Tal van coureurs moesten door het hoge tempo een kruisje over de wedstrijd maken. Snelheden van vijftig per uur werden vooral in de finishstraat bereikt. 

 

Jubileum

 

De echte beslissing in de wedstrijd viel na 75 kilometer. Vier man, Ruud Aerts, Kenny van Hummel, Paul van den Akker en Jelle Vanendert scheidden zich opnieuw van de rest af. Jurgen van Pelt deed nog een vruchteloze poging om in zijn eentje bij de vier leiders te geraken, maar ook de beul van Gerwen kwam deze avond krachten tekort. Terwijl de vier voorop eensgezind de laatste zeven ronden tot een feestelijke gebeurtenis maakten, verbrokkelde achter hen de tweede groep. Opmerkelijk was de rol van Theo Eltink in de achtervolgende groep. Wie nog dacht dat de frêle coureur uit Westelbeers alleen maar bergop in zijn nopjes is, zag nu dat hij voor de tweede keer in een week tijd ook in criteriums zijn mannetje staat. Toen Kenny van Hummel op de eindstreep de snelste van de vier vluchters bleek, won Eltink achter hem de sprint voor de vijfde plaats. De 23 renners die de wedstrijd tot een goed einde brachten waren eensgezind in hun lof over het schitterende parcours. Dat moet de Hapertse organisatoren goed hebben gedaan. Het kan hun plan om bij de jubileumeditie volgend jaar uit te pakken met een drieluik in Hapert, Hoogeloon en Casteren alleen maar nieuwe vleugels geven.

 

De voorwedstrijd van de junioren in Hapert eindigde in een zege van iemand met een welbekende wielernaam. Jeroen Dohmen uit Born, zoon van oud-coureur Math Dohmen, toonde zich de beste van de dag. Tussendoor streden de leden van de Toerclub Hapert in twee categorieën om het clubkampioenschap. Een aanzienlijk aantal van de 85 leden – achttien van hen reden afgelopen zaterdag in Frankrijk de welbekende Marmotte-toertocht over Croix de Fer, Col de Telegraphe, Galibier en Alpe d’Huez – kwam voor eigen publiek in actie. Erwin Rijkers, al voor het derde jaar op rij, en Bart van der Heijden gingen met de titels strijken.

 

De uitslagen in Hapert:

 

Elite/Beloften: 1 Kenny van Hummel Elden, 2 Paul van den Akker Eindhoven, 3 Jelle Vanendert Hamont, 4 Ruud Aerts Riel, 5 Theo Eltink Westelbeers, 6 Eddy van IJzendoorn Tiel, 7 Bas van Hest Alphen, 8 Wilant van Gils Schijndel, 9 Jurgen van Pelt Gerwen, 10 Nico Vuurens Meerkerk, 11 Bernt Hamers Schijndel, 12 Roy de Waal Westerhoven, 13 Jean-Pierre Leijten Bladel, 14 Richard Groenendaal Sint Michielsgestel, 15 Ralf Hamers Schijndel, 16 Bart Dirkx Reusel, 21 Dirk Bellemakers Luyksgestel.

 

Junioren: 1 Jeroen Dohmen Born, 2 Steven Kruiswijk Nuenen, 3 Yves de Wilde Lommel, 4 Robin van der Lijn Vianen, 5 Marco Brus Schijndel, 6 Stefan Doensen Nederweert, 7 Dennis Kivits Vlijmen, 8 Maickel Beekelaar Brunssum, 9 Floris Pennings Geldrop, 10 Rob van Bekkum Alphen, 24 Jan Hoeks Westerhoven, 29 Jos Castelijns Eersel.

 

Clubkampioenschap Toerclub Hapert 35-: 1 Erwin Rijkers Hapert, 2 Dirk van de Put Bladel, 3 Noud van de Sanden Eindhoven, 4 Bert Hendriks Hapert, 5 Jeroen van der Heijden Bladel.

 

35+: 1 Bart van der Heijden Vessem, 2 Johan Bruininckx Reusel, 3 Ben van Limpt Reusel, 4 Giel van Rooy Bladel, 5 Lambert Senders Hapert. 

 

Tussenstand Rabobank/Kempen Pers-klassement na Ronde van Hapert:

 

1 Jurgen van Pelt 104 p., 2 Jos van Veldhoven Dommelen 83 p., 3 Ralf Hamers Schijndel 74 p., 4 Paul van den Akker Eindhoven 70 p., 5 Ferdi van Katwijk Oploo 68 p., 6 Niels Hamers Weert 64 p., 7 Kenny van Hummel Elden 59 p., 8 Theo Eltink Westelbeers 57 p., 9 Bart Dirkx Reusel 56 p., 10 Leon Rooijakkers Gerwen 54 p.

 

2006 Westelbeers Theo Eltink kijk terug op loodzware Giro d’Italia

 

De kenners hadden het vooraf al aan zien komen. De Giro d’Italia, de grote Ronde van het Apennijns schiereiland, zou dit jaar een van de zwaarste opgaven uit de naoorlogse wielergeschiedenis worden. Theo Eltink kan er nu echt over meepraten. De 24-jarige beroepsrenner uit Westelbeers was drie weken lang met een team van Rabobank in het peloton op de Italiaanse wegen te vinden. Vooral de laatste week stierf hij duizend doden. Daags na thuiskomst kon hij alweer ontspannen zijn relaas doen. ‘Natuurlijk was ik aan het einde van de Giro in Milaan hartstikke moe. Maar naar mijn gevoel ben ik toch iets minder naar de kloten dan vorig jaar.’

 

(Tekst Piet Gijsbers, Foto Theo van Sambeek)

 

Drie weken bergop en bergaf, 3500 kilometer in totaal. Het moet kunnen voor een profwielrenner die naar zo’n uithoudingsproef toeleeft. Al was vooral de laatste week met tal van Dolomietenreuzen van de eerste orde achter elkaar op een rijtje een zware kluif. ‘In het laatste weekend zat ik in twee bergritten gemiddeld acht uur op de fiets. Erg extreem, als je het mij vraagt.’ Maar het waren niet alleen die kilometers die voor vermoeidheid zorgden. Ook dat heeft Eltink ervaren. ‘Op de twee rustdagen kregen we twee lange verplaatsingen per vliegtuig en per bus. Dan ben je eigenlijk nog niet echt aan het rusten. Maar de wedstrijd gaat door, je moet gewoon mee, hè.’ Hij is niet echt ontevreden over de bereikte resultaten, al had hij pas met een etappezege zijn eigenlijke doel bereikt. Eén keer, halverwege de Giro, was hij dichtbij de dagoverwinning. Voorop gekomen met 21 man, na een paar tientallen aanvalspogingen, bleek Eltink eindelijk in de goeie groep te zitten om vooruit te blijven. Ook al voelde hij tijdens de etappe dat hij niet super was, dit was een van de kansen waarvoor hij naar de Giro vertrokken was. In de finale leek Axel Merckx met een ultieme aanval alleen voorop de eindstreep te gaan bereiken. Honderd meter voor de streep werd de Belg door zijn naaste belagers achterhaald. De aankomst was licht bergop. Iets wat Theo Eltink redelijk moet kunnen. Maar de geroutineerde Italiaan Pelizotti bleek uiteindelijk die dag over de sterkste benen te beschikken. Eltink werd 5de. Hij is er heel eerlijk in: ‘Had ik de sprint wat anders aangepakt, dan was ik misschien een paar plaatsen korter geëindigd. Maar die Pelizotti was gewoon te sterk voor me. Tegen hem had ik die dag nooit kunnen winnen, omdat ik niet goed genoeg was.’ Weg dus de kans op een ritzege. ‘Je komt een paar keer per jaar in zo’n situatie. Dan moet je op het juiste moment precies het juiste handelen. En dat deed ik niet helemaal goed. Maar je kunt niet alles op commando doen.’ 

 

Il Grande Giro 

 

Eltink vindt van zichzelf dat hij een redelijke Giro gereden heeft. ‘Ik ben in ieder geval één keer in de gelegenheid geweest te kunnen winnen. In het laatste weekend zat ik nog een keer goed mee, maar toen was er een stel renners te sterk voor me.’ Hij doelt daarmee op de vrijdagetappe waarin de coureurs 224 kilometer met daarin vier cols te verwerken kregen. In zijn Giro-dagboek op zijn website kon hij die dag dit relaas doen: ‘Giro dag 19..... Sjezus.... Wat een ongelooflijk zware rit. Ik zat 7u26 op de fiets... en dat zonder neutralisatie en nog 10 km terug van de berg naar het hotel. Il Grande Giro dus!! (‘s Morgens voor de etappe hadden we ook al een busreis van 2uur!, wat dus betekende dat we om 6u45 op moesten staan. Altijd lekker dus die verplaatsingen.) En...stel je eens voor dat het slecht weer geweest zou zijn!!! De start was ditmaal rustig. De eerste 2 uur hebben we redelijk gewandeld. Daarna was de koers los. Er reed 21 man, bergop, weg. En ja.. ik was mee!!! Al kostte dat al veel energie. Alleen jammer dat het alleen maar klimmers waren die meezaten. We hebben niks cadeau gekregen…de 5m30 die we kregen hadden we zelf bergop bij elkaar gereden. Voor mij lag het tempo eigenlijk net een kilometer per uur te snel. Ik moest net telkens forceren en toen we op de Marmolada kwamen en ze weer veel te hard omhoog reden kreeg ik het moeilijk. Ik loste op 3 km van de top en kon nog met moeite terugkomen. Helaas was het een klim verder (Pordoi) wel afgelopen... ze reden weer net wat te hard. Ik loste samen met Bettini, Engels en Julich en we werden in de afdaling van de Pordoi door het peloton terug ingelopen. Daar ben ik gebleven tot de voet van de slotklim. Ik had wel wat geprobeerd om mee te gaan, maar mijn pijp was volledig leeg. Ik kwam uiteindelijk op 15 minuten binnen!! Tja lekker... Op zich natuurlijk goed dat ik meezat. Helaas was het niet voldoende. Ze reden om wat voor reden dan ook, net te rap.’ 

 

Relaxen 

 

’Om goed te zijn had het in feite beter gemoeten,’ concludeert Eltink. ‘Maar uiteindelijk mag ik niet ontevreden zijn. Ik heb weer een hoop geleerd en ben weer sterker geworden. Graag had ik nog een paar extra kansen op een ritzege gehad. Mijn plaats in het algemeen klassement doet er niet toe. Vorig jaar was ik 29ste. Misschien was ik nu 30ste kunnen worden, maar daar koop ik niks voor. Nu had ik gewoon liever de kans om een keer te kunnen winnen. Het was voor mij op een andere manier koersen dan vorig jaar.” In de pers was er nogal wat commentaar op de matige prestaties van de Rabobankploeg in zijn geheel. Wat Eltink daarvan vindt? ‘De ploeg heeft in zijn totaliteit inderdaad niet veel laten zien. Dan wordt er al gauw in een negatievere sfeer geschreven dan wanneer de kopman wel goed was geweest. Je wordt gewoonlijk op de beste man afgerekend. Mauricio Ardila, onze kopman, kwam er gewoon niet aan te pas. Waaraan dat ligt? Vorm is er nu eenmaal niet altijd op commando. Soms lukken dingen niet zoals gepland. Bij Ardila haalden zijn zwakke prestaties de moraal naar beneden. Dat wordt dan een opeenstapeling en uiteindelijk een groot fiasco. De buitenwacht heeft wel gelijk in de kritiek. Voor mezelf heb ik bedacht dat alleen zij die een grote ronde hebben uitgereden de enigen zijn die commentaar mogen leveren. Mensen weten vaak niet alle ins en outs . Alles heeft zijn reden in het leven. Dat geldt ook in de wielersport. Als je niet van alles op de hoogte bent, is het moeilijk om te oordelen.’

 

Eltink hoopt de komende tijd betere koersen te rijden dan vorig jaar na de Giro. ‘Toen was ik heel lang niet in orde. In de Ster Elektrotoer werd ik gewoon uit de wielen gereden. Ik heb het gevoel dat ik nu beter zal herstellen van de inspanningen in Italië.’ Na een avondcriterium in Hengelo op vrijdagavond start hij komende woensdag in de klassieker Veenendaal-Veenendaal. Om vervolgens op woensdag 14 juni in Schijndel aan de Ster Elektrotoer te beginnen. In de weken vooraf zal hij niet in zijn optrekje in Lanaken maar thuis in Westelbeers te vinden zijn. ‘Om te relaxen en tot rust te komen.’

 

Op de derde foto finisht Arie den Hartog als winnaar van de Amstel Gold Race in 1967

1963 Veldhoven Omloop der Kempen winnaar Arie den Hartog

 

(Tekst Piet Gijsbers, Foto’s uit archief Piet Kessels)

 

Hij was begin jaren zestig een topamateur. In 1962 en in 1963 maakte hij deel uit van de Nederlandse ploeg die werd afge­vaardigd naar de Wereldkampioenschappen op de weg in Salo en in Ronsse. De eerste keer veroverde hij in Italië brons. De tweede keer, in de Vlaamse Ardennen, was hij opnieuw dichtbij eremetaal, maar werd in de slotfase door pech gedwarsboomd. Wel was hij dat jaar succesvol in Olympia's Tour, in de Ronde van Oostenrijk en in een aantal Nederlandse en buitenlandse klassiekers. Hij schreef onder meer de Omloop der Kempen in 1963 op zijn naam door Bart Zoet, Gerben Karstens en Henk Cornelisse in die volgorde achter zich te houden. In 1964 kreeg hij zelfs een contract aangeboden bij Saint Raphael-Gitane, de ploeg van Jacques Anquetil. Voor die ploeg met de eerste vijfvoudige Tourwinnaar als kopman, won hij in 1964 onder meer de Ronde van Luxemburg. We hebben het over Arie den Hartog, van geboorte afkomstig uit Zuidland maar al vanaf zijn beroepsrennerperio­de woonachtig in Zuid-Limburg.

 

"Al kon ik goud verdienen, vraag me niet naar het jaar waarin ik de Omloop der Kempen gewonnen heb. Wanneer er over de wedstrijden in mijn tijd gesproken wordt, komt er al pratende soms wel weer iets naar boven. Ik heb de wielersport altijd vrij nuchter bekeken. Ik was niet iemand die ging voor de dood of de gladiolen. Er was in mijn leven nog wat meer dan fiet­sen. Ik kijk nog wel altijd naar de grote wedstrijden op de televisie. Zonder meer. Soms bezoek ik ook nog wel eens een wed­strijd: Luik-Bastenaken-Luik, de Amstel Gold Race, of een etappe in de Profronde van Nederland." Het is 1998 als ik met Arie den Hartog in gesprek raak. De oud-coureur komt op zijn praatstoel en beleeft weer het begin van zijn wielercar­rière. "De eerste koers die je wint blijft je altijd bij. Daar beleefde je het meeste plezier aan. Ik herinner me nog goed hoe ik met de eerste bos bloemen thuis kwam uit Bavel. Dat was iets aparts. Ik zie die wedstrijd bij de nieuwelingen nog helder voor mijn geest. We reden over een koolaspaadje langs een keiweg. Ik zie de supporters die met me mee waren gereisd nog staan. Eén van hen riep: 'n Tien, 'n tien! Dat was wat in die tijd: tien gulden! Daar wou ik wel voor rijden!"

 

Weddenschap

 

Den Hartog won in zijn eerste jaar als nieuweling 'misschien een stuk of vier, vijf wedstrijden'. "Ik was de enige renner in mijn omgeving. Het eiland Voorne-Putten waar we woonden was een afgesloten gebied. Er werd eerst raar tegen me aangekeken als ik aan het trainen was. 'Doet die jongen op die fiets met dat kromme stuur in de week­ends aan wedstrijden mee? Man, waar kom je van­daan?' zag je de mensen in mijn protes­tants-christe­lijke omgeving denken. Na een dikke-banden-race op konin­ginne­dag in Zuidland, waaraan ik na een wedden­schap met een stel kameraden mee deed, kocht ik mijn eerste race­fietsje voor vijfen­zeventig gulden. De buizen zaten vol deu­ken, breuken waren opnieuw gelast. Naarma­te de prestaties kwamen toonden de mensen steeds meer belang­stelling voor mijn koersactivitei­ten." Dat bleek vooral ook tijdens de huldiging die Den Hartog op het eiland onder de rook van Rotterdam ten deel viel na zijn bronzen plak op het WK '62 in Salo. De 21-jarige polder­jongen uit Zuid-Holland zou het niet bij dat ene grote wapen­feit laten.

 

Beroepsrenner

 

In 1963 reed Den Hartog de sterren van de hemel. Hij boekte in de Ronde van Friesland zijn eerste klassieke solozege, triom­feer­de te Amsterdam in de slotetappe van Olympia's Tour, werd in het eindklassement derde achter de Belgen Joske Dries en Julien Stevens, bezette in de door Jan Pieterse gewonnen Ronde van Oostenrijk diezelfde ereplaats en schitterde in de Omloop der Kempen. In een rechtstreeks duel voor de eindzege klopte hij Bart Zoet in Veldhoven. De uitverkiezing voor het WK in Ronsse stond toen voor Den Hartog al vast. In een poging de demarrage van de latere winnaar Vicentini te verijdelen trapte hij daar in België in kansrijke positie in de laatste omloop zijn wiel sch­eef. Zijn besluit om beroepsrenner te worden stond toen vast. "Ik had al een jaar eerder, na het WK in Salo, naar de ploeg van Saint Raphael-Gitane gekund. Toen was ik nog maar net tweedejaars amateur en zag het nog niet zitten. Ik wou eigenlijk in 1964 naar de Olympische Spelen in Tokyo, maar kreeg niet genoeg zekerheid om daaraan deel te kunnen nemen."

De overstap naar de beroepsrenners verliep voor de nog jonge Den Hartog uitstekend. Hij won in zijn eerste jaar als prof in 1964 ruim twintig wedstrijden, waarbij twee etappes en de eindzege in de Ronde van Luxemburg.

 

Glans

 

In 1965 gaf Den Hartog nog meer glans aan zijn profcarrière door Milaan-San Remo te winnen. Hij klopte in de Primavera de Italiaanse azen Adorni en Balmanion. Om daar een dag later in het Italiaanse Ospedaletti nog een zege aan vast te knopen. In 1966 won hij een etappe en het eindklassement in de Ronde van Catalonië. In 1967 won hij voor de BIC-ploeg op indrukwekkende wijze de Amstel Gold Race en reed in 1968 een sterke Tour de France als secondant van winnaar Jan Janssen. Met het stoppen van Caballero als sponsor van een profwieler­ploeg besloot ook Arie den Hartog eind 1970 op 29-jarige leeftijd een punt achter zijn wielerloopbaan te zetten. Ken­ners beweren dat hij meer uit zijn carrière had kunnen halen. "In de grote rondes had ik altijd wel een slechte dag en ik denk dat ik niet altijd mijn seizoen goed heb inge­deeld. Misschien heb ik ook mijn grens niet ver genoeg kunnen verleg­gen. Het fietsen is mij nooit het alleruiterste waard ge­weest. Het is maar van welke kant je het bekijkt." Nadat hij was gestopt begon Den Hartog een grossier­derij in wielersport­arti­ke­len en daarna ook een paar winkels met race­fietsen. "Later verkocht ik die, maar het thuis­zitten beviel me niet. Daarom ben ik een paar jaar geleden hier in Nieuws­tadt weer met een winkel begonnen. Gewoon dames- en herenfiet­sen. Nu heb ik weer wat om handen. Ik ben een geluk­kig man en ik heb dat voor een deel aan de wielersport te danken."

