1993 DIESSEN

Luc Reijrink moet het van zijn talent hebben

                 (door Piet Gijsbers)

 

Het eindpodium in de Kempenland Jeugdtoer 1987 van de 15- en 16-jarigen. Van links naar rechts Frank Wouters (Hapert), Luc Reyrink (Diessen) en Martijn Jacobs (Steensel)

 

Twee jaar geleden, in 1991, kwam hij voor veel wielerinsiders plotseling vanuit het niets opduiken. Verbaasde gezichten bij volgers, landelijke persmensen en zelfs bij de organisato­ren te Naald­wijk aan de eindstreep van de Omloop van de Glazen Stad. Wie was die renner met de snelste benen aan het eind van de top­klas­sieker tussen de kassen van het Westland? Luc Reijrink....!!? Nooit van ge­hoord. In Studio Sport gaf de toen 20-jarige winnaar die­zelfde avond tekst en uitleg. Sindsdien is het wat stiller geworden rond de coureur uit Diessen. Reden voor Kempenland Info om de stand van zaken eens te peilen. Want met Pasen is Reijrink een van de 160 deelnemers aan de internatio­nale 'Ster van Brabant' die vanuit Bladel verreden wordt.

 

In Diessen lijken de talenten in de wielersport voor het opra­pen te liggen. Naast ex-wereldkampioen veldrijden Henk Baars vertonen zich regelmatig ook andere renners uit het dorp uit de Noorderkempen op het voor­plan. En al jaren­lang is de 'Om­loop 't Molen­heike' Neder­lands grootste etappe­koers voor wielren­nende vrouwen. De passie voor de wielersport hebben de Diessense organisa­toren en renners overgeërfd van wijlen Toon Donkers. Met al zijn ener­gie bracht die ook op Luc Reijrink de wieler­bacil over. De nog heel jonge Reij­rink reed zowat tien jaar geleden regelma­tig met een stel leeftijdgenoten mee als de Toerclub Diessen op pad ging voor de wekelijkse toertocht op de fiets. Donkers bracht hen op het idee om wedstrijden te gaan rijden. En hij gaf zelf de aanzet daartoe door de Kempen­pers/Rabo Jeugdtoer op poten te zetten. In acht dorpen in het Kempenland kon de jeugd zich uitleven op de race- of trimfiets in een serie onderlinge wedstrijdjes. Drie jaar op rij was Luc Reijrink niet alleen een trouwe deelnemer aan die Jeugdtoer, maar bewees tevens zijn ontluikende talent met een aantal over­winnin­gen en de eindzege in 1987. Hij kreeg er de 'kick' van het wedstrijdfietsen door te pakken.

 

Dom

In navolging van zijn een jaar oudere broer Jeroen besloot Luc Reijrink een wedstrijdlicentie bij de KNWU-junioren aan te vragen. Als lid van de Tilburgse vereniging Pijnen­burg kon hij rekenen op een goede bege­leiding door oud-ren­ners. "Vanaf de eerste wedstrijd in Oostelbeers lukte het me prima om tussen de wielen mee te rijden. En al vroeg in mijn eerste seizoen bij de echte renners bracht ik de Belgische klas­sieker Leuven-Zeppe­ren tot een goed einde. Toch voelde ik me soms nog een echte domme coureur door altijd maar op kop te willen rijden. Daar­door verspeelde ik dat jaar de kans op een eerste klassieke overwinning toen we met drie man uit het peloton ontsnapten in de slotfase van de Omloop van de Zuid-Westhoek in Hoogerhei­de." In 1989 maakte Luc Reijrink de overstap naar de amateur­categorie. Zijn programma beperkte zich dat jaar tot de weke­lijkse criteriums.