 

Naschrift:

Bovenstaand artikel verscheen in 1968, 25 jaar na de zege van Arie den Hartog in de Omloop der Kempen, in de Rondekrant van de Kempenklassieker. Arie den Hartog zijn leven heeft inmiddels een heel andere wending genomen. Na een TIA in het najaar van 2017 heeft zijn gezondheid een flinke tik opgelopen. Deze week, op maandag 23 april, werd de oud-profcoureur 77 jaar in een zorginstelling. Het zal hem goed doen een kaartje te ontvangen van veel wielersupporters van weleer. Zijn adres:

Proteion Zorgcentrum Sterrebosch

 

Kamer 2-28

 

Onder de Bomen 4

 

6017 AL Thorn

 

1998 Luyksgestel/Duizel/Bladel Max van Heeswijk doet het ook bij de profs uitstekend

 

(Tekst Piet Gijsbers, Foto's Theo van Sambeek)

 

Tegen de vlijmscherpe demarrage die Max van Heeswijk een paar ronden voor de finish van de kermisronde van Duizel in 1994 plaatste, was zelfs Bennie Gosink, die dat jaar onder meer de klassieke Ronde van Overijssel op zijn naam schreef, niet opgewassen. De 21-jarige cou­reur uit Baexem liet zijn twee jaar oudere rivaal toen het er echt op aan kwam met gemak achter zich. Het grootste applaus van het naar traditie goed opgeko­men wieler­publiek ging, heel terecht, naar de belofte­vol­le renner uit het Noord-Limburgse land. Die kon zijn oranje tricot van de natio­nale selectie voor een dag verwisse­len voor de 37ste gele trui van Duizel.

 

Na de kermisronde van Luyksgestel toonde Van Heeswijk zich vier jaar geleden voor de tweede keer binnen een maand de beste in het Kempen­land. De 21-jarige auto­schadeher­stel­ler was bezig aan zijn derde amateurseizoen en boekte tot dan toe al 30 overwin­ningen. Met zijn aan­valslust was het geen wonder dat het oog van Hennie Kuiper op hem viel. De ploegleider van het Motorola-profteam gaf hem nog datzelfde najaar de gele­genheid om als stagiair in zijn ploeg te proeven van het werk bij de beroepsrenners. De stage-periode leidde vervolgens tot een prof­contract in het Amerikaanse team met de vele nationalitei­ten.

 

In Heaven

 

Dat Max van Heeswijk in 1994 in Duizel won was op dat moment in zijn wielerloopbaan geen verrassing. In de paar weken die aan de Duizelse kermisronde vooraf gingen won hij niet minder dan vier etappes in de zware amateurronde van Rheinland-Pfalz. Het profdebuut van Van Heeswijk verliep in 1995 perfect. Na een aan­loopperiode boekte hij in de Ronde van Luxemburg zijn eerste beroepszege. In zijn debuutjaar troefde hij in de Ronde van Gali­cië niemand minder dan Laurent Jalabert, op dat moment de zegekoning in het profpeloton, twee keer af voor een etap­peo­verwinning. Dat ontlokte hem de uitspraak: "I'm in heaven." Zijn ploeggenoten kregen steeds meer vertrouwen in hem als het op een groepssprint aankwam. "Een eindsprint lichtjes bergop is voor mij een ideale aankomst," liet hij zich ontvallen. "Het peloton komt dan niet meer zo massaal op de finish af."

 

Naast Zülle

 

De prachtige resultaten van de Limburger deden verschillende ploegen naar zijn gunsten dingen toen Motorola eind '96 als sponsor uit de wielersport stapte. Van Heeswijk kon bij Polti, Mapei en Rabobank terecht. Hij koos uiteindelijk voor de Nederlandse ploeg. "We spreken dezelfde taal. Dat is goed voor de sfeer. En alles wordt vanuit Neder­land geregeld," zo ver­klaarde hij zijn keuze. Ook in de oranje­ploeg ontpopte hij zich als een afmaker. Na twee tweede plaat­sen in de Ronde van Zwitserland leek het even of dat niet zou gaan lukken. Maar ploegleider Theo de Rooy roemde zijn aanvalslust op terrein dat hem niet op het lijf geschreven was. In het najaar van 1997 boekte Van Heeswijk in de slotetappe van de Ronde van Spanje een van de mooi­ste zeges in zijn carrière tot nu toe. In Madrid presteer­de hij het haast onmogelijke: in de slotki­lometer ontsnapte hij uit het compacte peloton en trapte zich op het licht oplopende laatste rechte eind zowat wezenloos. Met succes. Ja, en als je daar dan naast eindwin­naar Alex Zülle op het erepo­dium staat, is de zege in de kermisronde van Duizel natuurlijk een peanut. Evenals de winst in de klassieke Acht van Bladel bij de junio­ren. Maar iedere rechtgeaarde Kempische wieler­sport­liefhebber geniet dan toch wel even.... 

 

2003 Veldhoven Alain van Katwijk volgt Mark Vlijm op als winnaar Omloop der Kempen

 

Dubbel succes voor Axa in de Omloop der Kempen: een juichende winnaar Alain van Katwijk met ploeggenoot Paul van Schalen vlak achter zich (Foto Theo van Sambeek)

 

Op het overwicht van het Axa Pro-Cycling Team stond zondagmiddag op de wegen van het Kempenland geen maat. Toen in de Omloop der Kempen de beslissing werd ingeluid door een kopgroep van vijftien renners, bevonden zich in die sterke groep niet minder dan vijf coureurs van de Axa-ploeg. De laatste 60 kilometers van de klassieke wedstrijd werden door de koplopers in zo’n hoog tempo afgelegd dat uit de achtergrond niemand meer de aansluiting met de leiders kon bewerkstellingen. Op de eindstreep in Veldhoven liet Alain van Katwijk zien dat hij weer helemaal terug in oude doen is. Evenals zeven jaar geleden, toen nog als junior, kwam hij als winnaar uit de strijd tevoorschijn.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Het is alweer meer dan twintig jaar geleden dat een klein kereltje rondjes fietste op de achterplaats van zijn ouderlijk huis in Bladel. Alain van Katwijk kon eerder fietsen dan lopen. Maar hoe kan dat ook anders met een vader die be­roeps­renner is in je allervroegste jeugdperiode. In de tijd dat pa Jan van Katwijk met de Raleigh-ploeg van Peter Post aan alle grote inter­nationale wedstrijden deelnam, reed kleine Alain al driftig op een driewieler rond. Nu, op 26-jarige leeftijd, heeft hij al menigmaal van het succes als wielrenner geproefd. Vooral in de jongerenrangen was hij een gedoodverfd winnaar. Bij de amateurs kwam er even een breuk in de prestatielijst van Van Katwijk. Na een operatieve ingreep die hem verloste van een vernauwing in een bekkenslagader zit hij nu weer helemaal in het goede spoor. ‘Alles loopt ineens weer naar wens. Ik voel me lekker in m’n vel zitten. Zonder mezelf op de borst te kloppen vind ik dat ik thuis hoor in een ploeg als Axa.’ Nadat Mark Vlijm, de winnaar van de Omloop der Kempen in 2002, vanwege een hardnekkige blessure dit voorjaar wekenlang uit koers moest blijven, werd Alain van Katwijk door manager Ton Welling ingelijfd als vervanger van die snelle sprinter. En niet zonder succes. Dat bleek de afgelopen weken meermaals. Eerst met een tweede plaats in de openingsetappe van het Circuit des Mines en de achtste plaats in de eindstand na zes dagen in die Noord-Franse etappekoers, vervolgens won hij in eigen land de klassieke Ronde van Overijssel. Om daar nu ook nog de zege in de Omloop der Kempen aan toe te voegen.

 

Overtal situatie

 

De beginfase van de Kempenklassieker werd gekenmerkt door een lange vlucht van Rick Flens. De 20-jarige West-Nederlander uit de ploeg Van Vliet-EBH kwam al voorop in de lus die de karavaan via Luyksgestel door de Pilis voerde. Eerst samen met Arno Wallaard, Antoine de Haan en Tjarco Cuppens. Toen zijn drie metgezellen het welletjes vonden bleef Flens manmoedig in zijn eentje voorop rijden. In de omgeving van Reusel kreeg hij gezelschap van Bart Dirkx (Tempo/BMV) die op de Laarakkerdijk zijn ouderlijk huis passeerde en daar even zijn gezicht vooraan wilde tonen. Samen met collega-veldrijder Thijs Verhagen (Rabobank) achterhaalde hij na 80 kilometer koers de eenzame vluchter en het drietal bleef vervolgens een uur lang eendrachtig samenwerkend voorop rijden. In de buurt van Oostelbeers moest Dirkx zijn metgezellen laten gaan. De twee voorop hielden stand tot voor de tweede keer, nu na de noordelijke lus van de Omloop, de keiwegen rond Hulsel werden opgezocht. Daar kwam de wedstrijd pas tot volle ontplooiing. Met een aanwakkerende zuidwestenwind werd het peloton door de mannen van Axa en de Deense ploeg Glud&Marstrand op het smalle pad langs de keiweg naar Bladel op de kant gezet. De grote groep viel in vier grote brokken uiteen. De vijftienmanskopgroep legde er flink de zweep over en had bij het uitrijden van Casteren al een halve minuut voorsprong op het eerste grote peloton. ‘Toen hebben wij lang vol gas moeten geven om de achtervolgers op afstand te houden,’ liet Van Katwijk na afloop weten. ‘Wij waren met vijf man sterk vertegenwoordigd en ook de rest van de kopgroep heeft toen kilometerslang volle bak moeten rijden om voorop te blijven. We merkten al gauw dat Rabobank en Löwik/Tegeltoko de slag hadden gemist. In de laatste twee omlopen in Veldhoven zijn we er goed in geslaagd met onze ploeg steeds een overtal-situatie te houden. Toen we in de slotfase met z’n vijven voorop kwamen, waren Paul van Schalen en ik opnieuw vooraan present. Ik had nog de meeste schrik van Julien Smink. Maar Paul hield het tempo zo hoog dat ik op het laatste stuk vanuit het wiel van Smink gemakkelijk kon winnen.’ Ook Van Schalen kwam nog vóór Smink over de eindstreep. Ton Welling, de manager van de Axa-ploeg, kreeg daarmee toch gelijk. Wat hij vooraf aankondigde werd door zijn ploeg waar gemaakt: opnieuw werd Axa winnaar van het ploegenklassement en kreeg als beloning de reuzenbeker mee naar huis. Van Katwijk kan zich nu met zijn ploeggenoten opmaken voor Olympia’s Tour. ‘Het gaat heel goed in dit shirt. Voor mij is dit een droomstart geweest in een nieuwe ploeg.’ 

 

De uitslagen in Veldhoven:

 

Omloop der Kempen elite-renners:1 Alain Van Katwijk (Valkenswaard) Axa Cycling Team 200 km in 4.33.20 (43.9 km/h), 2 Paul Van Schalen (Bakel) Axa Cycling Team, 3 Julien Smink (Hoogland) Van Hemert Groep Cycling Team, 4 Jehudi Schoonacker (Bel) Vlaanderen-T Interim, 5 Jacob Nielsen (Den) Glud & Marstrand Horsens, 6 Max Nielsen (Den) Glud & Marstrand Horsens 0.06, 7 Sierk Jan De Haan (Ned) Stichting Wieleront - Wikkeling Esp 0.17, 8 Ruud Aerts (Waalre) Van Hemert Groep Cycling Team 0.24, 9 Arthur Farenhout (Spijkenisse) Axa Cycling Team, 10 Jos Lucassen (Geleen) Axa Cycling Team, 11 Joost Van Leijen (Ewijk) Van Vliet – EBH, 12 Pascal Hermes (Liempde) Axa Cycling Team 0.32, 13 Fulco Van Gulik (Rotterdam) Bert Story-Piels, 14 John Talen (Spijkenisse) PRC Delta, 15 Soren Pedersen (Den) Glud & Marstrand Horsens, 16 Mark Fitzgerald (USA) 0.36, 17 Zdenek Mlynar (Tsjechië) AC Sparta Praag  0.38.

 

Grote Prijs Bouwers Met Visie (junioren):1 Philipp Zimmermann (Duitsland) 120 km in 2.48.49, 2 Keith Norris (USA), 3 Jasper Melis (België), 4 Daan Rijntjes (De Spartaan Den Haag), 5 Arjen Houweling (Reto Arnhem), 6 Thijs van Amerongen (District Oost-Nederland), 7 Mike van de Putten (DTS Zaandam), 8 Wim Botman (DTS Zaandam), 9 Roland Stenekes (DTS Zaandam), 10 Eddy van IJzendoorn (Tiel),

 

GP Van der Heijden Nederland dames:1 Bertine Spijkerman St. Nicolaasga, 2 Debbie Mansveld Gasselternijveen, 3 Sissy van Alebeek Rotterdam, 4 Kristy Miggels Belfeld, 5 Vera Koedooder Bovenkarspel, 6 Sandra Rombouts Rijsbergen, 7 Charlotte Becker Duitsland, 8 Martine Bras Helmond, 9 Sabrina Raaijmakers Eindhoven, 10 Marieke Verhoeven Erp.

 

1985 Valkenswaard Hans Baudoin klaar voor Omloop van de Baronie en Ster van Brabant

 

Op de middelste foto klopt Hans Baudoin in 1982 in de Ronde van Drenthe zijn vluchtgenoten Arie Hassink en Bert Wekema (Foto Cor Vos). Op de rechterfoto is de renner uit Valkenswaard in 1984 de snelste in de Diessense Omloop van ’t Molenheike (Foto Jeroen Verhelst).

 

In een tijdsbestek van drie weken krijgt de amateurtop van wielrennend Nederland in 1985 twee aansprekende klassieke wedstrijden op Brabantse bodem voor de wielen. Op zondag 31 maart beleeft de Omloop van de Baronie haar 26e uitgave in het westelijk deel van onze provincie. En op 12, 13 en 14 april wordt de Internationale Ster van Brabant voor de tweede keer op de Oost-Brabantse wegen verreden nadat die wedstrijd eerder zeventien jaren op rij als eendagsklassieker Ster van Bladel nationale bekendheid genoot. Een van de renners die in eigen provincie al eens met de overwinnaarspalm kon zwaaien is Hans Baudoin uit Valkenswaard. Vorig jaar toonde hij zich zo niet de sterkste dan toch zeker wel de slimste van de dag in de Baronie. Voldoende aanleiding om hem aan de vooravond van de twee grote Brabantse klassiekers in de rubriek Kempische Wielerspiegel voor het voetlicht te halen.

 

Prachtige erelijst

 

Vijftien wedstrijdseizoenen heeft Baudoin, geboren op 2 oktober 1961, al op de racefiets doorgebracht. Toen Toer- en Wielerclub De Kempen in Valkenswaard een jeugdafdeling optichtte, was hij op achtjarige leeftijd een van de eersten die zich aanmeldde. Zijn allereerste koersje eindigde meteen al in een overwinning. En wie zich in de loop der jaren geïnteresseerd heeft in het Kempische wielergebeuren zal er niet van opkijken dat die zegelijst inmiddels tot boven de 140 ia aangegroeid. “Mijn mooiste overwinning,”vindt hij zelf, “is die in Hoogerheide waar ik in 1978 nationaal kampioen op de weg bij de nieuwelingen werd.” En in één adem daar achteraan somt hij de amateurklassiekers op die hij de laatste vier jaar won: Vierstromenlandronde, Ronde van Drenthe, een rit in Olympia’s Ronde en de Omloop van de Baronie. Daarbij gevoegd nog een aantal titels in het (Oost)-Brabantse land in de diverse wedstrijdcategorieën bij nieuwelingen, junioren en amateurs, een nationale titel achtervolging als junior en een paar zilveren medailles samen met leeftijdgenoten van TWC De Kempen in de nationale clubtitelstrijd in Dronten. Niemand die nog ontkennen zal dat de Valkenswaardse renner met talent gezegend is.

 

Terugslag

 

Hans Baudoin behoorde duidelijk bij de meest veelbelovende renners van ons land. Haast met de reglmatt van de klok bouwde hij zijn overwinningentotaal op. Jaarlijks, ook nog als amateur met uitzondering van vorig seizoen, werden zowat tien zegepralen toegevoegd. Na een succesvolle aanloopperiode bij de amateurs leek hij naar de middenmoot van het peloton terug te zakken. Toen sponsor Jan van Erp stopte en Piet van der Kruijs de kern van die ploeg overhevelde naar Jo van Aarle/Ecco, was er geen plaats meer voor Baudoin. Waarna Jan van Katwijk hem vorig jaar inlijfde in de Mindex-ploeg. De coureur beschaamde dat vertrouwen niet en won al vroeg in het seizoen op overtuigende wijze de Omloop van de Baronie. Kort daarna raakte hij echter aan de sukkel. Een prostaatontsteking verhinderde zijn deelname aan de Ster van Brabant door eigen streek. In totaal kwam hij maar vier maanden in actie. “Eigenlijk is de miserie begonnen toen ik een jaar of drie geleden de waterpokken kreeg,“ verklaart hij zelf zijn minder presteren in de afgelopen twee amateurseizoenen. “Maar ik heb er goede hoop op dat die ellende nu voorgoed achter de rug is. In de Ster van Zwolle waagde ik me nog niet in de eindsprint en werd 28e. Een week later in de Ronde van Zuid-Holland was ik mee in de beslissende ontsnapping van 24 man, maar werd uitgeschakeld toen een andere renner in mijn achterwiel reed.” Daags daarna was alleen zijn clubgenoot John Bogers hem in Oostelbeers te snel af en zondag in het Zuid-Limburgse Neerbeek werd hij op de streep geklopt door Martin Theunissen. “Maar daar reed ik tachtig kilometer samen met Pietje Harings op kop, zodat die eindspurt me pal nadat we waren ingelopen nog niet tegenviel. Ik merk dat mijn snelheid wat minder wordt en dat ik het nu meer van de macht moet hebben.”