 

Topklasse

 

Pas in zijn tweede jaar als amateur kwam Reijrink aan de klassiekers toe. En regelmatig plaatste hij zich bij de eerste tien: vierde in de Alblasserwaard, zesde aan de Maaskant, zesde in het land van Heusden en Altena, zevende in Noord-Limburg en vijfde in de eindstand van de tweedaagse rond Siebengewald. Met de jongens van Pijnenburg werd hij dat jaar kampioen in de promotiecompetitie. Het gevolg was dat de club uit Tilburg promoveerde naar de landelijke topklasse. Altrex werd als nieuwe sponsor aangeworven en Luc Reijrink kwam in alle voorjaarsklassiekers aan de start. Hij was in 1991 onder meer deelnemer aan de Ster van Brabant en de Teleflextoer. Die wedstrijden werden een goede aanloop voor de Omloop van de Glazen Stad. Met een record-gemiddelde van bijna 47 kilometer per uur werd de top­klassie­ker door het Westland afgelegd. En aan het slot van die 160 kilometer spurtte de Diessenaar zich uit de anoni­miteit in de landelijke schijnwerpers. Het leverde hem een uitnodiging op om de Win­canton Classic voor profs in Engeland als eregast bij te wonen èn hij dwong er zijn plaats mee af in de Nederlandse ploeg voor de befaam­de Milkra­ce in Groot-Brit­tannië. "Daar heb ik dagenlang flink afgezien in een peloton van profs en ama­teurs. Ik raakte er totaal opgebrand en mijn motivatie voor toppres­taties kreeg een gevoelige knauw, zodat ik in het resterende deel van dat seizoen vrijwel alleen nog maar crite­riums reed."

 

Districtskampioen

 

Vorig jaar riep wielerclub Pijnenburg een stichting in het leven die een team op de been bracht in de topcompe­titie. Naast zes Pijnenburgers van origine werden renners uit andere delen van het land aange­trokken bij wie ex-nationaal kampi­oen Erwin Kistemaker. "Ik voelde me niet meer echt lekker in mijn vel zitten met al die nieuwkomers in de ploeg. Bovendien kon ik niet goed over­weg met de ploegleider uit het Noorden. Het gevolg was dat ik niet fanatiek genoeg mijn sport beleefde." Luc Reijrink werd wel opgesteld in de Altrex/Hooyen-formatie die aan Olympia's Ronde van Nederland deelnam. De daarin opgedane kilometers kwamen hem goed van pas bij de district­kampioen­schappen van Zuid-Oost Brabant in Valkenswaard. Tijdens de wolkbreuk die zich op tweede Pinksterdag boven de Kempen ontlaadde pakte hij daar de titel. Reijrink reed ver­volgens nog een verdienstelijke Ronde van Limburg, klasseerde zich als 3e en 4e in massasprints in de zesdaagse Franse Tour de Cham­pagne en bracht voor de eerste keer op drie deelnames ook het NK te Meerssen tot een goed einde. "Op dat zware parcours heb je echt macht om te klimmen nodig. Daarin moet je als renner groeien en kom ik nog wat te kort, maar het gaat ieder jaar beter."

 

Combineren

 

Reijrink heeft tot nu toe het wielrennen goed met zijn studie kunnen combineren. Na de Mavo behaalde hij in Tilburg het MTS-diploma afdeling elektro en is nu in dagstudie bezig met een vervolgop­leiding besturingstechniek op de afdeling werktuigbouwkunde van de MTS in Helmond. Dat betekent dage­lijks vroeg opstaan om met het openbaar vervoer de reis naar school te maken. "Geluk­kig heb ik een gunstig urenrooster, zodat ik dinsdags- en donder­dagsmiddags met een groep clubge­noten kan gaan trainen voor mijn uit de hand gelopen hobby." Op de vraag of hij zich een echte topamateur voelt, antwoordt de welbespraakte cou­reur: "Ik ben de hele dag met het wielren­nen bezig, ook al zit ik op school. Ik ben geen boekenwurm en beschouw de training als een goede afleiding voor mijn studie. Ik moet het vooral van de wedstrijden hebben en ben niet zoals bijvoorbeeld Henk Baars een trainingsdier. Er zijn genoeg renners die meer dan ik trainen. Ik fiets niet op karakter, maar moet het meer van mijn talenten hebben. Je mag me wel een linke renner noemen. Ik moet het een beetje van mijn slimheid hebben, maar zal eenmaal mee voorop ook mijn werk niet schu­wen. Anders hebben de andere renners je niet nodig in de voorste waaier. Als het er echt op aan komt, gok ik op de eindsprint. Als een van mijn ploegmaats me een tijdlang uit de wind kan houden, doe ik evengoed mee voor de overwinning als Allard Engels die nu al drie klassiekers won."