 

Goede hoop

 

Zijn streven is dit jaar vooral in de klassiekers goed te presteren. Daarnaast probeert hij in de criteriums de naam van zijn nieuwe sponsor Univers-Concorde, de ploeg van Noord-Hollander Frans Klardie, zo goed mogelijk te verkopen. Voor de klassieker door de Baronie heeft hij goede hoop.  “Daar gaat het me altijd goed af, al zou ik er ook haast niets voor hebben gedaan. Ik was er al eens tweede en vierde en vorig jaar dus winnaar. Voor die wedstrijd heb ik altijd een uitstekende moral. Misschien dat het daaraan ligt. Toch ben je natuurlijk voor de start altijd wat gespannen en het moet je vooral in het begin van de wedstrijd een beetje meezitten. En wat de Ster van Brabant betreft, daar heb ik dit jaar mijn hoop ook een beetje op gericht. Want wat is er mooier dan in je eigen streek goed te presteren?” Wie Hans Baudoin de eerstkomende weken op een van de Kempische wegen tegenkomt kan er van op aan dat de Valkenswaardse coureur met HAVO-opleiding, nu als WW’er bezig aan een middenstandsopleiding, in training is voor de Ster van Brabant vanuit Bladel en voor de Diessense Omloop van ’t Molenheike die hij vorig jaar ook al won.

 

 

1985 Eindhoven-Veldhoven Bert Oosterbosch met Post-ploeg in training op Kempische wegen

 

Vandaag, 2 maart 1985, wordt in Gent het startschot gelost voor het nieuwe Belgische seizoen van de beroepswielrenners. In de namiddag zal bekend zijn wie na Eddy Planckaert de erelijst van de Omloop ‘Het Volk’ zal aanvullen. Jarenlang was deze ook wel als Gent-Gent betitelde wedstrijd over een afstand van ruim tweehonderd kilometer de openingskoers van de lage Landen aan de Noordzee. Nadat men aan de boorden van de Middellandse Zee in Spanje, Frankrijk en Italië de seizoenstart met enkele weken vervroegde, hebben inmiddels ook in ons eigen land de wielerprofs al hun eerste wedstrijd gereden. Met honderdtwintig man sterk kwamen zij op de laatste woensdag van februari op de wegen van de Gelderse Achterhoek in actie. Post-renner Johan Lammerts behaalde daar de derde zege in zijn profcarrière. Een van de deelnemers, oud-Eindhovenaar Bert Oosterbosch was samen met neo-prof John van Asten vorige zondag bij het Piroc in Veldhoven aan de slag in de tweede trainingsrit van TWC Tempo. Na afloop vertelde de rossige Panasonic-coureur over zijn eerste ervaringen in het wegseizoen 1985. Een seizoen dat in de eerste week van februari in Zuid-Frankrijk begon. De Ster van Bessèges, een rittenkoers uitgesmeerd over vier dagen, werd in het verleden al vijf keer door een renner uit de ploeg van peter Post gewonnen. Franky de Gendt, Jan Raas, Cees Priem, Bert Oosterbosch en Eddy Planckaert staken achtereenvolgens de eindzege op zak. Met sterke temporijders als Eric Vanderaerden en Bert Oosterbosch in de gelederen kon Post ook dit jaar met goede voornemens naar Bessèges afreizen. Maar niemand minder dan Tourwinnaar Laurent Fignon zorgde dat het openingsfestijn een Franse aangelegenheid werd. Bert Oosterbosch kwam ditmaal duidelijk tekort. Het tijdritje om te bepalen wie in de leiderstrui van start mocht gaan was hem niet op het lijf geschreven. “Ik moet het hebben van enkele lange rechte stukken en dat was er daar helemaal niet bij. De afstand was maar twee kilometer en daar zaten ook nog een paar rot bochten in waarin scherp moest worden gedraaid.”Twee dagen later leek Oosterbosch de schande van de zeventiende plaats in de proloog met een lange solovlucht te gaan weg werken. Na 50 kilometer ging hij er vandoor en zijn voorsprong op het peloton was halfkoers al tot vijf minuten gestegen. In het peloton werd bij het vernemen van die voorsprong door de concurrentie niet stil gezeten. Neo-prof Leclercq, een ploegmaat van Sean Kelly en Gerrie Knetemann, wist zich uit de meute te ontworstelen en kreeg de Belg Guy Nulens mee als bewaker voor de Panasonic belangen. “Acht kilometer voor de finish haalden die twee me in en toen was bij mij de pijp leeg,” aldus Bert Oosterbosch die zich kon troosten met de zege van zijn ploegmakker Nulens die tevens eindwinnaar zou worden.

 

Opnieuw geklopt

  

Geen nood voor Oosterbosch. Vier dagen later kreeg hij een kans op revanche in de proloog van de Ronde van de Middellandse Zee. Ook al zo’n wedstrijd waarin Nederlanders de laatste vijf jaar het gezicht mee bepaalden. Bert Oosterbosch zette een scherpe tijd neer, hoewel hij het nadeel had dat de regen het parcours glad maakte. Uitgerekend zijn teamgenoot Eric Vanderaerden die het geluk had te kunnen rijden toen de wegen weer wat waren opgedroogd, bleek als enige nog in staat die tijd te verbeteren. Welgeteld twee seconden brachten hem de zege. In de afsluitende lange tijdrit werd Oosterbosch opnieuw geklopt door zijn kopman Phil Anderson die daarmee de eindzege voor de Post-ploeg veilig stelde. Toch vindt Oosterbosch dat hij tot nu toe boven verwachting heeft gepresteerd en, wat belangrijker is, ook Post gelooft nog steeds in zijn mogelijkheden. “We hebben met onze voltallige ploeg een paar dagen in Motel Eindhoven doorgebracht. Van daaruit hebben we een paar lange trainingsritten gemaakt door België en de Nederlandse Kempen. Omdat Eric Vanderaerden op het Belgische gedeelte en ik aan onze kant van de grens goed bekend zijn, kozen we deze streek uit. Twee aan twee hebben we op tempo getraind met de ploegleiderswagen achter ons aan. Steeds op brede wegen en zoveel mogelijk buiten de drukte van grotere plaatsen. Via Valkenswaard, Maarheeze en Weert naar Hamont, Hechtel, Zolder, Lummen, de woonplaats van Vanderaerden, en zo terug bij Lommel de grens over. Door de Pielis bij Luyksgestel naar Weebosch, Postel, Retie, Reusel, Esbeek en via Diessen, Hapert en Eersel terug naar Eindhoven. De ene dag 175 kilometer, daags erna nog 190.”

 

Naschrift 15 februari 2018:

 

Bert Oosterbosch wint in 1985 veertien wegwedstrijden waarbij etappes in Parijs-Nice, de Ronde van Catalonië, de Ronde van Noorwegen, de individuele tijdrit en de ploegentijdrit met Panasonic in de Ronde van Nederland, alsook de proloog individuele tijdrit in de Ronde van Spanje.

 

 

 

2017 Westerhoven Maud Kaptheijns koningin van het veldrijden

 

Een vertrouwd gezicht: Maud Kaptheijns voert het veld aan (Foto Jo Nederkoorn)

 

 

 

Maud Kaptheijns blijft de veldritwereld verbazen. Sinds afgelopen weekend mag de renster uit Westerhoven als de leading lady in de cross worden beschouwd. Zaterdag 21 oktober zette zij in het Belgische Boom na winst in de Super Prestige veldritten van Gieten en Zonhoven ook de derde cross in die prestigieuze wedstrijdserie naar haar hand door wereldkampioene Sanne Cant in een eindsprint met twee achter zich te houden. Zondag 22 oktober werd de Duinencross in Koksijde een prooi voor Katheijns. De 23-jarige renster degradeerde daar het voltallige deelnemersveld door vanaf de start in de aanval te gaan. Gaandeweg de wedstrijd die meetelde voor de Wereldbeker nam zij in het duinzand meer voorsprong. Uiteindelijk bleef landgenote Sophie de Boer op bijna een minuut achterstand het dichtste in haar buurt. Sanne Cant, de Amerikaanse Kathy Compton, Nikki Brammeijer uit Groot-Brittannië, rensters uit België, Tsjecho-Slowakije, Zwitserland, de Verenigde Staten en Frankrijk moesten nog meer tijd prijsgeven op een ontketende Kaptheijns. “Ik hoop dat dit nog lang mag duren”, aldus de 23-jarige renster van Crelan-Charles. “Ik ben nu een jaartje ouder, maar dat is niet het enige verschil met vorig jaar. Ik cross op dit moment heel goed omdat ik de perfecte zomer achter de rug heb, goede trainingen heb kunnen afwerken en vooral ook omdat ik mijn voeding heb aangepast. Vroeger at ik niet goed, nam ik niet voldoende koolhydraten in en kwam ik daardoor vaak te kort op het eind van de wedstrijd. Nu heb ik mijn voeding compleet aangepast en dat helpt. Ik eet meer, maar anders en ben drie kilo afgevallen.” Na haar dubbelzege in het voorbije weekend gaat Kaptheijns een weekje wat gas terug nemen in de training met de Prolease Grote Prijs van Brabant op zaterdag 28 oktober in Rosmalen, een dag later de Super Prestige cross in Ruddervoorde en het EK in het Tjechische Tabor op 5 november in het nabije vooruitzicht.

 

Thomas Dekker ontvangt uit handen van burgemeester Cox een karakteristiek Veldhovens aandenken aan zijn tijdritzege (foto Theo van Sambeek)

 

2003 Veldhoven Thomas Dekker klopt favoriet Fabian Cancellara in proloog Ster Elektrotoer

 

Niet de Zwitser Fabian Cancellara, dit jaar al winnaar van de prologen in de sterk bezette Ronden van Romandië en van Zwitserland, maar de jonge Thomas Dekker uit de beloftenploeg van Rabobank zette in de proloog van de Ster Elektrotoer de snelste tijd op de klokken. De kenners wisten dat Dekker als Nederlands tijdritkampioen bij de renners tot 23 jaar veel klasse in huis had. Toch was het een regelrechte verrassing dat de Noord-Hollander sneller was dan een aantal door de wol geverfde profs. Opmerkelijk genoeg eindigden vooral jonge coureurs in de top van het dagklassement op de regenachtige avond in Veldhoven.

  

(door Piet Gijsbers)

 

Met de volledige medewerking van gemeentebestuur en politie had de Stichting Omloop der Kempen het voor elkaar gekregen om in de vroege avonduren de proloog als individuele tijdrit op de verkeersaders van Veldhoven te laten verrijden. Honderden dranghekken, nog meer pilonnen en een legertje politiemensen en signalateurs van de organisatie zorgden voor een goed beveiligd parcours waarop de renners zich konden uitleven. Vanwege de avondspits waren er lange files, zeker nu iedereen op zo’n regenachtige dag voor de auto als vervoermiddel koos. De regen weerhield bovendien velen om de renners in hun korte rit van bijna vijf kilometer tegen het uurwerk gade te slaan dan wel aan te moedigen. Toch gonsde het van de activiteiten bij de start op het Meiveld en bij de vlakbij gelegen finishlijn op de Heemweg. Een voor een begaven de coureurs zich op weg om via Heerbaan, Sterrenlaan, Abdijweg, Burgemeester Van Hoofflaan en Bossebaan aan het einde van de Heemweg te finishen. Als een van de eerst gestarte renners zorgde Remco van der Ven (Bankgiroloterij/Batavus) op het natte wegdek voor een snelle tijd (5.46) met een gemiddelde snelheid van bijna vijftig kilometer per uur. Toen de helft van de 114 deelnemers hun rit hadden beëindigd, stond Luyksgestelse Dirk Bellemakers (Van Vliet-ploeg) als een van de jongste deelnemers nog knap op de tweede plaats in de tussenstand. Jammer was het dat Bert Hiemstra in volle vaart op de Sterrenlaan met een onvoorzichtig overstekende fietser in aanraking kwam en daarmee een kruisje over de wedstrijd moest maken. Als eerste dook Koen de Kort uit Liempde (5.43) onder de tijd van Van der Ven, maar Niels Scheuneman, ploeggenoot van De Kort bij Rabobank, bleek nog drie seconden sneller. Op de Rabo-jonkies bleek deze avond geen maat te staan. 

 

Niet te temmen 

 

Als 93ste renner ging Thomas Dekker van start. Rabobank-coach Piet Kuijs had in de ploegleiderswagen nog een plaatsje vrij, zodat uw Kempen Pers-verslaggever eerste rang zat bij het volgen van de Nederlandse beloftenkampioen. Aangemoedigd door luide claxonstoten en vooral ook door inspirerende woorden van de ploegleider via de voor op de auto gemonteerde luidspreker raasde Dekker over het parcours. Bij de ijkpunten die de nog te rijden afstand in kilometers aangaven kreeg de coureur te horen hoe hij er in tijd voor stond in vergelijking met zijn ploeggenoten Koen De Kort en Niels Scheuneman. Bij het 3 kilometerbordje op de Sterrenlaan was Dekker al sneller dan zijn snelste ploegmakker. Geen wonder ook, want daar zette hij de kilometerteller van de volgwagen op 65 kilometer per uur. Zelfs ploegleider Kuijs stond versteld van de krachten van de vier dagen eerder 19 jaar geworden coureur. In een vloeiende stijl nam die de bocht naar de Abdijlaan na de hint van de ploegleider om die bocht ruim aan te snijden. Vóór de scherpe bocht bij het oprijden van de Burgemeester van Hoofflaan klonk door de luidspreker het dringende bevel om daar vooral waakzaam te zijn. Thomas Dekker was niet meer te temmen. De één minuut eerder gestarte Tom Cordes, ooit wereldkampioen bij de junioren, moest toezien hoe Dekker hem op de Bossebaan passeerde. Een jurylid op de motor zag toe of er reglementair werd ingehaald. Niet tot genoegen van Kuijs, want die moest daarmee noodgedwongen uit het kielzog van zijn pupil. De laatste vijfhonderd meter werden voor de ploegleider nog even spannend. De opluchting aan de finish was des te groter. De door Dekker neergezette tijd van ruim 5.37 was de snelste tot dan toe. 

 

Tweevoudig kampioen 

 

Ploegleider Kuijs bleef nog even voorzichtig: “De grote jongens moeten nog komen,” zei hij en doelde daarmee op de Zwitser Fabian Cancellara, de Belg Bart Roessems, die in het voorjaar nog de tijdrit in de Grote Prijs Erik Breukink had gewonnen, en vooral ook Bart Voskamp, vorig jaar onder meer door een sterke proloog eindwinnaar van de Ster Elektrotoer. Cancellara had de pech dat het hard ging regenen toen hij van start ging. Aan de eindstreep gaf hij een halve seconde toe aan Dekker. Misschien lag het aan de wat harder opgestoken wind, maar ook de aan het eind gestarte favorieten konden de tijd van Thomas Dekker niet meer verbeteren. Zijn gemiddelde snelheid van 51.218 kilometer per uur bleek ondanks de natte omstandigheden goed voor het eerste leiderstricot in de vijfdaagse etappekoers. Het lijkt erop dat de jonge winnaar een gouden toekomst voor zich heeft. Vorig jaar won Dekker als tweedejaarsjunior 22 wedstrijden. Vooral internationaal scoorde hij uitstekend met de tweede plaats in de eindstand van de Wereldbeker voor junioren als beloning. Het leidde ertoe dat de jonge coureur uit Dirkshorn afgelopen winter als enige junior van Rabobank het opstapje mocht maken naar de beloftenploeg die als Trade Team 3 aan de internationale competitie deelneemt. Dit jaar werd hij zowel nationaal wegkampioen als beste tijdrijder op het NK voor beloften (renners tot 23 jaar). Wellicht ziet Veldhoven hem volgend jaar terug, want de organisatoren van de proloog hebben een optie om die korte tijdrit opnieuw te organiseren. Dan hoogstwaarschijnlijk al in juni, zodat er later op de avond gestart kan worden. Dan heeft het verkeer minder hinder van de wedstrijd. En renners en publiek rekenen als het zover is op een echte zomeravond.

 

Uitslag proloog Ster Elektrotoer:1 Thomas Dekker Dirkshorn (Rabobank) 4,8 km in 5.37, 2 Fabian Cancellara Zwitserland (Fasso Bortolo) 5.37, 3 Niels Scheuneman Veendam (Rabobank) 5.40, 4 Bert Roessems België (Palmans/Collstrop) 5.40.76,  5 Bart Voskamp Zetten (Bankgiroloterij/Batavus) 5.41.22, 6 Bram Schmitz Aalst/Waalre (Bankgiroloterij/Batavus) 5.41, 7 Koen de Kort Liempde (Rabobank) 5.42.92, 8 Alexei Markov Rusland (Lokomotiv) 5.43, 9 Gerben Löwik Almelo (Bankgiroloterij/Batavus) 5.45.27, 10 Remco van der Ven Nieuwegein (Bankgiroloterij/Batavus) 5.46.

 

 

In 2014 ontving Jan Peeters in Luyksgestel een Koninklijke onderscheiding uit handen van burgemeester Driek van de Vondevoort (Foto Theo van Sambeek)

 

2010 Luyksgestel De speciale band van Jan Peeters met het grensdorp

 

 

 

 

Voor de laatste keer zal in Luyksgestel tijdens de jaarlijkse wielerronde de vertrouwde stem van Jan Peeters over het parcours galmen in zijn functie als KNWU-jurylid. Aan het eind van dit jaar zet de 71-jarige Eindhovense microfonist een punt achter het verslaan van wielerwedstrijden. Na 38 jaar KNWU-jurylid te zijn geweest, vindt hij het de hoogste tijd worden om het wat kalmer aan te gaan doen. Hij stond achter de micro bij grote wedstrijden als de nationale titelstrijd, de Gold Race, de Ster Elektrotoer en de Holland Ladies Tour. In alle regionale criteriums rond kerk en plein klonk jarenlang zijn indrukwekkende basstem. Aan de kermisronde van Luyksgestel bewaart hij speciale herinneringen.

 

(door Piet Gijsbers)

 

Jan Peeters moet puur uit zijn herinneringen putten als ik hem vraag wat hem van Luyksgestel goed is bij gebleven. “Ik bewaar niks en weet dus ook niet precies hoeveel jaar ik in Luyksgestel de microfoon hanteerde. Ik heb altijd gewoon van de ene wedstrijd naar de andere toegeleefd.” Peeters heeft gedurende een reeks van jaren in het grensdorp een stevige vriendenkring opgebouwd. Met name met de mensen van de Stichting Wielerevenementen Luyksgestel heeft hij een hele goede band. “Wil Bellemakers, Kees Sengers, voorzitter Thieu Tils, Toon van Erp en Ad Borrenbergs mag ik tot mijn speciale vrienden rekenen. Ongeacht wie er jarig is en wat er ook te doen mag zijn: ik ben er van de partij. Hoe dat zo gegroeid is weet ik ook niet. Ik lig bij die mensen eigenlijk midden in het bed.” Die uitspraak is haast letterlijk op te vatten, want als het al eens erg laat wil worden op de avond van de jaarlijkse kermisronde, kan Peeters bij een van zijn vrienden blijven slapen. “Zowel door mij als door mijn vrouw wordt die hechte band met Luyksgestel als super ervaren. Ook omgekeerd is er die band. Bij ons gouden huwelijk, onlangs in het Philips Stadion, was de hele vriendenclub uit Luyksgestel op het feest.” Zonder de organisaties in de andere Kempendorpen te kort te willen doen spreekt hij zijn enorme waardering uit voor de organisatie van de Gestelse koers. “Ongeacht wie ik zou willen noemen, alles is perfect geregeld. Neem bijvoorbeeld de vrouwen van de bestuursleden. Die zijn al op de vroege ochtend van de wedstrijddag bezig met de catering voor de gasten. Van die mensen straalt een welgemeende warmte af. Als zij een beroep op me doen ben ik er gewoon. Zoals afgelopen winter bij de avondvierdaagse van voetbalvereniging De Raven. Toen heb ik eenmalig ja gezegd om dat evenement aan elkaar te praten, hoewel ik eigenlijk al vier jaar met dat soort werk gestopt was. Want geloof me, het kost struif om vier avonden lang in touw te zijn. Maar op zo’n moment kan ik geen nee zeggen tegen mijn vrienden.”