 

Plezier

 

Vroeg in het jaar heeft een renner echter veel kilome­ters in de benen nodig. Dat weet ook Luc Reijrink drom­mels goed. Na de 160 kilometer in de Dorpenomloop en in de Baronie reed hij zowel vanuit Rucphen als Ulven­hout op de fiets naar huis aan de Emmer­seweg tussen Diessen en Haghorst. Na het vorige weg­sei­zoen reed hij een paar ATB-wedstrij­den, crosste en schaats­te wat om vanaf janua­ri weer op de weg te gaan trainen. Met carnaval ging hij tussen­door op winter­sport. "Daarmee heb ik een goede conditio­nele basis verworven. Ik voel me nu op 90 procent van mijn conditie zitten. En na de Ster van Brabant en de Teleflextoer moet dat 100 procent zijn."

Dit seizoen rijdt de nu 22-jarige Reijrink in de ploeg van Het Zuiden uit Eindho­ven. "Ik voelde me bij Pijnenburg niet meer zo lekker. Er waren nog maar een paar oude clubmak­kers in de stichtings­ploeg overge­bleven. En het klikte niet met de ploegleider. Bij Hans Daams en Albert Engelen voel ik me meer op mijn gemak. Het gaat er daar heel ont­spannen en gezellig aan toe, zodat ik weer echt plezier in het fietsen heb."  

 

Naschrift:

Nu, in 2021, woont Luc Reijrink in Hilvarenbeek en is schade-expert van beroep. Volgens een van zijn fietsvrienden, Toon Spaninks uit Diessen, fietst hij nog steeds (te) hard zonder veel te trainen.

In het seizoen 1992-'93 klopte Henk Baars op het parkoers van de Beekse Bergen Adrie van der Poel en Edward Kuyper voor de nationale titel (foto Jeroen Verhelst)

1994 Diessen

Nationale kampioen veldrijden verdedigt zijn titel

Henk Baars: 'Ik zie het licht aan het einde van de tunnel'

 

(door Piet Gijsbers)

 

Op zondag 9 januari vindt op de golfbaan van Sint Michielsge­stel de nationale titelstrijd veldrijden voor beroepsrenners plaats. Henk Baars uit Diessen droeg sinds zijn zege vorig jaar op de Beekse Bergen het rood-wit-blauwe kampioenstricot en verdedigt zijn titel. Op 33-jarige leeftijd beginnen voor hem de jaren mee te tellen. Ook al kost het Baars wat meer moeite dan voorheen om goed voor de dag te komen, hij wil voorlopig zeker nog niet stoppen met de tot zijn beroep uitge­groeide hobby.

 

Voor de verslaggever die in de nieuwbouwwijk van Diessen op zoek gaat naar de woning van Henk Baars heeft de ex-wereldkam­pioen (Getxo 1990) het sinds mei 1993 wat gemakkelijker gemaakt. In de Deusonelaan - zo genoemd naar de oorspronkelijke naam van het dorp in de Noorderkempen - wijst een bestelbusje met de modern ogende opdruk 'Henk Baars Bike Sports' op de oprit van zijn

woning de weg. Vast aan huize Baars is de garage uitgebreid tot een winkeltje waarin een lange rij fonkelnieuwe ATB's en hybride sportfietsen staan uitgestald. Het is de voorlaatste dag van het oude jaar. Henk Baars is bezig met een paar wielen die een beurt verdienen na de moddercross in de wereldbeker­wedstrijd daags tevoren in het Belgische Loenhout. Kleine blonde Paul, nog geen twee jaar jong, verwelkomt de bezoeker in de deuropening van de aangebouwde serre, terwijl moeder Sjan zich op deze regenachtige dag in de voorkamer even bezig houdt met 3-jarige Bart.

 

Herstel

 

Enkel een paar foto's in de winkel verwijzen naar de belang­rijkste successen van de Diessense cyclocrosser. In de woon­kamer is verder geen spoor van de in Getxo behaalde wereldti­tel te bekennen. "Al een paar jaar geleden heb ik alles opge­ruimd om weer gewoon van voren af aan

te kunnen beginnen. In een periode waarin het minder goed ging heb ik toen alles wat aan die WK herinnerde naar de zolder verhuisd. Van toen af werd het zaak om voor nieuwe successen te zorgen," vertelt Henk Baars. Vorig seizoen waren er plotseling de goede uitsla­gen weer. Even ging de Diessenaar zelfs aan de leiding in het Super Prestige klassement. En de nationale titel was de

bekro­ning van een sterk afgedwongen herstel.