 

Plezier

 

Criteriums als Luyksgestel en Duizel hebben in de ogen van Peeters een aparte status. De beste renners komen er aan de start en de wedstrijden worden druk bezocht. “Vooral de gemoedelijkheid in het grensdorp voelt als een omarming van het goede Brabantse en het Belgische. Maar let wel: Of ik nu een wedstrijd van de nieuwelingen doe of een dikke banden race, zoals in Riethoven in het voorprogramma, ik doe dat met evenveel plezier als commentaar geven bij de beroepsrenners in Stiphout. Ik heb plezier in die jongens en meisjes en probeer er spektakel van te maken.” Peeters ziet uit naar het groot-Bergeijkse overkoepelend klassement voor de meer recreatieve renners in de wedstrijden van Riethoven, Luyksgestel en Bergeijk, waarin de regels van het Kempenklassement van de elite en beloften gehanteerd worden. “Er rijden allemaal regionale jongens, er komt publiek op af, dat moet een succes worden.”

 

Het afscheid als wielerspeaker betekent niet dat de stem van Jan Peeters nergens meer door de microfoon te horen zal zijn. Hij wil af van de wekelijkse verplichting om wedstrijden te becommentariëren, maar benadrukt dat bij diverse gelegenheden nog een beroep op hem gedaan kan worden. “Als ik dadelijk met de wedstrijdsport stop ben ik nog graag bereid om hier en daar, waar gewenst, de zaak aan elkaar te praten. Je kunt daarbij allerlei dingen bedenken: ploegenpresentaties, jubilea en dat soort zaken blijf ik gewoon doen.” Bovendien blijft hij nog voorzitter van het Baby-Dump Kempenpers Klassement, zodat de wielrenners en de wielersupporters voorlopig nog niet van Jan Peeters af zijn.

  

 

 

Rondemissen Ilse Bruggen en Marleen Vissers op eindpodium met winnaar Erik Dekker, Tomas Vaitkus en Bernard Eisel (Foto Theo van Sambeek)

 

2003 Bladel Erik Dekker bij rentree eindwinnaar van Grote Prijs Erik Breukink

 

Erik Dekker heeft, niet alleen tot zijn eigen verbazing, zijn rentree in het peloton gevierd met een overwinning in de tweede editie van de GP Erik Breukink. De Rabobankrenner die een tijdlang uit koers was met een onwillige knie gaf drie dagen achtereen de toon mee aan in de wedstrijd van de Stichting Wielerevenementen Het Snelle Wiel. Zonder een dagzege toonde Dekker zich de meest regelmatige coureur in het internationale gezelschap dat in Bladel aan de start verscheen. In het eindklassement had hij een kleine voorsprong op twee jonge renners die staan te dringen om zich in de nabije toekomst in de grote klassiekers te manifesteren.  De Litouwer Tomas Vaitkus en de Oostenrijker Bernhard Eisel stonden bij de slotceremonie naast Dekker op het erepodium. 

 

 

(door Piet Gijsbers)

 

 

 

Na een lange blessureperiode in het vroege voorjaar was de eindzege in Bladel een opluchting voor Erik Dekker. Vrijdags, vlak voor de start van de lange etappe op en neer naar het Belgische Riemst, gaf hij aan al blij te zijn de driedaagse zonder problemen door te komen. Op zijn welbekende manier reageerde hij na de tijdrit op zondag luchtig op de vraag of de zege voor hem verrassend was.  “Ik heb vrijdags voor de start gedaan alsof ik nog niet zo zeker van mijn zaak was. Ik hield met het klassement helemaal geen rekening. De dag door de Ardennen wilde ik eerst eens afwachten. Toen dat ook geen probleem bleek te zijn, heb ik me op een snelle tijd in de individuele tijdrit gericht.” Dekker gaf toe dat hij slecht geslapen had in de nacht voor de afsluitende tijdrit. Hij was nerveus geweest voor de start. Zijn knie hield echter goed stand. Na al twee dagen achtereen zijn gezicht  in de finale van de koers in de frontlinie te hebben laten zien, bracht hij ook in de rit tegen het uurwerk een van de snellere tijden op de klokken. De trainingen los van de ploeg in de omgeving van het Spaanse Murcia in de week vooraf bleken hem goed te hebben gedaan. “Nu ik drie dagen achtereen voluit kon gaan, betekent dat voor mij dat ik conditioneel veel verder ben dan ik had durven hopen. Maar niemand moet van mij nu al wonderen verwachten in de Ronde van Vlaanderen. Dat soort wedstrijden zijn nog heel wat langer en zwaarder dan die van dit weekend,” verklaarde hij na afloop. Aan de vele wielersportliefhebbers die de renners in Bladel kwamen bewonderen, liet Dekker met zijn schitterende prestatie in de GP Erik Breukink eens te meer zien dat hij als een van de grote klasbakken in het peloton mag worden beschouwd. 

 

 

 

Jimmy Casper

 

 

 

De eerste etappe van de GP Erik Breukink werd in een sprint met zestien renners beslist op de eindstreep in Bladel. De zestien koplopers maakten zich in de finale van de koers op de wegen van het Kempenland los uit de grote groep, nadat het peloton pas in de laatste 25 kilometer echt op drift was geraakt. Even leek het er toen al op of Erik Dekker met zijn welbekende jump de etappewinst naar zich toe zou gaan trekken. De Franse sprinter ]immy Casper (FDJeux.com) verijdelde de plannen van Nederlands meest succesvolle coureur in de afgelopen jaren. Met de eindstreep in zicht zette de 24-jarige Fransman zich op kop van de vluchtgroep en boekte zijn tweede seizoenszege.

 

De etappe op en neer naar Riemst werd vooral kleur gegeven door de 22-jarige  Fransman Christophe Kern (Brioches la Boulangere) met een lange solo die hem een maximale voorsprong van bijna 15 minuten opleverde. De jonge coureur, die vorig jaar Luik-Bastenaken-Luik bij de espoirs op zijn naam schreef, hoefde zijn voorsprong pas prijs te geven nadat hij welgeteld 153 kilometer alleen op kop had gereden. De finale van de etappe werd hard gemaakt door de renners van Rabobank en Bankgiroloterij. Het tempo ging omhoog naar 60 km per uur. Met nog 25 km voor de wielen gingen Thomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago) en Bernard Eisel (FDJeux.com) in de aanval. Zij kregen veertien renners met zich mee. In korte tijd nam die groep een voorsprong van 30 seconden op de hoofdmacht. Met drie man bij de koplopers vertegenwoordigd, leek Rabobank in de persoon van Erik Dekker in de laatste kilometers een greep naar de ritzege te doen. De Oostenrijkse neo-prof Bernard Eisel zag zijn sleurwerk in de slotfase echter beloond met de zege van ploeggenoot Jimmy Casper die op de streep duidelijk de snelste was. Onze landgenoot Gerben Löwik (Bankgiroloterij-Batavus) liet zijn goede vorm blijken door de tweede plaats voor zich op te eisen.

 

Bernhard Eisel

 

In de Ardennen-rit op zaterdag ging Bram Schmitz (Bankgiroloterij-Batavus) al na 18 kilometer in het gezelschap van Mart Louwers (AXA) en Stijn Devolder (Vlaanderen T Interim) voorop rijden. Eendrachtig samenwerkend bouwden de drie leiders een voorsprong op die tot maximaal elf minuten opliep. Op de Planck en de Baraque Michel kwam Louwers als eerste boven. Toen het echt menens werd op de steile helling Ferme Libert (stijgingspercentage 20 %) en de lange klim van de Bevercé (na 105 km), beide bij Malmédy, reed Schmitz voorop. Stijn Devolder moest bij de leiders lossen. Intussen was het peloton helemaal verbrokkeld. Een groep van meer dan dertig coureurs, bij wie Tom Steels en Angelo Furlan, zagen hun achterstand zo groot worden dat zij de wedstrijd voor gezien hield. Geert Verheyen (Marlux-Wincor) kwam als eerste boven op de Halembaye (175 km). De finale kon nu echt beginnen. Veertien renners bij wie Mathew Hayman en Erik Dekker (Rabobank), Gerben Löwik (Batavus), Paul van Schalen (AXA), Jimmy Casper (FDJeux.com), Dave Bruylandts (Palmans-Colstrop) en ook Christophe Moreau ((Crédit Agricole) namen een kleine voorsprong. Met nog 15 km te rijden volgde een hergroepering, waarna Löwik, Bruylandts en Eisel erin slaagden, zij het nipt, tot op de eindstreep de grote groep voor te blijven. De 22-jarige Eisel verontschuldigde zich bij de huldiging als winnaar voor zijn defensieve houding in de finale als bewaker van de belangen van Jimmy Casper. Een excuus waarvoor Löwik alle begrip had. De Batavus-Bankgiroloterij-coureur was al lang blij met het veroveren van de leiderstrui in de individuele rangschikking. Bovendien werd hij leider in het punten- en het sprintklassement, zodat zijn dag bijna niet meer stuk kon. De ploeg Batavus-Bankgiroloterij deed toch heel goede zaken, omdat Bram Schmitz onderweg de meeste punten verzamelde op de Ardennen-hellingen en daarmee winnaar werd van het bergklassement.

 

 

 

Spannend secondenspel

 

 

 

Zondag bleef de als eerste gestarte Raivis Belohvosciks (Marlux-Wincor-Nixdorf) lang aan de leiding in het tussenklassement van de tijdrit rond Bladel. Pas de als veertigste gestarte Bert Roesems  dook onder de tijd van de Let. En goed ook, want in het verdere verloop van de tijdrit bleek niemand nog in staat de tijd van de Belgische coureur te verbeteren. Zelfs Bart Voskamp, een van de getipte favorieten, bleef op één seconde van Roesems steken. De strijd om de eindzege moest worden beslist tussen een twaalftal renners dat elkaar de vorige dagen binnen een marge van twintig seconden had weten te houden. Vooral de strijd tussen Erik Dekker en de jonge Tomas Vaitkus (21), de wereldkampioen tijdrijden bij de espoirs, zorgde voor een ongemeen spannend slot. Dekker zette een achterstand van twee seconden om in een even grote voorsprong en kon zich daarmee tot eindwinnaar laten kronen door de naamgever van de wedstrijd Erik Breukink. Gerben Lowik  werd vierde en bleef daarmee in het bezit van de leiderstricots in het punten- en het sprintklassemen. De eindzege in het ploegenklassement ging naar Rabobank. Toen Erik Dekker dat hoorde stak hij triomferend het hem door Bladels burgemeester Grem aangereikte ereschild met een juichkreet in de hoogte. Voor hem mogen de klassiekers nu komen!

 

 

 

De uitslagen:

 

1ste Etappe: Bladel-Bladel 220 km: 1Jimmy Casper (Fdjeux.com) 5h 45m 57s, 2 Gerben Löwik (Bankgiroloterij), 3 Ludovic Capelle (Landbouwkrediet-Colnago), 4 Alberto Vinale (Alessio), 5 Johan van Summeren (Quick Step), 6 Christophe Edaleine (Jean Delatour), 7 Dave Bruylandts (Marlux – Wincor Nixdorf), 8 Paul Van Schalen (Team AXA), 9 Tomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago),  10 Arthur Farenhout (Team AXA).

 

2de Etappe: Riemst-Riemst 210 km: 1 Bernhard Eisel (Fdjeux.com) 5h 47m 11s, 2 Gerben Löwik op 2 sec., 3 Dave Bruylandts op 4 sec., 4 Sebastien Hinault (Credit Agricole), 5 Jimmy Casper, 6 Mario Manzoni (Mercato Uno-Scavanino), 7 Rudi Kemna (Bankgiroloterij), 8 Magnus Bäckstedt (Team Fakta), 9 Lilian Jegou (Credit Agricole), 10 Marcus Ljungqvist (Credit Agricole).

 

3de Etappe: Individuele Tijdrit Bladel 18,7 km: 1 Bert Roesems (Palmans-Colstrop) 24'01"41, 2 Bart Voskamp (Bankgiroloterij-Batavus) op 1", 3 Erik Dekker (Rabobank) op 12", 4 Tomas Vaitkus (Landbouwkrediet-Colnago) op 16", 5 Dave Bruylandts op 31", 6  Bernard Eisel op 32", 7 Christophe Moreau (Credit Agricole) 34", 8  Magnus Backstedt op 35", 9  Stijn Devolder (Vlaanderen) 36", 10  Raivis Belohvosciks (Marlux) 40".

 

Eindstand: 1 Erik Dekker 11.57'25", 2 Tomas Vaitkus 2", 3 Bernard  Eisel 6", 4 Gerben Löwik 9", 5 Dave Bruylandts 15", 6 Bart Voskamp 24", 7 Johan Van Summeren 29", 8 Jimmy Casper 46", 9 Paul van Schalen 47", 10 Christophe Edaleine (Jean Delatour) 53".  

 

1987 Valkenswaard koesterde weer de Tourhelden

 

“Daar krijgen we Gerrit Solleveld, de man uit De Lier in het Westland, waar het leven zo goed is.” De stem van microfonist Jan Peeters galmt door de straten van Valkenswaard. Vanaf een speciaal voor deze gelegenheid in elkaar getimmerd verrijdbaar startpodium vertrekken de renners één voor één in een korte tijdrit over het Stella Artois tijdritparcours. De handen van de toeschouwers roffelen op de reclameborden als de speaker, door de knieën gezakt en met gebogen rug, de aankomst van Hans Daams verslaat. De plaatselijke coureur is erop gebrand als een van de eerst gestarte renners een goede tijd op de klokken te brengen. “Jawel hoor, hij had het beloofd onder de twee minuten te blijven. Hij kent niet voor niets de weg hier zo goed. Wie duikt nog onder die tijd van één minuut en ruim 58 seconden?” De sfeer stijgt zienderogen en de spanning niet minder. Het gezellige avondje in het uitgaanscentrum van Valkenswaard is goed op gang gekomen.

De Stichting Wielerevenementen heeft het programma laten openen met een criterium voor dames. Met natuurlijk als blikvangers onze nationale kampioene Mieke Havik en haar collega-Touretappe-winnares Monique Knol in het vijftigkoppige deelneemstersveld. Thea van Rijnsover, een stevig uit de kluiten gewassen Utrechtse, trekt aan het eind van de 50 kilometer koers de hoogste eer naar zich toe. “Ik wou op dit rondje eens echt mijn conditie testen met het oog op het komende WK en ben daarom even alleen weggereden,” vertelt ze doodnuchter bij de huldiging van de beste drie.

Dan wordt het stilaan tijd voor de grote kanonnen, de mannen uit de Tour. Want daarvoor is het publiek vooral gekomen. Een twaalftal geselecteerde giganten bijt het spits af in een korte proloog. Een voltreffer, die tijdrit. Na Solleveld en Daams komt onder meer Herman Frison, een zuiderbuur die een Touretappe won, op het startpodium. “Concentratie, dames en heren, Herman weet dat er frankskes liggen te wachten.” Adrie van der Poel wordt aangekondigd als de man in vorm. Hij legt de 1500 meter af in 1.57.30 minuut. En dan gaat onder luid gejuicht en handengeroffel Joop Zoetemelk van start. Minstens evenveel kabaal staat Guido Bontempi te wachten. Niemand slaagt er nog in de tijd van nationaal kampioen Van der Poel te verbeteren. Erik Breukink niet, Laurent Fignon zelfs niet en ook niet de laat gearriveerde Bert Oosterbosch.

 

Krat bier

 

Adrie van der Poel wordt dus als eerste prof uitgebreid gehuldigd. Op de opmerking van de speaker dat rondemiss Saskia Fooy er goed uitziet, antwoordt hij heel gevat: “Net als ik.” Als beloning krijgt hij een Gouden Leeuw Rijwiel en als extraatje een krat Stella Artois. Met fiets en krat bier achterop rijdt de winnaar onder grote hilariteit van het publiek een rondje langs de tribunes. De reclameshow volgt. Een rustpunt in het programma voor de kijkers, allerminst echter voor de speaker die de rijdende koop- en handelswaar aanprijst. Na drie ronden over het parcours maakt de reclamestoet de weg vrij voor de beste Europese wielerprofs. De ritwinnaars in de Tour, dat zijn er maar liefst acht, worden gehuldigd. En uiteraard Joop Zoetemelk ook. Hij komt voor de laatste keer in Valkenswaard aan de start. Gezeten naast groene trui winnaar Jean-Paul van Poppel en Adrie van der Poel in het rood-wit-blauwe kampioenstricot wordt hij in een Mercedes met open dak rondgereden. Jonge belofte Erik Breukink gooit zijn bloementuil in het publiek bij het begin van de ereronde met Guido Bontempi, Nico Verhoeven, Laurent Fignon, Christophe Lavainne en Herman Frison.

 

Katapult

Ietwat verlaat begint dan rond de klok van 20.45 uur het Stella Artois criterium. Het publiek komt in beweging. De horeca etablissementen langs het parcours hebben niet over klandizie te klagen. Evenmin als de programmabladverkopers die sneller dan ooit door hun voorraad heen zijn. Door de luidsprekers komt een stroom van reclameboodschappen. En daar tussendoor klinkt haast onophoudelijk: “Pinda’s, popcorrèn!” De renners zijn in de slag voor de punten van de leidersprijs. Van Poppel blijkt zijn zinnen te hebben gezet op de Gazelle racefiets van rijwielhuis Wim Kemps. De microfonist: “Sjonge jonge, alweer die Van Poppel die een punt pakt, ’t lijkt wel een katapult!” Met Breukink, Van der Poel en de Belg Ronnie Vlassaks rijdt hij enkele ronden voorop. Later doet Hans Daams een poging in het gezelschap van Verhoeven, Lavainne en Teun van Vliet. De Valkenswaardse PDM-coureur pakt nog net een premie van 150 gulden voordat het peloton nadert. Bert Oosterbosch valt aan, houdt het vijf ronden vol. Weer Van Poppel en Lavainne, nu met Peter Stevenhaagen, Henk Lubberding en Adri van Houwelingen en weer gegrepen door de rest. De halzen van het publiek rekken als de voorrijwagen nadert. Spanning alom wie in de laatste twintig ronden nog zal ontsnappen. Groot applaus als Joop Zoetemelk tweemaal op rij een uitval doet. Elf leiders beslissen de wedstrijd. Fignon probeert het. Dan Zoetemelk en Breukink. Tenslotte weten Van der Poel en Fignon met een poging in de voorlaatste ronde de rest voor te blijven. En weer trekt Van der Poel aan het langste eind. Van Poppel wint in zijn snelle stijl de sprint voor de derde plaats.