 

Tegenslag

 

Na de nieuwe seizoenstart in september 1993 kon Baars zich niet in de strijd om de ereplaatsen mengen. Het zat hem tegen in de eerste twee wedstrijden voor de wereldbeker. In het Zwitserse Eschenbach strandde hij op de 16de plaats en in Eindhoven kreeg hij ver van de materiaalposten verwijderd een lekke band op het moment dat hij in de tienmans kopgroep reed. Alvorens van fiets te kunnen wisselen keek hij tegen een onoverbrugbare achterstand aan en finishte ruim twee

minuten achter winnaar Paul Herijgers uit België. "Zo holde ik vanaf het begin van het seizoen achter de feiten aan. Even had ik wat meer geluk in een paar wedstrijden, maar in de Super

Prestige cross van Zarautz brak mijn fiets in tweeën op het moment dat ik voorin reed." In Milaan, weer voor de Super Prestige, werd Henk Baars een week later op de 5de plaats de

beste Nederlander. "Dat is gewoon mijn plek. Zonder pech zit ik in de kop van het veld. Daar hoor ik thuis," aldus de sympathieke Diessenaar.

 

Looptraining

 

Na Milaan nam Baars op advies van zijn trainer en masseur Nico van Hest even wat gas terug. En vanaf kerstmis kwam er weer een stijgende lijn in zijn resultaten. In Rijkevorsel reed hij vanuit de achterhoede naar voren en eindigde op de derde plaats achter Paul Herijgers en Adrie van der Poel. En in Diegem, voor de Super Prestige, kon hij opnieuw van achteren af, ondanks een paar keer materiaalpech, nog als negende finishen. Ook in Loenhout, waar Paul Herijgers de eindzege

in de wereldbekercyclus met de daaraan verbonden vijftigduizend gulden in de wacht sleepte, reed Henk Baars een constante wedstrijd wat hem de 7de plaats opleverde. "Toch was het parcours in Loenhout niet op mijn lijf geschreven. Ik hou van wat snellere parcoursen, maar daar in België was het door de regenval, zoals al zo vaak de laatste weken, weer ploeteren door de modder. Ondanks de start op de eerste rij valt het dan niet mee om je voorin het veld te handhaven. Schakel je een

keer verkeerd, of krijg je in het gedrang van iemand een zet, dan kost je dat al gauw een aantal plaatsen. En in dit soort internationale wedstrijden zijn wel een twintigtal crossers aan elkaar gewaagd. Gelukkig heb ik dit hele seizoen veel aan looptraining gedaan, zodat ik de schade wat beperkt kon hou­den."

 

Oriëntatie

 

Op 33-jarige leeftijd merkt Henk Baars dat hij steeds meer voor zijn sport moet doen om met de besten te kunnen blijven wedijveren. "Je voelt natuurlijk wel dat je langzaamaan wat aan krachten inboet. Dus de komende jaren zal het knokken worden en het zal zeker niet meevallen om het niveau nog op te krikken. Als ik een paar dagen achtereen het uiterste gegeven heb, voel ik aan mezelf wel dat ik me weer even koest moet houden." Het vijfjarige contract met de firma HEK uit

Middel­beers heeft een looptijd tot maart 1995, zodat Henk Baars zich daarover nog geen zorgen hoeft te maken. Toch kijkt hij al vooruit naar de tijd dat hij een punt achter het veldrijden gaat zetten. Met zijn vrouw Sjan, die over een ondernemer di­ploma beschikt, heeft hij een winkeltje opgezet waarin ATB fietsen worden verkocht. "Je moet dat nog niet zien als een definitieve stap, meer als een oriëntatie op de toekomst. Het is voor mij een heel leuk leerproces. Mensen die een

sport­fiets willen kopen kan ik helpen, ik doe wat kleine reparaties in de avonduren, waarbij ik er wel voor zorg dat mijn eigen sportprestaties er niet onder lijden. Het is een beetje de kat uit de boom kijken."

 

Vaderschap

 

Maar met veldrijden stoppen, dat ziet Henk Baars voorlopig nog niet zitten. "Ook al moet ik er meer voor doen dan ooit om mee over te kunnen en al zijn er periodes bij dat het minder goed gaat. Je blijft als beroepscrosser toch een vrij man. Het is altijd het mooiste geweest om van je hobby je beroep te kunnen maken en je bent toch een groot deel van je tijd bij je ge­zin." Dat het vaderschap een stempel op de prestaties kan drukken, ervaarde de Diessense veldrijder al meer dan eens.

Vorig jaar kon zijn hoestende en proestende zoontje hem in de nacht voor het kampioenschap niet van de nationale titel af houden. Toen sleepte vader Baars zijn matras naar

de schuur om de broodnodige nachtrust tussen de fietsen te nemen. Dit najaar bleek dat het aanhoudende hoesten en de benauwdheid van de kleine Baars aan de ziekte van Kroep te wijten was. Paultje belandde in het ziekenhuis na zijn ouders wekenlang 's nachts wakker te hebben gehouden. Dat deed uiteraard in die­zelfde periode ook geen goed aan de prestaties van vader Henk. Als extra training wil die in het komende voorjaar wat meer ATB wedstrijden gaan rijden. "Het is nog steeds de vraag of deze tak van de wielersport in 1996 op de Olympische Spelen

van Atlanta in het programma wordt opgenomen. Als dat wel door gaat, wil ik me daarvoor proberen te selecteren. Dat ligt misschien nog net binnen mijn mogelijkheden. Zou die kans, hoe

klein dan ook, zich voordoen, dan grijp ik die met twee handen aan." En zijn vrouw Sjan, die met de twee jongste Baarsjes even aan tafel  het gesprek volgt, vult lachend aan: "Het zal er ook van af hangen welke categorieën daar dan gaan rijden. Bij de veteranen maak je zeker nog een kans".

 

Zege

 

Dat Henk Baars zondag nog niet kansloos is bij de titelstrijd in Sint Michielsgestel, bewees hij tijdens de generale in het Gelderse Zeddam. Ondanks de regen en de modder knokte hij zich in een rechtstreeks duel met Wim de Vos op het parcours met flinke hoogteverschillen - er moesten meer dan duizend trap­treden beklommen worden - naar de eerste zege in het seizoen, de elfde in zijn carrière als beroepsrenner. "Ik weet van mezelf dat ik twee handicaps heb: een iets mindere start dan andere toppers en ik heb geen sprint in de benen. Dus ik moet het gewoonlijk hebben van een verrassingsaanval. Wanneer anderen denken dat Baars is afgeschreven, is het voor mij zaak

om toe te slaan. Dat is een paar keer goed gelukt. Een kampi­oenschap is toch altijd een speciale wedstrijd. Je kunt het niet overdoen, hè." Met drie bronzen, drie zilveren en één gouden medaille

op de nationale titelstrijd bij de beroepscrossers in de afgelopen jaren èn een goede generale hoeft Henk Baars ook nu niet te wanhopen. "Het zal de strijd worden van de dertigers tegen de

twintigers, ook met het oog op de selectie voor de WK in Koksijde. Adrie van der Poel, Frank van Bakel, Huub Kools en mijn persoontje tegen Wim de Vos, Edward Kuyper en Richard Groenendaal."

 

Ambitie

 

"Het ergste is eigenlijk dat de tijd zo snel gaat. Het gaat voorbij om op dit niveau te blijven resteren, ook al wil je dat niet graag toegeven. Als je jong bent, heb je grotere oogkleppen op. Maar nu komt het licht op het einde van de tunnel in zicht. Als ik merk dat het op is, wordt het zaak om heel snel een beslissing te nemen. Maar zo lang de training me niet gaat tegen staan, durf ik nog wel door te gaan. Ik merk dat ik nog graag train, met hart en ziel, en die ambitie is toch wel de grootste drijfveer. Stel dat ik iemand tegen kom die een mooie job voor me heeft en een snelle beslissing

vraagt, dan kan het natuurlijk ook rap gedaan zijn."  