 

Het publiek begeeft zich naar het podium waarop Vanessa haar hits ten gehore brengt. In black en white, voor velen te goed ingepakt. Het is ook nog geen echte zomeravond. De cafés en terrassen stromen nog voller. De finishentourage wordt door de mensen van Tour- en Wielerclub De Kempen weer veilig opgeborgen voor een volgende gelegenheid.

 

Paul van Schalen reed in Steensel oppermachtig (Foto Theo van Sambeek)

  

1997 Meeste applaus voor Paul van Schalen in Steenselse kermisronde

 

  

Paul van Schalen gaf maandagavond in Steensel een stuk wieler­sport van het hoogste kaliber ten beste in de jaarlijkse kermisronde van het Kempendorp. Zowat halverwege de koers zei de 25-jarige amateur het door een valpartij flink uitgedunde pelo­ton vaarwel. De Peellander had toen nog zevenentwintig van de in totaal vijftig af te leggen rondjes door het dorp te rijden. Op weg naar de eindstreep zette de coureur uit Bakel al zijn naaste belagers op een steeds groter wordende achter­stand. Aan de finish werd hij tussen twee lange hagen van toeschouwers als een vorst verwelkomd. 

 

 (door Piet Gijsbers)

 

Hoewel de wedstrijden in het kermis vierende dorp op een van de heetste dagen van het jaar verreden werden, mochten de organisatoren van de Stich­ting Wielerronde Steensel 's avonds niet klagen over de publieke be­langstel­ling. In tegenstelling tot vorig jaar, toen de regen overdag met bakken over het parcours werd uitgestort, zocht het publiek nu in de middag­uren liever de schaduw op dan zich in de verzengende Steensel­se zon te begeven. De eerste twee wedstrijden na het middaguur werden een familieaangelegenheid voor het naar het Belgische Neerpelt verhuisde wielergezin Van Kuik uit Best. Zoon Frank en dochter Sonja namen bij de nieuwelingen en de junioren-dames de zegebloemen in ontvangst. De Overijsselse junior Harmen van Hasselt en West-Brabander Pierre Frijters bij de cyclosportieven en veteranen deden hen dat na.  

 

Een valpartij en het uitzonderlijk hete weer eisten hun tol bij de amateurs. De helft van de zestig gestarte renners verdween al vroeg uit koers. Daarbij bevond zich ook Herold Dat, de winnaar van de afgelopen twee jaren in Steen­sel. Een tube die van een velg van de renner uit Lierop liep veroor­zaakte een valpartij. Die zette ook een kruisje over de zege­kansen van een andere favo­riet Mike Strijbosch uit Helmond en over die van Veldhove­naar Robert Regeling en Marc van Grinsven uit Deurne. De overblij­vers deden hun best het pu­bliek met een aan­trek­ke­lijke wed­strijd te vermaken.

  

Turbobenen

 

Ieder jaar opnieuw blijken de renners graag naar Steen­sel te komen, omdat er zoveel premies te verdienen zijn. Vooral Paul van Schalen had daar zijn zinnen op gezet. Daags nadat hij in de vorm van zijn leven een podiumplaats voor zich opeiste in de Grote Rivierenprijs, een 44 kilometer lange individuele tijdrit in Kerkdriel, maakte hij ook van het Steenselse ker­miscriterium een tijdrit voor zichzelf. 'De man met de turbo­benen', zoals hij door microfonist Jan Peeters steevast werd betiteld, kon zich met nog twintig ronden te rijden al winnaar van de lei­dersprijs noemen. Zes achtervol­gers, Anthony Theus, Erik Vianen, Martien Maton, Dennis Hey, Jelle Mul en Patrick Claes­sens, werkten niet goed genoeg samen om de al snel opge­lopen achterstand van een halve minuut nog te verkleinen. Integen­deel: van Schalen nam nog meer voor­sprong. Ook met de hulp van zes andere coureurs slaagden de achtervolgers er niet meer in de leider te achterhalen. Zonder een moment van ver­zwakking finishte de naar een profcontract lonkende zoon van de Bakelse postbode en ex-renner Leo van Schalen. De 25-jarige hardrijder verstevigde met zijn achtste seizoenzege de in de Ronde van Maarheeze veroverde leiderspro­sitie in het Rabo­bank/Kempen Pers-klassement. Daarin zijn nu Anthony Theus, Joost van Hest en Maarheeze-winnaar Herold Dat met alleen nog de wedstrijden in Bladel en Veldhoven in het ver­schiet zijn naaste bela­gers.

 

De uitslagen in Steensel:

 

Nieuwelingen: 1 Frank van Kuik Neerpelt, 2 Ronald Schur Alk­maar, 3 Theo Eltink Westelbeers, 4 Erik Verrijt Heeze, 5 Leon Notenboom Spijkenisse, 14 Huub Meulenbroeks Hapert, 16 Jan Dirkx Reusel, 20 Maarten Smolders Eersel.

 

Junioren-dames: 1 Sonja van Kuik Neerpelt, 2 Ellen de Roover Chaam, 3 Andrea Bosman Norg, 4 Judith van der Helm Moordrecht, 5 Esther van der Helm Moordrecht.

 

Junioren: 1 Harmen van Hasselt Hasselt, 2 Cor Wirken Eindho­ven, 3 Fulco van Gulik Rotterdam, 4 Mart Louwers Malden, 5 Bas de Lange Ommen, 10 Coen Loos Bergeijk, 13 Ad Rijkers Hapert, 14 Joep Basten Hapert, 15 Tijn Seuntiëns Bladel.

 

Cyclosportieven/Veteranen: 1 Pierre Frijters Sint Willebrord, 2 Anjo van Loon Oosterhout, 3 Ruud Wilting Knegsel, 4 Jef van Hooft Schijndel, 5 Joost Jacobs Steensel, 8 Peter van Dam Veldhoven, 11 Joris van Dooren Knegsel.

 

Amateurs: 1 Paul van Schalen Bakel 80 km in 1.52.46 u., 2 Anthony Theus Bergeijk, 3 Berry Hoedemakers Schijndel, 4 Dennis Hey Veghel, 5 Michel Stobbelaar Uden, 6 Joost van Hest Goirle, 7 Ruud Zijlmans Roosendaal, 8 Patrick Claessens Meij­el, 9 Ronnie van de Ven Nuenen, 10 Martien Maton Bladel.

 

Rabobank/Kempen Pers-klassement:

 

1 Paul van Schalen 148 p., 2 Anthony Theus 125 p., 3 Joost van Hest 115 p., 4 Herold Dat Lierop 102 p., 5 Martien Maton 91 p., 6 Robert Regeling Veld­hoven 84 p., 7 Johan van Grootel Veldhoven 75 p., 8 Erik Keeris Veldhoven 73 p., 9 Mike Strij­bosch Helmond 69 p., 10 Marc van Grinsven Deurne 68 p.

 

Voor een massa publiek wint Dries van Wijhe uit Oldebroek (met vast verzet!) in 1980 met een ronde voorsprong de kermisronde ‘Om de Gele Trui’ van Duizel

  

2017 Duizelse kermisronde al 60 jaar aan gele trui gekoppeld

  

In 1958 startte het Duizelse wielercomité met een wedstrijd op gewone fietsen. Op 8 september van dat jaar werd Jan van der Heijden uit Netersel in Duizel bij de senioren als eerste winnaar van de gele trui gehuldigd. Die dikke banden race met uitsluitend dorps­ploegen uit het Kempenland groeide in de loop der jaren uit tot een drukbezocht wielerevenement. ‘Om de Gele Trui’ is een begrip geworden in het Nederlandse wielrennen. In 1962 besloot het organisatiecomité ook voortaan KNWU-renners te laten starten. De beste amateurs kwamen op de deelnemerslijsten. De overwinningen gingen naar renners die ook later bij de professionals hun mannetje hebben gestaan. Al jarenlang hebben vrijwel ieder jaar de nationale kampioenen deel uitgemaakt van de pelotons in het Duizelse kermiscriterium. Sinds enkele jaren heeft een sterk verjongd bestuur van de organiserende stichting de mooie traditie met een sterk deelnemersveld voortgezet.

 

Toen in 1962 ook de echte wielrenners hun opwachting in de wedstrijd ‘Om de Gele Trui’ maakten, kwam die op 3 september in het bezit van Werner Swaneveld uit Dordrecht. Adrie Drop kwam in die eerste officiële KNWU Ronde van Duizel als tweede over de finishlijn. De coureur uit Vlaardingen had het met de premieregen in Duizel goed naar zijn zin en won de twee volgende edities door respectievelijk Eindhovenaar Ad van Kemenade en Theo Rutten uit Leende achter zich te houden. Ook in 1965 ging de gele trui van Duizel mee naar Vlaardingen. Rudie Liebrechts, een van Nederlands beste schaatsers in die tijd, ging met de eer strijken. In 1966 brachten de Limburgers Harrie Steevens en Eddie Beugels, twee streekgenoten die elkaar in die jaren als amateur de zege nauwelijks gunden, het publiek, toen al enkele duizenden, in extase. Steevens, bijge­naamd de witte raaf van Elsloo, trok aan het langste eind. Alleen Gerard Vianen uit het Utrechtse Kockengen wist zich in het spoor van de Limburger te handhaven, maar kwam in de eindsprint duidelijk adem te kort. Voor het eerst was er dat jaar ook een wedstrijd voor nieuwelingen. De zege ging naar Jan Buis (Zwanenburg) vóór regiorenner Peter Derks (Knegsel). In 1969 zegevierde Joop Zoetemelk die toen op de rand van de overstap naar de beroeps­renners stond. Ook hij bracht de handen van de toe­schouwers op elkaar in een zinderende finale met Fedor den Hertog. Later stonden ook nog Gerrie Knetemann en Hennie Kuiper (in 1972), Jan Raas (1974) en Peter Winnen (1976) aan de start. Leo van Vliet was in 1977 de sterkste van het veld. Thuisrijder Hein Senders doorbrak als eerste streek­renner de hegemonie van de grote namen, twee keer op rij zelfs, in 1978 en in 1979. En Dolle Dries van Wijhe werd de lieveling van het publiek in Duizel met een zege in 1980. De Gelderlander van de Veluwerand zette op vijfendertig­jarige leeftijd het complete rennersveld op een volle ronde achterstand.

 

Ook dames aan het vertrek 

 

Alsof de organisatoren van de Duizelse kermisronde in 1984 voorzien hadden dat de Nederlandse vrouwen in de eerste Tour de France voor dames gingen overheersen, besloten zij dat voorjaar al ook de vrouwen in Duizel startgelegenheid te bieden. In Frankrijk greep de Nederlandse ploeg op achttien wedstrijddagen maar liefst vijftien keer de volle winst. Nationaal kampioene Connie Meijer (Vlaardingen), Heleen Hage (Sint-Maartensdijk) en Petra de Bruin (Nieuwkoop), alle drie winnares van drie Touretappes, waren in Duizel present. Maar Mieke Havik (Volendam) stak hen na vijf etappezeges in Frankrijk ook in het Agiodorp met de overwinning de loef af. In 1985 zorgde Jan Burgmans ervoor dat de gele trui om Bergeijkse schouders kwam. Dorpsgenoot Dave Das deed hem dat in 1987 na.  

 

Vanaf 1989 werd de wedstrijd  'Om de Gele Trui' door de amateurs als avondcriterium gereden. Frank van Veenendaal boekte in de 35e jubileumuitgave de zege met een solovlucht in de slotfase van de koers. Daarmee veroverde de Sassenheimer na 1990 zijn tweede gele trui in Duizel. In 1993 won de Nieuw-Zeelander McLeay, in 1994 was Max van Heeswijk een klasse apart.

 

De edi­tie van 1997 werd er voor Anthony Theus een om in te lijsten. Na tien jaar geregeld bij de besten in Duizel te zijn geëindigd, kon hij er einde­lijk het zoet van de overwinning vlak bij huis smaken. Voor Theus betekende de winst in het avond­criterium ‘Om de gele trui’ de honderdste zege in zijn amateur­carrière. In 2000 herhaalde de sterke Westlander Wilco Zuijderwijk zijn prestaties van 1989 en 1995, zich daarmee in het Kempenland onsterfelijk makend. Marcel Alma (Harskamp) was in 2003 en in 2005 de sterkste van het elitegezelschap. En Johnny Hoogerland was in 2008 in Duizel aan de macht. Ook regiocoureur Twan Castelijns (Hapert) liet zijn naam in 2015 op de erelijst zetten. Daarop werd Gert-Jan Bosman vorig jaar de zesde renner die meermaals een Duizelse gele trui in het bezit kreeg.

 

Internationaal

 

Renners die ook dit jaar nog present zijn hebben het gezicht van de Duizelse kermisronde mee bepaald. Dubbelwinnaar Gert-Jan Bosman (Nijverdal) is er weer bij evenals Baby-Dump Kempenklassementleider Koos Jeroen Kers (Amstelveen) en Lars van de Vall (Heemstede). Topcompetitieleider Robbert de Greef (Geldrop) is erop gebrand een gele trui te bemachtigen, zodat regiorenners als Jorrit de Haas (Eersel) en Max Hendrikx (Hapert) voor een zware uitdaging komen te staan. Andere zegefavorieten zijn Jelmer Asjes (Assendelft), de broers Bryan en Dylan Bouwmans (Gemert), Bas van der Kooij (Maassluis), Rick Ottema (Muntendam), Joey van Rhee (Nijverdal), Peter Schulting (Emmeloord), Mike Trepstra (Krommenie), Tom Vermeer (Merksplas, B) en Ronan van Zandbeek (Schijndel). In de vrouwenkoers ‘Om de Gele Trui’ krijgen de streekrensters Carleen Baas (Bladel), de zusjes Ingeborg en Nielske Bremmers (Valkenswaard), Lana Verberne (Bergeijk), Lizzy Witlox (Eindhoven) onder meer tegenstand van Judith Bloem (Apeldoorn), Femke Geeris (Geldrop), Evy Kuijpers (Lierop), Tessa Neefjes (Wervershoof), Ymke Stegink (Heusden), Britt Teunissen (Ysselsteyn), Sandra van Veghel (Esch) en een tiental rensters uit de Verenigde Staten die de wedstrijden een internationaal tintje bezorgen. De roze leiderstrui in het Baby-Dump Kempenklassement is nog in het bezit van Nina Kessler (Velserbroek). Het kan haast niet anders of renners en rensters die in de toekomst nog van zich doen spreken zullen in het kermisvierende dorp hun opwachting maken. 

 

2004-2017 Bladel-Düsseldorf Geraint Thomas van etappezege in vierdaagse Acht van Bladel naar gele trui in de Tour de France

 

De Welshman Geraint Thomas was zaterdag 1 juli voor velen de grote verrassing in Düsseldorf door in die Duitse stad de individuele openingstijdrit in de Tour de France op zijn naam te schrijven en daarmee de eerste gele trui om de schouders te krijgen. Van jongs af aan heeft de Brit zich ontpopt als een wielertalent. Vooral op de baan behaalde hij op jonge leeftijd al diverse titels. Als junior won hij op de weg onder meer Parijs-Roubaix en was hij op 18-jarige leeftijd etappewinnaar in de internationale Acht van Bladel (Foto Theo van Sambeek)

 

 De 55ste editie van de VDL Groep internationale Acht van Bladel gaat donderdag 9 september 2004 voortvarend van start. Nog voordat de eerste 10 kilometer onder de wielen door zijn meldt zich al een vluchtgroep onder aanvoering van de Belgische nationale juniorenkampioen Angelo Ververken en de Nederlander Freek Wallaard. De harde wind is in die beginfase een doorslaggevende factor in het wedstrijdbeeld. Het weerhoudt de jonge Brit Ian Stannard, als eerstejaarsjunior dat jaar onder meer al winnaar van de Junior Tour of Ireland, er niet van solo in de aanval te gaan nadat de eerste vluchtgroep door het peloton is teruggepakt. Na 25 kilometer koers krijgt hij gezelschap van opnieuw de Belg Ververken, de Deen Thomas Guldhammer, de Nederlander Rob Ruijgh in het shirt van de Koninklijke Balen BC uit België, en de Britten Geraint Thomas en Daniel Martin. Lang blijven de zes leiders niet bijeen. Eerst moeten Ververken en Guldhammer pas op de plaats maken, vervolgens gaat het ook Martin vooraan te snel. De drie overgebleven leiders bouwen gestaag aan hun voorsprong op het peloton: die bedraagt maximaal 1.15 minuut. De Zweedse nationale kampioen Johan Lindgren, zijn landgenoot Fredrik Johansson, de Deen Kasper Larsen en de Noord-Nederlander Erwin Knapper zien hun poging om het peloton eveneens vaarwel te zeggen mislukken. Pas na 55 kilometer koers slaagt een negental renners daar wel in. Onder aanvoering van de Zweed Viktor Renang, in 2003 bronzen medaillewinnaar op het WK tijdrijden voor junioren, wordt de achtervolging op de drie koplopers ingezet. Ian Stannard wordt door de achtervolgers opgeslokt, de twee leiders blijven tot aan de finish voorop. In de eindsprint is Geraint Thomas, de wereldkampioen scratch op de baan en in dat voorjaar ook al winnaar van de keienklassieker Parijs-Roubaix voor junioren, Rob Ruygh te snel af. Viktor Renang wint de sprint voor de derde plaats op het podium. De Nederlandse Belg Rob Ruijgh, dat jaar onder meer eindwinnaar van de internationaal bijzonder sterk bezette Giro della Lunigiana in Italië, heeft aan de onderweg in tussensprints bijeengesprokkelde bonificatieseconden niet genoeg om de Britse dagwinnaar uit de gele leiderstrui van het algemene individuele klassement te houden. 