 

Naschrift:

Inmiddels heeft Henk Baars met zijn vrouw Sjan een goed lopende fietsenzaak opgebouwd. Na enkele verhuizingen naar een steeds groter pand kochten zij in 2011 in Hilvarenbeek het pand van Jan van Erp Tegels aan de Diessenseweg.. Dat was voor Henk Baars Bike Sports de gelegenheid om nog groter uit te pakken met een 1000 m² grote showroom. De fietsenwinkel is geheel op de begane grond. Er hangt een gezellige Brabantse sfeer waar de koffie of thee altijd klaar staat.

Specialistische medewerkers adviseren de bezoekers bij de juiste keuze in het grote assortiment van bekende merkfietsen en accessoires. In een grote werkplaats wordt de klant vakkundig geholpen. De perfecte fietsmaat wordt met een speciaal meetsysteem bepaald. En aan fietskleding in allerlei variaties ontbreekt het niet. Bovendien wordt met een ruim assortiment e-bikes veel

aandacht besteed aan de trend op fietsgebied.

Nu in de corona crisistijd hebben Henk en Sjan Baars een inventieve oplossing bedacht om klanten te gerieven. Op dinsdagmiddagen is hun fietsenzaak speciaal voor mensen die gezondheidsrisico’s willen vermijden op afspraak geopend.

Wie graag wil winkelen of een nieuwe fiets wil testen op het moment dat er geen andere klanten in de zaak aanwezig zijn, kan daarvoor een afspraak maken. Op dinsdag tussen 12.00 en 16.00 uur is de winkel enkel op afspraak geopend. Voor een afspraak op een andere tijd kan men even bellen: 03-5042379. 

1990 Diessen

Leontien van Moorsel klasse apart in Omloop van 't Molenheike

 

(door Piet Gijsbers, foto Gerard Wolfs)

 

Leontien van Moorsel wint de 4de etappe in 't Molenheike vóór Phyllis Hines uit de Verenigde Staten op 20 mei 1990. De renster uit Boekel heeft in die rit voorsprong genomen met Petra de Bruin (Langeraar), Phyllis Hines (USA) en Sarah Neil uit Canada 

 

Met Leontien van Moorsel kan de wielervereniging Diessen in mei 1990 een imposante naam toevoegen aan de erelijst van de Omloop van ’t Molenheike. De pas 20-jarige renster trekt zich weinig aan van de reputatie van tegenstanders als olympisch kampioene Monique Knol, de Amerikaanse Phyllis Hines en tijdritspecialiste Kelly-Ann Way uit Canada. In de afsluitende tijdrit, de vijfde etappe op ’t Molenheike, laat de renster uit Boekel iedereen verstaan dat niemand als haar de blauwe leiderstrui toekomt. Met een gemiddelde snelheid van ruim 44 kilometer per uur toont de jonge brunette zich duidelijk de sterkste van het veld, haar 16e seizoenzege!  

Drie dagen op rij wordt er prachtige sport opgedist in Diessen en verre omgeving. In de ploegentijdrit zijn de Amerikaantjes van de Zeeuwse ploegleider Rinus Verboom onze nationale selectieploeg over ruim 16 kilometer nog achttien seconden te snel af. De Zweedse en Canadese rensters, voorheen te kloppen tegenstandsters in deze discipline, moeten nog meer tijd prijs geven. In de tweede etappe buit Monique Knol haar sprintsnelheid uit tegen lastige concurrenten als Leontien van Moorsel, Petra Groen, Ina-Yoko Teutenberg en Petra Grimbergen. De lange derde etappe door de Kempen lijkt een tijd lang voor een schifting te gaan zorgen. Van het ontsnapte kwartet Petra de Bruin, Cora Westland, Bunki Bunkaitis en Sarah Neil behoudt alleen eerstgenoemde een minimale voorsprong aan de eindstreep in Diessen, zodat het leiderstricot in het bezit van Monique Knol blijft.  