 

Dat Geraint Thomas een grote wielertoekomst tegemoet gaat is dan al te zien. In 2012 zal hij zich met de Britse baanachtervolgingsploeg tot Olympisch kampioen laten kronen. Dat hij ook op de weg als tijdrijder bij de besten van de wereld behoort, heeft hij met een sterke solo in de slotfase van de E3 Prijs in Harelbeke op vrijdag 27 maart 2015 weer eens aangetoond. In de slotkilometers rijdt hij zich los van zijn medevluchters Zdenek Stybar en Peter Sagan met wie hij op de Oude Kwaremont in de aanval is gegaan. De Brit uit Wales neemt daarmee een optie op nog meer vuurwerk in de vervolgfase van de voorjaarsklassiekers. Dit jaar kwam hij in de negende etappe van de Giro d’Italia aan de voet van de Blockhaus door een stilstaande motoragent ten val. Een dag later toonde hij zijn hardheid door ondanks zijn blessures achter Tom Dumoulin als tweede in de individuele tijdrit te finishen. De blessures aan schouder en knie eisten vervolgens echter hun tol, zodat hij een dag later alsnog noodgedwongen de strijd moest staken. Zijn hoofddoel van het seizoen ging daardoor in rook op. Maar de gele trui in Düsseldorf zal nu voor Geraint Thomas veel vergoeden.

 

2010 Wielrennen in Bergeijk al van voor de oorlog

 

In de Kempische wielersport is Bergeijk al sinds de vooroorlogse jaren een toonaangevend dorp. De 90-jarige Pierre Verhoeven vertelt daar in 2010 smakelijk over. “De wielersport leefde hier al volop in 1935. Kees van Poppel-Toonders, de smid van ’t Loo, reed iedere 14 dagen met een bus van Valkenswaard uit naar Antwerpen. Voor 35 cent per man kon je mee. In het sportpaleis in Deurne kon je naar de koppelwedstrijden kijken waarin Pijnenburg-Wals, Charley-De Neef, en andere koppels reden die allemaal beroeps waren. Als die koppelwedstrijden om half elf afgelopen waren, bracht Kees van Poppel iedereen weer terug naar Antwerpen. Dan mocht je tot 2 uur uitgaan. Hij haalde je weer op bij het station en dan was je ’s morgens om 4 uur thuis. Dan had je een schone dag gehad en kon je zondags uitslapen,” aldus Verhoeven. De zesdaagsen die overal verreden werden trokken toen heel veel belangstelling: in de RAI van Amsterdam, in Brussel, Antwerpen, Parijs en Berlijn. “Iedere avond waren de verslagen op de radio. De mensen zaten daar dan gekluisterd aan hun toestel naar te luisteren. Zodoende kwam de wielersport steeds meer tot leven. Er kwamen ook banen hier in de Kempen, de clubs hielden daarnaast nog wegwedstrijden. De wielersport stond net zoveel als het voetballen in de belangstelling.”

 

Zo kwam ook in Bergeijk een zesdaagse op de (toen nog houten) wielerbaan tot stand. “De eerste zesdaagse is gewonnen door het koppel Piet van Herk uit Bergeijk en Frans Glas uit Eindhoven. In Bergeijk was het ’s avonds heel druk tijdens de zesdagen. Er werden onderling weddenschappen afgesloten in het publiek, de kranten schreven verslagen. Ieder had zijn favorieten.” In 1949 werd in Bergeijk een betonnen wielerbaan geopend. Gerrit Schellens, een zoon van de smid op ’t Hof, was de animator. Maar na 1950 kwam er een andere cultuur. De mensen gingen andere dingen dan de wielersport ook interessant vinden. De wielerclubs gingen ook meer wegwedstrijden organiseren, daar was meer animo voor.”

 

Toch had voor de oorlog bij Frans Tilburgs (nu café De Snor) al een wielerclub zijn thuis. “Vanaf daar werd om de veertien dagen een wedstrijd gehouden naar Westerhoven. Het keerpunt was bij het café van Mie Bekkers, dan naar de grens in Gestel. En zo drie keer op en neer. Bij de deelnemers was altijd Piet van Herk, ook Jan Schellekens uit Hooge Mierde die hier bij de club was. En Gerrit Antonis uit Reusel. Die reden hier ook op de houten baan. Schellekens en Antonis reden af en toe als koppel. Ook Duinmayer, een zoon van een grenscommies was in die tijd een van de renners die het opnam tegen Piet van Herk. Maar Duinmayer kon nooit winnen.” Van hem weet Pierre Verhoeven nog een leuke anekdote: “Die had meer verstand als dat hij renner was. Toen het een keer heel hard waaide tijdens zo’n wedstrijd van Bergeijk naar Westerhoven en Gestel en dan weer terug naar Bergeijk, verzon hij een truc. Toen hij in de laatste ronde bij de grens in Luyksgestel kwam, had hij daar een fiets staan met een heel grote versnelling. Hij ruilde van fiets, reed met de wind in de rug het laatste stuk terug naar Bergeijk en won met grote voorsprong.”

  

Bij de foto:                                                                                                   

 

Al in 1932 werd in Bergeijk een houten wielerbaan geopend. Burgemeestersvrouw Klardie knipt het lint door. Achter haar v.l.n.r. Willem Lommers, Janus van der Horst Eindhoven, consul NWU, Kees van Poppel, burgemeester Klardie, baanbouwer van den Eynde, Dorus Donkers, jurylid Hein Bouillart, de moeder van dokter A.P.A. Hoynck van Papendrecht en Piet Verhees met aan de hand zijn zoontje Charles (Collectie Heemkundekring Bergeijk)

  

Voor meer oud-fotomateriaal uit de Kempen: zie www.wielerspiegel.wordpress.com

 

Op de foto's Hans Dekkers na een etappezege in Olympia's Tour en in de groene trui van het puntenklassement in Nederlands grootste etappekoers

 

2002 Eindhoven Domper voor Hans Dekkers op het WK in Zolder 

 

Het is begin oktober 2002. Hans Dekkers is klaar voor het WK in Zolder. Hij heeft als laatste voorbereiding met de nationale selectie (naast de Eindhovenaar  bestaat de wegploeg uit Pieter Weening, Bas Giling, Arne Kornegoor en Peter van Agtmaal) in Frankrijk de Tour de Seine et Marne gereden. Een etappekoers waarin ook professionals aan de start stonden. “De laatste maanden heb ik veel  grote koersen gereden tegen beroepsrenners, zoals de Ronde van Wallonië en de Tour de l’Avenir. Daarom heb ik de laatste tijd minder wedstrijden gewonnen. Tussen de mannen die al enkele jaren ouder zijn leer je heel veel. Die wedstrijden zijn alvast een goede leerschool voor volgend jaar. Je leert jezelf goed plaatsen in een massasprint tegen die mannen. Volgend seizoen gaan we met het Trade Team III van Rabobank nog meer van dat soort wedstrijden rijden. Dan hoop ik opnieuw wat sterker te worden.” Dus de ambitie om beroepsrenner te worden is er nog steeds? Dekkers aarzelt even. “Laat ik eerst volgend jaar nog maar eens een goed seizoen neerzetten. Dan kan ik misschien een jaar later de overstap maken.” 

Maar nu is Zolder eerst aan de beurt. “Ik werk nu naar mijn topvorm toe door goed te trainen en toch op tijd te rusten. Dadelijk op het WK zal ik mezelf niet kunnen verwijten dat ik er niet alles aan gedaan heb.” Het WK in Zolder spookt al een paar jaar door het hoofd van de Eindhovense sprinter. Al in het voorjaar stelde hij met goede resultaten zijn selectie veilig. Nu komt de afwerking aan de beurt. Legt het geen grote druk op de jonge coureur om als een van de favorieten bestempeld te worden? “Voor mezelf valt die druk wel mee. Ik weet dat ik in de gaten gehouden zal worden, omdat ik dit jaar internationaal goed heb meegedaan. Nu hangt het er vanaf hoe de koers gaat lopen. Alles moet precies in een straatje vallen om voor de overwinning te kunnen gaan. Als het een sprint wordt, durf ik mijn plaats wel op te eisen. Daarvoor ben ik rap genoeg. Maar als een andere renner van onze ploeg mee voorop zit, moet ik zijn kansen beschermen. Je kunt het vergelijken met de dag van het NK. Daar had ik misschien ook kunnen winnen, omdat ik die dag heel goed was. Door de tactiek van onze ploeg werd ik toen derde. Stel dat er een paar buitenlanders op het eind weg rijden, dan rijd je ook voor plaats drie of vier. Met heel veel geluk en goeie benen moet ik een heel eind kunnen komen.”

  

Dan breekt voor Dekkers de grote dag aan. Het zal je maar gebeuren. Dat waar je al een paar jaar naar uitgekeken hebt lukt bijna tot in de perfectie. En als je dan je doel zowat hebt bereikt, word je de grote worst die jou is voorgehouden voor je neus weggegrist. Het overkwam de jonge Eindhovenaar op vrijdag 11 oktober in het Belgische Zolder waar met een gemiddelde snelheid van 46 kilometer en 123 meter het snelste WK uit de wielerhistorie verreden werd. Na een sterk gereden wedstrijd kwam Dekkers in gewonnen positie, maar werd toch nog vlak voor de eindstreep voorbijgestreefd door de Italiaan Chicchi. De zilveren medaille was een mooie troostprijs voor de belofte uit de Achtse Barrier. Maar hoe groot was zijn ontsteltenis toen hij na de dopingcontrole, terwijl hij de verzamelde pers uitleg gaf over zijn bijna tot in de puntjes geslaagde missie, plotseling te horen kreeg dat hij het WK-zilver weer moest inleveren omdat zijn eindsprint door de wedstrijdjury als de oorzaak van een valpartij achter hem werd beschouwd.

 

De hele voorbereiding voor het wegseizoen 2002 was bij Hans Dekkers gericht op deelname aan het WK in Zolder. Daar in België zag hij, niet ver van huis en gesteund door een Nederlands supporterslegioen, de mogelijkheden om in zijn derde jaar als amateurrenner een greep naar goud te doen. Al vroeg in het seizoen had hij de selectieheren van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie met schitterende resultaten weten te overtuigen dat hij op het WK thuishoorde. In tal van grote internationale wedstrijden had hij zich al met de buitenlandse concurrentie gemeten. En herhaaldelijk was hij erin geslaagd die concurrentie het nakijken te geven als het op een eindsprint met een grote of kleine groep aankwam. Dekkers werd in enkele etappekoersen waarin ook professionals aan de start verschenen gehard in het grote werk. In de laatste weken voor de wereldtitelstrijd zette hij met de andere leden van de nationale oranjeselectie de puntjes op de i in een Franse rittenkoers.

 

Eindelijk brak de dag aan waarnaar hij zo lang had uitgekeken. Vrijdag 11 oktober was het zover. In een deelnemersveld van meer dan 150 leeftijdgenoten uit de hele wereld ging de Eindhovense neo-amateur op het autocircuit van Zolder van start. ‘Veel geluk en goeie benen’ zou hij nodig hebben, zo meldde hij in de week vooraf nog in weekblad De Trompetter. De wedstrijd verliep gunstig voor Dekkers. Kleine vluchtgroepjes werden telkens opnieuw door de hoofdmacht achterhaald. Enkele ronden voor het einde van de koers over ruim 170 kilometer gingen vijftien renners, bij wie een aantal serieuze gegadigden voor de titel, aan de haal. Die vijftien leken een onoverbrugbare voorsprong op te gaan bouwen. De oranjehemden misten de slag en stelden alles in het werk om de aansluiting alsnog te bewerkstelligen. Ze leken kansloos, omdat tal van ploeggenoten van de coureurs die voorop reden vakkundig afstopwerk verrichtten. Hans Dekkers wist zich even niet meer in te tomen en probeerde in zijn eentje de sprong naar de vijftien leiders te maken, maar zag al snel het vruchteloze van die poging in. Wat hij er wel mee bereikte was dat het peloton alsnog de leiders in de kraag vatte, zodat de wedstrijd op een massasprint uitliep. En weer was Dekkers de man in het oranje die zich in een voortreffelijke uitgangspositie voor die eindsprint manoeuvreerde. Op zowat 300 meter van de finish, achteraf gezien iets te vroeg, zette hij zich aan de leiding, daarbij een renner die hem de pas vlak langs de dranghekken leek af te snijden even aantikkend om niet ten val te hoeven komen. Vervolgens leek de Eindhovenaar recht op de titel en de regenboogtrui af te stevenen. Achter hem ontstond een valpartij. Alleen de Italiaan Chicchi slaagde er, vanuit vrijwel verloren positie naar de andere kant van de weg toerijdend, nog in zijn wiel net iets eerder dan Dekkers over de eindstreep te duwen. Een kleine teleurstelling voor de oranjeklant, maar wie al wat langer in het wielerpeloton meerijdt weet zo’n tegenslag te aanvaarden. Degene die het eerst over de meet komt is tenslotte winnaar en daar legt de concurrent zich sportief bij neer.

 

De huldiging van de eerste drie aankomenden, de nieuwe wereldkampioen Francesco Chicchi uit Italië, zilveren medaille-winnaar Hans Dekkers en brons-winnaar Francisco Guttierrez uit Spanje volgde. Na de dopingcontrole en de persconferentie was Dekkers klaar om te vertrekken toen Martin Bruin, de Nederlandse voorzitter van de internationale jury, kwam binnenstappen met de mededeling dat Dekkers na het bekijken van de filmbeelden als de schuldige van de valpartij achter hem was aangewezen. Hij zou te ver naar links zijn uitgeweken, was daarom  gediskwalificeerd en moest de zilveren plak terug  geven. Een grotere teleurstelling was bij de 21-jarige coureur nauwelijks denkbaar. Het kostte hem, met steun van de KNWU-begeleiding, even tijd om die teleurstelling te verwerken. Maar het tekent de sportman Hans Dekkers dat hij zich al snel daarna herpakte en diezelfde avond nog in het TV-programma Vak-M aan tafel bij Mart Smeets zijn ontgoocheling voor een goed deel te boven was. “Eerst baalde ik, omdat ik tweede was geworden, nadat ik even had gedacht echt te gaan winnen. Maar dan zie je al die enthousiaste Nederlanders op de tribune tijdens de huldiging. Je baalt toch nog wel een beetje, je gaat naar de dopingcontrole en je staat de pers te woord. Dan komt die tweede klap dat je het zilver moet inleveren. Iedereen heeft gezien dat ik tweede werd. Die tweede plaats pakken ze me niet meer af, ook al heb ik nu geen zilver. Het was een mooie kans om als sprinter een keer wereldkampioen te worden. Dit parcours was een kolfje naar mijn hand. Het is gewoon jammer dat ik het niet heb af kunnen maken. Voor mij is de hele affaire nu afgesloten. Vanaf nu ga ik naar het volgende wegseizoen toeleven. Dan hoop ik met de Trade Team III-ploeg van Rabobank weer mooie wedstrijden te kunnen rijden en nog een heleboel bij te leren voordat ik de definitieve overstap naar de beroepsrenners maak. Volgend jaar zien we gewoon weer verder.” Een uitspraak die aangeeft hoe een sportman niet alleen als winnaar maar ook als verliezer groot in zijn daden kan zijn. 

 

1960 Hilvarenbeek Broers Kuijs inspireerden het Beekse wielrennen

 

Wielrennen in Hilvarenbeek bestond een halve eeuw geleden uit de Beekse Omloop en de Tour de Loo. Die twee evenementen zorgden ervoor dat jongens uit het dorp de wielersport gingen beoefenen. Twee van hen, Rien en Kees Kuijs, reden in de jaren zestig met een wedstrijdlicentie in het amateurpeloton. Rien, de oudste van de twee, herinnert zich hoe hij ooit op een geleende racefiets van dorpsgenoot Toon Bosmans zijn eerste wedstrijd reed. “In mijn jonge jaren was er in Beek een groep renners die deelnam aan wedstrijden van de zogenaamde wilde bond. We reden onder meer de Ronden van Luyksgestel, Bergeijk en bij ons de Tour de Loo. In 1958 reed ik bij de nieuwelingen de Ronde van Hilvarenbeek. Ze haalden me die dag uit koers, omdat ik nog geen wedstrijdlicentie had. Ik reed mee met een rugnummer van een renner die niet op was komen dagen.” De jongens van Kuijs bleken op dat vlak weinig voor elkaar onder te doen. “Later is onze Kees, die twee jaar jonger was dan ik, ook op de racefiets geklommen. Toen ik in militaire dienst was, reed hij op mijn naam mee in de Ronde van Rijen.”Toen het er echt om ging bleek de jongere broer toch over de meeste wielerkwaliteiten te beschikken. “Die liet zich in zijn beste jaren al door Kees Kraayvanger in Eersel begeleiden en masseren.” Rien Kuijs vindt het nu nog jammer dat een zware val in een Belgische koers mooie prestaties van zijn broer verder in de weg stond. Zelf reed hij als amateur even in de West-Brabantse Kikkerop ploeg. Broer Kees, die meer dan hij helemaal voor de wielersport leefde, maakte onder meer deel uit van het team Sport ’68 waarin ook regiorenner Harrie Schoofs uit Bladel reed. “Naar de wedstrijden gingen we in het begin op de fiets, bijvoorbeeld naar Retie en Dessel, of we werden naar wedstrijden veel verder weggebracht door supporters als Jo Bekkers, Way Naaykens, Sjaak Spapens en Frans de Bruijn.” Beide coureurs begonnen na hun actieve wielrenperiode een eigen zaak: Kees had een loodgietersbedrijf, Rien werd aannemer. Kees werd lid van de Wieler Supporters Club Hilvarenbeek die pas na de actieve rennerstijd van de twee broers werd opgericht. Hij rijdt nog wekelijks met een stel oudgedienden zijn kilometers door de omgeving van Hilvarenbeek. Rien kreeg enkele jaren geleden weer een racefiets ter beschikking via de Destil ploeg van zijn schoonzoon waarin onder meer veldrijdster Daphny van den Brand reed. “Maar ik voel wel dat ik op mijn leeftijd na zo lang niet gefietst te hebben de afstanden die ik rijd weer helemaal moet opbouwen.”

Op de linkerfoto de Sport '68 wielerploeg: Zittend van links naar rechts Sjef Smulders (Tilburg), Harrie Schoofs (Bladel), Leo Bogers (Ossendrecht); staand van links naar rechts manager J. Danklof (Tilburg), Kees Kuijs (Hilvarenbeek), Kees Frijters (Zegge), ploegleider J. Flipsen (Tilburg), Bennie Cardol (Bilthoven), Rudie Liebrechts (Vlaardingen), Gerrit Veldhuizen (Maasdam), Jack van Kessel, (Deurne) Frits Hogerheide (Ossendrecht) en masseur Mari Willems (Veldhoven).

Op de andere foto Rien Kuijs in zijn kort durende actieve rennerstijd. 

Twan Castelijns tijdens de Giro 2016 met de wijzers van de klok mee:

 

Met enkele ploeggenoten bij de Giro presentatie 2016 in Apeldoorn (tweede van rechts).

 

Vlak na de start van een Italiaanse etappe in de eerste Giroweek.

 

Met ploegmaat Jos van Emden.

 

Op kop van het peloton met Steven Kruijswijk in de roze leiderstrui.

 

Twan Castelijns kijkt terug op de Giro 2016

 

Vrijdag 5 mei begint de Giro d’Italia 2017 op Sardinië. In het team LottoNL-Jumbo maakt Twan Castelijns voor de tweede keer zijn opwachting in die grote etappekoers. Hier een terugblik op zijn debuut in de Giro 2016.

 

Voor Castelijns ging vorig jaar in Apeldoorn een droom in vervulling. “Een jaar eerder zou ik nog gedacht hebben hooguit als toeschouwer bij de Ronde van Italië te staan. Nu rijd ik zelf mee in een peloton van zowat tweehonderd profcoureurs. En dan nog wel in ons eigen Nederland. Wat was het gaaf zeg, die eerste dagen van de Giro.” Vooral op de openingsdag in Apeldoorn was het genieten voor de coureur uit Hapert. "Tijdens het inrijden was het al ontzettend mooi om van alle kanten aangemoedigd te worden. Dit bleek slechts een opwarmertje voor de ‘echte’ rit. Voor mijn gevoel werden de aanmoedigingen nog eens vertienvoudigd. Vooraf was ik erg nerveus en wist ik niet wat ik kon verwachten. Als je dan eenmaal onderweg bent zit je toch in je eigen tunneltje en hoor je vooral de zee van geluid langs de kant: echt super gaaf om zoveel aangemoedigd te worden!" Lang stond hij op een eervolle plaats in de proloog. Renners van naam en faam liet hij in de korte tijdrit van bijna tien kilometer achter zich. Pas toen de grote kanonnen in de slotfase van de middag van start gingen, moest hij een aantal plaatsen in het klassement toegeven. Maar een plek bij de beste vijftig van de proloog mocht er zijn. “Je benen ontploffen en je voelt je hartslag in je keel. Maar de aanmoedigingen van het publiek en het roepen van je naam drijven je naar ongekende krachten.” Op zaterdag in de etappe van Arnhem naar Nijmegen door de Betuwe eindigde Castelijns in het grote peloton. Een dag later in ongekeerde richting door de Achterhoek en over de Posbank op de Veluwe kreeg hij het evenals een hele groep anderen door het bijzonder hoge tempo in de finale even moeilijk. Op zowel zaterdag als zondag werd de vroege vlucht op tijd terug gepakt voor de aangekondigde massasprint. "Bij het ingaan van de laatste ronde (ca 8 km voor de finish) moest ik van voren zitten om Moreno Hofland (onze sprinter) en Steven Kruijswijk (onze klassementsman) in goede positie te brengen voor de hectische finale. Dit verliep goed: Moreno sprintte naar een 4e plaats en Steven verloor geen secondes. Op zondag een zelfde soort plan, maar helaas heb ik hieraan niet bij kunnen dragen. Ik had niet mijn beste dag van het jaar en toen ik op 15 km voor het einde nog lek reed heb ik niets meer kunnen betekenen voor de ploeg. Moreno sprintte naar plaats 7 en Steven zat ook weer attent van voren. Wat heb ik genoten met al die duizenden mensen aan de kant. Wat is het mooi dat het wielrennen zó leeft in Nederland! Vooraf hadden ze me in de ploeg gezegd dat ik moest proberen te genieten. Nou dat heb ik gedaan.” Het begin van de Giro in Nederland was voor hem en de bijna tweehonderd andere renners een feest. Gedragen op het applaus en de aanmoedigingen van het publiek - 750.000 toeschouwers volgens schattingen - reed de wielerkaravaan drie dagen achtereen door Gelderland.

 

Na de verplaatsing naar Zuid-Italië op maandag vervolgde hij zijn avontuur met de LottoNL-Jumbo formatie. Zijn verwachtingen na het Nederlandse weekend in het verdere verloop van de Giro? “Hopelijk kan ik onze sprinter Moreno Hofland en onze kopman Steven Kruijswijk goed bijstaan.” Aan die verwachtingen voldeed de man uit Hapert. Na een vermoeiende reisdag naar Zuid-Italië stond op dinsdag de allereerste koers ooit op Italiaanse bodem voor Twan Castelijns op het programma. "Het vuurwerk werd voor de finale bewaard. Voor ons als ploeg was het vooral zaak om Steven uit de problemen te houden. Die reed erg sterk en zou op een mooie 3e plaats finishen. Voor mijzelf ging op 15 kilometer van de streep het lichtje langzaam uit en ben ik in een groepje naar de finish gereden. Een etappe zonder grote beklimmingen, maar in de laatste 75 kilometer toch nog ruim 1500 hoogtemeters."

 

In de etappes die volgden werd Moreno Hofland, de kamergenoot van Twan, in de 233 kilometer lange rit op woensdag naar de 5e plaats in de daguitslag geloodst. Vooral de donderdagrit met finish bergop werd een zware kluif. "Voor de slotklim was het zaak om Steven voorin af te zetten en om vervolgens een mooi groepje op te zoeken om naar de finish te bollen. Dit lukte goed en ik kon mijn kopbeurt naar behoren uitvoeren." In een groepje gelijkgezinden finishte Castelijns op een kwartier van winnaar Ulissi. "De verwachte massasprint een dag later betekende werk voor mij en dat schuw ik natuurlijk niet!" Enrico Battaglin, de Italiaan in de LottoNL-Jumbo ploeg, sprintte naar een vijfde plaats voordat Toscane in zicht kwam. "Voor het weer hadden we niet perse naar Italië hoeven gaan: dat was in Nederland toch stukken beter… Voor mij echter geen straf, aangezien ik het liever wat kouder heb dan dat drukkende weer. De benen beginnen beter aan te voelen en dat is toch ook wel een beetje fijn met alles wat nog komen gaat!" 

 

Genieten van het roze van ploegmaat Steven Kruijswijk

 

Na ruim twee weken leefde de LottoNL-Jumbo ploeg op een roze wolk. Twan Castelijns genoot met zijn teamgenoten van het voortreffelijke presteren van Steven Kruijswijk. Na winst van ploeggenoot Primoz Roglic in de lange individuele tijdrit op de tweede zondag van de Giro was het zaak kopman Steven Kruijswijk dagelijks goed voorin af te zetten in de finale van de etappes. Dat lukte aardig op de dagen na de eerste rustdag. Voor de neo-prof uit Hapert was het vervolgens telkens zorgen op tijd binnen te komen. Ook daarin slaagde hij goed. "Vanaf etappe 13 zou de Giro pas écht gaan beginnen… Klimmen, klimmen en nog eens klimmen. De ene klim iets steiler dan de andere met het klassement van Steven als hoofddoel, maar ook de tijdslimiet halen is erg belangrijk deze dagen." Tijdens etappe 13 ontplofte het gehele peloton op de eerste klim van de dag. "Ikzelf overleefde de schifting niet, maar kon op de tweede klim van de dag terugkomen in het peloton. Vervolgens overleven tot de laatste klim, proberen nog iets voor Steven te betekenen en vervolgens op tijd binnen komen. Steven was wederom ontzettend sterk en kwam weer tussen de favorieten binnen." Daarna volgde de koninginnenetappe. Een rit van 210 kilometer met 5500 hoogtemeters op de planning. "Wie verzint nu zoiets?!? De eerste 95 kilometer van de dag zou ons naar een hoogte van ruim 2100 meter brengen, waarna we vervolgens continue bleven klimmen en dalen. Het grote voordeel van veel klimmen is dat je ook veel mag dalen… Helaas waren de ‘rustmomenten’ behoorlijk schaars in deze etappe." Na ruim een uur kon Castelijns mee glippen met een grote kopgroep van 35 man. Hier werd flink door gereden en moest hij constateren dat het tempo toch net iets te hoog lag op de 2e klim van de dag. De kopgroep werd uit elkaar gereden en hij werd net na de vierde klim van de dag terug gepakt door (wat overbleef van) het peloton. "Nog even proberen te overleven tot de voet van de op een na laatste klim, echt een rotzak! Tien kilometer klimmen met bijna 10 procent is geen pretje kan ik je zeggen. Steven was echter helemaal in zijn element en kon zelfs op de slotklim wegrijden bij de overige favorieten! Een tweede plaats in de etappe en de roze trui zouden zijn deel worden!!! Echt een geweldige prestatie!" De klimtijdrit volgde met Kruijswijk in de leiderstrui. "Dat was dus voor ons vooral een kwestie van krachten sparen. We gaan in de slotweek een ontzettend zware, maar ook heel erg mooie week tegemoet! Met ons ploegje gaan we er alles aan doen om Steven bij te staan!! Die bevestigde zijn topniveau door ook nog even 2e te worden in de klimtijdrit en zo nog eens wat extra voorsprong te nemen op zijn concurrenten." Na een welkome tweede rustdag zag Twan Castelijns de laatste Giroweek met vertrouwen tegemoet. "Het gaat nog steeds goed in Italië, de benen voelen nog altijd goed en de roze trui binnen de ploeg geeft natuurlijk vleugels!"

 

Gedemoraliseerd na val maar vol respect voor Steven Kruijswijk

 

Het zag er allemaal zo goed uit voor de LottoNL-Jumbo ploeg. Steven Kruijswijk stevig in het roze met drie minuten voorsprong op zijn naaste tegenstrever Esteban Chaves uit Columbia. Na achttien dagen leek er geen vuiltje aan de lucht voor de gele Nederlandse brigade. Alles leek er op dat Kruijswijk met de eindzege aan de haal kon gaan. In de Dolomieten bergritten stond de coureur uit Nuenen zijn mannetje tegen gevestigde namen als Vincenzo Nibali en Alejandro Valverde met driemaal achtereen een tweede eindpositie in de etappes. Ook op weg naar de Alpen was alles nog rozengeur. Een groep ongevaarlijke klanten voor het eindklassement mocht zijn gang gaan. De LottoNL-Jumbo ploeg hield de koers volledig in handen. Bram Tankink, Jos van Emden, Maarten Tjallingii en Twan Castelijns bepaalden het tempo op kop van het peloton als een vluchtgroep teveel voorsprong dreigde te gaan nemen. Twan Castelijns wist niet wat hem overkwam. Een jaar eerder nog in de Nederlandse Topcompetitie als eindwinnaar gehuldigd, maar nog maar amper ooit een hoge berg gezien. En nu in de Giro! "Je verwacht niet zo snel al een grote ronde te gaan rijden. Dan mag je in je debuutjaar tussen de profs mee naar Italië! En daar mag je meewerken om Steven in het roze te houden. Zo'n situatie is natuurlijk helemaal geweldig. Wat zou het mooi zijn als we hem met de roze trui naar de finish in Turijn kunnen brengen," was zijn commentaar vier dagen voor het einde. Zelf had hij zijn inspanningen tijdens de langste etappe (236 km) om het tempo hoog te houden moeten bekopen met een staartplaats in de finale. Maar wat hinderde dat? Leider Kruijswijk legde in die finale van de donderdagrit op een steile klim iedereen zijn wil op. In de vrijdagetappe over het dak van de Giro, de 2700 meter hoge Col d'Agnello, reed de Nuenenaar als een heerser met zijn naaste rivalen tussen de eeuwige sneeuw omhoog. Hij bereikt met concurrenten Chaves en Nibali de top. Valverde heeft dan al een minuut moeten toegeven. De lange afdaling wordt ingezet. Nog maar nauwelijks op weg naar beneden voltrekt zich het drama Kruijswijk. Hij verkijkt zich op een flauwe bocht, knalt tegen een metershoge sneeuwmuur, vliegt over het stuur van zijn fiets en valt hard op de rand van het asfalt. De roze droom spat uiteen. De achtervolging in zijn eentje, later met een groepje dat hem zelf al het vuile werk op laat knappen heeft geen baat meer. Uiteraard de ploegmakkers die avond in mineur. Maar wat een veerkracht toont de rossige kopman vervolgens. Ondanks stevige blessures aan ribbenkast en linkervoet en een slapeloze nacht toch aan de start van de bergrit met drie stevige cols op zaterdag. Dat levert veel respect op bij zijn ploeggenoten. Ondanks dat het zaterdag niet is gelukt om de podiumplaats te behouden, mag de ploeg toch tevreden terug kijken op de prachtige prestaties in de Giro.

 

Tevreden gevoel

 

Steven Kruijswijk is er, helaas voor wielerminnend Nederland, niet in geslaagd zijn roze Giro leiderstrui naar Turijn te brengen. Niettemin blijft zijn vierde eindpositie een knappe prestatie van de Nuenenaar, daarbij gesteund door zijn teamgenoten van LottoNL-Jumbo. Twan Castelijns, de debutant in de Nederlandse ploeg, was vorig jaar nog amateur en werd nu in Italië voor de leeuwen gegooid. Hij was een van de tempomakers als het er op aan kwam het roze van Kruijswijk zes dagen lang te verdedigen. Helaas werd de kopman van LottoNL-Jumbo door een onbenullige val voor de eindzege uitgeschakeld. Het nam niet weg dat Castelijns aan de eindstreep in Turijn van oor tot oor kon glunderen. “Ik ben blij dat ik de wedstrijd heb uitgereden. Het was wel héél erg afzien. Drie weken koersen hakt er echt in. Iedere dag kwam ik goed binnen en ben nooit echt in de problemen geweest,” liet hij in Turijn weten. “Ja, nu ben ik echt wielrenner. En nadat Steven zich na zijn val zo goed herpakte, kunnen we de ronde alsnog met een goed gevoel afsluiten.”

 

Nu staat Castelijns met acht ploegmakkers aan de vooravond van zijn tweede Giro d’Italia. Steven Kruijswijk gaat een nieuwe poging doen om de roze leiderstrui te bemachtigen, daarbij geholpen door de Italiaan Enrico Battaglin, de Belgen Victor Campenaerts en Jurgen van den Broeck en onze landgenoten Twan Castelijns, Stef Clement, Jos van Emden, Martijn Keizer en Bram Tankink. 

 

1987 Wielerprof Hans Daams ziet de toekomst zonnig in

 

Het is eind januari 1987. Hans Daams, de enige beroepsrenner in het Kempenpers gebied, is na een kortstondig uitstapje naar het West-Brabantse land teruggekeerd naar de omgeving van zijn geboorteplaats Valkenswaard. Weekblad Kempenland Info zocht de net 25-jarige PDM-coureur op in Achel waar hij met zijn vrouw Esther een onderkomen heeft gevonden op de bovenverdieping van het Achels Bouwbedrijf, op een royale steenworp van de grens.

 

Hans Daams blijkt, in al zijn bescheidenheid, een vlotte prater. bij het gezellig knapperende houtvuur in de open haard doet hij zijn relaas over de ervaringen in de eerste twee jaren van zijn profloopbaan. "Na de Olympische Spelen in 1984 kwam ik via Jan Gisbers, de assistent-ploegleider van Kwantum, in die ploeg terecht. Dat eerste jaar ging het meteen al behoorlijk goed. Begin maart won ik de Omloop van de Vlaamse Ardennen, een semi-klassieker. Na mijn eerste profseizoen zijn Esther en ik getrouwd en verhuisden we naar Hoogerheide. Daar in Wet-Brabant woonde een aantal ploegmakkers van Kwantum en ik dacht er voordeel aan te hebben om gezamenlijk met hen te kunnen trainen. Ik had dan ook hele hoge verwachtingen van mijn tweede seizoen bij de profs. die winter trainde ik hard, misschien wel te hard, denk ik nu, al zal dat nog moeten blijken. In het begin van het wegseizoen vielen de prestaties erg tegen. Eigenlijk ben ik zowat het hele vorige seizoen achter mijn vorm aan blijven hinken. Ik kwam nooit op het niveau dat ik wilde bereiken. Ploegleider Jan Raas kreeg toen ook steeds minder vertrouwen in mij. Met Jan Gisbers, die inmiddels bij PDM aan de slag was, heb ik altijd goed contact gehad. Ik heb hem gevraagd of er in zijn ploeg nog een plaats open was in het nieuwe seizoen." Door een etappezege in de Dauphiné Libéré, een van de voorbereidingswedstrijden op de Tour de France, wordt de wens van de Valkenswaardse profcoureur al in een vroeg stadium ingewilligd. Hij maakt nog wel op gepaste wijze het seizoen 1986 vol bij Kwantum, rijdt nog een goede profronde van Nederland (3e en 4e in etappes) maar wordt niet opgesteld in de selectie voor de grote najaarsklassiekers.

 

Wintersport

 

Eind september zet Daams zijn fiets een maand lang aan de kant. Het jonge paar verhuist van Hoogerheide naar Achel, een meer vertrouwde omgeving voor Esther Daams-van de Wiel in haar geboortestraat Achel-Station, ter plaatse Achel-Statie genoemd. Hans sluit zich aan bij atletiekvereniging AVV in Valkenswaard. "Even wat andere spieren in werking stellen die je bij wielrennen niet gebruikt. Anders ben je zo eenzijdig bezig. Ik houd ook wel van hardlopen. Dat is allemaal eens wat anders, hè. Zo ben ik ook weer langzaamaan door de bossen gaan rijden en heb ik enkele crossen gereden. Met de PDM-ploeg zijn we een week op wintersport geweest in de Franse Alpen, ook al iets wat ik nooit had gedaan. Daar kreeg ik de smaak van het langlaufen te pakken en bij terugkomst ben ik nog een week met Esther naar het Sauerland geweest. Het is allemaal eens wat anders dan steeds maar met je fiets bezig zijn."

 

Hans Daams ziet aan het begin van het wegseizoen 1987 een groot voordeel in de toetreding tot de PDM-ploeg. "We rijden een dubbel programma en daardoor komen alle renners ook in het voorjaar goed aan bod. Heel anders dan bij Kwantum waar maar de helft van de ploeg in competitie kwam. Terwijl anderen de Ronde van de Middellandse Zee en Tirreno-Adriatico reden waas ik thuis aan het trainen. Daardoor liep ik achterstand in competitie op wat me het hele seizoen heeft opgebroken." Hij heeft zelf het gevoel dat hij beter kan dan hij tot nu toe presteerde. "De doorlopende lijn is vorig jaar even onderbroken geweest, maar dat wil ik nu zo snel mogelijk herstellen. Niet alleen voor mezelf, maar ook als eerbetoon aan Jan Gisbers die steeds vertrouwen in me hield."