De zondagochtendetappe geeft aan de driedaagse een beslissende wending. Weer is Petra de Bruin present vooraan als na een spervuur aan demarrages vier rensters afstand nemen van de rest. Ook Sarah Neil uit Canada is er opnieuw bij, nu in het gezelschap van de Amerikaanse Phyllis Hines en jawel, Leontien van Moorsel die haar kans ruikt om in haar eigen Brabantse land op kop te komen. Met de zege in die vierde etappe gelukt haar dat ook. Daarna volstaat het voor de jonge Boekelse om respectievelijk acht en vijftien tellen voor te blijven op Hines en De Bruin in de afsluitende individuele tijdrit. Maar doe dat maar eens als de 28-jarige Amerikaanse van haar ambities in die tijdrit aan de microfoon van wedstrijdspeaker Rien van Horik alleen maar prijs geeft dat zij niet houdt van woorden maar van daden! Geen beletsel voor ‘Tinus’ om ondanks zere benen de allerbeste Molenheike tijd op de klokken te brengen, waarmee niet alleen de eindzege haar deel wordt, maar zij ook op punten Monique Knol aftroeft. Aan het slot van de vijf etappes is de jury het er unaniem over eens dat Petra de Bruin met haar tweedaagse aanvallende rijden de Toon Donkers prijs voor de strijdlust toekomt. Een eervolle beloning voor de tweevoudige winnares van ’t Molenheike in 1985 en 1986.

1994 Diessen

AMEV Ladies Trophy vervangt Omloop van ‘t Molenheike

 

Deirdre Demet (USA) wint vierde etappe in 1994 (Foto Gerard Wolfs)

 

Niet een renster van de Nederlandse oranje selectie maar Monica Valvik uit Noorwegen schrijft in 1994 de Internationale AMEV Trophy in het kader van de wereldbeker op haar naam. Na twaalf jaar als Omloop ’t Molenheike op de wielerkalender te hebben gestaan, is de etappekoers vanuit Diessen van naam veranderd. De 23-jarige Noorse renster toont zich daarmee de beste van een sterk deelneemstersveld dat wordt aangevoerd door wegwereldkampioene Leontien van Moorsel, baanwereldkampioene puntenkoers Ingrid Haringa, beiden uit eigen land, en Olympisch kampioene Kathy Watt uit Australië. Voor Nederland staan ook Monique Knol, Lenie Dijkstra, Danielle Overgaag en de coming ladies Elsbeth Vink en Yvonne Brunen aan de start. Uit de Verenigde Staten is er tegenstand van Alison Dunlap en Julie Young. De Russinnen Samokavalova en Bubenkova doen mee voor de volle winst evenals de Franse rensters Marion Clignet en Cecile Odin. Heidi van de Vijver voert de Belgische ploeg aan en tegenstand komt er ook nog uit Canada (Sue Palmer en Linda Jackson), Zweden (Marie Holjer en de jonge Susanne Ljunskog), Italië (Nada Christofoli), Denemarken en Zwitserland. Kortom: een renstersveld om van te smullen. Ingrid Haringa, in 1993 eindwinnares in Diessen, moet zich nu tevreden stellen met de proloog-puntenkoers zege in Tilburg vóór Svetlana Samokovalova en Monica Valvik. De jonge boerendochter uit Swifterbant in de oostelijke Flevopolder Yvonne Brunen zegeviert in de tweede etappe door Julie Young en Monica Valvik achter zich te houden. Valvik triomfeert in de langste etappe op zaterdagavond vóór Marie Holjer en Monique Knol. Deirdre Demet (USA) klopt op zondagmorgen vluchtgenote Catherine Reardon (Australië). En in de afsluitende individuele tijdrit stelt Monica Valvik orde op zaken door een zege door respectievelijk Holjer, Clignet, Young, Samokovalova en Watt een aantal seconden aan de broek te smeren. Na vijf etappes blijkt dus Monica Valvik, eerder ook al zeven dagen aan de leiding in de Ronde van de Franse Aude, de sterkste van het veld. Op het eindpodium wordt zij geflankeerd door Samokovalova en Young. De jonge moeder Valvik – zij heeft al een dochtertje van vier uit haar huwelijk met een discuswerper van de nationale Noorse ploeg – is na een korte onderbreking van haar wielercarrière weer helemaal terug aan de top. Yvonne Brunen klasseert zich in Diessen uiteindelijk als beste landgenote op de vierde plaats net buiten het podium.