In de Ronde van de Amerika's laat Hans Daams zich in 1989 als klassementsleider huldigen

 

Vervolg

 

Hoe het Hans Daams sindsdien is vergaan? Vroeg in zijn eerste seizoen bij PDM wint hij de Ronde van Friesland en het sprintklassement in de Catalaanse Week. In kleinere wedstrijden rijdt hij naar een vijftal podiumplaatsen. Een jaar later wint hij in Groot-Ammers en schrijft de Belgische Kustpijl op zijn naam. In 1988 gaat het crescendo: hij rijdt zich naar het podium in twee etappes van de Vierdaagse van Duinkerken, in de Scheldeprijs in Schoten en in de Belgische Sluitingsprijs in Putte-Kapellen. Zijn beste seizoen wordt 1989 met een dubbele zege in de Ronde van de Amerika’s. Hij wint een etappe in Venezuela en verdedigt zijn leiderstrui tegen toppers als Pedro Delgado, Stephen Roche en Greg LeMond tot op de slotdag in Florida. Later wint hij ook nog een etappe in de Ronde van Zweden en staat daar nog twee keer als tweede op het podium. Zijn mooie resultaten hebben uitverkiezing in de Tour de France ploeg tot gevolg. Maar vlak voor de Tour slaat het noodlot toe. Vanwege hartritmestoornissen moet Daams noodgedwongen uit competitie blijven. Daardoor ziet de Kempenaar deelname aan de Tour de France in rook vervliegen. Vanaf het ziekenhuisbed moet hij de verrichtingen van zijn ploegmakkers op de teevee volgen. Een lange periode van gedwongen thuis zitten volgt. Hij heeft een tijd nodig om de klap te verwerken dat hij door de artsen wordt afgeraden nog langer topsport te bedrijven. “In beperkte mate kan en mag ik nog bijna alles doen. Met inspanningstesten wordt mijn fysieke conditie gepeild. Na mijn geval zijn ze voorzichtig geworden. Alle renners van de PDM-ploeg ondergaan uitgebreide testen op nieuw aangeschafte apparatuur,” meldt hij in het voorjaar van 1990. Het kan niet voorkomen dat de Fries Johannes Draaijer plotseling aan een hartstilstand overlijdt. Een nieuwe klap voor de herstellende Daams. Voor hem is het probleem dat je als topsporter met hartritmestoornissen meteen werkloos bent. Hij moet er zijn hele wereld voor omgooien. Als afleiding gaat hij zich toeleggen op de training van de nieuwelingen bij zijn vereniging TWC De Kempen. Later begint hij met Peter Theuns in Achel-Statie de Wielershop Achel die hij op eigen naam voortzet en die tot een goed florerende zaak is uitgebouwd. Bij de wielersport blijft de oud-Valkenswaarder betrokken nu zijn dochter Jessie in de vrouwenpelotons te vinden is.

 

 

2017 Luyksgestel Tweemaal zilver voor Harrie Lavreysen op WK baanwielrennen

 

Het mag als een unicum worden beschouwd. Een jongen uit de Kempen die als baanwielrenner met de nationale selectie wordt uitgezonden naar een WK. Voor Harrie Lavreysen is dat deze week werkelijkheid geworden. De 20-jarige Luyksgestelnaar bezorgt woensdag 12 april 2017 met zijn teamgenoten in Hong Kong in een oranje shirt Nederland de zilveren medaille in de teamsprint. Zaterdag 15 april verrast de debutant nogmaals met zilver op de individuele sprint, het koningsnummer van de wielerbaan. Na een periode met schouderproblemen heeft de ex-BMX'er van fietscrossvereniging De Durtrappers uit Luyksgestel zich op de latten van de wielerbaan naar de internationale top gewerkt.

 

Zes jaar is Harrie Lavreysen als hij zich bij De Durtrappers aanmeldt. De training bij zijn vereniging leidt vanaf zijn twaalfde tot drie nationale titels op de crossfiets. En op 14-, 15- en 16-jarige leeftijd brengt hij het zelfs driemaal achtereen tot Europees BMX kampioen. Een glansrijke carrière met de Olympische Spelen van Tokio in 2020 lijkt dan in het verschiet. Hij krijgt een plekje op nationaal sportcentrum Papendal en gaat op 16-jarige leeftijd daar in de omgeving van Arnhem op kamers wonen. Maar dan gaat het tijdens een wedstrijd in Duitsland goed mis. Schouder uit de kom. "In de ziekenwagen hebben ze m'n schouder gezet. Ik voelde de botten knarsen." Een operatie en bijna een half jaar revalidatie volgt. Bij de eerstvolgende training komt hij opnieuw ten val. En weer wordt opereren noodzakelijk met een half jaar revalidatie als toegift. Als de wind hem bij een derde poging uit balans brengt waardoor zelfs beide schouders uit de kom schieten is het advies van de artsen duidelijk. Stoppen met die sport waarbij hindernissen tot wel acht meter hoog moeten worden genomen!

Tijdens wattagetesten van BMX'ers en baanwielrenners op Papendal is Lavreysen intussen bij de bondscoach van de baanrenners door zijn fysiek al opgevallen. "Ik heb blijkbaar een goede bouw voor de baansport met mijn bijna 95 kilo. Nu heb ik er geen spijt van te zijn overgestapt," zegt de student natuurkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Eind 2016 verovert hij zilver en tweemaal brons op het NK. Hij traint op de wielerbaan van Apeldoorn en bedrijft zijn sport met steun van de Luyksgestelse bedrijven Sengers Metaal en Buja.  

Inmiddels is Lavreysen naar Apeldoorn verhuisd. Om te wennen aan de tijdsovergang naar het verre oosten traint hij voor het vertrek naar de WK baanwielrennen met de nationale selectie een week lang elke dag telkens een uur vroeger. "Donderdagavond sliep ik al om 7 uur, vrijdagochtend trainden we om 5 uur." Zondag vertrekt hij met de baanploeg naar Hong Kong. Op woensdag 12 april stunt WK-debutant Lavreysen met Nils van 't Hoenderdaal en Matthijs Büchli door in de eerste ronde olympisch kampioen Groot-Brittannië in de teamsprint te verslaan. In de finale moet de Luyksgestelnaar met Jeffrey Hoogland en Matthijs Büchli hun meerdere erkennen in Nieuw-Zeeland: 44,049 om 44,382. De ontmoeting tussen Nieuw-Zeeland en Nederland is een herhaling van de WK-finale van vorig jaar. Ook in Londen waren de Nieuw-Zeelandse baanwielrenners destijds te sterk. De afscheid nemende Duitse bondscoach René Wolff kiest tijdens het WK toernooi in Hong Kong in iedere race voor een wisselende samenstelling van de oranjeploeg. "Om steeds over zo fris mogelijke mannen te beschikken, maar ook omdat we in de breedte een zeer sterke ploeg hebben, waarin de renners nauwelijks voor elkaar onderdoen."

 

Na zijn voortreffelijke prestatie in de teamsprint slaagt Lavreysen er in het individuele sprinttoernooi in zich als debutant te plaatsen voor de halve finale door de Nieuw Zeelander Ethan Mitchell in twee heats te verslaan. In de finale van het koningsnummer moet de Luyksgestelnaar het hoofd buigen voor de grote favoriet van het sprinttoernooi, de elf jaar oudere Denis Dimitrijev uit Rusland. De zilveren medaille van Lavreysen is het eerste Nederlandse eremetaal op de sprint sinds Theo Bos in 2007 de wereldtitel won na ook al in 2004 en 2005 de regenboogtrui te hebben veroverd.

Voor Harrie Lavreysen komen er nieuwe doelen aan: in maart 2018 de WK in eigen land op zijn thuisbaan in Apeldoorn, in 2020 de Olympische Spelen in Tokio, niet als BMX'er maar als baansprinter.

Met de wijzers van de klok mee: Harrie Lavreysen in de outfit van zijn Luyksgestelse sponsoren - het oranjeteam dat in Hong Kong zilver verovert met rechts Harrie Lavreysen - de Luyksgestelnaar klaar voor de start - Lavreysen in volle actie.

Bladel 2002 Jonge belofte Fabian Cancellara wint Grote Prijs Erik Breukink 

 

De nog jonge Fabian Cancellara in Bladel tijdens de 1e GP Erik Breukink in 2002 (Foto Theo van Sambeek)

De eerste editie van de Grote Prijs Erik Breukink wordt in 2002 door de Stichting Wielerevenementen Het Snelle Wiel uit Bladel in samenwerking met een organisatie uit het Belgische Riemst georganiseerd. In de persoon van de jonge Zwitser Fabian Cancellara, enkele jaren eerder tweemaal achtereen wereldkampioen tijdrijden bij de junioren, krijgt de driedaagse profkoers een renner met grote verwachtingen voor de toekomst als eindwinnaar.

 

In de eerste etappe Bladel – Riemst (B) moet een massaspurt de beslissing brengen. Op het brede aankomstparcours in Riemst-Herderen gaat onze landgenoot Stefan van Dijk (Lotto-Adecco) met een verschil van hooguit enkele centimeters de Duitser Olaf Pollack (Gerolsteiner) en bergklassementsleider Bernard Eisel (Mapei-Quick Step) uit Oostenrijk vooraf. In de tweede etappe wordt de vlucht van de dag in de Belgische Ardennen gevormd door de Fransman Emmanuel Magnien (Bonjour), Stefan Adamsson (Team Coast) en zuiderbuur Wim Vanhuffel (Vlaanderen T-Interim). Het trio voert eendrachtig samenwerkend de voorsprong op tot maximaal zes minuten. De jonge Zweed Adamsson doet goede zaken voor de bergklassering door in Henri-Chapelle, op de Baraque Michel, de Surister en Thimister als eerste boven te komen. Toch moet opnieuw een massasprint de beslissing brengen. Nu trekt het kleine Franse sprintkanon Jimmy Casper (La Française des Jeux) in Riemst aan het langste eind vóór Stefan van Dijk die daarmee aan de leiding blijft in het algemeen klassement. In de zondagochtend etappe naar Bladel krijgt niemand voldoende speelruimte, ook niet de Fransman Thierry Gouvenou (BigMat) die de Belg Gorik Gardeyn (Lotto-Adecco), teamgenoot van de man in de blauwe leiderstrui, als waakhond meekrijgt. Voor de derde opeenvolgende keer moet een massasprint uitwijzen wie als winnaar gehuldigd wordt. Met voor het blote oog niet waarneembaar verschil flitsen Jimmy Casper en Stefan van Dijk als eersten over de aankomstlijn in de P.G. Ballingslaan. Zelfs op de finishfoto is amper te zien wie zijn wiel het eerst over de lijn drukt. De aankomstrechter neemt een beslissing in het voordeel van Van Dijk, zodat Casper zich morrend bij dat oordeel neerlegt. Van Dijk blijft uiteraard leider in het algemeen klassement, terwijl Casper (23) opnieuw de turquoise aanvoerderstrui van het jongerenklassement om de schouders krijgt.

 

De individuele tijdrit moet zondagmiddag de beslissing brengen in de 1e GP Erik Breukink. Nog 109 renners staan op gelijke hoogte in tijd in het tussenklassement en in die grote groep bevinden zich tal van erkende tijdrijders. Lang blijft de al vroeg gestarte Michael Rich (Gerolsteiner) leider in de tussenstand na zijn rit van 17,6 kilometer. De Fransman Eddy Seigneur (Jean Delatour) en de Litouwer Arturas Kasputis (AG2R) komen het dichtste in de buurt van de tijd die de Duitser scoort. Steven van Malderghem (Landbouwkrediet-Colnago) zet als eerste een snellere tijd dan Rich op de klokken. Coureurs als Jacky Durand (Française des Jeux) en de Nederlandse kampioen tijdrijden Bart Voskamp (Bankgiroloterij-Batavus) slagen daar niet in. De jonge Zwitser Fabian Cancellara maakt de verwachtingen van zichzelf en van de insiders die hem als favoriet hebben getipt, waar. Hij knabbelt twaalf seconden van de snelste tijd af. Daar kan ook de even later gestarte tijdritspecialist Bradley McGee uit Australië (Française des Jeux) net niet aan tippen. Cancellara, zoon van een Italiaanse vader, bezorgt zichzelf met de overwinning in de tijdrit en tevens de eindzege van de 1e GP Erik Breukink daags vóór zijn 21ste verjaardag een prachtig cadeau.

Individueel eindklassement: 1 Fabian Cancellara, 2 Bradley McGee, 3 Steven van Malderghem, 4 Bart Voskamp, 5 Filippo Pozatto, 6 Olaf Pollack, 7 Remco van der Ven, 8 Eddy Seigneur, 9 Arturas Kasputis, 10 Marc Streel.

 

Deirdre Demet (USA) wint vierde etappe in Diessen

 

AMEV Ladies Trophy vervangt Omloop van ‘t Molenheike in 1994

 

Niet een renster van de Nederlandse oranje selectie maar Monica Valvik uit Noorwegen schrijft in 1994 de Internationale AMEV Trophy in het kader van de wereldbeker op haar naam. Na twaalf jaar als Omloop ’t Molenheike op de wielerkalender te hebben gestaan, is de etappekoers vanuit Diessen van naam veranderd. De 23-jarige Noorse renster toont zich daarmee de beste van een sterk deelneemstersveld dat wordt aangevoerd door wegwereldkampioene Leontien van Moorsel, baanwereldkampioene puntenkoers Ingrid Haringa, beiden uit eigen land, en Olympisch kampioene Kathy Watt uit Australië. Voor Nederland staan ook Monique Knol, Lenie Dijkstra, Danielle Overgaag en de coming ladies Elsbeth Vink en Yvonne Brunen aan de start. Uit de Verenigde Staten is er tegenstand van Alison Dunlap en Julie Young. De Russinnen Samokavalova en Bubenkova doen mee voor de volle winst evenals de Franse rensters Marion Clignet en Cecile Odin. Heidi van de Vijver voert de Belgische ploeg aan en tegenstand komt er ook nog uit Canada (Sue Palmer en Linda Jackson), Zweden (Marie Holjer en de jonge Susanne Ljunskog), Italië (Nada Christofoli), Denemarken en Zwitserland. Kortom: een renstersveld om van te smullen. Ingrid Haringa, in 1993 eindwinnares in Diessen, moet zich nu tevreden stellen met de proloog-puntenkoers zege in Tilburg vóór Svetlana Samokovalova en Monica Valvik. De jonge boerendochter uit Swifterbant in de oostelijke Flevopolder Yvonne Brunen zegeviert in de tweede etappe door Julie Young en Monica Valvik achter zich te houden. Valvik triomfeert in de langste etappe op zaterdagavond vóór Marie Holjer en Monique Knol. Deirdre Demet (USA) klopt op zondagmorgen vluchtgenote Catherine Reardon (Australië). En in de afsluitende individuele tijdrit stelt Monica Valvik orde op zaken door een zege door respectievelijk Holjer, Clignet, Young, Samokovalova en Watt een aantal seconden aan de broek te smeren.  Na vijf etappes blijkt dus Monica Valvik, eerder ook al zeven dagen aan de leiding in de Ronde van de Franse Aude, de sterkste van het veld. Op het eindpodium wordt zij geflankeerd door Samokovalova en Young. De jonge moeder Valvik – zij heeft al een dochtertje van vier uit haar huwelijk met een discuswerper van de nationale Noorse ploeg – is na een korte onderbreking van haar wielercarrière weer helemaal terug aan de top. Yvonne Brunen klasseert zich in Diessen uiteindelijk als beste landgenote op de vierde plaats net buiten het podium.

Winnaar Luyksgestelse kermisronde 1996 in vorm

Herold Dat rekent in 1997 weer op een sterk zomerseizoen

 

In 1996 greep Herold Dat in Luyksgestel, gadegeslagen door enkele duizenden toeschouwers, na een spijkerharde koers de zege in de kermisronde. De renner van Europolis klopte negen renners die met hem voorop waren gaan rijden in de finale van het avondcriterium. Samen met Gerard Kemper uit Volendam en Budelnaar Sandro Bijnen kwam de militaire sportin­structeur uit Lierop na een machtige eindsprint op het huldi­gingspodium.

 

Twee seizoenen op rij won Dat jaarlijks een tiental wed­strij­den. In het voorjaar van 1997 was hij in de Ronde van Helmond alweer de aller­beste van de dag. Daar­naast toonde hij zich in zijn eigen woonplaats Lierop de sterkste individuele tijdrijder van het Zuid-Oost Brabantse wielerdistrict. In de zomercriteriums is voor Dat de oogsttijd aangebroken. Voor de jaarlijkse kermisronde van Luyksgestel zegt hij: "In de komende maanden zal ik in de criteriums weer mijn slag proberen te slaan. Natuurlijk weten de andere renners ook wel dat ze met mij rekening moeten houden. Ze zullen mijn wiel dan ook wel weer gaan kiezen. Daar hebben zij het goede recht toe. Voor mijzelf zal het zaak zijn om nog wat scherper dan anders te zijn. Ik heb eigenlijk nooit zo goed gereden als dit jaar, al kun je dat aan mijn uitslagen niet altijd merken. Maar de situa­tie in de topcompetitie is ook wel een beetje scheef gegroeid door de deelname van de beroepsrenners aan de grote amateur­klassiekers in ons land. Niet dat ik daar rouwig om ben. De profs hebben de finales van de wedstrijden hard ge­maakt. Daardoor is ook mijn niveau gestegen. Dat voel ik goed."

 

Constant

 

In de grotere wedstrijden waaraan hij wekelijks deel nam heeft Herold Dat in het voorjaar van 1997 heel constant gereden. De Dokkum Woudenomloop, de eerste topklassieker in maart, beëindigde hij op de 7de plaats. Ondanks de deelname van enkele beroepsren­ner­steams in de topcompetitie reed Dat zich toch zowat overal bij de eerste dertig prijsvechters. In Olypia's Tour, de tiendaag­se etappewedstrijd in eigen land, klasseerde hij zich in de etappe naar Schijndel als zesde. Hij reed voor zijn doen een goede proloog. De 18de plaats tussen de profs en de bij­zonder sterke Italiaanse ploeg gaf hem voldoening. In het eindklasse­ment werd hij 26ste. Een paar weken voor Luyksgestel eindigde hij als 16de in het Zeeuws-Vlaams Wieler­weekend. Daar werd de eerste etappe op zaterdag door het noodweer onderbroken. "Door donder, bliksem en storm raakten renners van de weg af, braken takken van de bomen en werd het hooi van de velden geblazen. De jury nam een verstandig besluit om de koers te neutralise­ren. In de avond-tijdrit werd ik achtste. Zondag miste ik de slag, omdat ik net even een plas deed toen een aantal renners gas gaf."

 

Trouwen

 

Al eerder dat jaar finishte Herold Dat in de Ronde van Gerwen achter Anthony Theus uit Bergeijk op de tweede plaats. Na de finish vroeg hij de microfoon van speaker Jan Peeters. Hij had nog iets bijzonders te melden. De bloemen die hij had gekregen overhandigde hij aan zijn vriendin Maria met het verzoek of die met hem wilde trouwen. "Ze was die dag jarig en heeft toen ja gezegd. Ze staat helemaal achter mijn activiteiten in de wielersport. Een renner heeft dat ook nodig. Als de macaroni of de spaghetti niet op tijd klaar staat, kun je het als renner wel vergeten. De achterban mag ook wel eens in de krant vernoemd worden," aldus de 26-jarige sportleraar op de Konink­lijke Militaire Kader­school in Weert. Dat is een coureur die precies weet wat hij wil. Planningen komen bij hem vaak uit. Zoals in 1996 toen hij aankondigde dat hij voor eigen publiek alles op alles zou zetten om de klassieke Dr. Pepper­race in zijn woonplaats te winnen. Hij maakte zijn favorieten­rol waar en de zegebloemen waren in die wedstrijd voor de sympathieke coureur uit Peel­land.